Summary Tentamenstof (alles)

-
211 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Tentamenstof (alles)

  • 1 Pagina 1

  • Ontologie
    • Zijnsleer (De studie van wat er is) 
    • 'Wat is volgens ons de aard en het uiterlijk van sociale realiteit en uit welke eenheden bestaat het en hoe gaan deze met elkaar om?'
    • Twee Kampen: Objectivisme en constructivisme 
  • Objectivisme
    • Idee: de wereld is objectief (en bestaat, ondanks onze kennis ervan) en sociale fenomenen confronteren ons als feiten. 
    • Veel gebruikt in natuurwetenschappen (dus kwantitatief) 
  • Constructivisme
    • Idee: de wereld is een sociaal product en wordt voortdurend geconstrueerd en ge√Įnterpreteerd door sociale actoren en mensen (dus taal en betekenis van belang). 
    • Kwalitatief 
  • Epistemologie
    • Kennisleer 
    • Centrale vraag: moeten/mogen/kunnen de sociale wetenschappen de uitgangspunten en procedures van de natuurwetenschappen volgen?
    • Twee kampen: positivisme en interpretivisme 
  • 1e generatie positivisme
    • Natuurwetenschappen
    • Objectivistische ontologie en kennisvergaring (waardevrij, door empirische feiten, verificatiebeginsel) 
  • 2e generatie positivisme
    Gelijk aan 1e generatie positivisme, maar grotere rol voor inductie.
  • 3e generatie standaard positivisme
    Gelijk aan 1e en 2e generatie positivisme, maar Hempel (deductie grote rol) en Popper (falsificatietheorie).
  • Interpretivisme
    • Sociale wetenschappen (verstehen) is anders dan natuurwetenschappen (erkl√§ren)
    • Subjectieve betekenisverlening
    • Kwalitatief 
  • Popper
    • Falsificatietheorie
    • Door het proberen de onjuistheid aan te tonen, kunnen we vooruitgang boeken en nieuwe kennis verkrijgen. 
  • Hume
    Inductie geeft geen universele geldigheid maar wetenschappelijke verklaring (op basis van wetmatigheden en logische redenering).
  • Hempel (hypothetico-deductive methode)
    • Covering-law model 
    • Juistheid theorie aantonen via toetsen implicaties. 
      • Met explanans en explanandum
  • Explanans
    Universele wetmatigheid
  • Explanandum
    Wat moet worden verklaard?
  • Wetenschappelijk pluralisme
    Veel verschillende visies
  • Inductie
    Van observatie (naar patroon) naar theorie (in praktijk een cirkel). Je start met een observatie en gaat hier een theorie omheen bouwen.
  • Deductie
    Van theorie naar observatie. Je start met een aanname en redeneert verder naar wat je wil verklaren.
  • Onderzoeksprobleem
    • Waarom van een onderzoek en wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie. 
    • Anders dan onderzoeksvraag
    • Inspiratie door: 
      • Maatschappelijke problemen
      • Actualiteiten en nieuwe ontwikkelingen
      • Patronen en regelmatigheden
      • Academische discussies
      • Persoonlijke ervaring en voorkeuren 
      • Praktisch (tijd) 
  • Puzzel
    Probleem, kennishiaat
  • Theorie
    • Lens, verwachte uitkomst. 
    • Sturing voor onderzoek en resultaat van onderzoek. 
    • 'Link' om onderzoeksresultaten te verbinden met een breder debat. 
    • Altijd voorlopig bruikbaar
  • Middle-rangetheorie
    • Dominante opvatting voor empirisch onderzoek. 
    • Biedt geen allesomvattend verklaringsmodel. 
  • Narratieve literatuurstudie
    • Selectie maken van te includeren studies.
    • Kans op incompleet & biased 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.