Summary Thema 2.1.3. Benauwd

-
196 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Thema 2.1.3. Benauwd

  • 1 Week 9

  • Benoem de fissura horizontalis en de fissura oblique.
    7. Fissura horizontalis
    Met daaronder de fissura oblique rechts.
    8. Fissura oblique links
  • 1.1 Ademhalingsstelsel

  • Bekijk waar de fissuren lopen op deze X-thorax.
    .
  • Hoe hangt de intrathoracale druk samen met de ademhalingsbeweging?
    Aan het begin van inspiratie is de druk in de longen gelijk aan de atmosferische druk, namelijk 760 mmHg. Wanneer de tussenribspieren zich aanspannen, zet de borstkas zich uit en wordt de middenrif naar beneden geduwd. De borstholte vergroot, waardoor de intrathoracale druk af neemt met 2 à 3 mmHg. Door deze luchtdrukverlaging stroomt er lucht de longen in. Vervolgens ontspannen de spieren zich weer; het middenrif  veert terug en de borstkas wordt kleiner; de druk wordt even 2 à 3 mmHg hoger en de lucht wordt naar buiten gebracht. Hierna keer de druk weer terug naar atmosferische druk.

    Inademing: -2 à 3 mmHg
    Uitademing: +2 à 3 mmHg
  • Hoeveel bedraagd de intrapleurale druk bij begin van de inspiratie en tijdens de inspiratie?
    Aan het begin van de inspiratie is de intrapleurale druk -5 mmHg, tijdens de inspiratie neemt deze af tot -7,5 mmHg. Bij expiratie keert de druk weer terug naar -5 mmHg.
  • Uit welke onderdelen bestaat het respiratoire centrum in de hersenstam?
    Dit centrum bestaat uit drie onderdelen:


    Dorsale ademhalingsgroep: 
    Deze groep controleert de ademhaling en wordt aangestuurd door de glossopharyngeaalzenuw en de vagus zenuw, welke signalen krijgen via de perifere chemoreceptoren, baroreceptoren en receptoren uit de longen. Als gevolg van een signaal uit deze receptoren, zorgt de dorsale ademhalingsgroep voor het ontstaan van een 'ramp' signaal. Dit signaal wordt vooral naar de spieren van het diafragma gestuurd en komt tot stand in twee seconden waarbij van zwak-sterk. In deze twee seconden wordt ingeademd, waarna het signaal plots stopt voor 3 sec; er vindt uitademing plaats. 
    Wanneer het signaal eerder stopt. wordt de ademhaling korter en neemt de ademfrequentie toe.

    Pneumotaxische centrum:
    Dit centrum zorgt dat het 'ramp'-signaal sneller stopt en zorgt dus zo voor een toename in ademfrequentie. Voornamelijk bij inspanning is dit centrum dus actief.

    Ventrale ademhalingsgroep:
    Deze groep blijft inactief bij normale ademhaling in rust. Wanneer de ademfrequentie toe neemt, neemt het ventrale groep een deel van de functie over van de dorsale groep. De abdominale ademhalingsspieren worden ingezet voor een krachtigere ademhaling.
  • Wat is het verschil tussen compliantie en elasticiteit?
    Compliantie vs. elasticiteit: oud elastiekje uitrekken; deze rekt even ver uit (compliantie), maar veert minder snel terug (elasticiteit).
  • Wat is het verschil tussen anatomische en fysiologische dode ruimte?
    De anatomische dode ruimte zijn delen van het ademhalingssysteem waar geen gaswisseling plaats vindt. Voorbeelden zijn de neus, farynx en de trachea.
    De fysiologische dode ruimte omvat de delen waar weinig perfusie plaats vindt.
    De fysiologische ruimte bestaat uit de alveoli zonder perfusie en de anatomische dode ruimte samen. 
    Meestal zijn de anatomische en de fysiologische dode ruimte gelijk omdat alle alveoli normaliter functioneel zijn.
  • Waar is cyanose het best waar te nemen?
    Op de tong en de lippen.
  • Wanneer wordt een CT-scan gemaakt?
    • ziekte van het longparenchym (sarcoïdose, amyloïdose, fibrose)
    • diagnose van brochinectase; specificiteit 90%
    • om emfyseem te onderscheiden van parenchym of vasculaire oorzaak
    • opportunistische infecties in immunogecompromiteerden.
  • Bekijk de longvolumes.
    .
  • Beschrijf kenmerken van het obstructief slaapapneusyndroom.
    Kenmerkend zijn luid snurken, slaperigheid overdag, rusteloze slaap en niet uitgerust wakker worden.
    Verder komen ochtendhoofdpijn, verminderd libido, gevoel van stikken 's nachts, slaapdronkenheid en gezwollen enkels voor.
    Oorzaak van al de ze symptomen is dat de larynx dicht valt door het ontspannen van de spieren.
    Diagnose vindt plaats mbv huisgenoten; zij kunnen een snurk-stilte-snurk ritme ontdekken. Daarnaast wordt de saturatie over een nacht gemeten met een puls-oximeter.
    De diagnose obstructief slaapapneusyndroom wordt gesteld bij meer dan 10-15 apneus of hypoapneus in 1 uur slaap.
  • Beschrijf het probleem bij bronchiectasiën.
    Doordat de luchtwegen permanent gedilateerd zijn, gaan de bronchiën ontsteken, verdikken en beschadigen. Het mucocilair transport verslechterd en bacteriële longinfecties komen veelvuldig voor.
  • Hoe erft cystische fibrose over?
    CF erft autosomaal-recessief over door een mutatie op de lange arm van chromosoom 7.
  • Hoe kenmerkt cystische fibrose zich?
    Bij de geboorte zijn de longen normaal. 
    • Later: respiratoire infecties 
    • bijna altijd neuspoliepen
    • benauwdheid
    • hemopthyse
    • spotane pneumothorax 
    • respiratoir falen
    • steathorroe door pancreasdysfunctie (85%)
    • vertraagde pubertijd, botontwikkeling en mannelijke onvruchtbaarheid
    • diabetes mellitis
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe presenteren patiënten met een myocarditis zich?
Zij hebben mijn op de borst, aritmieën van het hart en soms plotse hartdood.
Watvoor soort infectie veroorzaakt een myocarditis?
Veelal is dit een virale infectie.
Wat is in veel gevallen de verwekker van endocarditis?
Een gram-positievebacterie als Staphylococcus aureus (80%).
Welke kleppen zijn aangedaan in endocarditis?
Atriale zijde tricuspidalis en mitralis en ventriculaire zijde van de aotra en pulmonaire kleppen.
Wat gebeurt er met de hartfunctie en vaatfunctie curve bij inspanning?
Hartfunctiecurve:
Schuift naar links door diepere inademing dus negatievere intrathoracale druk
Draait naar links doordat contractiliteit toeneemt

Vaatfunctiecurve:
Schuift naar rechts omdat veneuze compliantie af neemt(vasoconstrictie in periferie)
Draait naar rechts: arteriële dilatatie
Welke waarde geeft het snijpunt van de hartfunctiecurve en de vaatfunctiecurve aan?
Dit snijpunt vormt de cardiac output.
Wanneer verschuift de vaatfunctiecurve en wanneer draait hij?
Draait naar links bij vasoconstrictie ofwel verhoogde arteriële weerstand
Draait naar rechts bij vasodilatatie ofwel verlaagde arteriële weerstand

Schuift naar links bij dilatatie van venen / verhoogde veneuze compliantie
Schuift naar rechts bij constrictie van de venen/ verlaagde veneuze compliantie

--> draaien bij arterieën,
--> schuiven bij venen en veranderd bloedvolume
Bekijk de arteriële vaatfunctiecurve en beredeneer wanneer hij veranderd.
Bij een sterk hart draait de curve naar rechts, bij een zwak hart draait de curve naar links. DIt is te beredeneren aan de hand van de contractiliteit: bv. bij een hogere contractiliteit neemt de CO toe.
Hoe kan men de cardiac output berekenen op basis van een bekende totale perifere weerstand en arteriële druk?
Dr CO= atriertiële druk/ totale perifere weerstand
Hoe kan de veneuze hartfunctiecurve verschuiven of draaien?



Draaien naar links: sympathische activatie (verhoogde contractiliteit)
Draaien naar rechts: sympathische inactivatie


Schuiven naar links: intrathoracale druk negatiever (> preload, > CO)
Schuiven naar rechts: intrathoracale druk positiever (<preload, <CO)