Summary Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg

-
ISBN-10 9001606288 ISBN-13 9789001606282
234 Flashcards & Notes
41 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg". The author(s) of the book is/are N E Stegeman van W A Gilbert Peek A Franken. The ISBN of the book is 9789001606282 or 9001606288. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Voeding bij gezondheid en ziekte : handboek voor de gezondheidszorg

  • 1 Voedingszorg voor zieken

  • Wat betekent een opname in een instelling voor een patiënt vaak persoonlijk?
    Depersonalisatie = verlies van veiligheid en identiteit.
  • Hoe kan voeding het proces van depersonalisatie remmen?
    Vast kunnen houden aan het eigen voedingspatroon geeft een gevoel van veiligheid.
    Zelf kunnen kiezen wat, hoeveel, wanneer, waar, hoe en met wie remt het proces van depersonalisatie.

    Plus: als mensen zelf invloed kunnen uitoefenen op het eten is de kans groter dat mensen in goede voedingstoestand blijven.
  • Noem 4 soorten keukens.
    1. Productiekeuken: maaltijden worden zelf bereid met zowel verse als kant-en-klaarproducten.
    2. Compactkeuken: voornamelijk bereiding van kant-en-klaarproducten. Klein deel wordt zelf bereid.
    3. Assemblagekeuken: maaltijden worden samengesteld uit kant-en-klare maaltijdcomponenten.
    4. Satellietkeuken: elders bereide maaltijden worden op de juiste temperatuur gebracht.
  • De voedseldistributie kent 2 X 2 soorten systemen. Welke?
    1. Centraal systeem: Voedsel wordt op 1 plaats opgeschept en van daaruit verspreid.
      Voordeel: veel zorg aan opdienen individuele maaltijd.
      Voordeel: tegemoet komen aan dieetwensen.
      Nadeel: cliënt moet van tevoren aangeven wat hij wil eten.
    2. Decentraal systeem: Voedsel gaat in grotere porties naar een afdeling en wordt daar opgeschept en verspreid.
      Voordeel: patiënt kan op moment zelf kiezen.
      Voordeel: lijkt meer op de huiselijke situatie.
      Nadeel: lastig bij verschillende diëten.


    1. Gekoppeld systeem: Voedsel wordt aansluitend aan de bereiding opgegeten.
      Nadeel: de temperatuur van de maaltijd.
    2. Ontkoppeld systeem: Eten wordt na bereiding gekoeld / diepgevroren en pas later geconsumeerd.
      Voordeel: flexibel voor de patiënt.
      Voordeel: niet op eigen locatie eigen keuken (voordeel organisatie)
      Nadeel: kost energie, extra opwarmmoment.
      Nadeel: deskundige opwarming nodig om kans op ziekteverwekkende micro-organismen te verkleinen. Voedsel passeert namelijk 3x temperatuur 20 graden - 37 graden.
  • Wat is een centraal gekoppeld systeem?
    Een centrale keuken voor bereiding en verdeling.
    Een nadeel is dat het verdelen 1 tot 2 uur kan duren. Groente en aardappelen moeten lang warm gehouden worden wat de voedingswaarde, het uiterlijk en de smaak niet ten goede komt.
    Een oplossing is het koken in kleinere porties.
  • Waar wordt een decentraal gekoppeld systeem ingezet?
    Bij instellingen met weinig verschillende diëten.
  • Wanneer is er sprake van een centraal ontkoppeld systeem?
    Bij instellingen die de voedselbereiding uitbesteden aan grote keukens / cateringbedrijven.
  • Wat is de insteek van een decentraal ontkoppeld systeem?
    Voedsel wordt bereid en in bulk gekoeld. Later wordt het voedsel opgewarmd en in schalen opgediend of vanuit een buffetwagen bij de patiënt opgeschept. Bijvoorbeeld een broodbuffetwagen.
    Voordeel is dat je op het eetmoment zelf kan kiezen.
  • Noem twee soorten maaltijdenkeuzes voor de patiënt.
    1. Menukeuze: keuze uit 1 of meerdere menu's.
    2. Componentenkeuze: onderdelen van menu's kunnen gecombineerd worden.
  • Noem 6 taken op de afdeling bij de maaltijdverstrekking.
    1. De patiënt helpen bij het kiezen van voedsel als de patiënt hier zelf onvoldoende toe in staat is.
    2. Verzorging voor de maaltijd. Patiënt tijd geven om handen te wassen, naar het toilet te gaan, te bidden etc.
    3. Creëren van een plezierige eetomgeving. In bed of aan tafel, alleen of in een groep. Tafelkleed, bloemetje en/of servet kleedt het geheel meer aan.
    4. Verstrekken van voedsel en dranken. Efficiënt zodat het niet afkoelt. Haal ook oude resten op tijd weg. Ga na of iedereen de juiste maaltijd krijgt. Als mensen vaak eten laten staan, nagaan wat de oorzaak is.
    5. Zo nodig de patiënt hulp bieden bij het eten. Helpen met eten geven, aangepast bestek, rietje of tuitbeker. Maak een vaste bordindeling voor slechtzienden.
    6. Verzorging na de maaltijd. Mondreiniging, wassen van handen en gezicht, mogelijkheid om te danken.
  • Wat is anorexie?
    Een slechte eetlust. 

    Een slechte eetlust kan komen door een misselijk gevoel, of angst voor misselijkheid. Ook kan het eten niet smaken of anders smaken. Patiënten hebben vaak weinig trek. Zo kan de eetlust verdwijnen of heeft de patiënt na weinig eten al een 'vol' gevoel.
    Het is belangrijk om de oorzaken hiervan na te gaan.
    Een slechte eetlust kan een slechte voedingstoestand veroorzaken. Dit kan het herstelproces stagneren of er kunnen complicaties optreden.
    Pas de voeding aan zodat de patiënt wel kan eten.

    Anorexie bij een patiënt met een goede voedingstoestand kan maximaal 7 tot 10 dagen duren. Er moet wel aandacht zijn voor voldoende vocht.
    Bij ernstig zieke patiënten mag de anorexie maximaal 5 dagen duren. Duurt de periode langer dan ontstaat er een slechte voedingstoestand wat het herstelvermogen doet dalen.
    De patiënt komt dan vaak in een vicieuze cirkel terecht: een slechte voedingstoestand leidt tot zwakte. Hierdoor neemt de eetlust nog verder af.
  • Noem 6 specifieke eetlustremmers.
    1. Maag / darm / lever / nieraandoening: vaak last van misselijkheid.
    2. Ontregelde diabetes: hoog ketonengehalte in het bloed.
    3. Geneesmiddelen: antidepressiva, chemotherapie, antihypertensiva.
    4. Radiotherapie van het mond / keelgebied: slikklachten en smaakverlies.
    5. Radiotherapie van maag / darmgebied: misselijkheid en braken.
    6. Opname in een instelling: angst, bezorgdheid, spanning, anders dan thuis.
  • Noem een aantal voedingsadviezen voor een patiënt met een slecht eetlust.
    Neem als uitgangspunt: wat de patiënt wil. Hou rekening met zijn / haar voorkeuren.

    • Voeding moet er aantrekkelijk uitzien. Lekker ruiken en smaken.
    • Kleine porties en vaker iets kleins eten.
    • Weinig vet en koolzuur: geven snel vol gevoel.
    • Het eten op zichzelf mag niet teveel inspanning kosten (fruit schillen, eten in kleine stukjes).
    • Stem de smaak af op de patiënt. Patiënt kan juist een sterke smaak wensen omdat hij weinig proeft. Of juist een voorkeur hebben voor mild omdat er ontstekingen zijn.
    • Voldoende drinken bevordert de eetlust en voorkomt / vermindert misselijkheid.
    • Geef voldoende vezels om obstipatie te voorkomen. Obstipatie geeft snel vol gevoel.
    • Geef zo nodig energieverrijkte voeding.
  • Waarom is multidisciplinaire samenwerking bij voeding van de patiënt van groot belang?
    Voor een optimale zorg aan de patiënt is multidisciplinaire samenwerking van groot belang. De diëtist is de expert op het gebied van voeding, maar ook voedingsassistenten (die de voeding verzorgen), de verpleegkundige (die de patiënt screent op ondervoeding en de diëtist moet inschakelen) en artsen (die afwijkende laboratoriumwaarden signaleren) dragen bij aan de voedingszorg. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem de richtlijnen Schijf van Vijf 2016.
De Schijf van Vijf laat in vijf vakken een optimale combinatie zien van productgroepen die een gunstig effect hebben op de gezondheid en die gezamenlijk voorzien in de voedingsstoffenbehoefte. Het gaat hier om de vakken:
1) groente en fruit,
2) smeer- en bereidingsvetten,
3) zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei,
4) brood, graanproducten en aardappelen en
5) dranken. 
Hierbij horen de volgende richtlijnen:

1. Eet uit elk vak de aanbevolen hoeveelheden.
2. Eet dagelijks groente.
3. Eet dagelijks fruit.
4. Kies voor de gezondere smeer- en bereidingsvetten.
5. Neem dagelijks zuivel waaronder melk of yoghurt en kaas.
6. Kies vaker voor plantaardige eiwitbronnen.
7. Eet dagelijks ongezouten noten.
8. Eet wekelijks vis, bij voorkeur vette vissoorten.
9. Eet wekelijks peulvruchten.
10. Beperk het eten van vlees tot niet meer dan 500 gram per week.
11. Eet dagelijks voldoende volkoren of bruin brood, en kies volkoren graanproducten.
12. Drink kraanwater en groene en zwarte thee, en kies voor gefilterde koffie. 1
3. Voeg aan je eten en drinken zo min mogelijk suiker en/of zout toe.
Noem de richlijnen Goede Voeding 2015.
• Eet volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon conform de onderstaande richtlijnen
• Eet dagelijks ten minste 200 gram groente en ten minste 200 gram fruit
• Eet dagelijks ten minste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere volkorenproducten • Eet wekelijks peulvruchten
• Eet ten minste 15 gram ongezouten noten per dag
• Neem enkele porties zuivel per dag, waaronder melk of yoghurt
• Eet een keer per week vis, bij voorkeur vette vis
• Drink dagelijks drie koppen thee
• Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten
• Vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën
• Vervang ongefilterde door gefilterde koffie
• Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees
• Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken
• Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag
• Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag
• Het gebruik van voedingsstofsupplementen is niet nodig, behalve voor mensen die tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt.
Noem een aantal risicofactoren bij overgewicht.
  • diabetes type 2 (suikerziekte): een toename in lichaamsgewicht leidt al binnen enkele maanden tot een grotere kans op diabetes type 2
  • hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten 
  • metabool syndroom: bij metabool syndroom zijn 3 of meer van de volgende klachten aanwezig: veel vet in de buikholte (abdominale obesitas), verhoogde bloeddruk, verhoogd bloedsuikergehalte, verhoogd bloedvetgehalte of verlaagd HDL-cholesterolgehalte.
  • verschillende vormen van kanker: onder andere kanker van de slokdarm, dikke darm,  alvleesklier, nieren, borst, baarmoeder en eierstokken. 
  • galstenen
  • gewrichtsontstekingen en –slijtage
  • ademhalingsproblemen, waaronder kortademigheid en apneu (stokkende ademhaling tijdens de slaap)
  • menstruatiestoornissen
  • vruchtbaarheidsproblemen
  • psychische problemen: mensen met ernstig overgewicht krijgen vaak te maken met stigmatisering en discriminatie. Dat kan hun functioneren belemmeren en leiden tot een negatief zelfbeeld. Door de combinatie van psychische en lichamelijke klachten hebben mensen met ernstig overgewicht een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid.
Noem een aantal individuele oorzaken van overgewicht.
  • Te veel eten of snoepen, bijvoorbeeld door stress of tijdens de zwangerschap. 
  • Te veel suikerhoudende dranken drinken, zoals frisdrank en sap.  
  • Te veel alcohol drinken. Alcoholische dranken bevatten veel calorieën. Te veel alcohol kan daarom leiden tot overgewicht. 
  • Minder bewegen en sporten, bijvoorbeeld door ziekte, letsel of tijdgebrek.
  • Verandering van leefstijl (meer eten of minder bewegen), bijvoorbeeld door samenwonen, kinderen krijgen, werkloosheid, pensionering. Ook stoppen met roken kan gepaard gaan met gewichtstoename.
Noem 15 normen voor de aanpak van overgewicht bij jongeren.
  1. Fit en gezond zwanger worden
  2. Fit en gezond zwanger zijn
  3. Borstvoeding geven (min. 6 maanden)
  4. Elke dag ontbijten
  5. Geen frisdrank onder de 5 jaar
  6. Kinderen verwennen door samen te spelen
  7. Maximaal twee uur per dag tv of computer
  8. (Buiten) spelen en bewegen)
  9. Kennis van voeding, bereiding en smaken
  10. Matig met snacks
  11. Water drinken
  12. Lopen en fietsen van en naar school
  13. Lid zijn van een sportvereniging
  14. Je eigen lichaam kennen
  15. Geen alcohol onder de 16 jaar
Wat is het voor- en nadeel van medicijnen tegen overgewicht?
Er zijn medicijnen die de eetlust remmen, de stofwisseling verhogen en/of de resorptie van nutriënten in het maag-darmkanaal remmen.
Voordeel is dat je ervan afvalt. Nadeel is dat dit effect stopt als de medicijnen niet meer genomen worden.
Het kan dus werken als extra ondersteuning bij het inzetten van blijvende gedragsverandering.
Waaruit bestaat een energiebeperkt dieet?
Beperking van vet, suiker en alcohol.
Waaruit bestaat de behandeling bij overgewicht?
Verlagen van de energie-inname en verhogen van het energieverbruik.
Dit betekent een ander voedings- en bewegingspatroon.
Vaak is hier multidisciplinaire zorg voor nodig van arts, diëtist, bewegingstherapeut en psycholoog.
Doel is blijvend gewichtsverlies. Er moet dus veel aandacht zijn voor terugvalpreventie.

Bij de adviezen moet de nadruk liggen op het aanleren van gezonde eet- en leefgewoonten niet niet op het bereiken van een bepaald streefgewicht.
Noem 6 factoren die een rol spelen bij overgewicht.
Energiebalans en hormonen: corticosteroiden zijn hormonen van de bijnierschors die het vastleggen van het vet in het lichaam bevorderen. Als er teveel van deze hormonen worden geproduceerd of als medicijn worden toegediend (oa reuma en COPD) ontstaat makkelijk overgewicht.

Honger en verzadiging: Voeding met veel vezels zorgt voor meer verzadiging en remmen de maagontlediging zodat de verzadiging langer aanhoudt. Dit geldt ook voor vet voedsel maar deze bevat meer energie. Vloeibaar voedsel werk maar kort verzadigend.
Veel medicijnen heeft invloed op de eetlust. Langdurig gebruik van medicijnen kan oorzaak zijn van overgewicht.

Psychische factoren: Eten kan compensatie zijn voor onaangename gevoelens.  Eetgedrag is ook aangeleerd gedrag en daardoor moeilijk te veranderen.
Dikke mensen laten zich veel meer leiden door externe prikkels (oa zien en ruiken van voedsel) dan dunne mensen en ook dan hun interne prikkels (gevoel van honger en verzadiging).    

Sociale factoren: Er zijn een aantal dikmakende factoren in de samenleving: zittende arbeid, druk verkeer dus minder buitenspelen, vrije tijd achter een beeldscherm, groot aanbod goedkoop en smakelijk voedsel, steeds grotere porties.

Genetische factoren: afwijkingen en chromosomen en genen die overgewicht veroorzaken komen weinig voor (bijv. dat mensen geen verzadigingsgevoel herkennen). 
Het is nog onduidelijk waarom de een sneller dik wordt dan de ander. Er zijn verschillende manieren waarop het lichaam een teveel aan energie kan verwerken:
- ruststofwisseling verhogen
- opslag van teveel aan energie in vetvrije massa (spieren)
- opslag van teveel aan energie in onderhuids vet
- opslag van teveel aan energie in abdominaal vet (op de buik)
Door meer bewegen wordt de ruststofwisseling verhoogd en wordt teveel aan energie eerder omgezet in spieren of onderhuids vet en minder in buikvet.

Perinatale factoren: te vroeg geboren kinderen worden later eerder dik. Borstvoeding heeft mogelijk een beschermende werking (hierbij moet de factor opleiding meegenomen worden. Mensen met een hogere opleiding geven eerder borstvoeding en zijn minder vaak dik). Wel is duidelijk dat borstvoeding een hogere verzadigingswaarde heeft, een kind moet meer moeite doen voor borstvoeding (harder zuigen) en hierdoor is de kans minder groot dat er teveel gegeven wordt.
Uit welke 3 punten bestaat het energieverbruik?
  1. Basaal metabolisme
  2. Voedingsgeinduceerde thermogenese
  3. Lichamelijke activiteit  


Voor de lichamelijke activiteit is te beïnvloeden.
Door meer lichaamsbeweging wordt de benodigde energie verhoogd.
Lichaamsbeweging bevordert ook de vetoxidatie. Vetophoping in de buikholte neemt af.