Summary Studie van de vertebraten en algemene anatomie van de huisdieren

-
1003 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Studie van de vertebraten en algemene anatomie van de huisdieren

  • 1.1 Wat is leven

  • Wat is homeostase?
    Het proces waarbij organismen het interne milieu van chemische en fysische processen in evenwicht houden, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt.
  • Wat zijn macromoleculen?
    Grote complexe moleculen die opgebouwd zijn met basisbouwstenen uit de omgeving en met behulp van chemische interacties binnen het levend organisme.
  • Wat zijn de 4 groepen macromoleculen aanwezig in de levende organismen?
    Vetten, eiwitten, nucleïnezuren en koolhydraten.
  • Over wat moeten de levende organismen beschikken voor te groeien en zich te reproduceren?
    Over een erfelijke bron van informatie = de genetische code.
  • Wat zijn de fundamentele kenmerken van een levend organisme?
    - een zelfstandig chemisch systeem
    - bestaan uit macromoleculen 
    - een duidelijke organisatie van macromoleculen (homeostase)
    - een eigen metabolisme 
    - duidelijke interactie met de omgeving
    - in staat te groeien en zich te reproduceren
  • 1.2 Ontstaan van leven

  • Welke basiscondities zijn nodig voor het leven op aarde?
    1) Water, 
    2) Koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel
    3) Stabiel klimaat 
    4) Energie
  • Wat zijn de zes meest voorkomende elementen in de macromoleculen van levende organismen op aarde?
    Koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel.
    CHNOPS
  • Wat is abiogenese?
    Het natuurlijke proces waarbij leven is ontstaan uit niet-levende materie, zoals eenvoudige organische verbindingen.
  • Wat is LUCA?
    Last Universal Common Ancestor = laatste gemeenschappelijke voorouder
  • Wat zijn twee belangrijke macromoleculen in de informatieoverdracht?
    DNA en RNA
  • Wat zijn de belangrijke stappen die het ontstaan van het leven mogelijk gemaakt hebben op onze planeet?
    1. Het ontstaan van organische verbindingen en eenvoudige macromoleculen als bouwstenen voor het toekomstige leven.
    2. De assemblage van deze chemische componenten binnen een membraanstructuur.
    3. Het ontstaan van informatiedragers die erfelijke informatie kunnen doorgeven.
  • Wat zijn twee belangrijke moleculen bij informatieoverdracht?
    DNA en RNA
  • 2.1 Basisconcepten van evolutie en selectie

  • Wat is natuurlijke selectie?
    Wanneer de reden voor selectie van een kenmerk uit het natuurlijk milieu komt.
  • Wat is kunstmatige selectie?
    Het mechanisme waarmee bepaalde eigenschappen of een combinatie van eigenschappen bewust worden geselecteerd bij het fokken van dieren.
  • Bij welke groepen dieren zien we vaak kunstmatige selectie?
    Bij huis- en nutsdieren. De mens beslist hier vaak welke organismen nakomelingen kunnen krijgen en welke niet.
  • Wat is een populatie?
    Een groep verwante dieren.
  • Wat is evolutie?
    Het veranderen van een populatie over de generaties heen.
  • Waardoor kan evolutie worden veroorzaakt?
    - Door foutjes in de doorgegeven erfelijke informatie. 
    - Doordat niet alle individuen evenveel bijdragen tot de volgende generatie.
  • Wanneer kunnen we van selectie spreken?
    Als bepaalde varianten omwille van hun specifieke karakteristieken een voor- of nadeel hebben in de voortplanting.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat gaat de n. Tibialis bezenuwen?
  • Caudale huidtak: de huid caudolateraal op de schenkel, sprong en proximaal deel van de metatarsus
  • Spiertakken: m. Gastrocnemius, buigers van de tenen: m. Flexor digitalis superficialis, m. Flexor digitalis profundus; m. Popliteus
  • N. Plantaris medialis & lateralis: plantaire zijde van de achtervoet zowel diep als oppervlakkig 
Wat gaat de n. Fibullaris communis bezenuwen?
  • Huidtak: huid lateraal op de knie en schenkel
  • Motorische takken: alle buigers van de tarsus en strekkers van de tenen
  • N. Fibularis superficialis & profundus: dorsale zijde van de achtervoet
Wat bezenuwt de n. Ischiadicus?
  1. M. Gluteus profundus
  2. Supinatoren (niet m. Obturatorius externus)
  3. Broekspieren
    1. M. Biceps femoris
    2. M. Semitendinosus
    3. M. Semimembranosus
Wat bezenuwt de n. Gluteus cuadalis?
  1. M. Gluteus medius
  2. Caudale buik m. Gluteus superficialis
  3. Broekspieren
    1. M. Biceps femoris
    2. Sacrale hoofd van m. Semitendinosus (paard)
Wat bezenuwt de n. Gluteus cranialis?
De gluteusspieren + m. Tensor fasciae latae.
Waar ligt de truncus lumbosacralis?
Naar lateraal over de incisura ischiadica major.
Wat bezenuwt de n. Obturatorius?
  1. M. Adductor
  2. M. Gracilis
  3. M. Pectineus
  4. M. Obturatorius externus 
Wat is de functie van de nn. Sapheni?
Carnivoren: puur sensibel
Grote huisdieren: m. Sartorius, m. Pectineus en m. Gracilis + de huid op de mediale zijde van de knie, schenkel en metatarsus tot aan de kogel.
Welke spieren bezenuwt de n. Femoralis?
  1. M. Iliopsoas
  2. M. Sartorius
  3. M. Quadriceps
Geef de zenuwen van het achterbeen.
  1. N. Femoralis
    1. Nn. Sapheni
  2. N. Obturatorius
  3. Truncus lumbosacralis
    1. N. Gluteus cranialis
    2. N. Gluteus caudalis
    3. N. Cutaneus femoris caudalis
    4. N. Ischiadicus
      1. N. Fibularis communis
      2. N. Tibialis