Summary Vak Medische theorie

-
197 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Vak Medische theorie". The author(s) of the book is/are Peeters. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Vak Medische theorie

  • 1 HC Cellen en Weefsels

  • Wat is de bouw van een cel? 

    Een cel is gevuld met cytoplasma en bestaat uit een celkern (nucleus) en heeft organellen en een celmembraan rond de cel. 

  • Noem de 7 organellen 

    1. nucleus

    2. Ribosomen

    3. endoplasmatisch recticulum

    4. Golgi-complex

    5. mitochondrien

    6. Lysosomen

    7. Centrosoom

     

  • Noem de bouw van de celmembraan

     

    De celmembraan is opgebouwd uit een dubbele laag fosfolipiden. De kop is hydrofiel en de staart is hydrofobe. Zo wordt vocht afgestoten en kan er niks zomaar uitlekken en niks inkomen. 

  • Benoem de anatomie aan de hand van het plaatje (blz. 34 van anatomie en fysiologie) 

    :)

  • Benoem de soorten weefsels (4) 

    -   spierweefsel

    -   zenuwweefsel

    -   steunweefsel

    -   dekweefsel 

  • Welke soorten transport vinden er plaats in een cel en wat is het? (leg uit) 

    -   diffusie:    van een hogedruk gebied --> lage drukgebied (dm.v. een permeabele wand) 

    -   osmose:   (door de semipermeabele wand) Grote stofjes kunnen niet langs de wand dus zal de stof waar een hoge drukgebied stijgen zodat er evenveel concentratie bij beide wanden optreedt. 

     

    membraantransport: 

    -   passief: Hier is geen energie bij nodig. Passieve transportatie vindt meestal plaats bij een permeabele wand wat zonder moeite er door heen komt ( zuurstof en CO2) D.m.v. diffusie en osmose. Colliodosmotische druk: eiwitten en water. Kristalloidosmotische druk: zouten (zuigende kracht) 

     

    -   actief: kost energie 

    enzymatische pompd.m.v. enzymen worden de stoffen uit de cel geloosd. Deeltjeà bindt zich aan enzymà enzym zwemt door membraan heen à aan de andere kant laat het los

     

    Blaasjestransportstulpt de celmembraan om de te transporteren stof heen en vormt een blaasje. Bij vaste stof (fagocytose), bij vloeistof (pinocytose). Bij exocytose worden de deeltjes uit de cel getransporteerd en endocytose in de cel.

     

  • Wat is de functie van de Nucleus
    Celkern, het regelcentrum van de cel. Bevat ons DNA en RNA 
  • Wat is de functie van de Mitochondriën? 
    Zorgen voor de energievorming uit de voedingstoffen. Bij verbranding hiervan komt energie vrij. (Na afbreken komt er ATP vrij en deze gaat naar de plek waar energie nodig is) 
  • Wat zijn de Ribosomen?
    Spelen een rol bij de eiwitsynthese.
  • Wat is de functie van endoplasmatisch recticulum?
    Netwerk van sterk vertakte holtes. Soort kanaaltjes systeem dat voor de transport zorgt van opgeloste deeltjes door de cytoplasma heen
  • Wat is de Mitochondrium?
    Energieleveranciers van de cel. Vooral veel enzymen die voor glucoseverbranding zorgen.
  • Wat is de functie van ribosomen?
    Op de wand van de buisjes van endoplasmatisch recticulum bevinden zeer kleine korreltjes. Dit zijn ribosomen en hierin vindt de opbouw van eiwitten plaats. 
  • Wat is het Endoplasmatische Reticulum? (ER)

    Membranensysteem die bestaat uit een netwerk (reticulum) van platte buistjes.
  • Wat is de functie van centrosomen?
    spelen een rol bij de celdeling. Bestaat uit 2 delen. (bij delen gaat het ene deel mee naar de andere cel) 
  • Wat is een organel?

    Een structuur van de cel

    -> orgaan van de cel

  • Wat is de functie van Golgi-complex? 
    Voorraadcentrum, omzetting van eiwitten, vetten en koolhydraten, soort werkplaats waar producten of de cel uit of naar een ander organel wordt vervoerd.
  • Wat is Cytoplasma?

    'Vulling' van de cel, = een geleiachtig vocht waarin zich de organellen bevinden.

    Cytoplasma + organellen worden opgeven door het celmembraan

  • Wat is de functie van lysosomen? 
    afbraak van eiwitten, vetten en koolhydraten. dienen als afvalverwerking met behulp van enzymen. 
  • Wat is het Celmembraan?

    Dun vliesje die het cytoplasma en organellen beschermen tegen ongewenste stoffen.

  • Waaruit bestaat het celmembraan?
    dubbellaag fosfolipiden + cholestrolmoleculen
  • Wat is nucleoplasma?
    kernplasma.
  • Wat zijn Anabole reacties?

    kleine moleculen samenvoegen tot grotere moleculen.

    kost energie (assimilatie)

    Opbouwstofwisseling

  • Wat zijn Katabole reacties?

    grote moleculen afbreken tot kleine moleculen

    kost geen energie maar komt energie vrij (dissimilatie)

    afbraakstofwisseling


  • Wat is Passief transsport?

    Stoffen die de celmembraan kunnen passeren zonder de cel een actieve rol speelt.

    kost de cel geen energie -> diffusie/osmose


  • Wat is Actief transport?

    Stoffen die de cel opneemt of afgeeft.

    kost de cel wel energie

  • Wat zijn holocriene klieren?
    Talgklieren waarbij de gehele kliercel eruit gaat
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Nervus Hypoglossus
Efferent: motorische zenuw
- tongbewegingen
Nervus Accessorius
Efferent: motorische zenuw
- nek-hals spieren
Nervus Vagus
Afferent: sensibele zenuw
Efferent: motorische zenuw
- hart, longen, slijmvlies van strot tot darmen. spieren voor gehemelte en stembanden
Nervus Glossopharyngeus
Afferent: sensibele zenuw
Efferent: motorische zenuw
- tong-keel zenuw, halsslagader (bloeddruk en bloedzuurgraad)
Nervus Octavus
Efferent: motorische zenuw
- Evenwichtsorgaan en gehoororgaan
Nervus Facialis
Afferent: sensibele zenuw
Efferent: motorische zenuw
- Mimiek, smaakprikkel, traanklier en onderkaak- ondertong speekselklier
Nervus Abducens
Efferent: motorische zenuw
- Buitenste rechte oogspier
Nervus Trigeminus
Afferent: sensibele zenuw
Efferent: motorische zenuw
- Sensibiliteit gezicht, tong voor kauwen
Nervus Trochlearis
Efferent: motorische zenuw
- Uitwendige oogspieren
Nervus Oculomotorius
Efferent: motorische zenuw
- Ooglid