Summary Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg

-
ISBN-10 9001606288 ISBN-13 9789001606282
234 Flashcards & Notes
37 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg". The author(s) of the book is/are N E Stegeman van W A Gilbert Peek A Franken. The ISBN of the book is 9789001606282 or 9001606288. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg

  • 1 Voedingspatronen

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.1 Voedingspatronen & voedingsgedrag

  • Voedingspatroon = stabiele component in voedingsgedrag
  • Wat is de omschrijving van een voedingspatroon?
    Een voedingspatroon is de wijze waarop een individu, groep of volk zich gewoonlijk voedt (wie, wanneer, wat, welke hoeveelheid, waar en hoe?)
  • Men kan verschillen in voedselkeuze, voedselbereiding en etenstijden (voedingspatroon) vanwege een andere culturele achtergrond of vanwege alternatieve voedingssystemen
  • Waarom is het voor hulpverleners in de gezondheidszorg belangrijk om inzicht te hebben in voedingspatronen en factoren die voedingsgedrag bepalen?
    1. Signaleren van gezondheidsrisico's bij bepaalde individuen/groepen
    2. Het geven van voedingsvoorlichting
    3. Dieetpatiënten begeleiden bij problemen door verandering in voeding
  • 1.2 Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van een voedingspatroon en voedingsgedrag

  • Noem 5 voorbeelden van omgevingsfactoren en hun invloed op het voedingspatroon en voedingsgedrag
    1. Geografische factoren -> beschikbaarheid van voedsel (plantaardig/dierlijk?)
    2. Klimatologische factoren -> beschikbaarheid van voedsel (plantaardig/dierlijk?)
    3. Technologische factoren -> uitbreiding voedselaanbod door ontwikkelingen productie/transport/opslag
    4. Economische factoren ->
    5. Politieke factoren -> 
  • Voedingspatroon -> stabiele factoren zijn hierop van invloed (vleesconsumptie hoger bij hoger inkomen)
    Voedingsgedrag -> minder stabiele factoren van invloed 
    (vlees in aanbieding)
  • Welke 3 factoren spelen een rol bij het ontstaan van een voedingspatroon en voedingsgedrag?
    • Omgevingsfactoren: bepalen welk voedsel beschikbaar is
    • Sociaal-culturele factoren: bepalen welk voedsel eetbaar is en de betekenis van voedsel in omgang met elkaar
    • Persoonsgebonden factoren: bepalen betekenis van voedsel (voor persoon) en bepalen de voedselbehoefte
  • 2 Voeding van een operatiepatiënt

  • Waarom is het aanpassen van de voeding voor een operatie soms nodig?
    Om het risico op complicaties tijdens de operatie te verkleinen en het herstel na de operatie te bevorderen.

    Ondervoeding: vaak bij ernstig zieke mensen en/of bij ouderen.
    Is een operatierisico. Het vertraagt het herstel, vergroot de kans op infecties en zorgt vaak voor een vertraagde wondgenezing.
    Maak voor de operatie een inschatting van de voedingstoestand en geef zo mogelijk een voedingsstofverrijkt dieet (evt. per sonde).

    Overvoeding: bij niet acute operaties is het belangrijk om eerst af te vallen.
    Laat de patiënt niet te snel afvallen. Zorg voor voldoende vitamines en mineralen. Stop een week voor de operatie met het dieet zodat het lichaam weer op de normale verbranding kan overgaan (homeostase).
  • Waarom is na een operatie de behoefte aan voedingsstoffen extra groot?
    Er moet nieuw weefsel en bloed worden aangemaakt. 

    Eiwitten = Herstel van weefsel
    Koolhydraten en vetten = Leveren van energie (sparen van eiwitten)
    Vitamine K = Bloedstolling
    Vitamine C en zink = Wondgenezing
    B-vitamines = Verhoogd metabolisme
    IJzer = Bloedaanmaak
    Vitamine D en calcium = Herstel van botbreuken
  • Waarom is er na een operatie behoefte aan eiwitten, koolhydraten en vetten?
    De eiwitbehoefte is na de operatie minstens twee maal de normale behoefte.
    Bij voeding met weinig energie worden eiwitten gebruikt als energiebron en niet voor weefselherstel.
    Bij inname van voldoende koolhydraten en vetten worden deze ingezet als energiebron zodat de eiwitten zich kunnen richten op het weefselherstel.
  • Waarom is vocht na de operatie belangrijk?
    De afbraakstoffen van de weefselbeschadiging en de narcoseresten moeten uit het lichaam worden verwijderd.
  • Wat is een aandachtspunt bij patiënten met brandwonden?
    Patiënten met brandwonden verliezen veel vocht, eiwitten, vitamines en mineralen uit de wonden.
    Het lichaam is hierdoor langere tijd in katabole stresstoestand.
    Bij grote brandwonden is bijvoeding via sonde noodzakelijk.
  • Operatiepatiënten hebben een verhoogde behoefte aan 3 stoffen. Welke?
    Vitamine C is nodig voor de wondgenezing.
    Koolhydraten zijn nodig voor extra energie en het sparen van eiwitten.
    Eiwitbehoefte is verhoogd voor het herstel van weefsel en opbouw van spieren.
  • 3 voedingsvoorlichting

  • Wat zijn de richtlijnen voor goede voeding?
    - Gevarieerd eten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem de richtlijnen Schijf van Vijf 2016.
De Schijf van Vijf laat in vijf vakken een optimale combinatie zien van productgroepen die een gunstig effect hebben op de gezondheid en die gezamenlijk voorzien in de voedingsstoffenbehoefte. Het gaat hier om de vakken:
1) groente en fruit,
2) smeer- en bereidingsvetten,
3) zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei,
4) brood, graanproducten en aardappelen en
5) dranken. 
Hierbij horen de volgende richtlijnen:

1. Eet uit elk vak de aanbevolen hoeveelheden.
2. Eet dagelijks groente.
3. Eet dagelijks fruit.
4. Kies voor de gezondere smeer- en bereidingsvetten.
5. Neem dagelijks zuivel waaronder melk of yoghurt en kaas.
6. Kies vaker voor plantaardige eiwitbronnen.
7. Eet dagelijks ongezouten noten.
8. Eet wekelijks vis, bij voorkeur vette vissoorten.
9. Eet wekelijks peulvruchten.
10. Beperk het eten van vlees tot niet meer dan 500 gram per week.
11. Eet dagelijks voldoende volkoren of bruin brood, en kies volkoren graanproducten.
12. Drink kraanwater en groene en zwarte thee, en kies voor gefilterde koffie. 1
3. Voeg aan je eten en drinken zo min mogelijk suiker en/of zout toe.
Noem de richlijnen Goede Voeding 2015.
• Eet volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon conform de onderstaande richtlijnen
• Eet dagelijks ten minste 200 gram groente en ten minste 200 gram fruit
• Eet dagelijks ten minste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere volkorenproducten • Eet wekelijks peulvruchten
• Eet ten minste 15 gram ongezouten noten per dag
• Neem enkele porties zuivel per dag, waaronder melk of yoghurt
• Eet een keer per week vis, bij voorkeur vette vis
• Drink dagelijks drie koppen thee
• Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten
• Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën
• Vervang ongefilterde door gefilterde koffie
• Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees
• Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken
• Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag
• Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag
• Het gebruik van voedingsstofsupplementen is niet nodig, behalve voor mensen die tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt.
Noem een aantal risicofactoren bij overgewicht.
  • diabetes type 2 (suikerziekte): een toename in lichaamsgewicht leidt al binnen enkele maanden tot een grotere kans op diabetes type 2
  • hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten 
  • metabool syndroom: bij metabool syndroom zijn 3 of meer van de volgende klachten aanwezig: veel vet in de buikholte (abdominale obesitas), verhoogde bloeddruk, verhoogd bloedsuikergehalte, verhoogd bloedvetgehalte of verlaagd HDL-cholesterolgehalte.
  • verschillende vormen van kanker: onder andere kanker van de slokdarm, dikke darm,  alvleesklier, nieren, borst, baarmoeder en eierstokken. 
  • galstenen
  • gewrichtsontstekingen en –slijtage
  • ademhalingsproblemen, waaronder kortademigheid en apneu (stokkende ademhaling tijdens de slaap)
  • menstruatiestoornissen
  • vruchtbaarheidsproblemen
  • psychische problemen: mensen met ernstig overgewicht krijgen vaak te maken met stigmatisering en discriminatie. Dat kan hun functioneren belemmeren en leiden tot een negatief zelfbeeld. Door de combinatie van psychische en lichamelijke klachten hebben mensen met ernstig overgewicht een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid.
Noem een aantal individuele oorzaken van overgewicht.
  • Te veel eten of snoepen, bijvoorbeeld door stress of tijdens de zwangerschap. 
  • Te veel suikerhoudende dranken drinken, zoals frisdrank en sap.  
  • Te veel alcohol drinken. Alcoholische dranken bevatten veel calorieën. Te veel alcohol kan daarom leiden tot overgewicht. 
  • Minder bewegen en sporten, bijvoorbeeld door ziekte, letsel of tijdgebrek.
  • Verandering van leefstijl (meer eten of minder bewegen), bijvoorbeeld door samenwonen, kinderen krijgen, werkloosheid, pensionering. Ook stoppen met roken kan gepaard gaan met gewichtstoename.
Noem 15 normen voor de aanpak van overgewicht bij jongeren.
  1. Fit en gezond zwanger worden
  2. Fit en gezond zwanger zijn
  3. Borstvoeding geven (min. 6 maanden)
  4. Elke dag ontbijten
  5. Geen frisdrank onder de 5 jaar
  6. Kinderen verwennen door samen te spelen
  7. Maximaal twee uur per dag tv of computer
  8. (Buiten) spelen en bewegen)
  9. Kennis van voeding, bereiding en smaken
  10. Matig met snacks
  11. Water drinken
  12. Lopen en fietsen van en naar school
  13. Lid zijn van een sportvereniging
  14. Je eigen lichaam kennen
  15. Geen alcohol onder de 16 jaar
Wat is het voor- en nadeel van medicijnen tegen overgewicht?
Er zijn medicijnen die de eetlust remmen, de stofwisseling verhogen en/of de resorptie van nutriënten in het maag-darmkanaal remmen.
Voordeel is dat je ervan afvalt. Nadeel is dat dit effect stopt als de medicijnen niet meer genomen worden.
Het kan dus werken als extra ondersteuning bij het inzetten van blijvende gedragsverandering.
Waaruit bestaat een energiebeperkt dieet?
Beperking van vet, suiker en alcohol.
Waaruit bestaat de behandeling bij overgewicht?
Verlagen van de energie-inname en verhogen van het energieverbruik.
Dit betekent een ander voedings- en bewegingspatroon.
Vaak is hier multidisciplinaire zorg voor nodig van arts, diëtist, bewegingstherapeut en psycholoog.
Doel is blijvend gewichtsverlies. Er moet dus veel aandacht zijn voor terugvalpreventie.

Bij de adviezen moet de nadruk liggen op het aanleren van gezonde eet- en leefgewoonten niet niet op het bereiken van een bepaald streefgewicht.
Noem 6 factoren die een rol spelen bij overgewicht.
Energiebalans en hormonen: corticosteroiden zijn hormonen van de bijnierschors die het vastleggen van het vet in het lichaam bevorderen. Als er teveel van deze hormonen worden geproduceerd of als medicijn worden toegediend (oa reuma en COPD) ontstaat makkelijk overgewicht.

Honger en verzadiging: Voeding met veel vezels zorgt voor meer verzadiging en remmen de maagontlediging zodat de verzadiging langer aanhoudt. Dit geldt ook voor vet voedsel maar deze bevat meer energie. Vloeibaar voedsel werk maar kort verzadigend.
Veel medicijnen heeft invloed op de eetlust. Langdurig gebruik van medicijnen kan oorzaak zijn van overgewicht.

Psychische factoren: Eten kan compensatie zijn voor onaangename gevoelens.  Eetgedrag is ook aangeleerd gedrag en daardoor moeilijk te veranderen.
Dikke mensen laten zich veel meer leiden door externe prikkels (oa zien en ruiken van voedsel) dan dunne mensen en ook dan hun interne prikkels (gevoel van honger en verzadiging).    

Sociale factoren: Er zijn een aantal dikmakende factoren in de samenleving: zittende arbeid, druk verkeer dus minder buitenspelen, vrije tijd achter een beeldscherm, groot aanbod goedkoop en smakelijk voedsel, steeds grotere porties.

Genetische factoren: afwijkingen en chromosomen en genen die overgewicht veroorzaken komen weinig voor (bijv. dat mensen geen verzadigingsgevoel herkennen). 
Het is nog onduidelijk waarom de een sneller dik wordt dan de ander. Er zijn verschillende manieren waarop het lichaam een teveel aan energie kan verwerken:
- ruststofwisseling verhogen
- opslag van teveel aan energie in vetvrije massa (spieren)
- opslag van teveel aan energie in onderhuids vet
- opslag van teveel aan energie in abdominaal vet (op de buik)
Door meer bewegen wordt de ruststofwisseling verhoogd en wordt teveel aan energie eerder omgezet in spieren of onderhuids vet en minder in buikvet.

Perinatale factoren: te vroeg geboren kinderen worden later eerder dik. Borstvoeding heeft mogelijk een beschermende werking (hierbij moet de factor opleiding meegenomen worden. Mensen met een hogere opleiding geven eerder borstvoeding en zijn minder vaak dik). Wel is duidelijk dat borstvoeding een hogere verzadigingswaarde heeft, een kind moet meer moeite doen voor borstvoeding (harder zuigen) en hierdoor is de kans minder groot dat er teveel gegeven wordt.
Uit welke 3 punten bestaat het energieverbruik?
  1. Basaal metabolisme
  2. Voedingsgeinduceerde thermogenese
  3. Lichamelijke activiteit  


Voor de lichamelijke activiteit is te beïnvloeden.
Door meer lichaamsbeweging wordt de benodigde energie verhoogd.
Lichaamsbeweging bevordert ook de vetoxidatie. Vetophoping in de buikholte neemt af.