Summary Taal

-
238 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Taal

  • 1 Taal

  • Wat is anomia?
    Het niet kunnen vinden van woorden om dingen in de wereld mee te labelen. Het kan heel discreet zijn (geen moeite met lezen of spreken voor de rest). Het is geen stoornis in kennis, hij wist wat de objecten waren en hoe ze gebruikt werden hij kon alleen het woord niet produceren. 
  • We leren van HW (met anomia) dat retrieval van objectkennis niet hetzelfde is als de retrieval van een linguistisch label. het is een beetje hetzelfde als het TOTTfenomeen. HW probleem liet ook zien dat het begrijpen van taal niet hetzelfde is als taal produceren. 
  • Welke capaciteit onderscheid ons het meest van dieren en is het meest verfijnd en gespecialiseerd?
    Taal. 
  • Waarom is taal een natural language?
    Omgat het arises vanuit de abilities van de hersenen. 
  • Waarom weten we minder van taal dan van sensasie, geheugen en motorcontrole?
    Omdat er geen dieren zijn die op dezlefde manier taal hebben als wij.
  • Waar legt het klassieke model van taal nadruk op?
    Het is in de 19e eeuw begonnen en gebadeerd op laesie-onderzoek. Het benadrukt dat specifieke hersengebieden specifieke taken uitvoeren, zoals taalbegrip en taalproductie. 
  • Welke twee stromingen gebruikt cognitieve neurowetenschappen om uit te vinden hoe mensen taal begrijpen en produceren?
    Neuropsychologisch (1960, onderzoek naar mensen met taalbeperkingen om de neurale structuren die taal tot stand brengen te begrijpen) en psycholinguistiek (zelfde tijd, vanuit psychologie: gericht op cognitieve processen die onderliggend zijn aan taal).  Ontwikkeling van nieuwe tools gebruiken ze ook, zoals ERP en dit zorgt voor een revolutie in cogn neurowetenschappen. 
  • Waardoor wordt het klassieke model van taal nu vervangen?
    Door een nieuwe taal systeem benadering waarbij onderzokers de hersennetwerken identificeren die taal ondersteunen en de berekeningsprocessen onderzoeken die de netwerken gebruiken. 
  • The anatomy of language: uit welke hersendelen bestaat de linker perisylvian language netwerk?
    • linkertemporaal kwab, incl wernicke gebied in de posterieure sperieure temporale gyrus. 
    • delen van de linker anterieure temporale cortex
    • Inferieure parietaalkwab 
    • linker inferieure frontaalkwab, incl Brocas gebied
    • Linker insular cortex
    Dus het netwerk bestaat uit de temporale, parietale en frontaalkwabben (links). 
  • Welk gebied in de hersenen is wernicke gebied?
    In de linker temporaalkwab, posterieure, superieure temporale gyrus
  • Welk gebeid in de hersenen is brocas gebied?
    linker inferieure frontale cortex. 
  • Welke hersendelen vaan de rechterhemisfeer spelen een rol bij taal en welke rol?
    • rechter superieure temporale sulcus: verwerking van ritme van taal (prosodie).
    • rechter PFC, middel temporale gyrus en de posterieure cingulate activeren wanneer zinnen metaforische betekenis hebben. 
  • Taalproductie, perceptie (liplezen en sign language), en begrip hebben motorbewegingen nodig en timing. Dus alle corticale en subcorticale gebieden die betrekking hebben op motor en timing zijn ook heel belangrijk voor communicatie (premotor, motor cortex en SMA en thalamus, BG en cerebellum).
  • Brain damage and language deficits: Waar kwam de meeste kennis over taalverwerking vandaan voor neuroimaging?
    Van onderzoek naar mensen met laesies die zorgden voor afasie. 
  • Wat is afasie?
    Het is een brede term voor de verzameling van taalbeperkingen in begrip en productie dat komt door neurologische schade, en alleen als de articulatorische mechanismen intact zijn. 
  • Afasie kan wel samengaan met dysarterie en apraxie. 
  • Wat is dysarterie?
    spraakprobleem door verlies van de controle van articulatorische spieren. 
  • Wat is apraxie?
    storing in de motorplanning van articulaties. 
  • Afasie komt heel vaak voor na hersenschade, zeker in de linker hemisfeer. Ong 40% van alle strokes, geven wat afasie maar het kan van voorbijgaande aard zijn. In veel patienten blijven de symptomen. 
  • Brocas aphasia: Wat zijn andere namen voor brocas afasie?
    anterieure, nonfluent, expressive og agrammatische afasie. 
  • Wie was de eerste die brocas afasie duidelijk beschreef en hoe kwam deze persoon erachter?
    Broca beschreef het eerst in de 19e eeuw. Hij had een patient Tan, die alleen maar tan zei. Broca zag dat Tan een laesie had in de linker inferieure frontale gyrus. Na veel patienten te hebben bestudeerd concludeerde broca dan spraakproductie in de linkerhemisfeer zat. 
  • Hoe ziet het ziektebeeld van afasie eruit?
    De variabiliteit is groot. Het kan gaan om maar 1 woord zeggen (vaak bij grote schade), korte zinnen of frasen. Soms kunnen ze wel nog zingen of tellen, en frasen nazeggen. De spraak is vaak telegrafisch en kost veel moeite. Veel frustratie en de patienten zijn zich bewust van hun fouten. Ze kunnen niet goed de woorden vinden of combis van woorden die ze willen zeggen en het dan uitspreken. 
  • Broca dacht dat afasiepatienten alleen maar een stoornis hadden in spraakproductie klopt dit?
    Nee, ze kunnen ook begripsbeperkingen hebebn die gerelateerd zijn aan syntax. Meestal worden alleen de meest basis en overgeleerde grammaticale vormen geproduceerd en begrepen. Dit is agrammatische afasie. 
  • Wat is syntax?
    Regels die leiden hoe woorden samen in zinnen moeten worden gezet. 
  • Wat is agrammatische afasie (is ook broca afasie) en geef een voorbeeld van een zin die ze niet kunnen begrijpen?
    Afasiepatienten kennen vaak alleen de meest basis en overgeleerde grammaticavormen. En ze kunnen zinnen zoals: de jongen wordt gebetern door de hond niet begrijpen. De hond bijt de jongen kunnen ze wel begrijpen door woordvolgorde.
  • Staat het vast dat Brocagebied verantwoordelijk is voor taal, wat vond Dronkers hierover?
    Nee, onderzoek van nu laat iets anders zien. Dronkers bestudeerde 22 patienten met laesies in Brocas gebied. Maar maar tien van deze patienten had Brocas afasie. 
  • Broca had van zijn eerste patient Leborgne (Tan) niet de hersenen onderzocht. Nu blijkt dat Tan meer uitgebreide schade had dan  alleen brocas gebied en dus kan het zijn dat andere delen ook deels verantwoordelijk zijn voor brocas afasie.
  • Wat is het ziektebeeld van afasie beschreven door Wernicke?
    Het is een stoornis in taalbegrip. Patienten hebben moeite met begrip van gesproken en geschreven taal en kunnen het soms helemaal niet begrijpen. Hun spraak is vloeiend en met normale prosodie maar wat ze zeggen is neit te begrijpen. 
  • Wernicke vond schade in het posterieure deel van de superieure temporale gyrus bij mensen met wernicke afasie, omdat auditorische verwerking dichtbij gebeurt in Heschls gyri kwam Wernicke tot een theorie daarover, wat was dit?
    Dat wernicke gebied in het meer podterieure deel was voor het opslaan van auditorische vorm van woorden. Dit is niet algemeen aanvaard nu. 
  • Net als bij Brocas gebeid worden er van wernicke gebied ook inconsistenties gevonden tussen de relatie van hersenletsel en de taalbeperking. Laesies die niet in wernickegebied zitten kunnen ook zorgen voor begripsstoornissen. 
  • Wat zeggen meer recente studies over de relatie tussen laesies in wernicke gebied en wernicke afasie?
    Dat de langdurige en zware stoornis in begrip pas komt als wernickegebied en de delen van de cortex er om heen beschadigd zijn of de witte stof die de temporaalkwab verbind met andere delen. Dus wernicke gebied is wel het centrum van taalbegrip maar als daar laesies zijn dan is er vaak zwellng in de delen er om heen en als de zwelling verdwijnt dan worden de symptomen minder of gaan ze weg. Dus de secundaire schade van schade aan wernickegebied zorgt voor de zware stoornis. Als er alleen schade is aan wernickegebied is wernicke afasie tijdelijk. 
  • Conductie afasie: Lichtheim beschreef het eerste klassieke localization model, hoe zag dit eruit?
    In 1880 introduceerde hij een conceptgebied. Dit had conceptuele info over een woord, wanneer een woord retrieved was bracht het conceptgebied alles wat ermee geassocieerd was bij een. Het model bestond uit Wernicke gebied (A) waar linguistische info, woordopslag was, Brocas gebied (M) en heir was spraak planning en conceptuele info opslag (B). Dit zijn aparte hersengebieden, die verbonden zijn door witte stof.  
  • Wat is de arcuate fasciculus?
    Dat is de witte stof tract die van Brocas gebeid naar wernicke gaat. 
  • Waardoor komt conductieafasie en wat zijn de symptomen?
    Het is een disconnectiesyndroom, en het is als er schade is aan de arcuate fasciculus, dus de verbinging tussen broca en wernickgebied. Ze kunnen woorden die ze horen of zien begrijpen en ze horen en zien hun eigen fouten, maar ze kunnen ze niet verbeteren. Ze hebben moeite met produceren van spontane spraak  en met spraak herhalen en soms gebruiken ze woorden incorrect. 
  • De symptomen van conductieafasie komen soms ook voor met schade aan de insule, deel van auditorische cortex. Ook HW had moeite met woord repetitietaken. Wat kan een reden zijn voor deze gelijke symptomen als schade aan arcuate fasciculus?
    Een reden kan zijn dat schade aan andere zenuwvezels neit gedetecteerd wordt, of dat de connecties tussen broca en wernicke gebied neit zo sterk zijn als de connecties tussen het meer brede anterieure en posterieure gebied buiten deze gebieden.  Het is dan  niet Brocagebied en Wernickegebied die zorgen voor de afasieen maar ook de gebieden er omheen, als je het zo bekijkt is het niet zo raar van de insula.  
  • Welke drie afasieen en welke drie connectiesyndromen zijn er in taal?
    • Wernicke afasie
    • Broca afasie
    • Globale afasie
    • Conductie afasie
    • transcorticale sensorische afasie
    • transcorticale motor afasie
  • Hoe komt transcorticale sensorische afasie en wat zijn de ymptomen?
    Schade aan de connectie tussen conceptuele gebied en wernicke gebied. Ze kunnen dan slecht woorden begrijpen maar ze kunnen ze wel herhalen en de grammaticale fouten eruit halen tijdens herhalen, maar ze kunnen de betekenis niet begrijpen. Komt door schade aan supramarginale en angulare gyri. Ze verliezen de semantische kenmerken van woorden, maar niet de syntactische of fonologische. 
  • Hoe komt trnascorticale motor afasie en wat zijn de symptomen?
    Schade aan connectie Conceptgebied en Brocagebied, terwijl de pathway tussen broca en wernicke wel intact is. Symptomen die lijken op Brocas afasie, maar ze kunnen wel wat ze horen nazeggen. Dit doen ze compulsief, dus echolalie. 
  • Wat is globale afasie en hoe komt het?
    Ze kunnen niet taalproduceren en ook niet begrijpen. Grote schade aan linkerhemisfeer, w.o. broca, wernicke gebied en de delen tussen deze twee. 
  • Hoort bij broca afasie: waarmee gaat broca afasie vaak samen?
    Met apraxie. 
  • Het klassieke taalmodel kan veel neurologische en neuroimaging resultaten niet verklaren, welke assumptie van het model klopt niet?
    Dat alleen Broca en wernicke gebeid verantwoordelijk zijn voor resp broca en wernicke afasie is niet waar.
  • Hoe komt het dat het klassieke model van taal verkeerde assumpties had?
    • Hun localisatie van laesies was niet heel verfijnd.
    • De classificatie van synsdromen is niet goed. mensen met brocas afasie hebben niet puur productieproblemen en wernicke niet uur begripsproblemen maar het gaat door elkaar heen. 
  • Nu hebben we een minder localistische visie van taal, hoe ziet onze visie er nu uit?
    Taal komt uit een netwerk van hersengebieden en hun verbindingen. En het klassieke model gaat uit van individuele woorden en taal is veel meer dan dat. 
  • Take home: mensen met broca afasie hebben problemen met taalproductie, syntax en grammatica maar voor de rest begrijpen ze taal vaak goed. 
  • Laesies die broca afasie veroorzaken zijn niet gelimiteerd tot het klassieke brocagebied in de linker inferieure frontale cortex. 
  • THe fundamentals of language in de human brain: words and the representation of their meaning: Het mentale lexicon is een van de centrale concepten van lexicle representatie. Wat voor info over woorden staat in eht mentale lexicon?
    Semantisch info, syntactische info (hoe woorden gecombineerd izjn om zinnen te maken) en details van de woordvorm (spelling, geluidspatronen). 
  • eest theorieen zijn het eens over de centrale rol van het mentaal lexicon. SOmmige modelen onderscheiden twee lexicons, 1 wvoor woordproductie en 1 voor begrip. En de representatie van orthografische of fonologische info moet door ieder model worden aangepakt. 
  • Wat gebeurt er nadat woorden perceptueel geanalyseerd zijn?
    1. Lexicale toegang: De output van perceptuele analyse activeert woordvormrepresentaties in het lexicon incl hun syntactische en semantische eigenschappen.
    2. Lexicale selectie: de lexicale representatie die het best past bij de input wordt geactiveerd. 
    3. Lexicale integratie: Integreert woorden in zinnen, of grotere context. Dit gebeurt met regels = gramm en syntax.
  • Waarom is het lexicon niet als een woorden boek georganiseerd?
    We kunnen drie woorden per seconde produceren terwijl we passieve kennis hebben van 50000 woorden. Hiervoor meot het lexicon heel efficient zijn ingedeeld. Als het als een woordenboek was ingedeeld zouden woorden die met de K beginnen minder snel gevonden worden dan woorden die met een A of Z beginnen, maar dit is niet zo. 
  • Wat zijn de vier organisatieprincipes van het mentale lexicon die zorgen dat je vanaf de input snel kan komen tot de representatie van woorden?
    • Eerst is de representatie unit het morfeem, dit is de kleinste betekinsvolle unit van taal. Defroster heeft drie units. De- verandert de betekenis van een woord en is ook een morfeem. 
    • Frequent gebruikte woorden worden sneller  teogankelijk dan minder frequente woorden. 
    • Lexicale neigbourhood: bestaat uit woorden die maar met 1 foneem of 1 letter verschillen van de woorden. 
    • Er zijn semantische relaties tussen woorden in het lexicon. Bewijs hiervoor komt uit semantische priming studies. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is basis idee van Friedericis model over taal?
Taalverwerking gebeurt niet in 1 gebeid maar in de banen tussen gebieden. Ventraal (beneden): betekenis en dorsaal (boven) spraakvoorbereiding. 
Nieuwe modellen: Wat is het opvallende aan Hagoorts memory unification control model?
Weinig taal zit in dit model: het is gebas op allerlei taalonderzoke, maar het beperkt zich niet tot taal. Taal en geheugen liggen heel dicht tegen elkaar aan.
 
Unification component: integreert kennis, kan drie soorten “talen” integreren: taal van betekenis, taal van klanken en en taal van grammatica.
 
Controle: werkgeheugen enz. Hier heb je ook allemaal elementen van taal maar dan op hoger niveau, hier kun je bijv kijken of je iemand in de rede kan vallen of even moet wachten, of of je in nederlands gaat praten of frans.


Bij unification: daar doen de hersenen iets heel ingewikkeld, hoe kun je klanken en grammatica enzo bij elkaar voegen. Maar dat wordt bij het model niet gezegd. We wetenw aar het gebeurt maar niet wat er gebeurt. 
 
Wanneer komt de P600 volgens Kuperberg?
Wanneer semantische en syntactische processen in conflict zijn zoals bij De eieren eten brood voor ontbijt. 
Waarom komt bij schending van thematische rol een p600 en niet een n400?
The eggs would eat: dit is een thematische schending:de rol die eieren kunnen spelen kan neit eten zijn. Ze kunnen niet eten. En hier vind je een P600. En dat is niet de semantische afwijking die je had bij sock. En die zin over sokken kan wel eigenlijk, het is raar maar het kan wel, dus die rol kunnen sokken wel spelen. Maar eieren kunnen niet eten. Is het nou syntactishc dan hier of semantsich: antwoord: de p600 komt als er een conflict is (slide 85). P600 representeert dan dat je niet tot een fatsoenlijke represenatie kan komen omdat er een conflict is. De vraag is dan is het een syntactisch proces (want p600) of is het een laat proces vand at de pp denkt: hier kan ik niks van maken. Het is dan conflict oplossing en niet verwerking van grammaticale impulsen. We kunnen niet goed zeggen wat de activiteit representeert.
Wanneer krijg je een N400?
  • Zin eindigt op een semantisch raar woord. 
  • Zin eindigt op een normaal woord voor zin ,maar past niet bij de hele tekst.
  • Violation van thematische rol: P600 en niet N400.
  • Witte trein in nederland: kan wel, maar is in praktijk niet zo dus past niet bij kennis. 
Worden woorden sneller herkent in een bepaalde context, dus in een bepaalde zin?
Ja, De herkenning van het woord arm wordt versneld of vertraagd afhankelijk van de zin. Semantiek, betkeenis vand eomgeving, syntactische kennis van de omgeving speelt een rol. De zin heeft effect op het uniqueness point voor herkenning van het woord arm bijv in een zin. 
Hoe werkt het cohort model van Marslen Wilson? 
We wachten niet eerst tot de zin helemaal binnen is maar we beginnen meteen met begrijpen, dat is ook zo met woordbegrip. Bij de eerste klan van een woord zijn er nog veel woorden die het kunenn zijn en er valleen steeds meer woorden af. En als er nog maar 1 overblijft heb je het uniekheidspunt gevonden. Vb: burgemeester: bij burgem zit je op het punt  dat je weet da thet burgemeester is, dus je hoeft niet het hele woord te horen. Uniqueness point. Bij ieder cohor tzijn er steeds minder woorden die kunnen. 
Gaat taalproductie modulair of is het interactief, wat zegt Levelt en wat zegt Dell?
  • Levelt: Sequentieel: fonologie kan niet lemma selectie beinvloeden. 
  • Dell: Interactief: fonologie kan lemma selectie wel beinvloeden. 
Wat geeft het lemma allemaal aan?
Lemma is meer dan een woord: 
  • Abstract woord
  • Syntactische categorie (noun)
  • Geslacht
Wat is het verschil tussen dyspraxie en dysarterie?
  • Probleem met spraak is bijv dysarterie: de tong doet het niet meer zo goed ofzo.
  • Dyspraxie: persoon weet niet meer goed hoe hij iets moet zeggen, dus hogere orde probleem, het hele idee van hoe zeg ik nou hond is weg. Sootnis in beschrijving van articalutorisch programma.