Summary Van Babylon tot Brugge : pre-industriële stedelijke cultuur van de Mediterrane tot de Atlantische wereld

-
ISBN-10 9035805755 ISBN-13 9789035805750
616 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Van Babylon tot Brugge : pre-industriële stedelijke cultuur van de Mediterrane tot de Atlantische wereld". The author(s) of the book is/are H Th van Veen. The ISBN of the book is 9789035805750 or 9035805755. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Van Babylon tot Brugge : pre-industriële stedelijke cultuur van de Mediterrane tot de Atlantische wereld

  • 1 Ontstaan en ontwikkeling van de polis

  • Wanneer begon de Griekse polis?
    600 v. Chr.
  • 1.1 Een typologie van steden

  • Welk criterium noemt Jan de Vries in European urbanization, 1500-1800 waaraan een nederzetting moet voldoen om stad genoemd te kunnen worden?
    Minimaal 3000 inwoners
  • Waar legt Franz Kolb in Die Stadt im Altertum de grens?
    Bij 3000-4000 inwoners
  • Op welke groep steden concentreert De Vries zich?
    Op de groep steden van 10.000 en meer inwoners
  • Wat is de argumentatie van de Vries om zich op de groep steden van 10.000 en meer inwoners te richten?
    Over steden met minder dan 10.000 inwoners is weinig bekend.
  • Wat kenmerkt een stad?
    Een stad bevat een concentratie van de bevolking op een kleine ruimte die al of niet door muren is omsloten en bevat een concentratie van gebouwen en privéhuizen, winkels en werkplaatsen.
  • Welke functie heft een stad ten opzichte van het omringende platteland?

    Een marktfunctie.

  • Waarvan spreekt men in dat geval in de sociale geografie?
    Van een central place tegenover periphery.
  • Wat voor beroepen komen we in een stad tegen?
    Niet-agrarische beroepen
  • Wat betekent het bevolkingsaantal van de stad voor de beroepsbevolking en het aantal soorten beroepen?
    Hoe groter het aantal inwoners, hoe meer ambachtslieden en hoe meer soorten beroepen.
  • Welke voorzieningen treffen we aan in een stad?
    Markten, pleinen, theaters, stadions, tempels en/of kerken, scholen
  • Wat voor politieke structuur kunnen we in een stad tegenkomen?
    Een stadsraad, magistraten, een volksvergadering.
  • Wat veronderstelt en aanwezigheid stadsvoorzieningen en een politieke structuur?
    Een zekere rijkdom en de aanwezigheid van rijke burgers
  • Wat is in de meeste pre-industriële steden aan elkaar gerelateerd?
    Welstand en politieke rechten?
  • Geldt dat ook voor de Atheense democratie?
    Nee
  • Hoeveel steden zijn er ca. 1500 in Europa?
    3 à 4000
  • Hoeveel steden hadden meer dan 10.000 inwoners
    154
  • Hoeveel steden hadden meer dan 40.000 inwoners
    18
  • Hoeveel steden hadden meer dan 80.000 inwoners
    4
  • Hoeveel steden hadden in ca. 1600 meer dan 40.000 inwoners
    37
  • Hoeveel steden hadden in ca. 1600 meer dan 80.000 inwoners
    9
  • Hoeveel steden in de Romeinse keizertijd hadden meer dan 100.000 inwoners?
    9 à 10
  • Welke steden in de Romeinse keizertijd hadden meer dan 160.000 inwoners?
    Carthago, Antiochië (Syrië), Alexandrië en Rome
  • Hoeveel inwoners had Rome?
    500.000 tot 1.000.000
  • Waarmee vormden de meeste kleinere steden een eenheid?
    Met het omringende platteland.
  • Kan het omringende platteland van de grotere steden boven 40 à 50.000 inwoners de behoefte dekken?
    Nee.
  • Op welke manier wordt de behoefte aan levensmiddelen in de grotere steden boven 40 à 50.000 inwoners gedekt?
    Door een interregionale handel in levensmiddelen.
  • Waarin specialiseerden bepaalde regio's zich?
    In agrarische en in ambachtelijke producten.
  • Om wat voor producten ging het daarbij?
    Olie, wijn , graan, luxeartikelen, textiel.
  • Waardoor komt er binnen een grote een forse diversificatie binnen de ambachtelijke sector op gang?
    Dat wordt uitgelokt door de omvang van de massa lokale consumenten.
  • Hoeveel inwoners had Trier op haar hoogtepunt?
    40 à 50.000 inwoners.
  • Hoeveel inwoners had Efeze op haar hoogtepunt?
    ca. 100.000
  • Hoeveel inwoners hadden Athene, Brugge en Florence?
    Meer dan 10.000
  • Waardoor springen Trier, Efeze, Athene, Brugge en Florence eruit?
    Door hun stedelijke concentratie en bevolkingsomvang, door hun enorme politieke, en daardoor economische macht of door hun specialisatie in bepaalde manufacturen en bijbehorende commercie.
  • Zijn er vergelijkingen te trekken van de mogelijkerwijs vergelijkbare economische infrastructuur naar een vergelijkbare politieke en culturele bovenbouw?
    Nee.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.