Summary unite 1 + 2

-
202 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - unite 1 + 2

  • 1 unite 1 + 2

  • combien
    hoeveel
  • rappeler
    terugbellen
  • sonner
    klinken, overgaan
  • le doigt
    de vinger
  • déplacer
    verplaatsen
  • se sevir de
    gebruiken
  • appuyer
    drukken
  • montrer
    laten zien
  • touche
    de toets
  • raccrocher
    ophangen
  • gérer
    beheren
  • au contraire
    in tegendeel
  • l'équilibre
    het evenwicht
  • permettre
    in staat stellen
  • s'occuper de
    zorgen voor
  • manquer
    missen
  • hors de question
    geen sprake van
  • fuir
    vluchten
  • la solitude
    de eenzaamheid
  • l'écrivain
    de schrijver
  • enfermer
    opsluiten
  • tomber bien
    goed uitkomen
  • s'ennuyer
    zich vervelen
  • s'imposer
    zich verplichten
  • ressentir
    voelen
  • l'emploi
    de baan
  • le recrutement
    de werving
  • le réseau
    het net
  • le nombre
    het aantal
  • précédent
    voorafgaand
  • tenter
    trachten, proberen
  • le mode d'emploi
    de gebruiksaanwijzing
  • apparaltre
    verschijnen
  • se méfier de
    wantrouwen
  • se passer
    gebeuren
  • accessible
    toegankelijk
  • adhérer
    lid worden
  • suffisant
    voldoende
  • télécharger
    downloaden
  • le conseil
    de raad
  • tweede
    second
  • de uitzending
    l'emission
  • het tijdverdrijf
    le passe-temps
  • heel slecht
    nul
  • hetzelfde
    le/la même
  • zich voorstellen
    se présenter
  • het tijdschrift
    le magazine
  • corresponderen, schrijven
    correspondre
  • luieren
    paresser
  • het vak
    la matière
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ik ben 16 jaar en ik ben scholier/scholiere.
J'ai 16 ans et je suis lycéen/lycéenne.
Mijn koffer is van leer en hij heeft een ritssluiting.
Ma valise est en cuir et elle a une fermeture éclair.
Het is een vrij zwarte, vierkante tas.
C'est un sac assez noir, de taille carrée.
Iemand heeft mijn portemonnee gestolen.
Quelqu'un a volé mon porto-monnaie.
Je moet aangifte doen van diefstal of verlies.
Il faut faire un déclaration de vol ou de perte.
Ik kan mijn portemonnee niet vinden.
Je n'arrive pas à trouver mon porte-monnaie.
Ik moet nog een enkeltje kopen.
Je dois acheter encore un aller.
Haast je, anders gaan we de trein missen.
Dépêche-toi, sinon on va rater le train.
het gaat om
il s'agit de
het uiterlijk
le physique