Summary Taalkunde voor CIW

-
101 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Taalkunde voor CIW". The author(s) of the book is/are Harrie Mazeland. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Taalkunde voor CIW

  • 2 Woordsoorten

  • Wat zijn minimale constituenten?

    Dat zijn de woorden in een zin die de kleinste zelfstandige elementen zijn.

  • Maar er zijn nog kleinere betekenisdragende eenheden. Hoe heten die?

    Morfenen

  • Komen morfenen altijd 'vrij' voor als woord? 
    Nee, want je hebt ongelede en gelede woorden.
  • Geef een voorbeeld van een ongeleed woord.
    Boek
  • Waarom is 'boek' een ongeleed woord?
    Dit woord kan niet verder in betekenisdragende vormelementen geanalyseerd worden--> b-oek of boe-k
  • Boeken is een ongeleed woord omdat die verder geanalyseerd kan worden-->


    boek-en
    Boekje is ook een ongeleed woord omdat die ook verder geanalyseerd kan worden->
    boek-je
  • Wat zijn gebonden morfenen?
    De kleinste betekenisdragende vormelementen die niet verder geleed wordt.
     
  • geef een voorbeeld van een gebonden betekenisdragende morfeen

    Boek-en--> -en is hier het gebonden morfeen.

    boek-je--.> -je is hier het gebonden morfeen.

  • Kunnen gebonden morfenen zelfstandig voorkomen?
    Nee
  • Welke interne grammaticale structuur wordt er in de morfologie beschreven?
    vervoegingen
    verbuigingen
    afleiding
    samenstelling
  • 2.1 woorden en woordgroepen

  • Woordgroepen hebben meestal een bepaalde structuur. In dat structuur zit een hoofd/kern. In een naamwoordgroep is de kern een zelfstandig naamwoord.

  • in de vormleer /morfologie kijken we binnen een woord naar de grammaticale structuur.
    Op woordgroepsniveau kijken we naar de verbanden van de woorden met hun omgeving.
  • Wat bekijken we bij de morfologie en wat bekijken we bij woordgroepen?
    Bij de morfolgie kijken we naar de interne grammaticale structuur van woorden en op woordgroepsniveau kijken we naar de verbanden van woorden met hun directe omgeving.
  • 2.2 woordsoorten: indeling

  • De woorden in de Nederlandse taal worden onderverdeeld in woordsoorten.
  • Woordsoorten: 
    -zelfstandignaamwoord:  Substantief (noun)
    -lidwoord: artikel
    -bijvoeglijk naamwoord: adjectief
    -voorzetsel: prepositie
    -voornaamwoord: pronomen (pronoun)
    -werkwoord: verbum(verb)
    -bijwoord: adverbum (adverb)
    -voegwoord: conjuctie
    -telwoord: numerale
    -tussenwerpsel: interjectie
  • Noem de bijbehorende Nederlands benaming vande volgende woordsoorten:  - -substantief (noun)
    -lartikel
    -adjectief
    -prepositie
    -pronomen (pronoun)
    -verbum(verb)
    -adverbum (adverb)
    -conjuctie
    -numerale
    -interjectie
    -zelfstandignaamwoord: substantief (noun)
    -lidwoord: artikel
    -bijvoeglijk naamwoord: adjectief
    -voorzetsel: prepositie
    -voornaamwoord: pronomen (pronoun)
    -werkwoord: verbum(verb)
    -bijwoord: adverbum (adverb)
    -voegwoord: conjuctie
    -telwoord: numerale
    -tussenwerpsel: interjectie
  • 2.3 Woordsoorten onderscheiden

  • Er zijn twee soorten test om woordsoorten te onderscheiden:
    -vorm-> morfologie
    -distributie-> syntaxis
  • De morfolische test houdt in dat er wordt gekeken hoe een woord verandert (verbogen).De verbuiging geeft een bepaalde eigenschap aan: geslacht, meervoud etc.
    Distributie( syntaxis) test geeft aan in welke positie van de zin komt een woord voor? Positie bepaalt tot welk woordsoort het woord behoort.
  • Test zijn nodig om regels zictbaar te maken en grenzen te bepalen en beschrijving helder en preciezer te maken.
    Worden kunnen nl tot meerdere klassen behoren.
  • Met welk testen kunnen we woordsoorten onderscheiden?
    Vorm/morfologische testen en distributie/syntaxis test
  • Wat houd vorm-test in?

    Er wordt gekeken hoe een woord verandert (verbogen) en welk eigenschap het woord hierdoor heeft.

  • wat houdt  een distributietest in?

    In deze test wordt gekeken op welke positie een bepaald woord zich bevindt en tot welk woordsoort het woord daarom hoort.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke woordsoorten hoeren bij interactiewoorden?
  • responsevormen
  • response-uitlokkers
  • discourse markers
Welke woordsoorten horen bij functiewoorden?
  • lidwoorden
  • voornaamwoorden
  • hulpwerkwoorden
  • voorzetsels
  • voegwoorden
Welke woordsoorten horen bij inhoudswoorden?
  • Bijvoeglijk en zelfstandig naamwoorden
  • van adjectieve afgeleide bijwoorden
  • hoofdwerkwoorden
Noem de 4 soorten interjecties/tussenwerpsels en noem voorbeelden
  1. responsevormen: ja? nee, eerlijk?, serieus?, precies,, inderdaad, huh?, sorry?, wat?
  2. response uitlokkers: he?, weet je wel?, snap je?, niet/, okay?,
  3. discourse markers: nou, nou ja, okay, dus, ik bedoel, ik denk, trouwens, overigens
  4. routine formules: hallo, hoi, dag, doei, tot ziens, goed weekend, de groeten, he?, proost!, moment hoor.
Noem minstens 6 onderschikkende voegwoorden.
en, of,om, nadat, wanneer, omdat, voordat, terwijl, zolang, toen, wanneer, zodat,opdat, als, indien, tenzij, mits, hoewel, behalve...
Noem 6 nevenschikkende voegwoorden?
en, of. maar. want, alsook, dus
Wat doen onderschikkende voegwoorden?
ze introduceren bijzinnen.
Wat verbinden nevenschikkende voegwoorden?

zinnen en zinsdelen

welke twee soorten voegwoorden bestaan er?
  • nevenschikkende voegwoorden
  • onderschikkende voegwoorden
Kan een overgankelijke of een onovergankelijke werkwoord in de passieve/lijdende vorm gezet worden?
Overgankelijke