Summary verplegen van mensen met een acute somatische aandoening / 4 / deel basisboek

-
ISBN-10 9006924482 ISBN-13 9789006924480
297 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "verplegen van mensen met een acute somatische aandoening / 4 / deel basisboek ". The author(s) of the book is/are Netty Van Balsfoort. The ISBN of the book is 9789006924480 or 9006924482. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - verplegen van mensen met een acute somatische aandoening / 4 / deel basisboek

  • 0.1 De ziekenhuiszorg

  • Op welke zorg is ziekenhuis zorg gericht?
    Zorg voor somatische aandoeningen.
  • Wat voor zorg levert een verpleegkundige die zorg verleent bij acute somatische aandoeningen?
    Behandelt en verpleegt mensen met een (levens)bedreigende aandoening of mensen die slachtoffer zijn van een trauma.
  • Wat voor zorg levert een verpleegkundige die zorg verleent bij acute somatische aandoeningen?
    Behandelt en verpleegt mensen die in de behandelfase van een aandoening zijn.
  • Welke discipline is er verantwoordelijk voor de coördinatie en continuïteit van zorg?
    De verpleegkundige.
  • Wanneer spreek je van ziekenhuisverplaatste zorg?
    Als thuiszorg onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist (verbonden aan het ziekenhuis) plaatsvindt.
  • a
    b
  • 3.1 Verplegen van mensen voor en na de operatie

  • Hoe noem je de zorg voor de operatie?
    Preoperatieve zorg.
  • Hoe noem je de zorg na de operatie?
    Postoperatieve zorg.
  • Wat komt er kijken bij preoperatief onderzoek?
    De arts gaat als eerst na of de patiënt de operatie kan ondergaan. Vervolgens kijkt de anesthesist of de patiënt de narcose kan ondergaan. Ook wordt er gekeken of de patiënt na de operatie naar huis kan, of dat hier zorg voor geregeld moet worden.
  • Wanneer wordt er voor de operatie 'type en screen' bepaald?
    Bij de verwachting dat de patiënt na de operatie een bloedtransfusie nodig heeft.
  • Hoe noem je het als de arts het bloed laat controleren op bloedgassen?
    Bloedgasanalyse.
  • Wanneer kiest een arts ervoor om bloedgasanalyse uit te voeren voor een operatie?
    Als de patiënt ernstige longproblemen heeft of heeft gehad.
  • Welk onderzoek kan er preoperatief gedaan worden bij mogelijke cardiale klachten?
    Een ECG, elektrocardiogram.
  • Wat is een indicatie op preoperatief een X-thorax foto te laten maken?
    Benauwdheidsklachten of veelvuldig hoesten.
  • Welke factoren spelen een rol bij de keuze voor de soort anesthesie?
    • Plaats waar geopereerd gaat worden.
    • De duur van de operatie.
    • De uitgebreidheid van de operatie. 
    • De conditie van de patiënt. 
  • Wat is een ander woord voor algehele anesthesie?
    Narcose.
  • Welke drie soorten anesthesie zijn er?
    • Algehele anesthesie.
    • Regionale anesthesie. 
    • Lokale anesthesie. 
  • Wat houd regionale anesthesie in?
    Een deel van het lichaam wordt hierbij gevoelloos gemaakt en de patiënt is bij bewustzijn.
    Er wordt een verdovende stof rond de zenuwen die de pijnprikkels overbrengen toegediend, hierdoor wordt het gedeelte van het lichaam dat bij die zenuwen hoort pijnloos.
  • Noem drie voorbeelden van regionale anesthesie:
    1. Spinale anesthesie, ook wel ruggenprik. Verdoofd vanaf de navel naar beneden.
    2. Epidurale anesthesie, ook bekend als ruggenprik. Hierbij wordt er via een epiduraal katheter een anestheticum toegediend. De epiduraal katheter blijft zitten, zodat na de operatie via deze weg pijnmedicatie kan worden toegediend.
    3. Blokkades van zenuwen. Door middel van een injectie.
  • Wat houd lokale anesthesie in?
    Dit wordt gebruikt bij kleine ingrepen, van korte duur. Gemakkelijke en vrijwel risicoloze manier van verdoven. Hierbij hoeft geen anesthesist ingeschakeld te worden.
  • Wat houd algehele anesthesie in?
    Hierbij is de patiënt geheel bewusteloos. De spieren zijn verslapt en de reflexen zijn onderdrukt. De patiënt ervaart geen pijn. Beademing is noodzakelijk.
  • Hoe noem je een geplande operatie, die dus geen spoed vereist?
    Een electieve operatie.
  • Waar hangt het van af hoe lang het duurt voordat de patiënt geopereerd kan worden?
    • De conditie van de patiënt.
    • De ernst van de klachten.
    • De aard van de ingreep.
    • Of er plaats is op de operatiekamer.
    • De chirurg moet tijd hebben om te opereren.
    • Er moet een bed vrij zijn op afdeling, voor na de operatie.
    • De patiënt moet zelf tijd hebben om geopereerd te worden.

  • Welke informatie geeft een verpleegkundige over de preoperatieve zorg?
    De informatie over het verpleegkundig handelen en de gang van zaken op de afdeling.
  • Om welke reden moet een patiënt nuchter zijn voor de operatie?
    Een bijwerking van narcose kan zijn dat de patiënt misselijk wordt en moet braken na de operatie. Wanneer de patiënt nuchter is, is de neiging tot braken minder.
  • Wat is aspiratiepneunomie?
    Longontsteking als gevolg van aspiratie.
  • Wat is een hypostatische pneunomie?
    Teveel bloed in de onderste longvelden, als gevolg van een longontsteking.
  • Welke instructies kan je geven om een hypostatische pneunomie te voorkomen?
    Instructies over de ademhaling. De patiënt leert doorademen en hoesten, en hierbij de buikwand te ondersteunen.
  • Waar wordt de patiënt uitgeleid? Na operatie?
    In de operatie kamer.
  • Wat gebeurt er nadat de patiënt is uitgeleid in de operatiekamer?
    De patiënt wordt overgebracht naar de verkoeverkamer.
  • Wat controleert de verpleegkundige, bij de algemene postoperatieve zorg?
    • Bloeddruk.
    • Pols.
    • Temperatuur.
    • Eventuele wond op doorlekken en nabloeden.
    • Urineproductie.
    • Eventuele drain op vacuüm en lekkage.
    • Pijnscore, zodra patiënt bij bewustzijn is.
  • Wanneer kan een patiënt van de verkoeverkamer terug naar de afdeling?
    Als de vitale functies stabiel zijn, de pijn acceptabel is en de patiënt goed aanspreekbaar is.
  • Wat is een anticoagulans?
    Een antistolligsmiddel.
  • Na welke tijd worden hechtingen meestal verwijderd?
    Hou hem vast, pak hem beet, 14 dagen.
  • Wanneer is er sprake van een retentieblaas?
    Als er meer dan 400cc urine achter blijft in de blaas.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar staat ECRP voor?
endoscopische retrograde cholangiopancreatografie.
Wat is een ECRP?
Een onderzoek aan de galwegen en/of alvleesklier door middel van een scoop via de uitgang van de galwegen in de twaalfvingerige darm.
Wat is een gatdoek?
Het doek wat alles afdekt tijdens een onderzoek of operatie, behalve de plaats waar de arts de handeling moet uitvoeren.
Wat wordt er ingespoten bij een angiografie?
Contrast vloeistof om de bloedvaten zichtbaar te laten worden.
Wat wordt er zichtbaar gemaakt bij een angiografie?
Bloedvaten worden hierbij zichtbaar gemaakt.
Wat wordt er weggehaald bij een ascitespunctie?
Vocht tussen het dubbelwandig vlies van de buikholte.
Wat is ascites?
Een vochtophoping tussen de buikvlies.
Wat is een pneumothorax?
Een klaplong.
Wat kan de oorzaak zijn van een toename van vloeistof in de pleuraholte?
Slecht werkend hart of slecht werkende nieren.
Wat wordt er weggehaald bij een pleurapunctie?
De ruimte tussen beide longvliezen, is normaalgesproken luchtledig en gevuld met een laagje vloeistof. De vloeistof kan toenemen, dat is de vloeistof die met de pleurapunctie wordt weggehaald.