Summary Taaldidactiek

-
ISBN-10 9006955175 ISBN-13 9789006955170
216 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Taaldidactiek". The author(s) of the book is/are Rudy Beernink Erna van Koeven Margreet Vreman. The ISBN of the book is 9789006955170 or 9006955175. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Taaldidactiek

  • 1 A voorlezen en vertellen

  • Wat is een verteltas?
    Er zit een boek in met een bepaald thema en daar zitten verschillende andere spullen in die daarmee te maken hebben (handpoppen, verkleedspullen etc.)
  • Noem een voordeel en een nadeel van voorlezen.
    Een voordeel is dat je verder geen informatie hoeft op te zoeken en een nadeel is dat je vast zit aan de gegeven informatie.
  • Noem verschillende kenmerken van een verhaal.
    1. Chronologische volgorde (tijd, dag, jaar etc.)
    2. Verleden of voltooide tijd
    3. perspectief (ik verteller, hij/zij vertellen, alles wetende, meervoudig perspectief.)
    4. Round characters (Veranderen in het boek)
    5. Flat characters (blijven het boek lang hetzelfde)
    6. Inleiding, intrige, climax en slot

  • Wat is Reteachting?
    Als er achteraf nog vragen zijn die niet helemaal duidelijk waren kun je die bij de eerst volgende keer van interactief voorlezen weer gebruiken. Nu ben je bezig met semantiseren, consolideren en controleren.
  • Wat is preteaching?
    Je bereid de kinderen voor op de moeilijke woorden die ze tegenkomen bij voorlezen en vertellen. Je bent hier bezig met de viertakt: voorbewerken en semantiseren.
  • Wat zijn de doelen van vertellen en voorlezen?
    1. Emotionele ontwikkeling
    2. creativiteit
    3. cultureel erfgoed
    4. Geletterdheid
    5. Verhaalbegrip
    6. Boekoriëntatie

  • 2 Leren lezen en schrijven

  • Leren lezen 
    het beginnende lezen wordt aanvankelijk lezen genoemd. 
  • Leren schrijven 
    in de fase van beginnende geletterdheid zijn lezen en schrijven nog onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vaak schrijven kinderen eerder dan ze lezen. Aanvankelijk is de schrijfproductie nog beperkt, maar gaandeweg gaan ze - al dan niet samen met de leerkracht- zinnen en teksten schrijven. 
    In methodes voor de aanvankelijk lezen ondersteunt schrijven vaak de leestechniek. Door letters en woorden te schrijven, prenten kinderen de klanktekenkoppeling beter in. Het wordt gebruikt om spellen te oefenen en het wordt ingezet om aandacht aan de betekenis van teksten te kunnen geven. Kinderen beantwoorden bijvoorbeeld vragen bij teksten. 
  • De techniek
    Met welke methode een leerling ook leert lezen, uitgangspunt is dat het zo snel en goed mogelijk begrijpen van wat er staat, het doel is van het leesonderwijs. De leestechniek is alleen maar een middel dat zo efficiënt mogelijk moet worden ingezet om kinderen te helpen om teksten te ontcijferen. Maar als dat middel niet effectief gebruikt wordt , kan er veel misgaan. De meeste kinderen zijn in het begin vanzelfsprekend gemotiveerd om te lezen. Als je leert lezen, dan hoor je erbij. Leerlingen, die  met een op de techniek gerichte methode leren lezen, ontlenen hun motivatie vooral aan het feit dat ze leren lezen. Ze kunnen plezier hebben in het zich eigen maken van de techniek. Als ze na en maand of drie te weinig vorderingen maken, verliezen ze hun enthousiaste. Het oefenen van mkm- woordjes wordt saai als er geen voortgang is. dat pleit ervoor om leerlingen snel de techniek van het lezen bij te brengen en onmiddellijk met intensieve  hulp in te grijpen als het fout dreigt te gaan. 
  • De Nederlandse methoden voor aanvankelijk lezen gaan uit van de Phonics methode. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het feit dat de Nederlandse taal zich daar goed voor leent. Er bestaat immers een vrijwel één op één relatie tussen letters en klanken. Daarnaast is het zo dat vanuit de overheid de Phonics methode eerder als uitgangspunt wordt genomen dan de Whole language approach. 
    De inspectie vindt het belangrijk dat op scholen al vroeg aandacht is voor klanktekenkoppeling en taalbewustzijn, dat kinderen aan het eind van de kleutergroepen ten minste 10 letters kennen, dat ze in groep 3 vlot leren lezen en dat wordt ingegrepen wanneer bij een signalering t=rond de herfstvakantie blijkt dat zij de klanktekenkoppeling en het analyseren en synthetiseren van onvoldoende oppakken. Van de Phonicsmethode blijkt immers dat het van belang is dat kinderen die voor hun negende jaar onder de knie moeten hebben. In Nederland is niet iedereen het met deze nadruk op snelheid en effectiviteit eens. Voor welke aanpak een school ook kiest voor de meer programmatische aanpak of de ontwikkelingsgerichte de kwaliteit van het lezen staat of valt met het belang dat een school en het team hechten aan goed leesonderwijs. 
  • De lees- en spellingstechniek
    Elementaire leeshandeling: leerling ziet een woord, klanken aan tekens koppelt en het verklankt. Voor het spellen gaat het precies andersom. Een kind hoort een woord, koppelt tekens aan de klanken en schrijft die in goede volgorde op. 
  • Bij lezen: 
    geschreven woord
    visuele analyse
    klanktekenkoppeling
    auditieve synthese
    betekenis

    Bij schrijven:
    gesproken woord
    betekenis
    auditieve analyse
    klanktekenkoppeling
    in goede volgorde opschrijven
  • Om de elementaire lees- of spellinghandeling goed te kunnen uitvoeren, moet je een aantal vaardigheden beheersen. Dit zijn deelvaardigheden van het aanvankelijk lezen en spellen die voor een groot deel overeenkomen met de vaardigheden die bij het taalbewustzijn in de kleutergroepen worden geoefend. Alleen dan zijn ze vooral gericht op klanken, terwijl bij het aanvankelijk lezen geschreven taal centraal staat. 
  • Een deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen is bijvoorbeeld: de visuele analyse. Je moet de letters en lettercombinaties goed kennen om te weten dat het d-ee-g is en niet d-e-e-g. Daaraan gaat visuele discriminatie aan vooraf. dat wil zeggen dat je onderscheid moet kunnen maken tussen letters, de b en de d bijvoorbeeld. Vervolgens moet je weten welke klanken aan welke tekens gekoppeld worden ( klanktekenkoppeling) Je moet de klanken in de juiste volgorde kunnen onthouden en ze vervolgens aan elkaar kunnen plakken. (Auditieve synthese)
  • Visuele analyse in combinatie met de klanktekenkoppeling wordt in veel methodes hakken genoemd en auditieve synthese plakken. 
  • Een andere deelvaardigheid van het aanvankelijk lezen is visuele synthese.
    Hier wordt de fase na de elementaire leeshandeling verstaan. Kinderen verklanken niet meer alle letters afzonderlijk, maar kunnen een deel van het woord in één keer herkennen. Om dit te oefenen wordt vaak gebruikgemaakt van wisselrijtjes waarin een deel van een woord gelijk blijft, bijvoorbeeld: bak- dak - pak. ak een spellingspatroon (spellingspatroon= ak bestaand uit een klinker en medeklinker) of een cluster met woorddelen die bestaan uit medeklinkers zoals: mist - mest - mast (woorden st= cluster)
  • Auditieve analyse is een deelvaardigheid die centraal staat bij het spellen
    (schrijven) van woorden. Je verdeelt op gehoor een woord in delen. Vervolgens moet je er de juiste letters aan koppelen (tekenklankkoppeling) en die in gegoede volgorde opschrijven. 
  • Aandacht voor begrip
    Bovenstaande processen vinden plaats in het werkgeheugen dat, zoals we eerder zagen, maar een beperkte capaciteit heeft. Bij het lezen moet een woord in die korte tijd worden verklankt en moet er betekenis aan worden gekoppeld. 

    Wanneer een kind erg veel moeite heeft met lezen en de klanktekenkoppeling veel tijd kost, is de capaciteit van het werkgeheugen te klein. Voor een dergelijk kind is het bijna onmogelijk ook nog betekenis te koppelen aan wat hij leest. Beginnende lezers hoor je dan ook vaak louter verklanken, zonder dat ze begrijpen wat ze lezen. Toch is het belangrijk om vanaf het begin aandacht te besteden aan de betekenis van teksten.Dit is immers het uiteindelijke doel van het leesonderwijs. 

    Ook een terugblik is belangrijk. Overigens draagt ook veel voorlezen en het regelmatig presenteren van boeken door het laten zien, er een stukje uit voor te lezen en er een persoonlijke leservaring aan te koppelen bij aan leesbegrip. 
  • Lees -en spellingfases


    Fase 1 ( of klankzuivere fase) 
    Deze fase duurt tot het moment dat alle letters zijn aangeleerd. In de meeste methodes voor aanvankelijk lezen is dat januari of februari groep 3 Het lezen en opschrijven van klankzuivere woorden staat centraal ( km/mk, mkm, mmkm/mkmm, mmkmm, mmmkm, mmmkmm enzovoort. Kinderen leren in deze fase de koppeling tussen grafemen en fonemen en automatiseren ze. 
  • Fase 2 (of de niet- klankzuivere fase) 
    Deze fase duurt totdat kinderen eenvoudige teksten met één - en tweelettergrepige woorden kunnen lezen. E3
    klankzuivere woorden staan niet langer centraal, maar woorden waarover bepaalde afspraken zin gemaakt. Woorden met: eer/ oor/ eur schrijf je niet met i/o/u, maar met ee/oo/eu. woorden met aai/ooi/oei schrijf je niet met een j aan het eind maar met een i. 
  • Methodes voor het lezen vanaf 1960 
    Veilig leren lezen is de oudste methode (1960) er waren twee versies verkrijgbaar. Katholiek en basisonderwijs. Ongeveer iedere 10 jaar wordt er een nieuwe versie uitgegeven. 
  • In 1960 stond de leestechniek centraal. tegenwoordig probeert men al bij de start van het leren lezen aandacht te besteden aan leesbegrip door te zegen voor aantrekkelijke boekjes en oefeningen die gericht zin op het begrijpen van wat je leest. 
  • Structuurmethode versus globaalmethode versus analytisch synthetische methode. Het leesonderwijs werd vormgegeven vanuit globaalwoorden. Vellig leren lezen is een structuurmethode; dat wil zeggen dat kinderen leren lezen aan de hand van globaalwoorden (maan - roos - vis - vuur)  die ze analyseren (hakken) en synthetiseren (plakken). 
    De structuurmethode was toen nieuw. Ernaast bestonden de globaalmethode waarbij kinderen leerden lezen aan de hand van zinnen en teksten  die heel vaak herhaald werden, totdat ze waren ingeprent. Ook was er de analytisch synthetische methode ( het leesplankje aap- noot -mies) waarbij wel uit werd gegaan van normaalwoorden (een ander woord voor globaalwoorden), maar de normaalwoorden waren niet allemaal klankzuiver en dienden meer als kapstok om de letters te leren, terwijl de globaalwoorden bij veilig eren lezen als woord werden ingeprent en alzijdig gestructureerd (geanalyseerd en gesynthetiseerd) 
  • Globaalwoorden versus letters 
    de mette methodes werken nog steeds met globaalwoorden (die ook wel sleutelwoorden of ankerwoorden worden genoemd), maar men s er tegenwoordig wel van overtuigd dat het belangrijk is dat kinderen ook losse letters leren. Anders bestaat het gevaar zeker voor zwakke lezers dat ze de r allen maar kunnen onthouden via het woord roos. 
  • Als leerlingen goed onderscheid leren maken tussen lange en korte klanken, hebben ze daar later bij het spellen veel profijt van. 
    De grafemen kun je onderverdelen in: 
    korte klanken: a-e-i-o-u
    lange klanken: aa-ee-oo-uu
    medeklinkers: p-b-t-d-k-f-v-w-s-z-h-g-l-r-j-m-n-ch-ng
    tweetekenklanken: ei-ij-au-ou-eu-ie-ui-oe
  • Globaalwoorden gewijzigd
    Sinds de jaren negentig zijn de globaalwoorden in Veilig leren Lezen veranderd. De eigennamen die er in voorkwamen, zoals Sam de olifant zijn er uitgehaald. dat bleek te verwarrend voor anderstalige kinderen. Die logischerwijs gingen denken dat Sam het Nederlandse woord is voor olifant. boom-roos -vis werd vervangen door maan-roos-vi, omdat leerlingen dan al snel met meer grafemen in aanraking kwamen en sneller nieuwe woorden konden lezen. Ook werd het aantal globaalwoorden verminderd.

  • Klassikaal onderwijs versus differentiatie. Een ander groot verschil tussen de eerste versie van VVL en de huidige is dat er toen nauwelijks mogelijkheden waren om te differentiëren. Nu wordt er gewerkt met de zongroep voor kinderen die al kunnen lezen en een maangroep voor kinderen die extra instructie nodig hebben. 
  • 1985 kleuterschool en basisschool gingen samen.
  • Begin jaren negentig was er onder invloed van Amerikaanse ontwikkelingen veel aandacht voor ontluikende geletterdheid. Men ging er niet meer vanuit dat ieder kind op hetzelfde moment het woordje boom zou moeten leren. daarnaast was er ook veel belangstelling voor het leren lezen in traditioneel vernieuwingsonderwijs, op Freinet - en Jenaplanscholen.
    Men zag hoe kinderen daar leerden lezen aan de hand van betekenisvolle teksten en hoe lezen en schrijven een eenheid vormden, wat enorm motiverend is en zeer positief voor het leesbegrip. 
    Degelijke vormen van lezen worden verschillend aangeduid: 
    - ontdekkend lezen
    - functioneel aanvankelijk lezen
    - natuurlijk leren lezen
    - interactief lezen
    - functioneel lezen en schrijven 
    - levend lezen 
    Zo werden de methodes Leslijn, leesbus, VLL Balans en Leessleutel op de markt gebracht. 
    Leesbus en balans zijn inmiddels alweer verdwenen. 
  • Gloednieuwe methodes: Leeshuis en lang zullen ze lezen. 
  • Wat is de volgorde van het directe instructie model?
     
    - introductie nieuwe les
    - terugblik vorige les
    - activeren van voorkennis (beginsituatie)
    - een oriëntatie op het doel van de huidige les
    - een instructie die bestaat ui t uitleg en voordoen (modeling)
    - begeleide inoefening (afgewisseld met instructie)
    - zelfstandige verwerking
    - feedback op het werk van de leerlingen
    - evaluatie waarbij wordt nagegaan wat het doel was van de les en wat de leerlingen hebben geleerd. 

  • Een goede leerkracht zorgt voor:
    - een talige omgeving waarin veel wordt voorgelezen, vak boeken worden gepresenteerd en veel over boeken wordt gepraat. 
    - goede instructie bij de activiteiten die leerlingen moeten uitvoeren
    - veel aandacht voor het aanleren van letters 
    - veel leesruimte voor leerlingen, zowel voor het samen hardop lezen in duo's als voor het stillezen.
    - het bijhouden van de resultaten van leerlingen
    - het p basis van resultaten actie ondernemen in de vorm van preteaching (het voorbereiden van leeslessen) en reteaching ( het herhalen van de stof)
    - een onderzoekende houding. als de leerresultaten in de groep tegenvallen, moet zij dat niet alleen relateren aan prestaties van de leerlingen, maar ook aan de eigen handelswijze in de groep. Zij moet bereid zijn die te evalueren en zo nodig aan te passen. 
  • Spelling
    In de schollen die leren lezen aan de hand van Whole language approach vormen lezen en schrijven een onlosmakelijke eenheid, maar ook in de methodes voor aanvankelijk lezen hangen het aanvankelijk lezen en spellen sterk samen. Zeker in de eerste fase waarin klankzuivere woorden centraal staan. 

    Voor het schrijven van niet- klankzuivere woorden kan gebruik worden gemaakt van verschillende strategieën. Soms worden regels aangeleerd, vaak ondersteund door rijmpjes en versjes of visuele beelden.  
  • Whole Language Approach of Phonics?
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ontwikkelingslijn opgroeien met boeken 
0-1 jaar boeken zijn grotendeels speelgoed.
1-3 jaar peuters houden van aanwijsboekjes en eenvoudige verhaaltjes; met goede afloop.
3-6 jaar prentenboeken en voorleesverhalen waarin ze hun eigen wereld herkennen. 
6-10 jaar fantasieverhalen GVR en realistische verhalen zijn populair. 
10+ De boken worden dikker; detective en sciencefictionachtige verhalen. Ook de realistische verhalen blijven ze leuk vinden. 

Fonemisch bewustzijn? 
Het besef dat klanken verschillen of overeenkomen, dat woorden of zinnen lang of kort zijn. 
Wat betekent verhaalbegrip? 
Kinderen hebben zoveel besef van wat een verhaal is, dat ze op basis van titel en illustraties verwachtingen kunnen uitspreken over onderwerpen en personen. Ook kunnen ze een verhaal naspelen en vertellen met gebruik van illustraties, een verhaal samenvatten en gebeurtenissen en personen uit een verhaal beschrijven en benoemen. 
Wat wil boekoriëntatie zeggen?
Kinderen zien samenhang tussen tekst en illustratie. 
Tussendoelen beginnende geletterdheid in groep 1 en2 ? 
Verhaalbegrip en boekoriëntatie 
Welke soorten geletterdheid zijn er gedurende de basisschool? 
ontluikende, beginnende en gevorderde geletterdheid. 
Wat is de volgorde van het directe instructie model? 
- introductie nieuwe les
- terugblik vorige les
- activeren van voorkennis (beginsituatie)
- een oriëntatie op het doel van de huidige les
- een instructie die bestaat ui t uitleg en voordoen (modeling)
- begeleide inoefening (afgewisseld met instructie)
- zelfstandige verwerking
- feedback op het werk van de leerlingen
- evaluatie waarbij wordt nagegaan wat het doel was van de les en wat de leerlingen hebben geleerd. 

Wat is pseudodyslexie?
Pseudodyslexie heeft dezelfde kenmerken als dyslexie: lezen en spellen vertonen hardnekkige problemen, ondanks extra ondersteuning. De oorzaken zijn echter niet intern, maar extern. Bijvoorbeeld: slechte instructie door leerkrachten, te weinig instructietijd, ouders lezen niet of te weinig. Daardoor kunnen kinderen niet goed manipuleren met klanken. Pseudodyslexie komt vooral voor in situaties waarin het taalbewustzijn in de kleutergroepen onvoldoende wordt ontwikkeld en de instructie in groep 3 te wensen over laat. 
Wat is klanktekenkoppeling?
Met klanktekenkoppeling wordt bedoeld dat leerlingen in staat zijn de juiste klanken aan de juiste grafemen te koppelen en omgekeerd.
Wat wordt er onder alfabetisch principe verstaan? 
Onder alfabetisch principe verstaan we dat kinderen gaan beseffen dat woorden zijn opgebouwd uit grafemen. Dit zijn letters (b,a, g) of lettercombinaties (eu, ch)