Summary Voeding & Gezondheid

365 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Voeding & Gezondheid

  • 1.1 Voedingskeuzes

  • Welke factoren beïnvloeden voedsel keuzes?
    - Persoonlijke voorkeur
    - Gewoontes
    - Culturele achtergrond
    - Sociale gelegenheden
    - Beschikbaarheid, gemak, financiën
    - Positieve en negatieve associaties
    - Emoties
    - Persoonlijke normen en waarden
    - Zelfbeeld en lichaamsgewicht
    - Voedingswaarde en gezondheid
  • 1.2 Nutriënten

  • Uit welke nutriënten bestaat onze voeding hoofdzakelijk?
    - Water
    - Koolhydraten
    - Vetten
    - Eiwitten
    - Vitaminen
    - Mineralen
  • Wat zijn voorbeelden van organische nutriënten en wat zijn hun kenmerken?
    Koolhydraten, vetten, eiwitten en vitaminen. Het zijn complexe moleculen en bevatten allemaal koolstof. Eiwitten en vitaminen bevatten evt ook stikstof en zwavel. 
  • Wat zijn voorbeelden van anorganische nutriënten en wat zijn hun kenmerken?
    - Mineralen, het zijn chemische elementen die niet veranderen. Alleen de lading verandert.
    - Water


    Beide bevatten geen koolstoffen en zijn dus anorganisch.
  • Welke macronutriënten worden onderscheiden?
    Koolhydraat, vet en eiwit. 
  • Welke micronutriënten worden onderscheiden?
    Vitaminen en mineralen.
  • Wat zijn de algemene functies van macronutriënten?
    Ze leveren energie benodigd voor synthese van moleculen en spieractiviteit.
    Ze leveren basisstoffen voor opbouw van cellen en regulatie van allerlei activiteit in het lichaam.
    Met name eiwitten zijn betrokken bij regulatie, vertering en metabolisme en minder bij energielevering.
  • Wat zijn de algemene functies van vitaminen, noem ook voorbeelden?

    vitaminen hebben een ondersteunende functie bij veel processen in het lichaam.
    Zoals:
    - Energie levering van macronutriënten
    - Zicht
    - Hormoonproductie
    - Spijsvertering
    - Huidherstel
  • Wat zijn de algemene functies van mineralen?
    Ondersteunend voor allerlei processen en opbouw van weefsels.
  • Hoeveel kcal levert een gram vet, koolhydraat, eiwit of alcohol op bij verbranding?
    Vet: 9 kcal
    Koolhydraat: 4 kcal
    Eitwit: 4 kcal
    Alcohol: 7 kcal
  • Hoe bereken je de energiedichtheid van een product?
     
    aantal g koolhydraten x 4
    aantal g eiwitten x 4
    aantal g vet x 9
    Totaal geeft energiedichtheid van product.
  • Wat zijn essentiële nutriënten?
    Voedingsstoffen die het lichaam niet zelf kan aan maken en daarom uit voedsel moet halen.
  • Hoe reken je energiegehaltes om van kJ naar kcal en andersom?
    Van kcal naar kJ: x 2.4
    Van kJ naar kcal: x 0.24
  • 1.3 Voedingswetenschap

  • Noem de stappen van wetenschappelijk onderzoek bij voedingsonderzoek

    1. Observatie en vraagstelling; probleem identificeren, vraag specificeren
    2. Hypothese en voorspelling
    3. Experiment: studie ontwikkelen en onderzoek doen
    4. Resultaten analyseren en interpreteren, conclusies trekken

    Hieruit volgt of bewijs van de hypothese en vervolgens een theorie
    Of er volgen nieuwe observaties en vraagstellingen. Alle stappen worden opnieuw doorlopen. 
  • Wat zijn de kenmerken van epidemiologisch onderzoek? Wat zijn de voor- en nadelen?
    Epidemiologisch onderzoek; aanwezigheid, verspreiding en beheersing van ziekten binnen een populatie.

    Voordelen: lijst met aantal mogelijke oorzaken kan worden verkleind, kan leiden tot vragen en nader onderzoek.

    Nadelen: geen controle op variabelen die mogelijk van invloed zijn. Geen bewijs voor oorzaak en gevolg.


     Voorbeelden zijn:
    - Cohort studies
    - Case-control studies
    - Cross-sectional studies
  • Wat zijn de kenmerken van empirisch onderzoek en wat zijn de voor- en nadelen?
    Onderzoek naar oorzaak-gevolg relaties tussen variabelen.

    Voordelen: condities kunnen gecontroleerd worden, effecten van een variabele kan worden vastgesteld. Bevindingen kunnen worden toegepasts/getest op grotere groepen.
    Nadelen: in vitro of labresultaten op dieren kunnen niet een op een worden overgenomen voor mensen. Resultaten van een bepaalde groep kan niet worden gegeneraliseerd. En er kunnen ethische bewaren zijn voor bepaalde testmethoden. 
  • Wat wordt bedoeld met een positieve of negatieve correlatie tussen variabelen?
    Bij een positieve correlatie is er beweging in dezelfde richting tussen variabelen.
    vb: hoe meer vit. C hoe vaker verhouden. Of: minder vit c, is minder vaak verkouden
    Bij een negatieve correlatie bewegen de variabelen in tegengestelde richting: Hoe meer vit. C hoe minder vaak verkouden.

    Positief en negatief staat in deze context dus niet voor ‘goed’ of ‘slecht’
  • Wat houdt dubbelblindonderzoek in?

    Onderzoek waarbij zowel de onderzoekers als de testpersonen niet weten of ze tot de experimentele of controlegroep horen. 
  • Wat houdt randomisatie in?
    de experiment en controlegroep dusdanig samenstellen dat er geen sprake is van bias. Dus de groepen zijn willekeurig (random) samengesteld uit een populatie. Zodat geen andere factoren dan het onderzochte een rol spelen.
  • Wat is een controlegroep en wat is een experimentele groep?
    Experimentele groep is de groep die het onderzoek ondergaat, behandeling krijgt.
    De controlegroep is een groep met gelijke kenmerken, maar krijgen geen behandeling. De controlegroep ontvangt idealiter een placebo.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Beschrijf kort de relatie van voeding met (1) chronische longziektes, (2) de ziekte van Alzheimer, (3) nierziektes en (4) griep en longontsteking.
  1.  Chronische longziektes beïnvloeden zowel de voedselinname als ook vertering en absorptie.

2 De ziekte van Alzheimer beïnvloedt vaak de voedselinname. Samen met slik‐ en absorptieproblemen als gevolg van medicatie kan dit de voedingstoestand negatief beïnvloeden.

3 Nierziektes beïnvloeden de voedselinname en het metabolisme. . Nierfalen leidt tot ingrijpende veranderingen in de vocht‐ en elektrolytenbalans. Behoud van normaalwaarden van micronutriënten is dan lastig (calcium, fosfor, magnesium en vitamine D).

4. Griep en longontsteking zijn soms het gevolg van een verminderde voedingstoestand. Problemen met ademhalen kunnen de voedselinname beïnvloeden.
Hoe zijn honger en obesitas aan elkaar gerelateerd?
Als gevolg van honger en armoede worden mensen geconfronteerd met voedselkeuzes die gebaseerd zijn op geld in plaats van voedingswaarde.

Verse groente en fruit zijn duurder dan bewerkte voedingsmiddelen. Fast food en snelle koolhydraten worden het belangrijkste bestanddeel in het menu, wat leidt tot een hoge consumptie van energierijke voedingsmiddelen met weinig voedingswaarde. Deze slechte voedselkeuzes houden aan en resulteren in gewichtstoename en/of obesitas
Hoeveel % van de wereldbevolking ervaart aanhoudend honger?
13%
Welke mineralen worden gezien als schadelijk?

Lood, kwik en cadmium
Wat zijn de belangrijkste functies van selenium, koper, mangaan, fluoride, chroom en molybdeen?Wat zijn de symptomen bij een deficiëntie en  wat zijn de belangrijkste voedingsbronnen?
Overzicht:
Aan welke producten wordt jodium toegevoegd en waarom?

zout en brood. 
Wat zijn de belangrijkste voedingsbronnen voor jodium?

· Gejodeerd zout
· Zeevruchten
· Brood
· Zuivel
· Planten die in jodium-rijke grond zijn gegroeid
Wat zijn de symptomen bij een jodium deficiëntie?

· Verminderde activiteit van schildklier
· Vertraagde mentale en psychische ontwikkeling bij kinderen.
· Krop (schildkliervergroting)
Wat zijn de belangrijkste functies van jodium?

Component van twee thyroïde hormonen die betrokken zijn bij regulatie van groei, ontwikkeling en metabolische activiteit.
Waar komen  zinktekorten voor en wat is hiervan de oorzaak?

in ontwikkelingslanden, doordat er relatief weinig zink in dieet aanwezig is en relatief veel fytaten wat de opname van zink bemoeilijkt.