Summary Voedingsdeskundige

-
1303 Flashcards & Notes
30 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Voedingsdeskundige

  • 1 Grondbeginselen van de natuurwetenschap

  • Geef de vier basisfuncties van het leven.
    Eten, ademhalen, slapen en voortplanten.
  • Welke verschijnselen behoren tot de karakteristieke levensverschijnselen?
    1. Voeding
    2. Voortplanting
    3. Uitscheiding
    4. Groei
    5. Waarneming
    6. Ademhaling
    7. Beweging



    Vvugwab 
  • Wat zijn de 4 basisfuncties van het leven?
    1. ademhalen
    2. slapen
    3. voortplanten
    4. eten
  • Geef 5 positieve gevolgen van goede voeding.
    Goede voeding heeft:
    1. een sterke, positieve invloed op lichaam en geest.
    2. zorgt voor een gezond spijsverteringssysteem
    3. heeft een reinigende en opbouwende werking
    4. geeft energie
    5. verhoogt de werking van ons immuunsysteem
  • Levensverschijnselen kunnen alleen plaatsvinden als er sprake is van metabolisme. Waar staat dit begrip voor?
    Alle gebeurtenissen in een levend organisme waarbij stoffen verbruikt of veranderd worden. Ook wel stofwisseling genoemd.
  • Goede voeding heeft een sterke positieve invloed op ons lichaam en geest. Leg kort uit.
    Een gezonde spijsvertering heeft een reinigende en opbouwende werking wat zorgt voor energie en betere werking van ons immuunsysteem.
  • Waar houdt de natuurwetenschap zich mee bezig?
    De natuurwetenschap is de wetenschap die zich baseert op natuurwetten, bijv. natuur- en scheikunde.
  • Waaruit zijn moleculen opgebouwd?
    Atomen, die in een vaste rangschikking met elkaar verbonden zijn.
  • Door welke karakteristieke verschijnselen onderscheiden levende stoffen zich van dode stoffen?
    1. voeding
    2. uitscheiding
    3. groei
    4. ademhaling
    5. beweging
    6. waarneming
    7. voortplanting
  • Waaruit bestaat een atoom?
    1. Atoomkern, opgebouwd uit protonen (positief geladen deeltjes) en neutronen ( neutrale deeltjes).
    2. Elektronen (negatief geladen deeltjes) die om de atoomkern 'hangen'. 
  • Beschrijf het proces metabolisme (stofwisseling)
    Alle gebeurtenissen in een levend organisme waarbij stoffen verbruikt of veranderd worden.
  • Wat is een neutraal atoom?
    Het aantal protonen is gelijk aan het aantal elektronen.
  • Op welke wijze kunnen we levende stoffen indelen?
    Deze stoffen kunnen we indelen naar soort, het aantal cellen (eencellig of meercellig) en de grootte (microben en macroben).
  • Wat is een ion?
    Een ion is een atoom met een verschillend aantal protonen en elektronen. Het is een elektrisch geladen atoom met een overschot of tekort aan elektronen.
  • Geef een aantal voorbeelden van micro-organismen (microben)
    Microben zijn zo klein dat ze met een microscoop waargenomen kunnen worden. Het zijn lagere wezens omdat ze niet via organen en orgaanstelsels functioneren, maar in onmiddellijk contact met hun leefmilieu staan. Bacteriën, schimmels en virussen zijn voorbeelden van microben.
  • Wat is een kation
    Ion met een tekort aan elektronen.
    k=ite
  • Waarom zijn probiotica zo belangrijk om onze darmflora gezond te houden?
    In onze darmflora zitten triljoenen bacteriën die noodzakelijk zijn voor de spijsvertering. Verstoring van de darmflora, door bijv. een voedselvergiftiging, kan leiden tot diarree, uitdroging en stoornissen van de voedselopname in de darm. Als bacteriën niet onschadelijk worden gemaakt door het immuunsysteem dan kunnen bacteriën zich verder verdelen en bacteriële infecties veroorzaken. Een gezonde darmflora kan worden gestimuleerd door het toedienen van levende bacteriën (probiotica).
  • Wat is een anion?
    Ion met overschot aan elektronen.
    a=ioe
  • Hoe noemen we eencellige schimmels?
    Gisten
  • Waaruit bestaat een zuurstofatoom?
    Een atoom met in de kern 8 protonen (+)
    Daarom heen bevinden zich 8 elektronen (-)
    Maar de elektronen zijn verdeeld over 2 schillen, waarvan de buitenste niet helemaal gevuld, hierdoor is het zuurstofatoom NIET in balans en dus reactief.
  • Wat is uniek voor virussen?
    Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten; ze hebben een gastheerorganisme nodig. Virussen koppelen zich aan een cel en injecteren hierin hun erfelijk materiaal. Alleen op deze manier zijn ze in staat om zich te vermenigvuldigen.
  • Waarom is het zuurstofatoom instabiel?
    Omdat het bestaat uit een volle eerste schil, de K-schil gevuld met 2 elektronen en een tweede schil L schil met 6 elektronen. Het zuurstofatoom voelt zich op zijn best als de L schil gevuld zou zijn met 8 elektronen. Het is daarom opzoek naar 2 extra elektronen. Omdat het zuurstof atoom niet in balans is, deinst het er niet voor terug om een elektron van een in evenwicht verkerend molecuul af te pikken. Daarom is het reactief en instabiel, want het kan veel schade aanrichten aan een ander molecuul, want als die andere molecuul ontdaan wordt van een elektron kan het uitelkaar vallen, omdat het beschadigd is. Dit wordt oxidatie genoemd.
  • Wat zijn macroben? (macro-organismen)
    Macroben, waaronder mens, dier en plant, zijn wezens van hogere orde, omdat ze zich kenmerken door een arbeidsverdeling onder de cellen ten dienste van het geheel. Groepen cellen vormen weefsels en weefsels op hun beurt orgaanstelsels. Het zenuwstelsel is hier een voorbeeld van.
  • Wat betekent oxidatie?
    Uitelkaar vallen of ten gronde gaan oiv een reactie met zuurstof.
  • Op welke wijze kunnen we dode stoffen indelen?
    Dode stoffen kunnen we indelen naar herkomst, opbouw en aggregatie.
    Herkomst: het zijn stoffen van minerale, natuurlijke of synthetische bronnen.
    Opbouw: de indeling naar moleculaire structuur
    Aggregatie (vorm): dode stoffen kunnen verschillende vormen aannemen, zoals vast, vloeibaar of gas. Dit wordt de aggregatietoestand van de stof genoemd.
  • Wat zijn elementen oftewel klein moleculaire stoffen?
    Moleculen met uitsluitend gelijksoortige atomen.
  • Wat is het verschil tussen minerale stoffen, natuurlijke stoffen en synthetische stoffen?
    Onder minerale stoffen verstaan we de stoffen die uit de aardbodem voortkomen, bijv. calcium, chroom, ijzer of metaal.
    Natuurlijke stoffen worden gevormd uit levende organismen (plant, dier), zoals koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen en hun afleidingen. Deze stoffen dienen als bouw- of energiebron voor ons lichaam. En synthetische stoffen zijn kunstmatig bereide stoffen, bijv. nylon of plastic. 
  • Wat zijn groot moleculaire stoffen?
    Moleculen met ongelijksoortige atomen, oftewel samengestelde atomen, deze stoffen kunnen zich weer splitsen in hun oorspronkelijke klein moleculaire onderdelen. Maar kunnen ook opgebouwd worden tot samengestelde atomen.
  • Wat is een molecuul?
    Een molecuul is de kleinste eenheid van een dode stof. Een molecuul is de kleinste eenheid van een dode stof. Moleculen zijn opgebouwd uit atomen, die in een vaste rangschikking met elkaar verbonden zijn. 
  • Geef een voorbeeld van een groot moleculaire stof.
    Water bestaat uit het element 'waterstof' en 'zuurstof'
  • Wat is een atoom?
    Een atoom is het kleinst mogelijke deeltje waaruit een stof is opgebouwd. Moleculen zijn de bouwstenen van alle stoffen. Een atoom bestaat uit een uiterst kleine atoomkern, die is opgebouwd uit protonen (positief geladen deeltjes). Om deze atoomkern bevinden zich elektronen (negatief geladen deeltjes). Deze elektronen blijven altijd als een elektronenwolk om de atoomkern 'hangen' vanwege de elektromagnetische kracht. 
  • Welke aggregatievorm kan een dode stof aannemen?
    1. Vast
    2. Vloeibaar
    3. Gas
  • Leg uit wanneer we spreken van een ion.
    Een ion is een elektrisch geladen atoom met een overschot of een tekort aan elektronen. Ionen met een tekort aan elektronen worden kationen genoemd, ionen met een overschot aan elektronen noemen we anionen. 
  • Deze aggregatievorm kan tijdelijk van toestand veranderen. Welke van deze natuurkundige verschijnsels ken je?
    1. Smelten, bij temperatuurverhoging gaat vaste vorm over in vloeibare vorm.
    2. Stollen, bij temperatuurverlaging gaat vloeibare vorm over in vaste vorm. 
    3. Verdampen, bij temperatuurverhoging gaat vloeibare vorm over in gasvorm.
    4. Condenseren, bij temperatuurverlaging verdicht gas tot vloeibare vorm.
  • Waarom kan een zuurstofatoom schade aanbrengen?
    Een zuurstofatoom is niet in balans en deinst er niet voor terug om een elektron van een in evenwicht verkerend, nabijgelegen molecuul af te pikken. Het zuurstofatoom is daarmee uiterst reactief en instabiel en kan veel schade aanrichten in zijn omgeving. Als dit atoom een elektron steelt van een ander molecuul kan dit molecuul uit elkaar vallen. We noemen dit proces oxidatie
    --> boter wordt ranzig, ijzer gaat roesten, etc. 

  • Wat zijn microben?

    Levende wezens van lagere orde.
    Alleen met microscoop zichtbaar.
    Zij staan onmiddellijk in contact met hun leefmilieu. 
    Voorbeelden zijn, schimmels, bacteriën, virussen. 
  • Oxidatie lijkt een destructief proces, maar oxidatie is ook heilzaam en noodzakelijk. Leg dit uit. 
    Onder invloed van zuurstof vindt in ons lichaam de omzetting van voedingsenergie naar bio-energie plaats. Dit betekent dat het afgebroken voedsel in de cel onder invloed van zuurstof omgezet wordt in energie, waardoor wij kunnen groeien, bewegen enzovoort. 
  • Wat is een bacterie?
    Eencelligen, soms in kolonies levende micro-organismen. Een bacterie is een prokaryoot en heeft geen celkern. Het erfelijke materiaal zweeft rond in het cytoplasma. 
    Ze komen overal voor en leveren mens, dier en plant voordeel op. Zitten in darminhoud en zijn noodzakelijk voor de spijsvertering.
  • Geef een beschrijving voor klein-moleculaire stoffen en leg uit wat dit zijn. 
    In de natuur komen moleculen voor met uitsluitend gelijksoortige atomen. Deze stoffen worden klein-moleculaire stoffen genoemd. Een andere naam hiervoor is elementen. Deze moleculen kunnen niet tot andere stoffen worden teruggebracht. Wel hebben ze de mogelijkheid zich te binden met andere stoffen om zo een nieuwe stof te vormen. 
  • Wat zijn schimmels?
    Dit zijn eukaryote micro-organismen (in het bezit van een celkern, mitochondriën en een endoplasmatisch reticulum ) waardoor ze zich onderscheiden van de bacteriën.  
    Eencelligen als meercellig, kunnen dierlijk als plantaardige kenmerken hebben.
  • Geef een voorbeeld van een groot-moleculaire stof. 
    Het watermolecuul. Water is de meest voorkomende en belangrijkste samengestelde stof op aarde. Als water ontleend wordt, blijkt het te bestaan uit twee elementen: waterstof en een element zuurstof. We noteren groot-moleculaire stoffen met behulp van formules.  Water=H2O (2x een waterstofatoom en 1x een zuurstofatoom). 
  • Wat is een virus?
    Een virus is een superklein organisme (veel kleiner dan een bacterie).
    Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten, zij hebben een gastheer nodig. Ze koppelen zich aan een cel en injecteren hun erfelijk materiaal. Alleen zo kunnen zij zich vermenigvuldigen.
  • Leg het verschil uit tussen organische en anorganische stoffen. 
    Organische stoffen zijn alle groot-moleculaire stoffen, waarin verbindingen van koolstof mer waterstofatomen volgens een bepaald patroon gerangschikt zijn. Voorbeelden van organische stoffen zijn koolhydraten, eiwitten en vetten. Anorganische stoffen bevatten geen koolstofatomen. Een uitzondering hierop is koolzuur. Dit is een voorbeeld van een eenvoudige koolstofverbinding. Voorbeelden van anorganische stoffen: water, soda en keukenzout. 
  • Wat zijn eencelligen?
    Dierlijk, amoeben
    Plantaardig, bacteriën 
  • Uit welke elementen zijn eiwitten opgebouwd?
    Eiwitten zijn opgebouwd uit minstens 5 elementen in de meest verschillende verhoudingen. De moleculen bevatten altijd koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof en zwavel. 
  • Wat zijn meercelligen?
    Dierlijk, mens en dier
    Plantaardige, planten 
  • Hoe heten de bouwstoffen van eiwitten?
    Aminozuren

  • Wat is emulsie?
    Dat is een homogene, niet moleculaire dooreenmenging van twee of meer stoffen, die met elkaar niet in oplossing te brengen zijn, zoals bijvoorbeeld water en vetten. Er is dan een een emulgator nodig om ervoor te zorgen dat het een echte homogene emulsie wordt. Eigeel dient bv als emulgator voor het maken van mayonaise.
  • Uit welke elementen bestaan vetten?
    Vetten bestaan uit de elementen koolstof, waterstof en zuurstof. 
  • Wat zijn voorbeelden van organische stoffen?
    De belangrijkste voedingsstoffen van ons lichaam, koolhydraat, vetten en eiwitten.
    =Vek 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De oesophagus dient uitsluiten voor transport van de voedselbrij. In welke 3 typen contracties wordt de motiliteit van de oesophagus onderscheiden?
  • Primaire peristaltiek -> slikreflex brengt deze op gang en duwt de voedselbrij naar de maag. 
  • Secundaire peristaltiek -> op lokale plaatsen ter verwijdering van teruglopend maagzuur. 
  • Tertiare contracties -> ongecoördineerde contracties
De dikke darm bestaat uit een circulaire en longitudinale spierlaag. Waarmee onderscheid de dikke darm zich van de dunne darm?
In de wand komt een drietal stroken spierweefslel voor. ( taenia colli) die over de gehele dikke darm reiken. De banden zijn wat korter dan de colon waardoor de colon gerimpeld op deze banden zit. Tevens hangen er een groot aantal vetkwabjes aan.
Wat is pinocytose
(sub-)microscopische kleine vloeistofdruppels met de te resorberen stoffen zoals suikers en eiwitten die  worden opgenomen door levende cellen door middel van instulpingen (pinocytoseblaasjes van de celmembraan )
Het slijmvlies wordt gevormd door eenlagig cilindrisch epitheel wat uitzonderlijk sterkt geplooid is. Welk kenmerk heeft mucosa nog meer?
Zéér veel kleine uitsteekseltjes , de darmvlokken of villi genaamd. In zo'n villus bevindt zicht wat bindweefsel van de submucosa waarin zich een haarvatennet , een lymfevat en zenuwstelsel bevat.
Daardoor kan nauw contact met de darminhoud ontstaan.
Ook de dunne darm ( net als andere onderdelen van het spijsverteringskanaal)  bestaat uit verschillende lagen Welke zijn dit?( van buiten naar binnen.)
  • Serosa = vlies oftewel steunweefsel ( niet op het duodenum) 
  • De spierlagen; 
                        de submucosa (de laag bindweefsel tussen de spieren en                            het slijmvlies)
                        de mucosa (het slijmvlies). In de submucosa bevinden                                zich zenuwen, lymfe- en bloedvaten.
In welke compartimenten kan de maag ( Ventriculus)  verdeeld worden?
  • Fundus ( bovenste deel boven de inmonding) 
  • Cardia ( rechts bij de inmonding van de oesophagus 
  • Corpus ( het lichaam met een kleine kromming aan de binnenzijde en grote aan de buitenzijde ) 
  • Antrum (maaguitgang) 
  • Pylorus ( kringspier) 
Hoe zijn de anatomische stucturen aan het begin van de oesophagus en bij de overgang van de maag op te vatten en waardoor worden deze vorm gegegeven?
Dit zijn sfincters ( sluitspieren) 
De bovenste sfincter wordt gevormd door de musculus cricopharyngeus en de onderste door de eigen gladde circulair verlopende spiervezels.
Waaruit bestaat de wand van de oesophagus en benoem deze van buiten naar binnen
Spierweefsel 
  • longitudinale spierlaag : de spiervezels lopen in een flauwe spiraal en in de lengterichting
  • circulaire spierlaag : vezels tevens spiraalsgewijs maar met dichtere windingen
  • submucosa : het bindweefsel binnenin de spierlagen waarin zich bloedvaten, lymfevaten, zenuwen en slijmproducerende klieren en een dun laagje glad spierweefsel ; de musculaire mucosae. 
  • mucosae : slijmvliesbekleding bestaande uit plaveiselepitheel met plekken met eenlagig cilindrisch epitheel. ( aan het einde) 
Wat bevind zich binnen de spierlaag van de oesophagus?
Submucosa 
Dit is bindweefsel met bloedvaten, lymfevaten, zenuwen en slijmproducerende  klieren + een klein laagje glad spierweefsel , de muscularis mucosae
Waaruit bestaat de wand van de oesophagus ?
Spierweefsel. 
Bovenste deel is dwarsgestreept spierweefsel
Onderste deel is glad spierweefsel.