Summary Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

-
ISBN-10 9013042228 ISBN-13 9789013042221
4001 Flashcards & Notes
170 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht
  • J G J Rinkes redactiesecretaris W Temme C L G F H Albers
  • 9789013042221 or 9013042228
  • 22e dr.

Summary - Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

  • 1.1.1 Recht en samenleving

  • 1. Wat is recht? Recht bevindt zich in de menselijke geest en is onderworpen aan persoonlijke opvattingen. Recht is groots en omvangrijk.
    Celsus: het recht is de kunst van het goede en billijke
    2. Is het recht gelijk aan de wet? Er is veel recht in de wet. Maar een materiële, inhoudelijke definitie vind je er niet. 
    Hobbes: over het algemeen is recht geen raad, maar bevel. 
    Wetten geven regels die betrekking hebben op menselijk gedrag: veroorlovende, verbiedende en gebiedende regels.Wet en recht, wetmatig en rechtmatig zijn niet identiek.
    Germanen: gewoonterecht
    3. De rechter maakt recht wat scheef (onduidelijk) is.Hij interpreteert de algemene regel (wet) en beslist welke betekenis die heeft in het concrete geval.
    4. Rechter is regelend en dwingend, precedent, jurisprudentie
    5. Overal in de handelingen van mensen openbaart zich het recht. Alle betrekkingen tussen mensen zijn rechtsbetrekkingen. Het recht is de geordende samenleving (de rechtsorde)
  • Welke functie heeft de rechter?
    regelend (ordenend) dwingend
  • Wat is het principiële verschil tussen de uitspraak van de rechter en de algemene rechtsregels?

    De uitspraak van de rechter regelt de concrete verhouding tussen bepaalde partijen en de algemene rechtsregel geeft een leidraad voor allen (verschil vervaagt).

    Wat de rechter in concreto doet, dat doet het recht, wanneer het in algemene regels is belichaamd, in het algemeen; het stelt regels waarnaar mensen zich tegenover elkaar moeten gedragen en het dwingt de mensen hun gedrag overeenkomstig die regels te richten.

  • Waardoor is de inhoud van het recht niet overal hetzelfde?
    Door cultuurverschillen, verschillen in gosdienst en de opvattingen wat wel of niet geoorloofd is.
  • Wat is kenmerkend voor gedragsnormen?

    Kenmerkend voor gedragsnormen is, dat zij menselijke verhoudingen ordenen en dat overtreders van die normen gekritiseerd worden. Normen geven tot op zekere hoogte richtlijnen voor hetgeen als goed en kwaad wordt beschouwd soms zijn ze ook puur ordenend.

  • Waarom kunnen mensen het niet stellen zonder gedragsnormen?

    Als er geen gedragsnormen zouden zijn, zouden mensen niet in staat zijn vooruit te lopen op elkaars gedrag. (vb. vreemdeling belt aan negeert alle regels en stormt gewoon naar binnen en doet of hij thuis is).

  • 1.1.1.1 Recht en cultuur

  • Welke rol speelde het Romeinse recht in onze streken?
    In onze streken heerste het inheemse gewoonterecht van Germaanse stammen, het was een volksrecht waaraan stamgenoten verplicht waren deel te nemen. Omdat zij tot de Christelijke godsdienst waren overgegaan en de kerk naar Romeins recht leefde waardoor dit belangrijke invloed kreeg op de rechtsvorming.
  • Hoe komt het dat het Romeinse recht uiteindelijk aanvaard werd? (receptie)
    Romeinse juristen stonden niet vijandig tegenover het inheemse recht en hebben het in vele gevallen overgenomen, maar ingekleed in Romeinse formules en begrippen waardoor het aanvaard werd
  • 1.1.2 Recht en cultuur

  • 6. Er bestaat geen wereldrecht, maar wel nationaal recht. Dit komt door de verschillen in godsdienst en cultuur. Er is ook overeenkomst tussen landen, bijvoorbeeld op Europees niveau. Europese cultuur komt voort uit christelijke, Joodse en Grieks-Romeinse tradities.
    7. Germanen leefden naar gewoonterecht. Na kerstening namen ze het Romeinse recht over, omdat de kerk belangrijke invloed op de rechtsvorming had gekregen. Zij zag Karel de Grote als opvolger van de Romeinse keizers en daarom gold het Romeinse recht voor iedereen.
    Justinianus Corpus Iuris Civilis bestaat uit drie delen:
    - Codex Justiniani (de wetgeving) afk. C
    - Digesten (bloemlezing uit oudere rechtsgeleerde boeken) afk. D
    - Instituten (een leerboek) afk. Inst.

    Latere toevoegingen: de novellen afk. Nov. 
    8. Zo ontstonden in de Middeleeuwen Romeinsrechtelijk onderlegde raadsheren, notarissen, pleitbezorgers, adviseurs, enz.Men spreekt van aanvaarding, receptie van het Romeinse recht. We lwaren hier nog altijd sporen van het inheems Germaanse recht in aanwezig. De Verlichting eiste een terugkeer naar het zuivere Justiniaanse recht. De Franse revolutie zorgde voor wetsboeken in de landstaal: Les cinq Codes van Napoleon. In Nederland kwam het Wetboek Napoleon ingerigt voor het Koningrijk Holland. In het privaatrecht bleef het Romeinse recht voortleven.
  • Welke 2 vormen van recht zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het recht in Europa?

    Het Inheemse volksrecht en het Romeinse recht

  • 1.2 Functie van het recht

  • 9. Welke rol speelt het recht in de samenleving? Hesiodus: vrede en orde zijn het hoogste goed aan de mensen geschonken

    Psalmen: gerechtigheid en vrede
    Een van de oudste wetboeken: HAMMOERABI: WERKZAAMHEDEN IN VREDE VERRICHTEN
    Lex Salica bij Germaanse volken: rechtsorde heet vrede. Recht komt tot ordening door afweging van strijdende belangen en gedwongen keuzes maken

    10.Is het recht louter instrumenteel, ten dienst van politieke belangen?
    11. Nee, er moet evenwicht bestaan tussen de beschermde belangen: rechtvaardige ordening = ieder krijgt zoveel mogelijk wat hem toekomt.
    12. Het betekent niet dat iedereen evenveel krijgt.Aristoteles: Distributieve (verdelende) en commutatieve (vergelding van het kwaad, ruil, koop) rechtvaardigheid. Vb: geldboetes en benoemingen Wat is rechtvaardig? Dat wordt bepaald door onze politieke en ideologische opvattingen. 
    13. Recht kan niet alleen rechtvaardig zijn (dat willen de ethici, maar dat mist realiteitsbesef) en dus in alle concrete gevallen voorzien, het moet ook algemene regels stellen, generaliseren. (wat ethici niet willen) Tegelijk moet het recht zo nauwkeurig geformuleerd worden dat men van tevoren de juridische consequenties kan vaststellen van bepaalde handelingen. Dit is het lex certa-beginsel. Lex certa is onderdeel van het legaliteitsbeginsel en houdt in dat burgers van tevoren moeten kunnen weten welke handel of nalaten leidt tot strafrechtelijke aansprakelijkheid en welke sancties er op volgen. Dit heet rechtszekerheid.
    14. Het recht heeft het karakter van een compromis. Veel rechtsregels bedoelen geen rechtvaardigheid na te streven, maar dienen de doelmatigheid. (verkeersregels, regels die de bezitter tegen de eigenaar beschermen, met art.3:105 als extreem voorbeeld -Friese rechtsbron uit de Middeleeuwen-, verjaringstermijnen)

    Feiten en norm, Sein und Sollen, werkelijkheid en ideaal, rechtsbegrip (Sein) en rechtsidee (Sollen) Ook bij Kant: categorische imperatief: Handel altijd zo, dat je het uitgangspunt van je handelen als algemene wet zou kunnen wensen.
    15. Zonder rechtvaardigheid zijn recht en macht aan elkaar gelijk, zonder rechtzekerheid regeert de willekeur. Er is voortdurend een zoeken naar de balans tussen deze twee.

  • Wat is doel vh recht, wat beoogd het of welke rol speelt het in de samenleving?
    Het moet bijdragen aan een vreedzame ordening van de samenleving.
  • Hoe komt het recht tot ordening?

    Door afweging van belangen en het afdwingen van de daarbij gemaakte keuzen.

  • Welke twee soorten van rechtvaardigheid ken je?
    Verdelende of distributieve recht en 2 vergeldende of communitatieve recht
  • Welk onderscheid maakt Aristoteles in rechtvaardigheid?

    • de verdelenden of distributieve rechtvaardigheid: geeft aan iedereen naar zijn verdienste, zijn kwaliteit. Zij leidt niet tot gelijkheid, maar tot evenredigheid. Zij beheerst de betrekkingen tussen de gemeenschap enerzijds en haar leden anderzijds.
    • de vergeldende of commutatieve rechtvaardigheid: geeft aan iedereen evenveel ongeacht zijn persoonlijke kwaliteit, louter naar prestatie welke hij in concreto levert. Komt veelal voor in het handelsverkeer (gelijkheid) en beheerst de relatie tussen de burgers onderling. Als vergelding van verdorven kwaad komt dit ook voor in strafrechtstheoriëen.
  • In welk opzicht onderscheidt recht zich van politiek?

    Politiek betreft het bepalen van de prioriteit van verschillende maatschappelijke belangen. In het recht wordt slechts aangegeven hoe bepaalde belangen moeten worden afgewogen. Het stelt procedures vast, ordeningen die het mogelijk maken beschermende belangen in evenwicht te brengen.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht
  • Rinkes
  • or
  • 2009

Summary - Van Apeldoorn's Inleiding tot de studie van het Nederlandse recht

  • 1.1 Plaats van het recht

  • Wat voor positiefs levert de wetstudie? Geeft een beschrijving.

    Uit al die wetten spreekt de gedachte dat zij behoren te worden nageleefd; zij claimen dat zij verbindende kracht hebben. Daarin ligt hun wezen; zij bevatten geen raadgevingen of beschrijvingen van bestaande toestanden, zij geven regels, en wel regels die, impliciet of expliciet, betrekking hebben op menselijk gedrag.

  • Mag er gezegd worden: het recht is een geheel van gedragsregels, die door de overheid zijn vastgesteld - of in elk geval bekrachtigd? We stuiten hier op een moeilijkheid: het recht is meer dan alleen een optelsom van wettelijke regels, wet en recht zijn niet identiek, de termen rechtmatig en wettig (of: wetmatig) hebben een verschillende betekenis, terwijl bovendien niet kan worden volgehouden dat alle recht van de overheid afkomstig is.

  • Er geldt als richtsnoer: wat de rechter doet in concreto, dat doet het recht, wanneer het in algemene regel is belichaamd, in het algemeen: het stelt regels waarnaar mensen zich tegenover elkaar moeten gedragen en het dwingt de mensen hun gedrag overeenkomstig die regels in te richten.

  • Het recht is de samenleving, het leven van de mensen zelf, gezien van een bepaalde kant, namelijk als geordende samenleving (de rechtsorde)

  • Bestaat er overal ter wereld naar inhoud hetzelfde recht?

    De inhoud van het recht is niet overal hetzelfde± er bestaat geen wereldrecht, evenmin als er een wereldtaal is.

  • Hoe leefden de oorspronkelijke Germaanse stammen?

    Naar eigen, inheemse gewoonterecht.

  • Nadat de germanen tot de christelijke godsdienst waren overgegaan deed zich al spoedig het romeinse recht gelden. Dat kwam doordat de geestelijkheid, die, voor zover de kerk geen andere regels had vastgesteld, naar romeinse recht leefde, belangrijke invloed kreeg op de rechtsvorming.

  • Sedert het begin van de 9e eeuw propageerde de geestelijkheid de voorstelling dat Karel de Grote de opvolger was van de romeinse keizers, zijn rijk de voortzetting van de romeinse en dat dientengevolge het recht van die kiezers was blijven gelden, niet alleen voor de kerk, maar ook voor het volk. We hebben het dan over het romeinse recht zoals Justinianus dat in 529/534 had doen optekenen in wat bekend raakte als het Corpus Iuris Civillis.

  • Naarmate de opvatting zich verbreidde dat het romeinse recht nog altijd (maar in feite dus opnieuw) kracht van wet had, zetten ook leken zich meer en meer aan de studie ervan. Daarvoor begaven zij zich, ook vanuit onze landstreken, voornamelijk naar Italiaanse en Franse Universiteiten.

  • Sinds de 15e eeuw verschijnt er steeds meer romeinsrechtelijk gevormden, die in allerlei functies: de raadsheren in de landsheerlijke hoven, secretarissen van lagere gerechten, notarissen, pleitbezorgers, adviseurs enz. het door door hen geleerden toepasten.

  • Leg uit wat men in de middeleeuwen met receptie / aanvaarding van het romeinse recht bedoelde?

    Het Romeinse recht veroverde zich een vaste plaats in de rechtspraktijk van nagenoeg alle landen op de W-EU continent.

  • Een vijandige gezondheid tegen wat van inheemse oorsprong was toonde pas het humanisme en - in het voetspoor daarvan -  de Verlichting. Hun bewondering voor de antieke cultuur en gebrek aan historische kennis deed sommige humanisten de ondergang van het romeinse rijk beschouwen als een culturele ramp en de germaanse stammen, die hierbij een rol speelden, als barbaren en vernietigers van de WARE beschaving.

  • Wat de germaanse volksstammen hadden overgeleverd werd voorgesteld als door het recht (ius, het romeinse recht) ter zijde gestelde leges barbarorum (wetten der barbaren) en slechts vermeld als een bewijs hoe de duisternis der middeleeuwen was geweken voor het in hun eigen tijd en niet in de laatste plaats door hun eigen toedoen herwonnen licht van de romeinse oudheid. 

  • De middeleeuwse romanisten hadden het romeinse recht zo veel mogelijk aangepast aan de behoeften van eigen land e eigen tijd: de humanisten zagen dit als een besmetting en predikten de wedergeboorte van het zuiver Justiniaanse recht. Zij koesterden daarvoor een bijna religieuze verering. Het oorspronkelijke inheemse recht kende zij vaak niet eens en hun onkunde verborgen zij achter de dekmantel van de minachting. Deze antiquarisch-romantische richting werd aan de universiteiten de overheersende en deed haar invloed ook gelden in de rechtspraak. Zo werd het inheemse privaatrecht grotendeels verdrongen door het romeinse.

  • Het romeinse recht verwierf zich overal waar het werd gerecipieerd een zo sterke positie, dat meestal een politieke omwenteling nodig was om het weer afgeschaft te krijgen: daarvoor zorgden de Franse revolutie en haar nasleep.

  • Het romeinse recht verloor zijn gezag niet volledig. Materieel bleef het in het privaatrecht voortleven, dat nog altijd voor een deel op romeinsrechtelijke begrippen en onderscheidingen is gebaseerd.

  • 1.2 Functie van het recht

  • Het recht moet bijdragen aan een vreedzame ordening van de samenleving. Een veelgehoorde metafoor luidde: het recht wil vrede.

  • Wat is de wijze waarop het recht tot ordening komt?

    Door afweging van belangen en het afdwingen van de daarbij gemaakte keuzes. Ene kardinale vraag is daarom, welke belangen het recht zich moet aantrekken, en welke prioriteiten daarbij gelden.

  • Stelt men het recht voor als louter instrument, dan valt en parallel te trekken tussen enerzijds het werk van de wetgever en van de juristen die de wetten toepassen, en anderzijds de ingenieurstechniek.

  • Van vee concrete rechtsregels kan worden gezegd dat zij uitsluitend strekken tot het realiseren van een bepaald vooropgesteld doel. Maar dit geldt daarmee nog niet voor het recht als geheel.

  • Het recht heeft een intrinsiek morele lading: het moet voldoen aan ons rechtsgevoel, dat is: ons rechtvaardigheidsgevoel. Rechtvaardigheid - alleen de term zegt het al  - is aan het recht onverbrekelijk verbonden. De griekse wijsgeer Aristoteles omschreef rechtvaardigheid als de deugd waardoor ieder het zijne heeft. De romeinen juridiseerden dit in de beroemde spreuk ius suum cuique tribuere (recht is aan ieder het zijne te verschaffen)

  • Rechtvaardigheid betekent onder meer: bescherming van de zwakkere in de samenleving tegen de sterkere; dat is daarom niet alleen een morele eis, maar een eis van recht.

  • Het recht zelf is, naar vorm en naar inhoud, ideologisch bepaald. Het is, zo niet door mensengeest geschapen, dan toch door mensenhand vastgelegd; bovenal wordt het door mensen in praktijk gebracht.

  • Betekent rechtvaardigheid dat een ieder evenveel krijgt?

    Dat hoeft rechtvaardigheid niet te betekenen. Om dit te verduidelijken wordt vaak een beroep gedaan op een, ook van Aristoteles afkomstig, onderscheid tussen 2 soorten rechtvaardigheid, die ieder hun eigen domein hebben: de verdelende of distributieve, en de vergeldende of commutatieve.

  • Het is de commutatieve rechtvaardigheid die aan ieder even veel geeft, ongeacht zijn persoonlijke kwaliteit, louter naar de prestatie welke hij in concreto levert. Zij speelt een rol in het handelsverkeer, waarbij er zo veel mogelijk gelijkheid moet zijn tussen wat men elkaar over en weer verschaft (ruil; koop).

  • Rechtvaardigheid beheerst vooral de relatie tussen burgers onderling. Maar ook in het strafrechtstheorie komen wij haar tegen, als vergelding van bedreven kwaad. De distributieve rechtvaardigheid daarentegen is die welk aan ieder geeft naar zijn verdienste, zijn kwaliteit. Zij leidt niet tot gelijkheid, maar tot evenredigheid. Zij beheerst vooral de betrekkingen tussen de gemeenschap (verpersoonlijkt door de staat) enerzijds en haar leden anderzijds.

     

  • De jurist behelpt zich met procedures; indien hij beslist volgens wettelijk vastgestelde regels die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, bereikt hij een zekere mate van formele rechtvaardigheid die zijn beslissing legitimeert; maar materieel, inhoudelijk, rechtvaardig is zij daardoor nog niet.

  • Het recht streeft niet alleen naar vrede, maar ook naar rechtvaardigheid. Deze 2 hangen onverbrekelijk samen, alleen een rechtvaardige ordening kan op den duur een vreedzame ordening zijn. Sommige menen zelfs dat het recht enkel naar rechtvaardigheid streeft; rechtvaardigheid doe het doel zijn waartoe het recht het middel is.

  • Wat zou het ontbreken van algemene regels met zich meebrengen?

    Dat zou volkomen onzekerheid meebrengen over wat recht en onrecht is, en die onzekerheid zou leiden tot voortdurende strijd tussen de mensen, dus tot wanorde ipv orde. Het recht moet daarom generaliseren. 

  • Het recht moet niet alleen generaliseren, maar ook dat de regels van het recht zo nauwkeurig moeten worden geformuleerd dat men tevoren kan vaststellen welke juridische consequenties bepaalde handelingen zullen hebben (het lex-certa beginsel)

  • Een abstracte voorzienbaarheid dient geen enkel maatschappelijk doel; waar het om gaat is dat een met een normaal verstand begiftigd mens van zijn handelingen in concreto kan vaststellen, welke gevolgen zij rechtens zullen (en kunnen) hebben.

  • Formuleert de wetgever het recht zo dat de speelruimte voor de toepassing ervan overgelaten wordt aan de rechter?

    Ja.

  • In de rechtspraak openbaart zich een streven om REDELIJKHEID en BILLIJKHEID als criteria te hanteren wanneer de wet er niet naar verwijst.

  • Hoe mee het recht, ten behoeve van de rechtszekerheid een vaste onzekerheid zo veel mogelijk uitsluitende, regeling biedt, hoe preciezer en scherper bepaald de rechtsregels zijn, des te eerder zal de rechtvaardigheid in het gedrang komen. Soms moet eenvoudig gelden: de wet is hard, maar zij is nu eenmaal zo (lex dura, sed tamen scripta). Dan kan het zijn dat hoogste recht het grootste onrecht meebrengt (summum ius summa iniuria). Maar het is tegelijkertijd de roeping van de jurist om zo veel mogelijk te voorkomen dat dit zich voordoet.

  • Het recht moet dus, wil het aan zijn functie: vreedzame ordening, beantwoorden - wil het functioneel zijn  - iets aan rechtvaardigheidsgehalte opofferen. Het heeft daardoor noodzakelijkerwijze het karakter van een compromis.

  • Waarin heeft het recht ook in andere opzichten het karakter van een compromis?

    Het moet de stabiliteit bevorderen, maar ook ruimte laten voor veranderingen; het wordt geacht de vrijheid te waarborgen, maar moet deze verzoenen met gezag; het moet de individuele burger geven wat hem toekomt, maar ook de gemeenschap.

  • De beperktheid van het recht heeft aanleiding gegeven tot het maken van een belangrijk onderscheid. De werkelijkheid, de feiten, komen niet altijd overeen met de gewenste situatie, de norm (en wanneer het gaat om de door het recht gewenste situatie: de rechtsnorm); het sein verschilt dikwijls van het sollen.

  • Zo staat het ook met het recht zelf: werkelijkheid en ideaal, rechtsbegrip en rechtsidee vallen zelden samen, het recht, zoals het is, verschilt van het recht, zoals het zou moeten zijn. Dit leidde tot het inzicht dat het rechtsbegrip, het zijn, uit de werkelijkheid kan worden gerekend, het sollen daarentegen wordt bepaald door hogere waarden, we kunnen zeggen: door ideologie!

  • De letter van de wet is een louter SEIN, maar de betekenis die de praktijk (lees: de rechter) er aan geeft - achteraf evenzeer kenbaar uit de werkelijkheid - wordt op zijn minst door het SOLLEN bepaald.

  • Het aan het recht inherente conflict tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid heeft zelfs een heilzaam effect: het bevordert de dynamiek van het recht. Het recht, zo stelden we vast, verandert onophoudelijk, maar het moet ook veranderen, omdat het streven naar rechtvaardigheid en dat naar orde elkaar op verschillende manieren ontmoeten en naar een evenwicht zoeken. Volmaakte rechtvaardigheid kan het recht nooit bereiken, evenmin als strikte orde te verkrijgen valt, maar het is het streven naar een balans tussen beide dat het zijn bestaan vindt.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

 Geef globaal aan hoe het verband is tussen wet en rechterlijke beslissing
de rechter hanteert het wetboek als maatstaaf
 Geef globaal aan hoe het verband is tussen wet en rechterlijke beslissing
De wet wordt als maatstaaf voor de rechter en zijn uitspraak gehanteerd
Definitie Waarborg functie vanuit bestuursrecht
Waarborg functie
De regels die de dragers van overheidsgezag bij de uitoefening van hun taak in acht dienen te nemen en die betrekking hebben op de wijze waarop de burger zijn belangen kan handhaven
Definitie Instrumentele functie vanuit bestuursrecht
Instrumentele functie
De regels die de dragers van overheidsgezag van bevoegdheden voorzien voor de uitoefening van hun bestuurstaak
Functie bestuursrecht?
1. Instrumentele functie
De regels die de dragers van overheidsgezag van bevoegdheden voorzien voor de uitoefening van hun bestuurstaak 

2. Waarborg functieDe regels die de dragers van overheidsgezag bij de uitoefening van hun taak in acht dienen te nemen en die betrekking hebben op de wijze waarop de burger zijn belangen kan handhaven
Welke strafuitsluitingsgronden zijn er?
Objectieve zijde:Rechtvaardigingsgronden
(gedraging wordt straffeloos geacht)

Subjectieve zijde:Schulduitsluitingsgronden
(daad blijft strafbaar, maar dader wordt straffeloos beschouwd)
Medeplichtingen zijn personen die?
- Opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen v/e misdrijf
- Opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen v/e misdrijf
Daders zijn personen die?
- Daadwerkelijk handelen of nalaten 
(Plegers en medeplegers)
- Een ander is doen plegen- Een strafbaar feit uitlokken
Hoofdvragen v/h strafrecht
1. Is het tenlastegelegde bewezen?
     IF NOT: vrijspraak
2. Is het aldus bewezen verklaarde een strafbaar feit, en zo ja welk?
     IF NOT: ontslagen van alle rechtsgevolgen
3. Is de verdachte terzake strafbaar?
     IF NOT: ontslagen van alle rechtsgevolgen
4. Welke straf moet hem worden opgelegd?
Voorvragen v/h strafrecht
1. Is de dagvaading geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is de OvJ ontvankelijk in de vervolging?
4. Is er geen reden om de zaak te schorsen?