Summary Veilig voedsel

-
ISBN-10 9059315618 ISBN-13 9789059315617
224 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Veilig voedsel". The author(s) of the book is/are Roelina Dijk. The ISBN of the book is 9789059315617 or 9059315618. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Veilig voedsel

  • 1 Micro-organismen

  • In welke 6 werkvelden kan een diëtist betrokken zijn bij de hygiënebewaking?
    1.    Instelling in de gezondheidszorg
    2.    Levensmiddelenbedrijf
    3.    Cateringbedrijf
    4.    Bacteriologisch controlebureau
    5.    Keuringsdienst van waren als keurmeester
    6.    Voorlichting
  • Welke 2 niet micro-organismen kunnen een voedselinfectie veroorzaken en wat zijn de 3 besmettingsbronnen van elk?
    1. Norovirus:
    -Rauw schaal- en schelpdieren
    -Verse groente en fruit
    -Direct contact met geïnfecteerde personen

    2. Toxoplasma (Protozoa):
    -Rauw of onvoldoende verhit vlees
    -Contact kattenfeces
    -Met kattenfeces besmette rauwe groenten

  • Geef 2 beargumenteerde redenen voor het belang van kennis in de levensmiddelenmicrobiologie voor een voedingskundige/diëtist.
    1. Kwaliteitszorg: hygienecodes en HACCP
    2. Beheersing van het totale bereidings/productie proces: microbiologisch betrouwbaar eindresultaat
  • Welke 6 micro-organismen kunnen een voedselinfectie veroorzaken?
    1. Bacillus cereus
    2. Campylobacter
    3. Clostridium perfringens
    4. Escherichia coli O157
    5, Listeria monocytogenes
    6. Salmonella
  • Welke 3 micro-organismen kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken?
    1. Bacillus cereus
    2. Clostridium botulinum
    3. Staphylococcus aureus
  • Wat zijn de 2 verschillen tussen pro- en eucaryotische cellen?
    1. Prokaryotische cellen hebben geen organellen en een celkern, eucaryotische cellen wel.
    2. De celbouw van prokaryotische cellen zijn eenvoudig, van eucaryotische cellen volledig
  • Welke 2 levende organismen behoren tot de prokaryoten?
    1. Bacteriën
    2. archaebacterien
  • In welke vier rijken kunnen eucaryoten ingedeeld worden?
    1. Dieren
    2. Planten
    3. Schimmels
    4. Protista
  • In welke vormen kunnen bacteriën voorkomen en hoe heten deze verschillende bacterien?
    1. Bol
    2. Staaf
    3. Spiraal
  • Noem 6 voorbeelden van gramnegatieven
  • Welke vier vormen van zuurstofbehoefte kunnen bacteriën hebben?
    1. Aeroob (zuurstof nodig)
    2. micro-aerofiel (zeer weinig zuurstof nodig)
    3. fac. anaeroob (kan groeien zonder zuurstof)
    4. fac. aeroob (kan groeien met zuurstof)
  • Noem 6 voorbeelden van grampositieven
    Grampositieven
  • Welke twee verschillende celwand samenstellingen kunnen bacteriën hebben en welke familie behoort daar toe?
    1. Grampositieven: blauw / paars na kleuring en dikke wand, Bacillaceae
    2. Gramnegatieven: roze na kleuring en dunne wand, Entero's
  • Noem de familienaam van de bacterie en de 2 geslachten die sporen kunnen vormen.
    Bacillaceae: Bacillus en Clostridium (grampositieven)
  • Exotoxinen zijn kleine eiwitten die tijdens de stofwisseling van de cel worden gevormd en uitgescheiden in de omgeving, bijvoorbeeld in voedsel (exo = buiten/uitwendig). De inname van (voldoende) exotoxine leidt vervolgens tot ziekte. Bacteriële exotoxinen worden alleen gevormd door grampositieven.
  • Endotoxinen maken deel uit van de celwand (endo = binnen/inwendig) van een bacterie en worden niet uitscheiden. Je word alleen ziek als je grote hoeveelheden levende bacteriën hebt ingenomen. Als de bacteriën zich hebben gehecht en uitgegroeid zijn in de darmen reageert het lichaam op de endotoxinen in de celwand van de bacterie.
  • Noem de vier belangrijkste klassen van schimmels en gisten en noem daarbij een voorbeeld.
    1. Basidiomyceten, paddenstoelen
    2. Zygomyceten (alleen schimmels), Mucor en Rhizopus
    3. Asomyceten (gisten en schimmels), Monascus, Eurotium, Saccharomyces
    4. Deuteromyceten (gisten en schimmels), Aspergillus, Penicillum, Fusarium
  • Wat is het verschil tussen deuteromyceten en de overige klassen?
    De eerste 3 klassen kunnen zich ongeslachtelijk en geslachtelijk voortplanten. De deuteromyceten vormen een kunstmatige groepering van organismen, waarbij geslachtelijke voortplanting (nog) niet is waargenomen
  • Noem 3 manieren hoe schimmels zich kunnen voortplanten.
    1.    Door vorming van sporen
    2.    Door geslachtelijke voortplanting (versmelting van hyfen)
    3.    Door ongeslachtelijke voortplanting (zonder versmelting)
  • Gisten (eukaryoot) zijn eencellige schimmels met een ronde tot ovale vorm. Soms is de vorm hoekig. Binnenin de cel is de kern duidelijk zichtbaar. Gisten zijn facultatief anaeroob. Ze planten zich voort d.m.v. knopvorming (ongeslachtelijke vorm) of door vorming van ascosporen (geslachtelijk). Ze worden ingedeeld op basis van vorm, sporen en biochemische kenmerken (gebruik en/of vergisting van suikers).
  • Virussen behoren niet tot de levende organismen omdat zij geen cellulaire bouw en stofwisseling hebben. Alleen in levende cellen is vermeerdering van virussen mogelijk. Feitelijk is een virus genetisch materiaal (DNA/RNA) in een omhulsel. Na infectie van een levende cel vermenigvuldigd de virus zich wat ten koste gaat van de gastheercel. De cel breekt open waardoor de vrijgekomen virusdeeltjes nieuwe cellen in de omgeving kunnen infecteren. Als een virus zich alleen in een bacteriecel kan vermenigvuldigen wordt het een (bacterio) faag genoemd.
  • Benoem de vier verschillende fasen van groei van micro-organismen.
    1. Lag-fase (aanpassingsfase)
    2. Log-fase (exponentiele fase)
    3. Stationaire fase
    4. Leg-fase (afstervingsfase)
  • Des te meer de voedingsoplossing verschilt van die waarin het ent materiaal is gegroeid, des te langer de aanpassingsperiode duurt.
  • Bacteriën kennen een delingstijd van ongeveer 20 minuten.
  • Door afname van de hoeveelheid voedingsstoffen of door vorming van groei remmende stofwisselingsproducten gaat de log-fase over in de stationaire fase. In deze fase neemt het aantal cellen niet meer toe. Deze situatie ontstaat als er geen celdeling meer optreedt of als er evenveel cellen afsterven als bijkomen.
  • In de leg-fase neemt het aantal cellen af als gevolg van uitputting van voedingsstoffen of een te hoge concentratie aan giftige (toxische) stoffen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wanneer treden fysische gevaren op?
Als de keten van grondstof tot consument niet goed genoeg bewaard wordt.
Welke kerntemperatuur is nodig voor een eerste en een tweede verhitting?
Eerste keer verhit is een kerntemperatuur van minimaal 75 graden Celsius nodig en wanneer het voor de tweede keer verhit wordt geldt een kerntemperatuur van minimaal 60 graden Celsius.
Tussen welke temperaturen is voedsel veilig?
Temperaturen <7 graden Celcius en >60 graden Celsius.
In welke 5 categorieën kunnen micro-organismen op grond van de groeitemperatuur worden ingedeeld?
1. psychrofielen
2. psychotrofen
3. mesofielen
4. thermotrofen
5. thermofielen 
Wat is de leg-fase (afstervingsfase, fase 4)?
De fase waarin het aantal cellen afneemt als gevolg van uitputting van voedingsstoffen of een te hoge concentratie giftige stoffen.
Wat is de stationaire fase (fase 3)?
De fase waarin het aantal cellen niet meer toe neemt. Ontstaat als er geen celdeling meer optreedt of als er evenveel cellen afsterven als bijkomen.
Wat is de log-fase (exponentiële fase, fase 2)?
De fase waarin groei met een constante snelheid plaats vindt. De helling van de lijn is een maat voor de delingstijd.
Welke fasen doormaakt de groei van bacteriën?
- lag-fase
- log-fase
- stationaire fase
- leg-fase
Wat is de lag-fase (aanpassingsfase, fase 1)?
De periode met een vertraagde celdeling waarbij de cellen zich eerst aanpassen van de nieuwe omgeving. Duur hangt af van type organismen, conditie cellen en aantal cellen waarmee geënt wordt en samenstelling voedingsoplossing.
Waar zegt het totaal kiemgetal (mesofiel aeroob kiemgetal) iets over?
Zegt iets over de algemene microbiologische kwaliteit.