Summary UNI moleculaire genetica 1 toets 1

-
193 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - UNI moleculaire genetica 1 toets 1

  • 546 fdhfgjf

  • Aan welke drie eisen moet genetisch materiaal voldoen?
    - Draagt informatie (die bepaalt hoe het gen zich uit)
    - Wordt nauwkeurig gerepliceerd 
    - Kan veranderingen ondergaan (denk aan een mutatie)
  • Thomas Hunt Morgan heeft met behulp van de fruitvlieg ontdekt dat genen zich bevinden op chromosomen. Hoe wordt de genetische afstand tussen twee genen op een chromosoom genoemd?
    Een centiMorgan (vernoemd naar Thomas Hunt Morgan)
  • Aan welke vijf eigenschappen moet een modelorganisme voor genetisch organisme voldoen?
    - Goed te kweken 
    - Veel nageslacht
    - Relatief klein genoom (waarvan de DNA-sequentie bekend)
    - Klein (neemt weinig ruimte in beslag)
    - Korte generatietijd (snel geslachtsrijp na ontwikkeling)
  • Wat wordt bedoeld met het 3' en 5' uiteinde van DNA?
    Het 3e en het 5e koolstofatoom in deoxyribose
  • Uit welke onderdelen bestaat DNA?
    - Een suikergroep (deoxyribose)
    - Stikstofhoudende basen (thymine, cytosine (pyrimidines), guanine en adenine (purines))
    - Een fosfaatgroep
    (Deze drie delen bij elkaar samen gevoegd op moleculair niveau wordt een nucleotide genoemd)
  • Wat zijn purines en pyrimidines?
    Purines en pyrimidines zijn omschrijvingen van structuren van stikstofhoudende basen die in DNA voorkomen.
    Onder de purines vallen guanine en adenine en ze zijn te herkennen aan een 5 ring en aan een 6 ring.
    De pyrimidines zijn thymine en cytosine en die zijn te herkennen aan alleen een 6 ring.
  • Hoe wordt een suikergroep samen met een nucleotidebase genoemd, zoals dit voorkomt in het DNA?
    Een nucleoside
  • Zowel ATP en GTP (adenosine trifosfaat en guanosine trifosfaat) zijn beide bouwstenen van RNA. Welke andere belangrijke functie vervullen deze nucleotiden?
    Het zijn ook belangrijke moleculen die een rol spelen bij de opslag en levering van energie.
  • Door middel van welk tussenmolecuul zijn twee nucleotiden met elkaar verbonden in dubbelstrengs DNA?
    Door middel van een fosfodi-ester binding die vanaf de 3' kant van de ene suikergroep naar de 5' kant van de andere suikergroep gaat.
  • Hoe worden de strengen van dubbelstrengs DNA bij elkaar gehouden? Kijk naar hoe tegenovergestelde nucleotiden zich ten opzichte van elkaar opstellen.
    Via waterstofbruggen tussen de basen, waardoor er basenparen worden gevormd. De basenparing kan worden verklaart door middel van gebruik te maken van de kennis over de ruimte die pyrimidines en purines in beslag nemen.
  • Hoe worden chromosomen gevormd vanuit dubbelstrengse DNA moleculen?
    Dubbelstrengs DNA wikkelt zich om specifieke eiwitten genaamd histonen heen. Dit zorgt ervoor dat het wat compacter wordt. Een groepje histonen met daaromheen DNA gewikkeld wordt een nucleosoom genoemd. Tussen nucleosomen bevindt zich nog DNA dat leid naar het volgende nucleosoom. Dit DNA wordt linker-DNA genoemd. Als het ware wordt er een soort "kralenketting" gevormd. Tussen nucleosomen aan het begin van een nieuw stukje linker DNA bevindt zich een specifiek histon genaamd H1. Vervolgens worden er lussen gevormd vanuit de compacte strengen nucleosomen, waardoor de diameter van het geheel weer wat toeneemt (de boel wordt nog compacter), wat uiteindelijk in een nog compactere versie resulteert in een chromosoom.
  • Hoe wordt de energie voor de DNA-synthese geleverd?
    Een nucleoside is in de eerste instantie een nucleoside trifosfaat (waaronder ook ATP valt), waarvan de bindingen rijk aan energie zijn. Met behulp van DNA-polymerase en de energie van het afsplitsen van twee van de drie fosfaatgroepen kan het inmiddels gevormde nucleoside zich binden aan de complementaire base van de al bestaande streng. De twee overgebleven fosfaatmoleculen (pyrofosfaat) beschikken nog steeds over een energierijke binding, die het energieniveau van het proces nog een stapje kan opkrikken.
  • Van wat voor soort binding is er sprake tussen twee verschillende nucleotiden die met elkaar verbonden zijn via een fosfaatgroep in een enkele DNA-streng?
    Een fosfo-diester binding
  • Beschrijf de start van de leading streng van de DNA-replicatie zoals deze plaatsvind in een E.coli bacterie. Noem ook de bijbehorende enzymen op.
    Om te beginnen vindt er splitsing tussen de twee strengen van het dubbelstrengs DNA plaats. Hierbij komt DNA-helicase aan bod. DNA-helicase haalt de waterstofbruggen tussen de verschillende nucleotiden van beide strengen weg, waardoor de strengen los van elkaar geraken.
    Vervolgens zorg single-strand binding proteïns ervoor dat er geen nieuwe waterstofbruggen tussen beide strengen worden gevormd, waardoor de losse strengen ook daadwerkelijk los van elkaar blijven.
    Vervolgens zorgt een enzym genaamd "primase" ervoor dat er een RNA primer aan de strengen wordt gesynthetiseerd. De primer is RNA, omdat DNA een vrij 3' uiteinde van een fosfaatgroep nodig heeft om aan te binden. RNA heeft dat niet nodig, waardoor er dus gebruik wordt gemaakt van RNA als primer.
    Vervolgens zorgt het enzym DNA polymerase III ervoor dat er DNA wordt gevormd via de 5' kant naar de 3' kant vanaf het 3' uiteinde van de RNA primer. Ook zorgt een ander eiwit genaamd "sliding clamp" ervoor dat de DNA polymerase op zijn plek blijft op het DNA.
    Ook is er sprake van een eiwit genaamd "topoisomerase" die ervoor zorgt dat het andere uiteinde van het dubbelstrengs DNA niet in de knoop raakt tijdens de replicatie. Dit enzym breekt, ontwindt en verbind het DNA verder aan de 5' kant, waar het nog dubbelstrengs is, om ervoor te zorgen dat het DNA stabiel blijft en niet in de knoop komt te liggen. 
    (Het DNA polymerase en helicase worden via bindende eiwitten bij elkaar gehouden)
  • Vanuit de nieuw gesynthetiseerde streng gezien (bij DNA-replicatie), vanaf welke kant naar welke kant van het DNA wordt het nieuwe DNA gesynthetiseerd? Hoe wordt de nieuwe streng (dus de streng die wordt gesynthetiseerd) genoemd?
    Het nieuwe DNA wordt vanaf de 5' kant naar de 3' kant van de eigen streng gesynthetiseerd.  
    De nieuwe streng wordt ook wel de leading streng genoemd.
  • Naast de leading streng, moet ook de lagging streng (de nieuwe streng die complementair aan de template streng (de onderste originele streng) gesynthetiseerd gaat worden) worden gesynthetiseerd. Hoe gaat dit in zijn werk? (benoem ook de bijbehorende enzymen)
    Ook de lagging streng wordt gesynthetiseerd met behulp van DNA polymerase III. Omdat de DNA polymerase van 5' naar 3' kant  (als je kijkt naar de nieuwe (lagging) streng) beweegt en de helicase de andere kant op, moet de DNA polymerase constant overstappen naar een nieuw vrijgekomen punt op de template streng om daar weer vervolgens in tegenovergestelde richting ten opzichte van de DNA helicase te werk te gaan. Er ontstaan als het ware iedere keer RNA primers met daarachter kleine DNA fragmenten (ook wel Okazaki fragmenten genoemd). Terwijl DNA polymerase III zijn werk doet, zorgt DNA polymerase I ervoor dat de RNA primers worden vervangen door deoxyribose nucleotiden (oftewel gewoon DNA). Als laatste moeten de 3' en 5' uiteindes van de okazaki fragmenten (inclusief de oude RNA primers (die zijn nu omgezet naar stukjes DNA door polymerase I)) nog met elkaar verbonden worden (aangezien er geen sprake is van een fosfo-diester binding tussen de okazaki fragmenten, omdat die eerst met elkaar gescheiden waren door een RNA primer). Dit wordt gedaan met behulp van het enzym DNA ligase. Dit proces herhaalt zich totdat er uit de DNA replicatie een mooie lagging streng als eindresultaat ontstaat.
  • Wat is het verschil tussen de replicatie van DNA bij prokaryoten (zoals E. Coli) en eukaryoten (zoals de mens)?
    Prokaryoten zoals E. Coli beschikken over een circulair DNA chromosoom waarin het DNA wordt gerepliceerd vanuit één punt op het dubbelstrengs DNA molecuul. Er ontstaat in het circulaire chromosoom dus maar één replicatiebubbel.
    Bij eukaryoten is er sprake van meerdere  startpunten van replicatie. Er is dus sprake van meerdere replicatiebubbels.
  • Wat is een replicatiebubbel?
    Een "bubbel" die ontstaat als gevolg van de replicatie van DNA. Hierbij werkt helicase vanaf een bepaald startpunt twee verschillende kanten op bij dubbelstrengs DNA, waardoor er als het ware een soort van bubbel ontstaat met als buitenste, begrenzende laag de twee originele strengen (template en coderend).
  • Waarom duurt het repliceren van DNA in een eukaryoot organisme zo veel langer dan bij een prokaryoot orgnanisme?
    Bij eukaryoten is er sprake van een chromosoomstructuur waarbij het DNA is gewikkeld om heel veel eiwitten (ook wel histonen genoemd). Een eiwitcomplex met daaromheen DNA gewikkeld wordt ook wel een nucleosoom genoemd. In tegenstelling tot prokaryoten moet het helicase in eukaryoten niet alleen de dubbele strengen los van elkaar halen, maar het moet er ook voor zorgen dat de nucleosoomstructuur weg gaat, zodat het DNA normaal kan worden repliceert. Dit zorgt ervoor dat de replicatieduur bij eukaryoten langer duurt dan die van prokaryoten.
  • Wat is tautomerie en hoe wordt het verholpen?
    Tautomerie is het verschijnsel waarbij er verkeerde basenparing heeft plaatsgevonden bij de replicatie. Een tautomeer cytosine nucleotide kan dus bijvoorbeeld worden gepaard met een adenosine nucleotide, die normaalgesproken altijd paart met een thymine nucleotide. Het eerste mechanisme waarbij dit soort fouten worden verholpen wordt "exonucleolytic proofreading" genoemd. Dit mechanisme zorgt ervoor dat tautomere basen worden verwijdert en de juiste base wordt ingebouwd. Dit wordt gedaan door DNA polymerase die in staat is om een mismatch te kunnen herkennen en verwijderen. Deze proofreading vindt plaats van 3' naar 5' kant van het DNA.

    Het tweede mechanisme dat plaatsvind wordt ook wel "strand-directed mismatch repair" genoemd. Dit is een mechanisme waarbij tautomere nucleotiden die niet zijn herkend tijdens de proofreading alsnog worden verwijdert. De proteïnen MutS en MutL zorgen ervoor dat mismatches worden herkent. Vervolgens zorgen de eiwitten ervoor dat er een stukje DNA met daarin de mismatch wordt weggeknipt van de streng, waarna DNA polymerase de ontstane gat weer opvult met nieuw DNA (dit keer zeer waarschijnlijk wel goed gesynthetiseerd zonder mismatches).
  • Gegeven is dat een RNA primer niet aan het uiteinde van een DNA streng geplaatst kan worden, wat impliceert dat bij de DNA replicatie de dochtercellen altijd iets korter zullen zijn dan de moedercellen (de RNA primers kunnen immers niet optimaal op het uiteinde geplaatst worden op de strengen). Hoe wordt dit probleem bij eukaryoten opgelost door de eukaryote cel? En waarom hebben prokaryoten geen last van dit probleem?
    Prokaryoten hebben een circulair DNA molecuul, wat inhoud dat er geen uiteinde is. RNA primers kunnen dus overal op het molecuul geplaatst worden en de dochtermoleculen zullen dus ook niet kleiner zijn dan de moedermoleculen. 
    Het DNA van eukaryoten beschikt over zogenaamde telomeren op de uiteindes van de DNA moleculen. Deze telomeren bestaan uit sequenties van TTGGGG basen die steeds worden herhaald. Iedere keer gaat er dus bij de replicatie een stukje van deze uiteindes (telomeren) verloren. Er bestaat echter een enzym genaamd DNA-telomerase die in staat is om deze TTGGGG sequenties te herkennen en vervolgens uit te breiden met behulp van DNA polymerase. Zo worden de telomeren in stand gehouden, waardoor er na veel replicaties uiteindelijk geen kostbare gegevens uit het DNA verloren gaan.
  • Hoe gaat telomerase te werk?
    De telomeren zorgen ervoor dat er altijd een vrij 3' uiteinde beschikbaar is aan de uiteindes van een DNA molecuul. DNA-telomerase heeft een sequentie van nucleotiden die complementair is aan TTGGGG (AACCCC dus) en bindt dat tegenover het 3' uiteinde van het telomeer, waarna DNA polymerase er voor zorgt dat de rest wordt opgevuld met nucleotiden, waardoor er een uitgebreider telomeer ontstaat. De telomeren worden aan de uiteindes beschermt door middel van een t-loop.
  • Wat is de template streng?
    De template streng is complementair aan de coderende streng. Het mRNA dat wordt gesynthetiseerd is complementair aan de template streng. Omdat de coderende streng ook complementair is aan de template streng, is de nucleotide sequentie van het mRNA gelijk aan de coderende streng (afgezien van het feit dat RNA geen thymine heeft, maar in plaats daarvan uracil). Ook wel matrijsstreng genoemd.
  • Wat is transcriptie en wat is translatie?
    Transcriptie is het maken van RNA (dus eigenlijk het "overschrijven" van het DNA met als resultaat RNA.
    Translatie is het tot uiting komen van het RNA: er wordt via translatie een eiwit gesynthetiseerd op basis van de unieke code die aanwezig is op het RNA.
  • Wat kenmerkt RNA ten opzichte van DNA?
    - Ribose i.p.v. Deoxyribose (2' OH-groep op de pentose die niet aanwezig is bij deoxyribose)
    - Uracil i.p.v. Thymine
    - Enkelstrengs i.p.v. Dubbelstrengs
  • Wat is een uitzondering op de 1 gen --> 1 eiwit regel?
    Niet alle genen coderen voor eiwitten. Er kunnen ook RNA moleculen ontstaan uit een gen, waaronder: 
    - Transfer RNAs
    - Ribosomale RNAs
    - Small nuclear RNAs
    - Micro-RNAs
  • Leg globaal uit hoe transcriptie plaatsvind
    MessengerRNA wordt net zoals DNA gesynthetiseerd in 5' --> 3' richting (als je kijkt naar de streng die gesynthetiseerd wordt). RNA polymerase zorgt ervoor dat de mRNA streng wordt gemaakt. Het begin van het proces vindt plaats bij een promotor (een bepaalde sequentie die herkend kan worden en dus de start aangeeft van een transcriptie proces). Hier bind het RNA polymerase zich. Het complementaire gedeelte van de promotor zit uiteindelijk niet in het mRNA. Uiteindelijk stopt de transcriptie bij een bepaalde sequentie die de terminator wordt genoemd. Ook het complementaire gedeelte van de terminator maakt geen deel uit van het mRNA. Uiteindelijk is het resultaat van het proces een mRNA streng met in het midden het coderende gedeelte. Aan zowel het 5' als het 3' uiteinde bevinden zich UTRs (UnTranslatedRegion). Deze UTRs coderen niet voor een product in tegenstelling tot het coderende gebied, maar ze spelen wel een belangrijke rol in de translatie
  • Wat doet RNA-polymerase?
    RNA polymerase bindt aan het DNA, waarna er een replicatiebubbel wordt gevormd (het RNA polymerase zorgt er dus onder andere voor dat de strengen van het DNA uit elkaar worden gehaald). Vervolgens beweegt het RNA-polymerase in 5' naar 3' richting, terwijl het voor de synthese van een RNA streng zorgt. Tot slot ontbind het RNA-polymerase zich van het DNA zodra de "terminator" wordt bereikt.
  • In welke vier stappen kan men het proces van transcriptie beschrijven?
    1. Binding: Het RNA-polymerase bindt zich aan de promoter.
    2. Initiatie: Het RNA-polymerase vormt een replicatiebubbel en begint zich te bewegen in de richting van de terminator.
    3. Elongatie: Het RNA-polymerase beweegt zich in de richting van de terminator en neemt de replicatie bubbel met zich mee. De mRNA streng ontkoppelt zich gelijk van het DNA zodra het zich niet meer in de bewegende RNA polymerase bevind. Hierdoor wordt het dubbelstrengs DNA in staat gesteld om zich weer te sluiten nadat het RNA-polymerase langs is geweest.  
    4. Terminatie: Zodra het RNA-polymerase aankomt bij de terminator op het DNA, zal het zich ontbinden en blijft er een gesynthetiseerde mRNA streng over, klaar voor translatie.
  • Wat voor soort reactie vindt er plaats als een nucleotide wordt gebonden aan een ander nucleotide bij de vorming van nieuw DNA of RNA?
    Een condensatiereactie. Er komt H2O vrij en de afbraak van pyrofosfaat levert ook nog eens energie voor in de binding.
  • Hoe worden de transcriptierichtingen van RNA-polymerase tijdens de transcriptie ook wel genoemd?
    De richting waarin de polymerase beweegt wordt ook wel "downstream" genoemd. De tegenovergestelde richting wordt ook wel "upstream" genoemd.
  • Hoe kan een RNA-polymerase de coderende streng onderscheiden van de template (of matrijs)streng bij prokaryoten (zoals E. Coli)?
    Er is sprake van consensus sequenties (de promoter) in de coderende streng. Rond -35 en -10 basenparen (waaronder ook de TATA (pribnow in prokaryoten) box) (gebasseerd op de afstand in basen tot de start van de synthese van de RNA streng) zijn er herkenbare sequenties van basen die overal altijd terug te vinden zijn rond dezelfde afstand van het begin van de RNA streng vandaan (van +1 vandaan dus). Omdat deze sequenties voorkomen in de coderende streng, herkent het RNA-polymerase dit als de coderende streng. Vervolgens bindt een zogenaamd sigma subunit van RNA-polymerase zich aan de -35 en -10 consensus sequenties, waarna het RNA-polymerase zich bind aan het sigma subunit. Het sigma subunit is zo gepositioneerd door de consensus sequenties dat het RNA-polymerase de goede kant op beweegt en de RNA streng maakt met de template streng als complementaire streng. Vervolgens ontbind het sigma subunit zich weer van de promoter, waarna het zich weer zal binden aan de volgende promoter.
  • Wat is het verschil tussen transcriptie en translatie in prokaryote cellen en eukaryote cellen?
    Prokaryote cellen hebben geen celkern. Er is dus geen barrière tussen transcriptie en translatie. Dit zorgt ervoor dat ribosomen al kunnen beginnen aan de translatie terwijl de transcriptie van het mRNA molecuul nog bezig is.
    Eukaryote cellen hebben wel een celkern die transcriptie van translatie scheidt. Hierdoor kunnen transcriptie en translatie niet tegelijkertijd plaatsvinden wat hetzelfde mRNA molecuul betreft. Ook wordt er bij de transcriptie van mRNA in eukaryote cellen niet meteen mRNA gemaakt, maar eerst pre-mRNA wat daarna als gevolg van verdere processen binnen de celkern wordt omgezet tot mRNA, wat daarna de celkern kan verlaten en vervolgens deel kan nemen aan de translatie.
  • Hoeveel basen coderen voor één aminozuur? (er zijn vier verschillende basen en 20 verschillende aminozuren (die het menselijk lichaam kan synthetiseren))
    3 basen coderen voor 1 aminozuur. Deze drie basen worden ook wel een triplet code genoemd.
  • Wat houd een stopcodon in?
    Een stopcodon is een combinatie van drie nucleotiden die het einde van een translatieproces aangeven. Zodra een ribosoom dit punt heeft bereikt bij de translatie, stopt het translatie proces.
  • Wat is er speciaal aan het triplet codon "AUG"?
    AUG codeert in tegenstelling tot andere start en stop codons ook voor het aminozuur Methionine. Het geeft dus zowel de start van een translatie proces aan en codeert daarnaast voor methionine. Daarom beginnen polypeptideketens ook vaak met het aminozuur methionine. (een enzym kan dit start aminozuur echter consequent verwijderen van de keten)
  • In welke richting worden RNA moleculen afgelezen tijdens de translatie door ribosomen?
    Van 5' naar 3' kant
  • Wat zijn transcriptiefactoren en hoe spelen deze een rol bij de transcriptie in eukaryote cellen? En in prokaryote cellen?
    Eukaryote cellen: Er is sprake van een bepaalde sequentie in het DNA die ook wel de TATA box genoemd wordt. De TATA box komt voor in de promoter. Aan de TATA box binden bepaalde eiwitten genaamd transcriptiefactoren zich. Vervolgens Kan het RNA polymerase zich binden aan de promoter, waardoor er een transcriptie initiatie complex ontstaat. Eukaryote cellen hebben eerst transcriptiefactoren nodig, voordat het RNA polymerase zich kan binden aan het DNA.
    Prokaryote cellen: Prokaryote cellen hebben geen transcriptiefactoren nodig die zich binden aan het DNA. In prokaryoten herkent een deel van het RNA polymerase zelf de promoter, waarna het polymerase kan binden.
  • Hoe zorgt de cel ervoor dat er zo veel mogelijk mRNA moleculen gemaakt kunnen worden in een korte tijd zodat er zo veel mogelijk eiwit geproduceerd kan worden?
    Omdat het DNA tijdens de transcriptie nadat de RNA polymerase is gepasseerd weer terug gaat in zijn dubbele helix vorm, kunnen er meerdere RNA-polymerases achter elkaar in een rijtje dezelfde streng langsgaan, zodat er zoveel mogelijk RNA moleculen in een korte tijd gemaakt kunnen worden.
  • Waar zorgt de terminator voor bij de transcriptie in prokaryoten, waardoor de transcriptie stopt en het RNA-polymerase los laat?
    De terminator bevat een bepaalde sequentie die ervoor zorgt dat er een hairpin structuur ontstaat in het mRNA. Deze hairpin structuur is het termination signaal en zodra dit wordt opgemerkt door het RNA-polymerase laat deze los en geeft het het mRNA vrij.
  • Prokaryoten hebben maar 1 type RNA-polymerase. Eukaryoten hebben er echter meer. Hoeveel hebben eukaryoten er en welke is verantwoordelijk voor de transcriptie van eiwitcoderende mRNAs?
    RNA polymerase I, RNA polymerase II en RNA polymerase III.
    RNA polymerase II is verantwoordelijk voor de transcriptie van eiwitcoderend RNA.
  • Bij de transcriptie initiatie in eukaryoten spelen veel verschillende enzymen en eiwitten een belangrijke rol. Vier stappen zijn:
    Toegankelijkheid van het DNA.
    Respons op signalen.
    Promoter binding.
    Transcriptie.       
    Geef van elke stap aan welke soorten enzymen en eiwitten hier van belang zijn.
    Toegankelijkheid: chromatine modificerende enzymen en chromatine remodeling complexen.
    Respons: co-activatoren en gen-specifieke transcriptiefactoren
    Promoter binding: algemene transcriptiefactoren
    Transcriptie: RNA-polymerase
  • Kan een gen niet goed tot uiting komen als een van de eiwitten betrokken in het initiatie proces bij eukaryoten van de transcriptie niet aanwezig is of gemuteerd is?
    Het is mogelijk dat een gen dan niet goed tot uiting kan komen. De eiwitten betrokken bij het initiatie proces zijn dus erg belangrijk voor het verloop van de transcriptie en dus ook bij het resultaat in de vorm van een RNA molecuul.
  • Hoe eindigt de transcriptie bij eukaryoten?
    Tijdens de transcriptie wordt het RNA molecuul gemodificeerd. Om te beginnen wordt er aan het begin van het RNA molecuul aan de 5' kant een guanoside gebonden met behulp van een enzym. Dit wordt de mRNA cap genoemd. Ook is er in ieder RNA molecuul een bepaalde sequentie (AAUAAA) aanwezig, die zodra deze verschijnt in het RNA eiwitten aantrekt die een paar nucleotiden verder downstream het RNA molecuul losknippen van het RNA polymerase. Vervolgens zorgt poly(A)polymerase ervoor dat er een poly A staart aan de 3' kant van het zojuist losgeknipte RNA molecuul wordt gebonden.
  • Waar dienen de mRNA cap en de poly-A staart voor bij de RNA transcriptie?
    De mRNA cap en de poly-A staart dienen voor bescherming van het mRNA tegen exo-nucleases. Ook helpen ze bij de export van het mRNA uit de celkern. Ook helpt de mRNA cap de ribosomen binden met het 5' uiteinde zodra het mRNA molecuul het cytoplasma bereikt heeft.
  • Wat is splicing?
    Pre-RNA in eukaryote cellen bevatten introns en exons. De exons zijn coderende delen van het mRNA die codeert voor aminozuren. Tussen de exons zitten introns, wat niet coderende stukjes RNA zijn. Om het RNA zo te modificeren dat uiteindelijk de exons alleen overblijven voor het uiteindelijk mRNA, worden de introns verwijderd. Dit proces wordt splicing genoemd.
  • Hoe vindt splicing plaats?
    Voordat de splicing begint, zijn er bepaalde eiwitten en snRNPs (snRNA samen met een ander eiwit) nodig. Op deze manier kan er een spliceosoom worden gevormd waarin meerdere snRNPs aanwezig zijn. Dankzij specifieke sequenties in de introns wordt een intron herkent. Vervolgens zorgt een spliceosoom ervoor dat het intron netjes wordt weggenknipt en dat alleen nog de exons overblijven.
  • Wanneer en waar vind het processen van het mRNA plaats?
    Tijdens de transcriptie binnen de celkern.
  • Bevatten exons alleen maar coderende sequenties?
    Nee, exons bevatten ook niet-coderende sequenties. Exons zijn dus niet persé het coderende deel van het mRNA, maar de delen die samen het mRNA vormen.
  • Hoe functioneren snRNP's?
    Ze functioneren als ribozymen: RNA moleculen die functioneren als enzymen. Ze spelen een rol bij de splicing en ze katalyseren hun eigen werking
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.