Summary Systeem Aarde

-
ISBN-10 9006433187 ISBN-13 9789006433180
363 Flashcards & Notes
15 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Systeem Aarde". The author(s) of the book is/are I G Hendriks A M Peters B van Wanrooij EMK TiekstraMedia. The ISBN of the book is 9789006433180 or 9006433187. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Systeem Aarde

  • 1.1 Het ontstaan en de opbouw van de aarde

  • actualiteitsprincipe

    Natuurwetten in het verleden zijn hetzelfde als in het heden.

  • aardkern

    Het binnenste gedeelte van de aarde, deels vast, deels vloeibaar.

  • Aardmantel

    Dikke plastische laag onder de aardkorst waarin de convectiestromen voorkomen.

  • Aardkorst

    Dunne vaste schil van de aarde (dikte 5 km onder de oceanen, tot 50 km onder continenten).

  • Litosfeer

    De harde vaste buitenlaag van de aarde (aardkorst en deel van aardmantel).

  • Asthenosfeer

    De zachtere, vrij plastische laag in de aardmantel.

  • fysische opbouw van de aarde

  • Volgorde fysische opbouw van de aarde (van buiten naar binnen)

    Litosfeer

    • korst
    • vast deel buitenmantel

    Asthenosfeer

    • Binnenmantel
    • Buitenkern
    • Binnenkern
  • Chemische samenstelling van de aarde

    Aardkern: ijzer

    Aardmantel: magnesium + ijzer

    Aardkorst

    • continentaal: graniet (licht)
    • oceanisch: bassalt (zwaar)
  • Hoe komt de aarde aan uitwendige en inwendige warmte?

    Uitwendige warmte

    • zonnewarmte (grootste warmtebron)

    Inwendige warmte

    • ontstaan van aarde uit hete nevelgassen
    • inslagen van meteorieten
    • radioactiviteit van de aarde
  • Hoe oud is de aarde?

    4,5 miljard jaar

  • 1.2 Gesteenten

  • Uitvloeiingsgesteente

    Ontstaat bij vulkanisme als magma snel stolt aan het aardoppervlak. Het bevat veel ijzer en magnesium.

    • basalt
  • Dieptegesteente

    Het magma stolt langzaam waardoor er grote kristallen ontstaan.

    • graniet (gespikkeld)
    • pyriet
  • Stollingsgesteente

    Gesteente dat ontstaat door afkoeling en stollen van vloeibaar aardmantelmateriaal.

  • Mineraal

    Chemische verbinding die de bouwsteen van gesteente kan vormen.

  • Gesteente

    Mengsel van vaste mineralen en/of organische stoffen waaruit de aarde is opgebouwd.

  • Ganggesteente

    Stolt niet snel en niet langzaam. Het bevat kleine en grote kristallen.

    • andesiet
  • Sedimentgesteente

    Afzettingsgesteente

  • Klastische sedimenten

    Samenpersen door grote druk.

    • zand -> zandsteen
    • klei -> kleisteen of schalie (zie foto)
  • Chemische sedimenten

    Neerslaan van mineralen.

    • zout -> zoutlaag of steenzout
  • Organische sedimenten

    Opeenhoping van organisch materiaal.

    • Planten -> bruinkool of steenkool
  • Metamorf gesteente

    Gesteente dat ontstaan is onder invloed van hoge druk en temperaturen.

  • Gesteentecyclus

    Kringloop van opbouw en afbraak van gesteente op aarde.

  • Welke 3 soorten gesteenten zijn er?

    1. Stollingsgesteenten
    2. Sedimentgesteenten
    3. Metamorf gesteenten
  • Welke 3 stollingsgesteenten zijn er?

    1. Dieptegesteente
    2. Uitvloeiingsgesteente
    3. Ganggesteente
  • Welke sedimentgesteenten zijn er?

    • Klastische sedimenten
    • Chemische en organische sedimenten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Étang
Een meer vlak achter de kustlijn, vaak nèt afgesloten van de zee
Schorren (kwelder)
Buitendijks land dat bij vloed droog blijft. (hoog genoeg)
Klif
Afbraakkust, steile rotswand aan kust
Schiereiland
Een 'eiland' dat toch nog op een punt aan land verbonden zit
Kaap
Een in zee uitstekend kustgedeelte, vaak hooggelegen
Lake effect snow
Bij grote meren in amerika. Water is relatief warm. Warme lucht komt in contact met de koude wind vanuit Canada. Koelt gelijk af en zo krijg je enorm veel sneeuw
Thaw slumps
= dooiverzakking. Permafrost smelt en daardoor wordt de harde grond zacht, zachte materiaal wordt meegenomen door een rivier en zo kan het volgende stuk permafrost dat blootgesteld is aan zon weer smelten enz.
alle CO2 die in het ijs opgesloten zit komt zo in de atmosfeer
Aanleggen van terrassen
Uitstulpingen in landschap als een soort plateau's waarop verbouwd kan worden
Stroken bebouwing (strip cropping)
Het afwisselen van hoge en lage begroeïng zodat wind niet bij de lage begroeïng kan komen
Contourploegen
Tegen de natuurlijke stroming van de berg in ploegen