Summary Van leertheorie naar onderwijspraktijk

-
ISBN-10 9001809243 ISBN-13 9789001809249
844 Flashcards & Notes
282 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Van leertheorie naar onderwijspraktijk". The author(s) of the book is/are Tjipke van der Veen, Jos van der Wal. The ISBN of the book is 9789001809249 or 9001809243. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Van leertheorie naar onderwijspraktijk

  • 1 Leren: een complex en onzichtbaar proces

  • Vanwege haar doelgerichte, geplande karakter wordt het leren op school ook wel intentioneel leren genoemd.
  • vtrvrtv

  • Wat onderscheidt de vorm van leren

    De plaats waar geleerd word ( de leeromgeving), de aard en inhoud van het leerproces

  • Wat houdt informeel of incidenteel leren in?

    het leren in  buitenschoolse leeromgevingen waar vooraf gestelde expliciete leerdoelen ontbreken en didactische structurering en externe sturing afwezig is

  • Noem de 3 representatievorm
    1.Enactieve representatie
    2.Iconische representatie
    3.Symbolische representatie
  • Wat wordt er bedoelt met de stelling (Claxon 1999): 'Learning can no longer be seen as  a task for people in the first quarter of life'.
    In de huidige informatiemaatschappij veroudert kennis zo snel, dat levenslang leren noodzakelijk is geworden.
  • Welke 2 soorten leren heb je?
    schools leren en buitenschools leren 
  • Mede als gevolg van het abstracte karakter van veel schoolse leerinhouden in combinatie met het gegeven, dat leerlingen noch zeggenschap hebben over de leerdoelen die ze zouden willen nastreven, noch zelf sturing mogen geven hun eigen leerproces tonen velen van hen een geringe leermotivatie en weinig leerinzet.

  • schoolse leren: 

    - is didactisch gestructureerd en kent een specifiek voor het leren ingerichte leeromgeving of organisatie en wordt ook wel formeel en intentioneel leren genoemd.

  • Noem de 3 representatievorm
    1.Enactieve representatie
    2.Iconische representatie
    3.Symbolische representatie
  • Waardoor beleven veel leerlingen het schoolse leren, helaas zelden als zin- of betekenisvol leren?. 
    Vanwege het abstracte karakter van veel schoolse leerinhouden in combinatie met het gegeven, dat leerlingen zelf noch zeggenschap hebben over de leerdoelen die ze zouden willen nastreven, noch zelf sturing mogen geven aan hun eigen leerproces.
  • Wat is Brain-based learning?
    Onderwijs gebaseerd op bevindingen uit de hersenwetenschappen.
  • Wat zijn manieren van leren?
    Formeel leren: Leren dat geiniteerd wordt door en plaats vindt binnen onderwijs- en trainings- of opleidingsinstituten, gestructureerd is door geformuleerde leerdoelen, beschikbare leertijd en / of didactische ondersteuning.
    Leidt tot een officieel erkend certificaat of diploma.
    Informeel leren:Leren dat voortvloeit uit alledaagse activiteiten die samenhangen met werk, gezinsleven of vrije tijd.
    Non-formeel leren: Leren dat geinitieerd wordt door en veelal plaats vindt binnen een onderwijs- of opleidingsinstituut. 
    Leidt niet tot officiële certificering of diplomering.
  • Welke begrippen horen bij schools leren
    doelgericht, intentioneel en formeel
  • Wat zijn de drie vormen van leren volgens de Europese Commissie?
    * formeel leren: leren dat geïnitieerd wordt door en plaats vindt binnen onderwijs- training- of opleidingsinstituten. Dit leren leidt tot een officieel erkend diploma of certificering.
    * informeel leren: Leren dat voortvloeit uit alledaagse activiteiten, die samenhangen met werk, gezinsleven en vrije tijd. Dit leren leidt niet tot certificering of diplomering.
    * non-formeel leren: Leren dat plaats vindt binnen een onderwijs- of opleidingsinstituut en nadrukkelijk niet leidt tot officiële certificering of diplomering. (studenten onderling bijv)
  • Stelling van Claxton(1996)
    'Learning can no longer be seen as a task for people in the first quarter of life'

    Leren moet niet beperkt blijven tot de schoolperiode maar gedurende de mens zijn hele leven.
  • Welke begrippen horen bij buitenschools leren.
    betekenisvol, incidenteel en informeel
  • De leerconcepties van Vermunt.
    1. opname leerconceptie: opnemen van kant en klare informatie
    2. constructie leerconceptie: zoeken naar de relatie tussen de nieuwe en de oude informatie
    3. toepassingsleerconceptie: toepassen van kennis en vaardigheden.
    4. stimuleringsleerconceptie: deze hebben anderen nodig om zich tot leren te zetten.
    5. samenwerkingsconceptie: deze hebben veel steun aan het samenwerken met anderen, zij verdelen de taken.
  • Wat is een andere benaming voor informeel en formeel leren?
    Respectievelijk incidenteel en intentioneel leren.
  • De leerconcepties van kinderen.
    beperkte leerconceptie: positieve houding naar school en leren, hulp nodig van een leerkracht of ouder bij het leren.
    functionele leerconceptie: dubbele houding ten aanzien van leren en school. Zij zijn resultaat gericht. Vinden het fijn om samen te werken.
    ontwikkelingsgerichte leerconceptie: Zij vinden leren en school leuk, willen het leren graag zelf doen.
  • Wat is de betekenis van leerconceptie
    je eigen opvattingen over leren.
  • De andere naam en taken van de frontaal kwab
    frontaal kwab =frontale cortex: problemen oplossen, concentratie, intelligentie, zelfbeeld, spreken en schrijven.
  • De andere naam en taken van de wandkwab
    pariëtele cortex: interpretatie van taal, visuele perceptie en de controle over lichaamsdelen.
  • De andere naam en taken van de slaapkwab
    temporale cortex: begrijpen van taal, gehoor en bepaalde geheugenprocessen.
  • De andere naam en taken van de achterhoofdskwab
    occitipale cortex: interpreteert kleur, licht en beweging
  • Leren op de werkplek kan zowel een informeel en incidenteel als een intentioneel karakter hebben.  juist of onjuist
    Juist

    Leren op en van het werk kan een toevallig karakter hebben wanneer het niet expliciet beoogd wordt en min of meer en passant plaats vindt. In dat geval is het weliswaar informeel doch incidenteel van karakter. Wanneer er opzettelijk en gepland aandacht en begeleiding is voor het leren van bepaalde kennis of kunde op de werkplek door bijvoorbeeld het volgen van specifieke trainingen (on the job training) of door het gericht observeren hoe een ervaren werknemer een klus aanpakt of een probleem oplost, is er sprake van intentioneel leren. Het blijft ook dan informeel van aard.
  • Op welke gebieden heeft rijping betrekking?
    Rijpingsprocessen hebben betrekking op een tweetal gebieden, namelijk op het lichamelijke of fysiologische gebied en op het gebied van de hersenen (neurologisch
  • betekenis van formeel, informeel en non-formeel leren

    Formeel (intentioneel) leren

    Leren op school
    Informeel of incidenteel leren (natuurlijk of spontaan leren)

    Leren buiten school
    non-formeel leren
    Leren bij het bezoeken van culturele omgevingen
  • Leren als duurzame gedragsverandering
    Hilgard en Bower (1981): Leren verwijst naar de verandering in iemands gedrag of gedragsmogelijkheden in een bepaalde situatie als gevolg van herhaalde ervaring of oefening, mits deze verandering niet verklaard kan worden door natuurlijke instincten of reflexen, rijping of tijdelijke toestanden zoals vermoeidheid of dronkenschap, of die het gevolg zijn van bepaald durgsgebruik.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is Bolhuis (2000) opvatting wat betreft formeel en informeel leren?
Het meest essentiële verscil zit in de mate waarin het leren door anderen dan wel door de lerende zelf wordt gestuurd. Informeel houdt in dat de persoon vanuit zichzelf iets wil leren, zelfstandig of hulp vraagt aan anderen.
Wat bedoelen we met non-formeel leren?
Leren dat binnen het onderwijs wordt gedaan, maar niet leidt tot diplomering. Dit leren is wel gestructureerd en intentioneel van aard.
Wat bedoelen we met informeel/incidenteel leren?
Leren dat voortvloeit uit alledaagse activiteiten die samenhangen met werk, gezinsleven of vrije tijd. Het is niet gestructureerd in leerdoelen, leertijd en didactische ondersteuning.
Wat wordt bedoelt met formeel leren?
Leren dat plaats vindt binnen het onderwijsinstituut. Gekenmerkt door geformuleerde leerdoelen, beschikbare leertijd en didactische ondersteuning. Dit leren is intentioneel vanuit de leerling.
Verschillende neurotransmitters
  • Adrenaline - verhoogt alertheid, geeft meer energie, komt vrij bij angst, stress, woede, kou, hitte, pijn en fysieke arbeid.
  • Serotine - leidt tot opwinding en heeft invloed op stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit, eetlust en de verwerking van pijnprikkels
  • Dopamine - geeft gevoel van genot en gunstige uitwerking op cognitieve presentaties
  • Oxitocine - boodschapper van affectie, gulheid, rust, vertrouwen, gebondenheid, onderdrukking van angst en agressie (love hormone)
Neuron
dendrieten - informatie ontvangen
axonen - informatie overdragen

neurotransmitters (adrenaline, serotine, dopamine)
Kleine hersenen (cerebellum)
Het vloeiend laten verlopen van bewegingen
Grote hersenen
  1. Frontale cortex (frontaalkwab) - beoordeling, problemen oplossen, spreken en schrijven, intelligentie, concentratie, impulscontrole, doelgerichtheid en zelfbeeld
  2. Prefrontale cortex (topmanager van het brein) - leerprocessen, complexe cognitieve vaardigheden.Uitgerijpt in de late adolescentie.
  3. Parietele cortex (wandkwab) - interpretatie van taal, visuele perceptie, interpreteren van zintuigelijke en geheugensignalen, tastzin en controle over lichaamsdelen
  4. Temporale cortex (slaapkwab) - het begrijpen van taal, geheugenprocessen en gehoor
Hersenstructuur
grote hersenen (verdeeld in 2 helften/hemisferen) die onderling verbonden zijn door de hersenbalk) Elke hersenhelft bestaat uit 4 kwabben
kleine hersenen
hersenstam (middenhersenen en verbinding met ruggenmerg)
Verschil tussen leren en rijping
Vroeger:
leren: gedragsverandering door buiten het individu gelegen factoren
rijping: gedragsverandering door biologische factoren (in de persoon)

Tegenwoordig:
Minder sterk onderscheid. Rijping berust ook op externe invloeden, afhankelijk van stimulerende omgeving (vb. leren lopen van een baby)