Summary Vaarbewijs

-
242 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Vaarbewijs

  • 1 Les 1

  • Een klein vaarbewijs is verplicht voor het varen met?
    1. Snelle motorboten (sneller dan 20 km/uur) tot 15 meter
    2. Pleziervaartuigen met een lengte van 15 meter tot 25 meter
    3. Sleepboten, duwboten of sleepduwboten met een lengte van 15 tot 25 meter die uitsluitend worden gebruikt als pleziervaartuig met formele verklaring
    4. Beroepsvaartuigen met een lengte van 15 tot 20 meter
  • Onder welke voorwaarden wordt een klein vaarbewijs afgegeven?
    1. Het getuigschrift 
    2. Een verklaring betreffende de lichamelijke geschiktheid 
  • Een klein vaarbewijs 1 is vereist voor de vaart met een vaarbewijsplichtig schip op rivieren, kanalen en meren
  • Een klein vaarbewijs 2 is vereist voor de vaart met een vaarbewijsplichtig schip op alle binnenwateren.
  • Moet je voor het varen op zee een vaarbewijs hebben in NL?
    Nee, tenzij je een haven binnen vaart.
  • Wat is een klein schip en wat is een groot schip?
    • Een klein schip is korter dan 20 meter
    • Een groot schip is langer dan 20 meter
  • Welke rompvorm is het meest geschikt voor het varen in golven?
    Rondspant
  • De wetgever stelt geen uitrustingseisen aan kleine schepen, met een uitzondering op wat?
    Snelle motorboten, een juiste verlichting en een toeter zijn voldoende om dag en nacht te mogen varen.
  • Aan welke eisen vinden de opleiders en de examencommissie dat je moet voldoen?
    1. Een anker (voor als de motor uitvalt)
    2. Een zeereling (met scepters gemiddeld 60cm hoog)
    3. Een lenspomp met handbediening vanuit de kuip (pomp het water uit laagsgelegen deel van het schip
    4. Goede afsluiters voor de doorvoer onder de waterlijn?
    5. Goede reddingsvesten (bij snelle motorboten verplicht voor iedereen)
    6. Een brandblusser (hang je op een plek waar je er van twee kanten bij kan)
    7. De reglementen (in digitale of papieren vorm) VERPLICHT
  • Alle boten die sneller varen dan 20 km/uur zijn snelle motorboten. De minimum leeftijd is 18 jaar. Snelle motorboten moeten voorzien zijn van een registratieteken plus een bijbehorend registratiebewijs.
  • Wie is verantwoordelijk voor de naleving van de inrichtingsvoorschriften?
    De schipper.
  • Wat is de algemeen maximum snelheid waarmee gevaren mag worden op de Nederlandse vaarwegen?
    20 km/uur
  • Verplichte uitrusting?
    • Een motoronderbrekingsknop (niet vereist bij snelle kajuitsboten met een gesloten binnenbesturing)
    • Reddingsvesten
    • Een brandblusser
  • Verplichtingen van de bestuurder?
    • Hij moet 18 jaar zijn
    • Hij moet zitten op een voor hem bestemde plek
    • Als hij staand stuurt moet hij een vest dragen
    • Bij waterskiën moet de bestuurder worden bijgestaan door een persoon die minimaal 15 jaar oud is
  • Wat is het doel van de binnenvaartwet?
    Het bevorderen van de veiligheid van de vaart van schepen op de binnenwateren en van de veiligheid aan boord van die schepen.
  • Wat zijn de belangrijkste gevaren?
    1. Brand
    2. Verdrinking
  • Wat heb je nodig voor het ontstaan van brand?
    1. Een brandbare stof
    2. Voldoende hoge verbrandingstemperatuur 
    3. Zuurstof
  • Wat zijn A-branden?
    Kernbranden in vaste stoffen (papier, hout)
  • Wat zijn B-branden?
    Vloeistofbranden (benzine, olie, spiritus)
  • Wat zijn C-branden?
    Gasbranden (propaan, butaan)
  • Wat zijn D-branden?
    Metaalbranden (magnesium, aluminium)
  • Wat zijn E-branden?
    Elektriciteitsbranden (kortsluiting)
  • Wat zijn F-branden?
    Vet en/of oliebranden (vlam in de pan)
  • Enkele blusmiddelen zijn?
    • Water (alleen geschikt voor A branden)
    • Schuim (alleen geschikt voor A- en B branden (soms C) Schuim veroorzaakt weinig schade maar kan wel bevriezen bij -5
    • Poeder (geschikt voor A B en C branden)
  • Nadeel poederblusser: schaadt elektra en metaal
    Nadeel schuimblusser: niet te gebruiken bij -5
    Nadeel water: niet gebruiken bij blussen olie brand
  • Eisen brandblusser?
    • Moet rijkskeurmerk hebben en dient typegoedgekeurd te zijn
    • Minimumcapaciteit moet 2kg zijn
    • Dient elke 2 jaar gekeurd te worden
  • Wat doe je bij vlam in de pan?
    Dek de pan af met deksel of natte doek
  • Waarom is gevaar van brand of een explosie groter op een boot dan op een auto?
    Omdat de zware brandbare gassen niet weg kunnen
  • Waar wordt een gasdetector voor gebruikt?
    Meet of benzine en/of gasdampen in gevaarlijke concentratie aanwezig zijn
  • Waar plaats je een gasdetector en waarom?
    In het laagstgelegen deel omdat gas zwaarder is dan lucht.
  • Thermisch kooktoestel?
    Als de vlam uitwaait wordt de gastoevoer automatisch afgesloten
  • Gasbun?
    Gasfles voor kook en verwarmingsdoeleinden kan in een boot het best geplaatst worden in een afzonderlijke ruimte. De gasbun heeft op het laagste punt een afvoer naar buiten en van boven een mogelijkheid om verse lucht binnen te laten.
  • Wat moet er gebeuren voordat je een ingebouwde benzinemotor start?
    Een vonkvrije elektrische ventilator zuigt de lucht van onder de motor weg. Ivm brandgevaar.
    Bij een diesel motor niet nodig.
  • Waarom is het verstandig als je voor een lange tijd van boord gaat om de hoofdschakelaars uit te zetten?
    Omdat door de vochtige omgeving gemakkelijk kortsluiting ontstaat en dit kan weer brand veroorzaken.
  • Wat moet je doen als je in het water valt?
    1. Blijf drijven
    2. Houdt de warmte vast (foetushouding aannemen en niet bewegen)
    3. Wordt gezien
  • De hoofdkleur van reddingsmiddelen is naar internationaal gebruik oranje
  • Hoe is een reddingsvest geconstrueerd?
    In bewusteloze stand blijf je drijven op je rug met in je nek een dikke kraag.
  • Welke twee soorten reddingsvesten heb je?
    1. Besto 100N niet opblaasbaar
    2. Beste 150N wel opblaasbaar
  • Zwemvest is 50N en is GEEN reddingsvest! Reddingsvesten zijn vanaf 100N
  • Wanneer ben je verplicht een reddingsvest te dragen?
    • Bij het besturen van een snelle motorboot terwijl je staat
    • Bij beroepsvaart
  • Ronde reddingsboei?
    Wordt gebruikt in de beroepsvaart. Redelijk gewicht om goed te kunnen werpen.
  • Hoefijzervormige reddingsboei?
    Zien we veel op jachten.
  • Voordelen drijflijn?
    • Bij mislukking van toewerpen kun je hem weer binnenhalen
    • Je kunt de drenkeling makkelijk binnenhalen 
  • Nadelen drijflijn?
    Lijn kan in de knoop raken
  • Wanneer is een Joon handig?
    Als de drenkeling in het donker op stromend water overboord valt
  • Waar dient een parachuteling voor?
    Om een noodsein af te geven
  • Radarreflector?
    Vergroot bij slecht zicht de kans om opgemerkt te worden. Moet hoog geplaatst worden, tenminste 4 meter boven het water.
  • Plicht om hulp te verlenen?
    Wetboek van koophandel stelt dat je verplicht bent om hulp te verlenen tenzij je daarmee jezelf of andere in gevaar brengt.
  • Wat te doen bij een aanvaring?
    Geef elkaar de naam van het schip en de plaats van herkomst.
  • Twee type motoren?
    1. Verbrandingsmotoren
    2. Elektromotoren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat te doen bij voorrang nemen?
Koers en snelheid behouden.
Vrijvarende veerpont en verlichting?
Basis verlichting met in plaats van het toplicht een rondomschijnend groen licht boven een rondomschijnend wit licht.
Niet vrijvarende veerpont en verlichting?
Rondomschijnend groen licht boven een rondomschijnend wit licht.
Visserschip en verlichting?
Overdag: een zwarte diabolo op het voorschip
'S nachts: basisverlichting plus een wit rondomschijnend licht en daarboven een groen rondomschijnend licht.
Blauw flikkerlicht?
Schepen met toezichthoudende taak.
Snelle grote schepen en verlichting?
Twee gele, krachtige, snelle flikkerlichten boven elkaar.
Werkzaamheden en verlichting?
Geel flikkerlicht.
Schepen met gevaarlijke stoffen en verlichting?
Overdag: één, twee of drie blauwe kegels, loodrecht onder elkaar.
'S nachts: éen, twee of drie blauwe lichten, loodrecht onder elkaar.

Hoe gevaarlijker de lading, hoe groter de afstand die bewaard moet worden bij het afmeren bij het schip. 10m 50m 100m.
Niet in kiellinie en verlichting? (meerdere slepers aan één schip)
Elke sleper voert dan drie toplichten boven elkaar plus boordlichten en een geel heklicht.
Welk dagmerk voert een sleepboot 's nachts?
Twee toplichten boven elkaar, boordlichten en een geel heklicht (ipv wit); elk groot schip dat gesleept wordt voert een rondstralend wit licht en het laatste schip ook een heklicht.