Summary Studiemateriaal vak NG; periode 1.3

-
313 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Studiemateriaal vak NG; periode 1.3

  • 1.1 Slides college

  • Waarop hebben dynamische onderzoeken met name betrekking op?
    Op het volgen van het radiofarmacon
  • Waarop zijn dynamische onderzoeken gebaseerd?
    Op bewegingen
  • Vanaf wanneer volgen we het radiofarmacon bij de patiënt?
    Direct vanaf het binnenkomen in het lichaam
  • Bij een statisch onderzoek moesten we een aantal uur wachten, voordat we de scan kunnen maken. Bij een dynamische onderzoek is dit anders. We wachten dan niet een aantal uur, maar:
    We starten het onderzoek direct na het toedienen van het radiofarmacon
  • Wat is bij een dynamisch onderzoek de dynamische factor?
    Het radiofarmacon
  • Gammacamera's kunnen wel bewegen, maar hebben iets kenmerkends. Wat is dit kenmerk voornamelijk.
    De gammacamera's zijn altijd statisch
  • Voor een dynamisch onderzoek hebben we twee kenmerken die kenmerkend zijn voor een dynamisch onderzoek. Wat zijn deze twee kenmerken?
    1. De verdeling van het radiofarmacon verander tijdens het onderzoek. 
    2. De gammacamera legt de passage van het radiofarmacon vast.
  • Wanneer gaan we een dynamisch onderzoek gebruiken? Anders gezegd, wanneer maken we gebruik van deze acquisitietechniek?
    Wanneer we een inzicht willen krijgen in dynamische processen, zoals: doorbloeding, uitscheiding van urine, maagontlediging, lymfeafvloed.
  • Een opname bij een dynamisch onderzoek duurt maar kort. Hoe lang duurt iedere keer een opname?
    6 seconden
  • Bij een dynamisch onderzoek duren de opnames kort. Wat voor een dosis is dan van toepassing op een dynamisch onderzoek?
    Een lage dosis
  • Een lage dosis heeft als gevolg dat de opnames kort duren. Wat heeft dit als effect op je uiteindelijke beeld?
    De resolutie is slechter.
  • Hoe wordt het radiofarmacon bij een dynamisch onderzoek vaak toegediend?
    Intraveneus in een bolus
  • Bij een dynamisch onderzoek dienen we het radiofarmacon vaak intraveneus toe via een bolus. Waarvoor zorgt deze bolus?
    Voor een hoge activiteitsconcentratie in het orgaan en/of doelgebied
  • Bij een dynamisch onderzoek is het positioneren van een patiënt erg belangrijk. Wanneer positioneren we de patiënt bij een dynamisch onderzoek?
    Voorafgaande toedienen van het radiofarmacon
  • Wanneer start het dynamisch onderzoek altijd?
    Direct na het toedienen van het radiofarmacon
  • Het is belangrijk dat we de patiënt goed positioneren. Wat gebruiken we hiervoor?
    De anatomische punten
  • Bij een dynamisch onderzoek is de acquisitie erg belangrijk. Wat zegt de acquisitie bij een dynamisch onderzoek?
    De tijd per frame
  • De acquisitie heeft te maken met de tijd per frame. Het is belangrijk dat de acquisitie iedere keer wordt aangepast bij een dynamisch onderzoek. Waaraan moet de tijd per frame iedere keer worden aangepast?
    Aan de snelheid van het lichaamsproces
  • Bij een dynamisch onderzoek hebben we te maken met acquisitie. Eén van de kenmerken van acquisitie is temporele resolutie. Wat verstaan we onder deze temporele resolutie?
    Welke tijd per frame we moeten instellen om het proces goed te kunnen volgen.
  • De temporele resolutie heeft te maken met de tijd per frame. Deze moeten we bij een dynamisch onderzoek instellen om zo het proces goed te kunnen volgen. Wat is vaak de tijd per frame?
    Deze tijd per frame is relatief kort
  • Om de acquisitie optimaal te laten verlopen bij een dynamisch onderzoek is het belangrijk dat we de juiste keuzes maken. Voor welke twee objecten/instellingen moeten we de juiste keuze maken?
    1. Collimator
    2. Matrix
  • Bij een dynamisch onderzoek wordt een relatief korte opname gemaakt iedere keer. Wat is dan de keuze die we maken voor de bijpassende collimator?
    Een high sensitivity collimator
  • Voor een dynamisch onderzoek gebruiken we een high sensitivity collimator. Wat zijn de twee kenmerken  de septa's van deze collimator?
    1. De septa's liggen ver uit elkaar
    2. De septa's zijn kort
  • Buiten de collimator keuze bij een dynamisch onderzoek is het belangrijk dat we ook de juiste keuze maken voor de matrix. Welke matrix gebruiken we bij een dynamisch onderzoek?
    Een grove matrix
  • 'Processing' gebeurt altijd na een onderzoek. Toch kunnen we bij een dynamisch onderzoek hier toch al tijdens het onderzoek iets mee doen. Wat kunnen we tijdens het dynamisch onderzoek van renografie al doen aan processing?
    De ROI's intekenen
  • Bij processing van een dynamisch onderzoek hebben we het aak over de 'time activity curve' (TAC). Het is belangrijk dat we hier tijdens het onderzoek iets meedoen. Wat moeten we met de counts van het TAC doen tijdens een dynamisch onderzoek?
    We moeten de counts uitzetten bij het intekenen van de ROI's
  • Een dynamisch onderzoek biedt zowel voor- als nadelen ten opzichte van een statisch onderzoek. Wat zijn de twee voordelen van een dynamisch onderzoek ten opzichte van een statisch onderzoek.
    1. Een dynamisch onderzoek biedt functionele informatie over de dynamische processen in het lichaam. 
    2. Een dynamisch onderzoek is: snel, makkelijk en weinig invasief.
  • Een dynamisch onderzoek biedt zowel voor- als nadelen ten opzichte van een statisch onderzoek. Wat zijn de twee nadelen van een dynamisch onderzoek ten opzichte van een statisch onderzoek?
    1. Een dynamisch onderzoek biedt nauwelijks anatomische informatie. 
    2. Een dynamisch onderzoek heeft een geringe telstatistiek.
  • Bij een dynamisch onderzoek maken we bij het toedienen van het radiofarmacon gebruik van een injectie. Wat is de naam voor deze injectie?
    Subcutane injectie
  • Bij een dynamisch onderzoek maken we gebruik van een subcutane injectie. Wat is een subcutane injectie?
    Een injectie onder de huid
  • Wanneer we een subcutane injectie toedienen bij een dynamisch onderzoek. Gaat het radiofarmacon direct ergens heen. Waarheen gaat het radiofarmacon heen?
    Naar de lymfe
  • Wanneer maken we gebruik van een dynamisch onderzoek met een subcutane injectie?
    Als patiënten last hebben van vochtophoping
  • Soms hebben patiënten last van bloed bij de ontlasting. Wanneer het een minimale bloeding is kan er een nucleair onderzoek worden uitgevoerd. Bij een ernstige inwendige bloeding wordt direct een CT-scan gemaakt. Wat voor een soort onderzoek is dit nucleaire onderzoek?
    Een dynamisch onderzoek
  • Wat voor een onderzoek voeren we uit bij een maagontlediging?
    Een dynamisch onderzoek
  • Hoe lang duurt een dynamisch maagontledigingsonderzoek?
    90 minuten
  • Bij een dynamisch onderzoek spreken we over fases. Hoeveel fases zijn er bij een dynamisch onderzoek?
    3 fasen
  • Hoe noemen we fase 1 bij een dynamisch onderzoek?
    Perfusie
  • Hoe noemen we fase 2 bij een dynamisch onderzoek?
    Bloodpool
  • Hoe noemen we fase 3 bij een dynamisch onderzoek?
    Skelet
  • Welke fases bij een dynamisch onderzoek worden achter elkaar uitgevoerd?
    Fase 1 en 2
  • Fase 3 is de skelet fase. Buiten dat deze in het rijtje bij de dynamische onderzoeken staat, wordt dit vaak een ander soort opname genoemd. Wat is de naam voor een skelet onderzoek?
    Statisch onderzoek
  • Bij een dynamisch onderzoek hebben we vier belangrijke aandachtspunten. Wat zijn deze vier aandachtspunten?
    1. Bekende normaalwaarden
    2. Correcte voorbereiding van de patiënt
    3. Bewegingsartefacten 
    4. Onderzoek overdoen is niet mogelijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het verschil van de matrix tussen fase 1,2,3 skeletscintigrafie?
De matrix is in fase 3 fijner dan in fase 1 en 2 (grove matrix).
Wat is het verschil van de counts tussen fase 1,2,3 skeletscintigrafie?
In fase 3 worden er meer counts geteld dan in fase 1 en 2.
Wat is het verschil van de telstatistiek tussen fase 1,2,3 skeletscintigrafie?
De telstatistiek neemt in iedere fase toe en in fase 3 is deze aanzienlijk beter.
Wat is het verschil tussen de energiepieken en het window in fase 1,2,3 skeletscintigrafie?
Niks, deze is overal gelijk want we gebruiken we overal hetzelfde nuclide.
Welke collimator wordt gebruikt in fase 1,2,3 van een skeletscintigrafie?
High resolution
Wat is het verband tussen collimator, telstatistiek en de spatiële resolutie?
Hoe strenger de collimator, hoe minder schuine straling, hoe minder counts en wel een betere spatiële resolutie.
Voor welke twee collimators wordt gekozen bij een dynamisch onderzoek?
1. LEAP
2. LEUHR
Heeft een dynamisch onderzoek een hoge of lage temporele resolutie en waarom?
Een hoge temporele resolutie, want er zijn kleine tijdseenheden.
Heeft een dynamisch onderzoek een hoge of lage telstatistiek en waarom?
Een lage telstatistiek, want er worden weinig counts geteld.
Welke stopconditie wordt er gebruikt in fase 2 en 3 bij een renografie?
30 seconden per 58 frames.