Summary unidad 7

-
234 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - unidad 7

  • 1 unidad 7

  • zegt u het maar
    Dígame!
  • met wie spreek ik?
    De parte de quién?
  • een ogenblikje alstublieft
    un momento por favor
  • wilt u een boodschap achterlaten?
    quiere dejar un mensaje? (ook: recado)
  • achterlaten
    dejar
  • boodschap
    mensaje
  • ik zal het doorgeven
    lo voy a pasar
  • is de heer/mevrouw XX aanwezig?
    Está el senor/la senora XX?
  • daar spreekt u mee
    al aparato
  • welkom
    bienvenido/-a/-os/-as
  • voor hoeveel nachten?
    para cuantás noches?
  • voor hoeveel personen?
    para cuántas personas?
  • met hoeveel personen bent u?
    cuántas personas son?
  • heeft u een tent of een caravan?
    tiene tienda o caravana?
  • heeft u elektriciteit nodig?
    necesita electricidad?
  • wat wenst u?
    Qué desea?
  • waarmee kan ik u van dienst zijn?
    En qué puedo servirle?
  • wat is uw reserveringsnummer?
    Cuál es nu número de reserva?
  • u heeft plaats..
    tiene la parcela
  • plaats
    parcela
  • honden zijn toegestaan
    se permiten perros
  • het is toegestaan te barbecueën
    se permiten hacer barbacoa
  • men staat niet toe
    no se permite/no se permiten
  • verboden herrie te maken
    prohibido hacer ruido
  • verboden
    prohibido
  • er is geen electriciteit
    no hay electricidad
  • het licht doet het niet
    la luz no funciona
  • de buren maken herrie
    los vecinos hacen ruido
  • de buren
    los vecinos
  • over welke plaats gaat het?
    De qué parcela se trata?
  • het spijt me heel erg
    lo siento mucho
  • wat vervelend
    qué pena!
  • ik zal een monteur sturen
    voy a mandar un técnico
  • sturen
    mandar
  • ik stuur meteen mijn collega
    ahora mismo mando a mi colega
  • ik noteer uw klacht
    apunto su queja
  • we gaan het oplossen
    lo vamos a solucioar
  • wij organiseren een excursie naar Madrid
    organizamos una excusión a Madrid
  • de camping organiseert veel activiteiten
    el camping organiza muchas actividades
  • het begint om 20.00 uur
    empieza a las 20.00
  • het eindigt om 22.00 uur
    termina a las 22.00
  • het vertrekpunt is..
    el punto de partida es..
  • het duurt 2 uur
    dura dos horas
  • u schrijft zich in bij de receptie
    usted se inscribe en la oficina de recepción
  • we verzamelen op op parkeerterein
    nos reunimos en el aparcamiento
  • het is voor de kinderen/jongeren/volwassenen
    es para ninos/jóvenes/adultos
  • spelen
    jugar
  • beginnen
    empezar
  • doen/maken
    hacer
  • a su mano derecha
    aan uw rechterhand
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

la zona de lavar platos
de afwasruimte
la zona de barbacoa
de bbq zonde
el vehículo
het voertuig
los vecinos
de buren
el vecino
de buurman
tratarse
gaan over/ betreffen
la tienda-bungalow
de bungalowtent
la tienda (campana)*
de tent
el tiempo libre
de vrije tijd
terminar
eindigen/stoppen