Summary The Sociology of Organizations

-
ISBN-10 0761987665 ISBN-13 9780761987666
216 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "The Sociology of Organizations". The author(s) of the book is/are Michael J Handel. The ISBN of the book is 9780761987666 or 0761987665. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - The Sociology of Organizations

  • 1 Organizations as rational systems I

  • How can organizations be definited?
    • A. deliberately planned groups 
    • B. with some specific apparent goal or go goals
    • C. generally designed to outlive the participation of the particular individuals who participate at any one time
    • D. having a more or less well-developed set of formal rules and
    • E. a relatively fixed structure of authority, roles, and responsibilities that is independent of the personal charcteristics those filling the roles at any paritcular time
    • An organization varies in the nature of their aims, size, formality and governance
    • There are rational theories, natural theories and open systems theories
  • Scott(1998) onderscheid 3 benaderingen/theorieën om organisaties te onderscheiden

    Rationele theorieën zien organisaties als instrumenten om specifieke doelen te behalen doormiddel van logische plannen, onpersoonlijke regels en verantwoordelijkheden onder de personeel.

    Natuurlijk: Natuurlijke theorieën zien organisaties niet alleen als simpele rationele constructen om doelen te bereiken. Maar ook als sociale en menselijke systemen. Binnen een organisatie is er meer dan officiële regels, rollen en missies. Organisaties zijn omgevingen waarin mensen proberen hun behoefte met betrekking tot geluk, geld, erkenning etc.. te bevredigen.

    Open: Deze theorieën kijken niet alleen naar de organisatie zelf, maar ook naar de context waarin de organisatie bestaat. De externe omgeving. Binnen de open systeem theorieën kunnen zowel de rationale als natuurlijke theorieën gecombineerd met de omgeving waarin de organisatie bestaat. Zoals bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, concurrenten, de gemeenschap , overheid en algehele cultuur en samenleving.
  • Volgens Fayol heeft het management de volgende taken:
    - Bevelen geven
    - Coördineren
    - Controleren
    - Organiseren
    - Plannen
  • Het doel van Scientific management is volgens Braverman:
    • Lagere arbeidskosten per product
    • Hogere efficiëntie van de medewerker
    • Verminderen zelfstandigheid medewerkers
    • Hogere management controle
  • 1.1 A. Early Definition of Organizations and Management

  • Max Weber
    • work on bureacracy (1940)
    • historical perspective
    • rational system theorist
    • bureaucracy is most efficient (americans disagree, european agree)
  • The two compared modern bureaucratic authority of Weber:
    Charismatic and Traditional
  • (Moderne) Bureaucratie volgens Weber heeft kenmerken
    - Rationele vorm van autoriteit
    - Georganiseerd aan de hand van een set onpersoonlijke regels en procedures
    - Breed doel i.p.v. individuele doelen.
    - Sturende Hierarchien
  • Weber discribed bureaucracy as a rational-legal form of authotity
  • Weber described bureaucracy as a giant human machine. He also believed its further extension inco all areas of social life was inevitable
  • : all large organizations become increasingly bureaucratic insofar as they require continuous administrative work by qualifies professionals.
  • Weber: sometimes he suggests that bureaucratic authority is based on position in the hierarchy of command, other times he suggests it is based on expert knowledge.
  • Weber: line and staff departments 
    Line: more formal and informal power in most organizations
    Staff: more technical expertise and can control certain levers of power as a result
  • Weber: collegial or peer group method of organization
  • Weber: democratic and bureaucracy: they are complementary, because: democracy requires equality before the law and bureaucrac principles nclude the uniform application of rules and the use of meritocratic qualifications, rather than social stutus, to recruit office holders
  • Weber: saw bureaucracy as efficient, modern and compatible with democracy, he did not view the growth of buraucracy as an unmixed blessing
  • Author: Clearly Weber was ambivalent about the consequences of bureaucracy
  • 1.1.1 1. Bureaucracy and Legitimate Authority (1924)

  • The three pure types of autority (weber)
    1. Rational grounds
    2. Traditional grounds
    3. Charismatic grounds
  • Legal authority--> imperonal order; traditional authority--> person (of the chief); charismatic --> virtue of personal trust in his revelation
  • Drie type autoriteit volgens Weber
    1. Rational grounds -> leiders verkozen middels verkiezingen
    2. Traditional grounds -> Op basis van historische gebruiken (Koning)
    3. Charismatic grounds -> gebaseerd op de veronderstelde uitzonderlijke kwaliteiten van de leider
  • Legal authority with a bureaucratic administravtive staff
    3. Legal Authority: The Pure type:


    Rational legal authority p 18
  • Wat is Bureaucratie
    -> de bureaucratie is een efficiënte en eerlijke manier van bestuur
    -> er gelden vaststaande regels zonder aanzien des persoons
    ->->-> die worden uitgevoerd door getrainde ambtenaren(officials)
    ->->->->een hiërarchische ordening
  • 4. Legal Authority: The Pure Type:
    The purest type of exercise of legal authority is that which employs a bureaucratic administrative staff; Only the supreme chief of the organization occupies his position of dominance. Pure administrative staff see page 19. 
  • Appointment is important in a modern bureaucraticy, also the role of technical qualifications is continually increasing
  • Monocratic bureaucracy
    • --> the purely bureaucratic type of administrative organization
    • bureaucratic domination had social consequences

  • Fundamentale categorieen van rationele/wettelijke autoriteit binnen een bureaucratische Administratieve Staf.
    1. Een continue regel gebonden uitoefening van de officiële taken
    2. Bepaalde bevoegdheden
    a. De mogelijkheid om functies te bekleden die zijn aangemerkt als onderdeel van een systematische afdeling van arbeid.
    b. De zittende persoon heeft de macht
    c. Dwang middelen zijn duidelijk omschreven. Ook wanneer deze te gebruiken
    3. De organisatie volgt het principe van hiërarchie. Elke lagere afdeling staat onder controle en supervisie van een hogere.
    4. De regels die het gedrag van een afdeling/kantoor bepalen moeten technische regels of normen zijn. Alleen een persoon die heeft de beschikken over deze technische vaardigheden en normen mag lid worden van deze administratieve staf.
    5. Scheiding prive eigendom en productiemiddelen
    6. Scheiding administratie en productie middelen
    7. alles wordt vastgelegd
  • Bureaucracy: The technical superiority of bureaucratic organization over administration by notables
    • machine
    • bureaucracy is often cheaper
    • dehumanized
  • The level of social differences; administrative democration
    • mass democracy

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Management taken scientific management (vier punten)
  1. Wetenschappelijke analyse werkhandelingen
  2. Training (wetenschappelijk)
  3. Monitoring
  4. Verdeling werkzaamheden (vb. planning door mangement)
Er zijn 3 factoren die de afhankelijkheid van een organisatie t.o.v. een andere organisatie bepalen
1. Het belang van de resource, de mate waarin de organisatie het nodig heeft om te blijven werken en te overleven.
2. De mate waarin de organisatie zeggenschap heeft over de toewijzing van middelen en het gebruik ervan.
3. De mate waarin er alternatieven voor de resources zijn, of te mate waarin de organisatie controle heeft over de resource.
Pfeffer en Salancik organisatie overleven door (rdt)
  • de mate waarin ze effectief zijn.
  • Effectiviteit is afgeleid van het beheer van de demands, voornamelijk van de demands van belanghebbende groepen waarvan de organisatie afhankelijk is m.b.t. resources en support.
  • niet een organisatie is compleet autonoom.
Pfeffer provides the basic argument of the resource dependence perspective as:
1. organizations are the fundamental units for understanding intercorporate relations and society.
2. these organizations are not autonomous
3. interdependence, survival and success are dependent of the network
4. organizations take actions to manage external interdependencies, although such actions are inevitably never completely successful and produce new patterns of dependence and interdependence
5. these patterns of dependence produce interorganizational as well as intraorganizational power, where such power has some effect on organizational behavior.
How to work with a paradox
(1) accept the paradox and use it constructively
(2) clarify levels of analysis
(3) temporally separate the two levels
(4) introduce new terms to resolve the paradox.
drie factoren de het normaliseren van afwijkend gedrag verklaren bij NASA
  1. The production of culture
  2. The culture of Production
  3. Structural Secrecy
What's amoral calculators?
Managers can be driven by pressures from the competitive environment to make a decision, they can violate the law to obtain the desired organizational goals unless the anticipated legal penalties.
What is interactive complexity
Systemen zijn dusdanig complex dat niemand exact weet er gebeurt bij storing
Ecology Theory is
Organisatorische ecologie maakt gebruik van inzichten uit de biologie , de economie en sociologie en van statistische analyses om te begrijpen onder welke voorwaarden waaronder organisaties ontstaan, groeien, en sterven. Hierbij heeft de theorie geen interesse in de interne werking van organisaties, en is totaal niet bezig met individuele organisaties. De theorie richt zich op het macroperspectief.
Kritiek institutional theory
Er is ook kritiek op de Institutionele theorie, het is namelijk onduidelijk of organisaties regels volgen omdat ze ‘taken-for-granted’ zijn in de cultuur of omdat organisaties beloont worden/onder dwang staan om de regels te volgen.
Daarnaast krijgen de elementen ‘macht en conflict’ binnen organisaties of sociale groepen weinig aandacht.
Tevens zijn er critici die aangeven dat vaak moeilijk is om verklaringen uit te sluiten m.b.t. concurrentie en efficiëntie. In non-profit of overheidsorganisaties is bijvoorbeeld moeilijk om succes te meten.