Summary Vita: Mens en Natuur Voeding 6

-
201 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Vita: Mens en Natuur Voeding 6

  • 1 Voedingsmiddelen

  • Hoe heten alle dingen die je eet en drinkt ?
    Voedingsmiddelen.
  • Welke 2 soorten voedingsmiddelen zijn er ?
    1. Dierlijke voedingsmiddelen: vlees, vis, eieren en melk, zijn afkomstig van dieren.
    2. Plantaardige voedingsmiddelen: groente, fruit, brood en aardappelen zijn afkomstig van planten.
  • Wat zijn voedingsstoffen en waarom zijn deze belangrijk ?
    Dit zijn kleine deeltjes in de voedingsmiddelen die je niet ziet.
    Ze zijn belangrijk voor je lichaam. Ze zorgen ervoor dat je lichaam goed werkt en dat je gezond blijft.
  • Noem een aantal functies van voedingsstoffen ?
    Ze geven je lichaam brandstoffen, bouwstoffen, beschermende stoffen of reservestoffen.
  • Waarvoor zijn brandstoffen ?
    Deze geven energie aan je spieren en je organen zodat ze goed kunnen werken.

    Dankzij brandstoffen kun je bewegen en ademhalen.

    Brandstoffen zorgen er ook voor dat je lichaam op temperatuur blijft. 

    Per dag gebruik je 70% van je energie voor ademhaling en bloedsomloop. 15% gebruik je voor de vertering van voedsel en 15% gaat naar lichamelijke activiteiten.
  • Waarvoor gebruik je bouwstoffen ?
    Deze gebruik je om te groeien.
  • Hoe zorgt je lichaam ervoor dat een wond kan genezen ?
    Door de bouwstoffen maakt je lichaam steeds nieuwe lichaamscellen aan en kan het oude lichaamscellen weggooien. Hierdoor kan een wond genezen.
  • Wat regelen de beschermende stoffen ?
    Deze regelen allerlei processen in je lichaam. Als je genoeg beschermende stoffen binnenkrijgt wordt je minder snel ziek.
  • Welke stoffen zijn eigenlijk je lichaamsvoorraad ?
    De reservestoffen zijn je voorraad. Deze reservevoorraad wordt bewaard in delen van je lichaam. Ze blijven daar, totdat je lichaam de stoffen nodig heeft.
  • Er zijn 6 soorten voedingsstoffen, noem ze allemaal.
    1. Koolhydraten
    2. Eiwtitten
    3. Vetten
    4. Mineralen
    5. Vitaminen
    6. Water


    Je hebt ze alle 6 nodig om gezond te blijven.
  • Waarvoor heb je koolhydraten nodig ?
    Die heb je in je lichaam nodig als brandstof.

    Ze kunnen ook dienen als bouwstof en reservestof.
  • Geef 2 voorbeelden van koolhydraten
    Suiker en zetmeel.
  • Waar zitten veel koolhydraten in ?
    • Graanproducten
    • Fruit, in jam zit veel suiker
    • In aardappelen, hier zit veel zetmeel in. 



    Mensen die in een korte tijd veel energie nodig hebben, bijvoorbeeld topsporters, moeten voldoende koolhydraten innemen.
  • In welke voedingsmiddelen zitten meestal weinig koolhydraten ?
    In dierlijke voedingsmiddelen.
  • Voor welke functie zorgen de eiwitten in je lichaam ?
    Dit zijn de bouwstoffen voor je spiercellen, botten, zenuwcellen, huid, haar en nagels.
  • Waaruit zijn eiwitten opgebouwd ?
    Uit aminozuren.
  • In welke 2 groepen kan je de aminozuren verdelen ?
    • Essentiële aminozuren
    • Niet-essentiële aminozuren
  • Wat is het verschil ?
    Niet-essentiële aminozuren kan je lichaam zelf aanmaken en essentiële aminozuren moet je eten om ze binnen te krijgen. Deze kan je lichaam dus niet zelf aanmaken.
  • Waar zitten essentiële aminozuren vaak in ?
    In vlees of vis.
  • Hoeveel eiwit heeft je lichaam per dag nodig, wat gebeurt er met de eiwitten die je lichaam over heeft ?
    0.8 gram per kilogram lichaamsgewicht. De eiwitten die over hebt worden als brandstof gebruikt.
  • In welke producten zitten veel eiwitten ?
    Kaas, eieren, ham, kip, pindakaas, kwark.
  • Voor welke functie zorgen de vetten ?
    Deze dienen als brandstof.

    Ze kunnen ook dienen als bouwstof en reservestof.
  • Het is belangrijk dat je vet eet, maar teveel vet is niet goed. Waarom niet ?
    Omdat vitaminen namelijk oplossen in vet. Dat is niet goed, want vitaminen heb je nodig om gezond te blijven.
  • Wat gebeurt er als je meer vet eet dan je nodig hebt ?
    Deze wordt in je lichaam opgeslagen als reservestof. Daar wordt je dik van.
  • In welke voedingsmiddelen zit veel vet ?
    Boter, zonnebloemolie, chips, friet, haring, slagroom.
  • Hoe worden mineralen ook wel genoemd ?
    Zouten.
  • Wat is de functie van mineralen ?
    Je hebt ze nodig als bouwstof en als beschermende stof.
  • Noem 2 voorbeelden van mineralen en vertel waar je deze voor nodig hebt.
    • Kalk: heb je nodig voor stevige botten en tanden.
    • Ijzer: is belangrijk voor je bloed.
  • Waarom heeft je bloed ijzer nodig ?
    Als het bloed voldoende ijzer heeft dan kan het goed zuurstof door je lichaam vervoeren.
  • Heb je van mineralen veel per dag nodig ?
    Nee, maar een klein beetje. We eten vaak te veel zout en dat is niet gezond.
  • Iedereen heeft zout nodig, noem een voorbeeld waar je zout voor nodig hebt.
    Zout regelt o.a. de hoeveelheid vocht in je lichaam.
  • Waar kan je last van krijgen als je teveel zout binnenkrijgt ?
    Hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.
  • Krijg je per dag gauw teveel zout binnen ?
    Ja, we eten snel teveel zout.
  • De woorden natrium en zout worden vaak allebei gebruikt, wat is het verschil ?
    Natrium zit in zout.
  • Hoeveel gram zout heb je per dag nodig ?
    6 gram zout of 2,4 gram natrium voor een volwassene.
     Voor kinderen is dat veel minder.
  • Zitten er in veel voedingsmiddelen zout ?
    Ja in bijna alle voedingsmiddelen komt zout voor. Soms al van nature en soms is het toegevoegd.

    De hoeveelheid zout die van nature in voedsel zit is voldoende. Meer is dus niet nodig.
  • Waarom wordt er vaak zout toegevoegd aan eten ?
    Om het op smaak te brengen.
  • We eten veel producten met 'verborgen' zout, wat zijn dat  en geef voorbeelden.
    Dat zijn producten waaraan extra zout is toegevoegd.

    Chips, zoutjes, kant en klaar maaltijden zoals een pizza.
  • Als op het etiket alleen het natriumgehalte per 100 gram staat, hoe kan je dit dan omrekenen naar zout gehalte ?
    1 g natrium = 2.5 g zout (natriumchloride)

    Pizza van 500 g. Op het etiket staat 0.5 g natrium per 100 gr. Dus in de hele pizza is 2,5  natrium. In je pizza zit dus al ruim 6 g zout. (dit heeft een volwassene per dag nodig)
  • Waarvoor dienen vitaminen en wat gebeurt er als je te weinig binnenkrijgt ?
    Als bouwstoffen en als beschermende stoffen.

    Als je te weinig binnenkrijgt dan wordt je ziek.
  • Hoe worden vitaminen aangegeven? Noem een aantal belangrijke vitaminen.
    Met een letter. 

    A = goed voor je ogen
    B,C
    D = goed voor je botten en tanden
    K
  • Hoe lossen vitaminen op in je lichaam ?
    Sommige zijn oplosbaar in water en andere in vet.
  • Van welke vitaminen kan je een voorraad aanleggen in je lichaam ? (water of vet oplosbare)
    Van de vitaminen die in vet oplossen (b.v. A en D) kun je een voorraad aanleggen in je lichaam. 

    Van de vitaminen die in water oplossen (b.v. B en C) kan je geen voorraad aanleggen in je lichaam. Deze vitaminen moet je dus iedere dag eten.
  • In de volgende voedingsmiddelen zitten veel mineralen en vitaminen.
    Vis, kaas, tomaten, eieren, groente, kwark, karnemelk, melk en boter.
  • We kunnen niet lang zonder water, hoeveel % van je lichaam bestaat uit water ? Waarvoor hebben we water nodig ?
    Meer dan 60%. 

    Water is een belangrijke bouwstof voor je lichaam. Ons bloed bestaat voor een groot deel uit water.
  • Noem nog een paar dingen waar je lichaam water voor nodig heeft.
    • Allerlei stoffen in je lichaam worden in water opgelost.
    • Water helpt bij het verteren van voedsel.
    • Het zorgt ervoor dat je lichaamstemperatuur op peil blijft.
  • Naast de 6 voedingsstoffen is er ook voedingsvezel, wat is dat ?
    Dit is een verzamelnaam voor alle onverteerbare vezels  in plantaardig voedsel. 

    In veel plantaardige voedingsmiddelen zit voedingsvezel.
  • Kunnen er in dierlijke voedingsmiddelen ook voedingsvezels zitten ?
    Nee.
  • Waarvoor zijn voedingsvezels in het lichaam belangrijk ?
    Ze zorgen voor een goede darmwerking.
  • Hoe kom je erachter welke voedingsstoffen er in het eten zitten ?
    Deze staan vaak op het product.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Na de dunne darm zijn alleen water, vitamines, mineralen en voedingsvezels over in de voedselbrij. Waar gaat de voedselbrij heen als het de dunne darm verlaat ?
Naar de dikke darm. 

Ongeveer 8 uur nadat je je eten hebt doorgeslikt komt de voedselbrij in de dikke darm.
Hoe worden vleeseters ook wel genoemd ?
Carnivoren.
Hoe worden alleseters genoemd ?
Omnivoren.
Wat komt er na de dunne darm ?
De dikke darm. Hier wordt de rest van het vocht uit de voedselbrij opgenomen. Via de endeldarm en de anus verlaat het voedsel het darmkanaal.
Waar gaat het voedsel heen na de lebmaag ?
Naar de dunne darm, waar alvleessap wordt toegevoegd.

Voedingsstoffen passeren hier de darmwand en worden opgenomen in het bloed.

Planteneters hebben een beter ontwikkelde blindedarm dan b.v. mensen. Ook hier wordt cellulose door bacteriën afgebroken.
Welke maag van de koe is te vergelijken met de maag van de mens en waarom ?
De lebmaag.

Klieren in de wand van de lebmaag scheiden maagsap af, dat zoutzuur bevat en enzymen voor de vertering van eiwitten.
Welke maag volgt na de boekmaag ?
 De lebmaag.
Wat gebeurt er in de boekmaag ?
Hier worden vooral water en mineralen opgenomen.
Waar gaat het voedsel heen na de netmaag ?
Na de netmaag komt het voedsel weer terug in de bek en wordt het herkauwd. Tijdens het herkauwen wordt het voedsel voor het grootste deel fijngemalen.

Door het kauwen wordt het oppervlak van het voedsel vergroot, waardoor bacteriën en verteringssappen uit de pens het voedsel sneller kunnen afbreken.  

Na de netmaag komt het voedsel in de boekmaag.
Naar welke maag gaat het voedsel na de pens?
Naar de netmaag.