Summary Thema 2.1.2- Systeemziekten

-
201 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Thema 2.1.2- Systeemziekten

  • 1 Week 5

  • Wat wordt bedoelt met het juxta-articulaire bot?
    Hiermee wordt de epifyse bedoeld, het deel van het bot dat tegen het gewricht aan ligt.
  • 1.1 Reumatologie

  • Wat zijn de belangrijkste onderdelen van de extracellulaire matrix?
    • proteoglycanen
    • elastinen
    • collagenen
  • Zijn de DIP gewrichten aangedaan bij reumatoïde artritis?
    Nee, nooit. Wel bij nodale osteoartritis.
  • Hoe speelt de leeftijd van een patiënt een rol in de anamnese van een reumatische aandoening?
    30-50 jaar: reumatoide artritis
    > 50 jaar: osteoartritis en polymyalgia reumatica.
  • Aan welke ziekte moet men denken bij jongeren met ochtendstijfheid?
    Er moet worden gedacht aan de ziekte van Bechterw (ankylosing spondolytis)
  • Hoe kunnen jicht en pseudojicht worden onderscheiden bij een licht-microscopie?
    Jicht laat negatief, dubbel brekende naaldvormige kristallen van natrium urinezout zien, terwijl pseudojicht ruitvormige, zwak positief dubbelbrekende kristallen van calcium pyrofosfaat laat zien.
  • Beschrijf de definitie van fibromyalgie.
    Fibrolyalgie is gedefinieerd als pijn die langer dan drie maanden bestaat en die voor komt onder de navel en boven de navel.
    Veelal hebben mensen  ook last van slaapproblemen.
  • Beschrijf de pathogenese van reumatoïde artritis.
    De pathogenese van reumatoïde artritis kan verschillende gronden hebben.
    Vrouwen voor de menopauze zijn vaker aangedaan, na de menopauze ligt de prevalentie even hoog als bij mannen.
    RA is een synoviale aandoening die de lokale weefsels binnen dringt. Hierdoor worden ontstekingscellen aangetrokken en raken weefsels ontstoken.
    De overexpressie en overproductie van TNF speelt een grote rol in de pathogenese van RA. De grote hoeveelheid TNF leidt tot synovitis (ontsteking synoviale membraan) en afbraak van het gewricht.
    Gevolgen:
    • synoviale cellen gaan zich gedragen als fibroblasten en macrofagen en gaan pro-inflammatoire cytokinen uitscheiden
    • B-cellen in het synovium produceren antilichamen tegen IgM en IgA (reumafactor RF). De RF's vallen de Fc-gedeelten van de IgA immunoglobulinen aan waardoor immuuncomplexen ontstaan in het synovium. Hierdoor worden macrofagen geactiveerd welke de cytokinen IL-1, IL-8 en TNF-alfa gaan produceren. Dit heeft als gevolg dat IL-6 wordt aangemaakt. Deze cytokine heeft een inflammatoire functie.


    Het synovium is sterk verdikt. De hyperplastische synoviale cellen verspreiden zich vanaf de grenzen van het gewricht naar het kraakbeenoppervlak. Hierdoor wordt het kraakbeen aangetast en wordt deze niet meer goed van voedingsstoffen voorzien. Het kraakbeen sterft af; er ontstaat osteoporose.
  • Met welke klinische verschijnselen begint reumatoïde artritis?
    In de meeste gevallen (70%) begint RA met progressieve, symmetrische, perifere polyartritis gedurende een paar weken of maanden.
  • Welke factoren verslechteren de prognose van reumatoide artritis?
    • vrouwelijk geslacht
    • symmetrische aantasting van kleine gewrichten
    • ochtendstijfheid >30 min
    • >4 gezwollen gewrichten
    • CRP >20
    • positieve RF en ACPA
  • Welke gewrichten zijn aangedaan in reumatoïde artritis?
    • Metacarpophalangeaal (MCP)
    • Proximaal interphalangeaal (PIP)
    • Metarasophalangeaal (MTP)
    • Ook polsen, ellebogen, schouders, knieën en enkels kunnen zijn aangedaan.


    LET OP: Distale interphalangeale gewrichten (DIP) blijven gespaard.
  • Welke verschillende presentaties kent reumatoïde artritis?
    • palindromisch: monoarticulaire aanvallen van 24-48 uur, voorstadium
    • vergankelijk: duurt <12 maanden, geen permanente gewrichtsschade
    • remittent: verdwijnt na meerdere jaren vanzelf
    • chronisch: meest typische vorm, seropositief of -negatief
    • snel vorderend: vordert heel snel, leidt tot gewrichtsschade
  • Wat zijn de niet-articulaire presentaties van reumatoïde artritis?
    • subcutane knobbeltjes (nodules): meestal op drukpunten als ellebogen, vingergewrichten en achillespees. Er is een necrotisch centrum met hieromheen een laag geactiveerde macrofagen.
    • Tenosynovitis (peesschedeontsteking): flexorpezen van de hand
    • Spieratrofie rond gewrichten
    • Osteoporose
    • Luchtwegaandoeningen
    • Vasculitis
    • Hart- en perifere vaatziekten
  • Hoe kan de diagnose reumatoïde artritis worden gesteld?
    • bloedbeeld: anemie kan voorkomend
    • bezinking en CRP: beide kunnen verhoogd zijn
    • serologie: ACPA kan vroeg aanwezig zijn, RF (70%) of ANA 930%)
    • röntgenfoto: weefselzwelling, MRI laat erosie zien
    • aspiratie van gewricht; troebele vloeistof is een teken van RA
    • doppler ultrasound: laat synovitis zien
  • Hoe ziet de behandeling voor reumatoïde artritis er doorgaans uit?
    1. klinische diagnose
    2. NSAID's en pijnstillers voor symptoombestrijding
    3. poging tot remissie door intramusculair methylprednisolon wanneer synovitis >6 weken aanwezig.
    4. bij residiverende synovitis starten met DMARD's en eventueel combinaties van methotrexaatm sulfasalazine, hydroxychloroquine. Daarnaast tweede dosis intramusculaire methylprednisolon.
    5. wanneer geen verbering; TNF-alfa remmers (biologicals) of rituximab.
  • Wat zijn de belangrijkste Disease-modifying anti-rheumatic drugs (DMARD's)? En hoe werken de DMARD's grofweg?
    DMARD's werken door middel van cytokine-inhibitie. Op deze manier verminderen ze de acute fase-reactanten, ontsteking, zwelling van gewrichten en vertragen ze de gewrichtserosie.

    • Methotrexaat: gouden standaard bij reumatoïde artritis. NIET tijdens zwangerschap en bij TBC. Werkt na 1-2 maanden. Bloedbeeld gecontroleerd.
    • Sulfasalazine: goed getollereerd bij zwangerschap, 50% van patiënten toont verbetering na 3-6 maanden. Daarna weinig verbetering. Kans op leukopenie en trombocytopenie.
    • Leflunomide: enkel T-cel expansie wordt tegen gegaan, heeft een lange halfwaardetijd (4-28 dagen). Effect na 4 weken, werkt nog door na 2 jaar.
    • Hydroxychloroquine: middel tegen malaria, ontstekingsremmend en werkt tegen misselijkheid.
  • Beschrijf de Ziekte van Bechterew (anylosing spondolytis).
    De ziekte van Bechterew is een inflammatoire aandoening van het ruggengraat die voornamelijk voor komt bij jongvolwassenen (<30 jaar). Is geassocieerd met HLA-B27.
    Er is sprake van een lymfocyt- plasmacel-infiltraat in de aanhechting van de intervertebrale en andere ligamenten (enthisis).
    Behoud van de lumbale lordose gedurende spinale flexie. Er ontstaat atrofie van paraspinale spieren.

    Diagnose vindt plaats door middel van:
    • Bloed: bezinking en CRP verhoogd
    • HLA-test: niet specifiek omdat het zo vaak voor komt
    • Röntgenfoto: mediale en corticale grenzen van sacro-iliacale gewrichten verliezen scherpte door erosie en worden sclerotisch. Er is vergroeiing van gewrichten te zien.


    Behandeling bestaat uit het voorkomen van syndesmofyten door middel van ochtendoefeningen. NSAID's, methotrexaat (niet bij spinale ziekten), biologicals als adalimumab en etanercept werken voor patiënten met AS.
    Prognose is erg goed door goede mediactie: 80% van de patiënten werkt.
  • Beschrijf Artritis Psoriatica.
    De prevalentie van Artritis Psoriatica is 2-3% wereldwijd. Van deze patiënten heeft 10% artritis.
    Patronen van Artritis Psoriatica zijn onder andere:
    • mono- of oligoartritis
    • polyartritis (lijkt op RA)
    • ziekte van Bechterew: uni-of billaterale sacroiilitis van ruggengraat
    • DIP-artritis
    • vervorming van gewrichten


    Radiologisch is erosie te vinden centraal in de gewrichten, terwijl bij RA juist juxta-articulair erosie te zien is.

    Behandeling bestaat uit NSAID's, pijnstillers, sulfasalazine, methotrexaat en biologicals als etanercept en golimab.
    De dermatologische vorm dient een andere behandeling, maar daar wordt bij een andere vraag op in gegaan.
  • Beschrijf reactieve artritis.
    Reactieve artritis ontstaat als gevolg van een infectie (seksueel overdraagbare ziekte). Organismen die vaak de verwekker zijn, zijn Salmonella en Shiggela families en chlamydia.
    Symptomen zijn: acuut, asymmetrische pijn in gewrichten van de benen of voeten. Ontstaat meestal dagen tot weken na de infectie. 70% herstelt volledig na zes maanden.
    Ook komt conjuctivitis en spondolytis voor in verband met reactieve artritis.
    Belangrijk is het opsporen van seksuele partners

    Behandeling bestaat uit NSAID's. corticosteroïden, sulfasalazine, methotrexaat of TNF-alfa blokkers (in noodgevallen).
  • Beschrijf jicht.
    Jicht is geassocieerd met hyperurikemie (hoog urinezuur door onvoldoende afvoer) en vorming van urinezuurkristallen in gewrichten.
    Prevalentie van jicht stijgt snel in westerse landen doordat er een dieet is met een hoog purine-gehalte met veel verzadigde betten en fructose.
    Ongeveer 85-90% is idiopathisch.

    Bij 90% van de patiënten met jicht is de urinezuurexcretie verlaagd. Dit heeft te maken met GLUT9 transporter die de urinezuur samen met glucose en fructose vanuit de tubulus terug transporteert naar de circulatie.

    Diagnostische waarden:
    • microscopie van de gewrichtsvloeistof kan erg specifiek zijn, maar is lastig
    • serum urinezuur (bij jicht >600mmol/l) NA ACUTE AANVAL JUIST LAAG
    • serum ureum/creatinine om nierfunctie te bepalen


    Behandeling bestaat uit pijnbestrijding met NSAID's, naproxen, diclofenac en indometacine.
    Voor mensen met nierfalen is colchicine en corticosteroïden geinduceerd. 
    Daarnaast kan een purinevrij, laag calorisch dieet de urinezuurspiegel verlagen tot 15%.
    Medicatie die zorgt voor het verlagen van de urinezuurspiegel onder de 360 mmol/l zijn;
    • Allopurinol: alleen bij hevige aanvallen en renale schade, blokkeert het enzym xanthine oxidase, welke normaliter zorgt voor omzetting van xanthine naa urinezuur. De omzetting wordt geblokkeerd. Moet altijd in combinatie met NSAID.
    • Febuzostat: blokkeert xanthine oxidase, maar blokkeert de pathway minder dan Allopurinol. Goed getolereerd.
    • Pegloticase: breekt urinezuur af
  • Door welke factoren stijgt het serum urinezuur?
    • leeftijd
    • obesitas
    • westers dieet
    • gecombineerde hyperlipidemie, diabetes mellitus, ischemische hartziekten en hypertensie.
  • Op welke twee manieren kan urinezuur worden uitgescheiden?
    Darmen (33%) en de nieren (66%).
  • Hoe verschillend jicht en pseudojicht van elkaar?
    • Jicht tast voornamelijk de grote teen, hiel en vingertoppen aan. Pseudojicht tast voornamelijk de knieën en polsen aan
    • Bij jicht ligt de oorzaak bij het neerslaan van urinezuurkristallen, bij pseudojicht zijn dit calcium fosfaatkristallen.
  • Welke organismen zijn de meest frequente verwekkers van septische artritis?
    Staphylococcus Aureus.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Behoort het herschikken van de lichte keten van de antigeenreceptor van een auto-reactieve B-cel tot de negatieve of positieve selectie?
Negatieve selectie.
Welk onderdeel van de glomerulaire capillairmembraan filtert op eiwitten?
Podocyten.
Waaruit bestaat het nefron?
Het nierlichaampje, de tubulus en de verzamelbuis.
Waar bevindt zich de hilum van de nier tijdens de vroege embryonale ontwikkeling?
Ventraal.
Uit welke structuur ontstaan de verzamelbuisjes tijden de embryonale ontwikkeling?
Uit de ureterkop.
Via welke structuur staat de blaas in rechtstreekse verbinding met de buitenwereld?
Via de uvula.
Welke toedingsvorm van medicatie is het snelst?
Intraveneus!
Welke oorzaak voor acute tubulointerstitiële nefritis komt het meest voor?
Medicatie is het meest gezien als oorzaak.
Kunnen streptokokken een glomerulonefritis veroorzaken?
Ja.
Beschrijf paternalisme.
Paternalisme is als iets voor iemand wordt besloten waarbij de wil van het individu wordt gepasseerd.