Summary Vorm en Functie

-
492 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Vorm en Functie

  • 1 Steun en bewegingsstelsel

  • Wat is anatomie?
    De bouw van de mens. Het is macroscopisch: kijkt naar vorm maar ook naar de functie. 
  • Op welke manieren kun naar anatomie kijken?
    -Systemische anatomie: tractus digestives, tractus circulatorius
    -Regionale anatomie: benader bouw van mens in regio, bijv. thorax, abdomen, pelvis.
    --> In de regio kom je veel systemen tegen. 
  • Wat is klinische anatomie?
    Focus op de anatomie die voor een praktiserend medicus het meest voor de hand liggen. Waar je het meest aan hebt, basiselementen.
  • Wat is de afkorting a. ?
    Arteria
  • Wat is de afkorting v.?
    Vena
  • Wat is de afkorting n.?
    Nervus
  • Wat is de afkorting m.?
    Musculus
  • Wat is vascularisatie?
    Bloedvoorziening “de a. renalis vasculariseert de nier”.
  • Wat is innervatie?
    Aansturing door een zenuw “de n. facialis innerveert de spieren van het gelaat”.
  • Het is belangrijk dat de referentie precies is, daarom gebruik men de anatomische positie. Wat is dit?
    Rechtop, voeten naast elkaar, armen uit elkaar naar beneden, handpalmen naar voren. 
  • De hersenen en ruggenmerg moeten goed beschermd liggen, wat is het gevolg hiervan?
    Ze hebben een benig omhulsel.
  • Wat bevat de cavitas thoracis?
    De longen en het hart: Overgang longen naar abdomen: diafragma 
  • Wat bevat de cavitas abdominis?
    Cavitas abdominis: bevat veel organen. 
  • Veel organen in buik en borst holte moeten veel kunnen bewegen. Hoe wordt dit opgelost?r
    Als structuren t.o.v. elkaar kunnen bewegen moet er een glijlaag tussen zitten. De bewegelijkheid komt doordat de organen en de binnenkant van de buikholte zijn bekleed met sereuze vliezen (kan vocht produceren). In de buik het peritoneum (buikvlies). De aanwezigheid van het sereuze vlies zorgt dat organen kunnen bewegen en naast elkaar kunnen schuiven. 
  • Hoe heten de drie sereuze vliezen die in de thorax en het abdomen worden aangetroffen?
    -Rondom de longen ligt de pleura (pleura pulmonaris en visceralis). --> twee pleuravliezen, met daartussen vloeistof.
    -In cavitas pericaridalis ligt het pericardium
    -In de abdomen (cavitas peritonealis) ligt het peritoneum
  • Elke contraherende en relaxende spier beweegt t.o.v. De omgeving. Hoe worden de glijvlakken gecreëerd?
    Door losmazig bindweefsel dat zich tussen en naast spieren bevindt. Dit losmazige bindweefsel verschaft de spieren voldoende bewegingsvrijheid. Dit losmazige bindweefsel als glijvlak wordt ook tussen spieren en botten aangetroffen.
  • Wat is het mediastinum?
    Het mediastinum scheidt de twee cavitas pleuralis. Ventraal afgeperkt door het sternum en dorsaal door de wervelkolom. Het is omgeven door bindweefsel. Het mediastinum bevat de thymus (alleen bij kinderen), pericarial sac, het hart, de trachea en de grote arteriën en venen. Verder lopen ook structuren zoals de oesophagus en thoracic duct, verschillende componenten van het zenuwstelsel door het mediastinum.
  • Waarom is de mobiliteit in mediastinum zeer groot?
    Dit komt doordat de organen/structuren zelf beweeglijk zijn (hart, aorta, oesophagus), en door volumeveranderingen van de thorax ten gevolge van de ademhaling (bewegingen van het diafragma en de thoraxwand),. Het losmazige bindweefsel waarin de structuren in het mediastinum liggen ingebed verschaft deze bewegingsvrijheid.
  • Behalve in gewrichtsholtes wordt synovia ook elders aangetroffen waar het eveneens een glijvlak kan vormen en een rol speelt bij drukverdeling. Om welke structuren gaat het hier?
    Het gaat hier om bursea “slijmbeurs”. Bursitis is een ontsteking, krijgt ontsteking door overbelasting.  
  • Wat zijn de referentievlakken?
    Referentie vlakken:
    -Transversaal (= axiaal) dwars door lichaam
    -Frontaal (= coronaal)
    -Sagittaal (mediaan verdeelt het lichaam exact door midden links, rechts) 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe wordt de secretie van hormonen gereguleerd?
-Neuraal: adernerg, cholinerg, dopaminerg, serotinerg
-Chronotroop: pulsatiel, dag/nacht ritme, seizoen, slapen/waken etc.
-Feedback: hormoon-hormoon, substraat-hormoon, mineraal-hormoon
Waar staan beide onder invloed van?
Beide systemen staan onder invloed van cerebrale cortex, met name hypothalamus, limbisch systeem (actief bij emoties)
 
Wat is het doel van zowel ANS als endocrien systeem?
Doel van beide is om korte of langere termijn de homeostase te kunnen handhaven en de stofwisseling aan te sturen. 
Hoe vindt regulatie van plasma glucose plaats?
Regulatie plasma glucose:
-Beta cellen: insuline --> plasma glucose dalen
-Alfa cellen: glucagon --> plasma glucose stijgen
-Voor snelle boost glucose: (GH, cortisol, adrenaline) à synergie van hormonen
-Glucogon en insuline is tegenwerking van hormonen
Wat is het H-H-regulatie systeem?
Effect van verschillende hormonen op verschillende organen geïnitieerd vanuit hypothalamus, voorgeleid naar hypofyse met uiteindelijk regulatie op orgaan-niveau.  
Wat is de hypothalamus - hypofyse as?
-Initiatie vanuit hypothalamus: hypothalamus informatie uitstuurt naar de adenohypofyse (linker) of naar de neurohypofyse (rechter). Vanuit hypothalamus loopt een neuronale band naar de kluwenbloed in neurohypofyse -->  neurale aansturing van hormonen. In adeno hypofyse, systeem van portale venen. Hypothalamus gebruikt bloedbaan om hormoon vrij te geven naar adenohypofyse. Adenohypofyse heeft ook een streng neuronaal aangestuurd te worden. Zowel endocrien als neuronaal dus. 
Op welke 3 manieren kan een hormoon een doelorgaan beïnvloeden?
1.Autocrien: het hormoon bindt zich op het membraan van de cel waarvan hij vrijgekomen is. Ligand bindt op eigen membraan.
2.Paracrien: Hormoon bindt naburige cel op “diffusieafstand”.
3.Endocrien: tussen (ver) verwijderde cellen. Hormoon gaat in het bloed en kan zo het hele lichaam aansturen.  Meest voorkomend 
Op welke manieren kan koppeling van hormoon aan een receptor plaatsvinden?
-Membraan: “snel”effect via ionkanaal, second messengers of autofosforylering (catecholamine, peptidehormonen)
-Intracellulair (de cel in): effect trager (testosteron, oestrogenen, cortisol)
-Nucleus (door twee plasmamembranen): interactie met DNA: effect traag maar uiteindelijk duidelijk zichtbaar (T3/T4)
Hoe kan transport van hormoon in het bloed plaatsvinden?
a.Vrij, ongebonden: (nor)adrenaline, peptide hormonen
b.Soms ook gebonden aan proteïne (ander hormoon): bijv. voor transport over een cell
-“binding proteins”: steroïden, IGF-I, T3/T4. Hormoon moet dan eerst vrijgemaakt worden voordat het weer actief
Waar reageren cortisol en thyroxine vooral op?
Cortisol en Thyroxine reageren op genoom dus vooral te maken met groei en ontwikkeling.