Summary Vrijheid en rede / druk 3

-
ISBN-10 9087042280 ISBN-13 9789087042288
249 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Vrijheid en rede / druk 3". The author(s) of the book is/are Bert Altena, Dick van Lente. The ISBN of the book is 9789087042288 or 9087042280. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Vrijheid en rede / druk 3

  • 0 Woord vooraf

  • Wat is de centrale vraag in het boek Vrijheid en Rede die de auteurs Bert Altena en Dick van Lente zich stellen?
    Hoe is het Westerse maatschappijtype ontstaan en wat zijn haar kenmerken?
  • Op welke drie principes is de benadering die is ontwikkeld in de jaren 1970 en aan de basis staat van maatschappijgeschiedenis in Rotterdam gebaseerd?
    1. Bestuderen van maatschappijtypen en niet de geschiedenis van afzonderlijke landen of andere geografische eenheden. In dit geval het Westerse maatschappijtype, onderzocht vanaf 1750. 
    2. De maatschappijtypen komen voor in de tegenwoordige wereld. 
    3. De ontwikkeling wordt bestudeerd vanuit de sociale wetenschappen: fundamentele veranderingen in de structuur van de maatschappij worden onderzocht (economisch, cultureel, politiek). 
  • Wat was het belangrijkste motief van de auteurs Bert Altena en Dick van Lente om het boek Vrijheid en Rede te schrijven?
    Een overzichtswerk maken waarin economische, culturele en politieke ontwikkelingen in hun samenhang worden behandeld en niet als afzonderlijke aspecten.
  • Waarom kiezen Bert Altena en Dick van Lente ervoor om de ontwikkeling van de Westerse samenlevingen te karakteriseren met 'vrijheid' en 'rede'?
    Vrijheid en rede werden actueel in de tweede helft van de 18e eeuw: Verlichting, Franse Revolutie, Industriële Revolutie. De thema's zijn nog steeds actueel.
  • 1 Inleiding

  • wat is het thema van het boek?

    het westerse samenlevingstype

  • meest succesvolle in de geschiedenis gemeten naar mondiale macht

  • wat is de vraagstelling van het boek?

    maatschappijtype

  • 1.1 Thema en vraagstelling

  • welke aanpak wordt er gebruikt?

    de meer structurele benadering van de sociale wetenschappen

  • Waarom concentreren Altena en Van Lente zich op de periode na 1750?
    De ontwikkeling vanaf 1750 heeft een enorme versnelling doorgemaakt.
  • 1.2 De aanpak: maatschappijgeschiedenis

  • Wat is maatschappijgeschiedenis en waarom maken de auteurs hier gebruik van?
    Het is een meer structurele benadering van de sociale wetenschappen, in plaats van een meer verhalende aanpak. Ze maken hier gebruik van omdat het nog niet veel gebruikt is en het een beter inzicht in het verleden kan gaan geven.
  • Welke aspecten onderscheiden Altena en Van Lente en wat valt er onder die aspecten?
    1. Economische aspecten: hoe voorzien mensen in hun levensonderhoud.
    2. Culturele aspecten: betekenisgeving aan ervaringen en manieren van overdracht daarvan. 
    3. Politieke aspecten: hoe is de macht verdeeld en in hoeverre wordt dit door de bevolking aanvaard. 
  • 1.3 Economische aspecten

  • wat word er bedoelt met het economische aspect?

    ?

  • Wat zijn de twee thema's die in het economische aspect van het boek aan de orde komen?
    1. Verandering in de mate van ordening van economieën. 
    2. De opmars van het kapitalisme (kapitaal investeren met als enig doel winst). 
  • waarom wordt er gefocust op dit aspect?

    ?

  • Met welke blikken moet het economische aspect onderzocht worden?
    1. Sociale blik, want het zijn verhoudingen tussen mensen. VB: arm en rijk ontstaat door economisch handelen. 
    2. Ecologische blik, want de materiële omgeving wordt gebruikt voor economische doelen. 
  • 1.4 Culturele aspecten

  • Hoe is cultuur te omschrijven volgens Altena en Van Lente?
    Als een (leer)proces waarbij we betekenis en zin toekennen aan wat we waarnemen en richting geven aan ons gedrag. Het wordt door mensen toegeeigend.
  • Altena en Van Lente gaan in op twee aspecten: culturele repertoires en culturele praktijken. Hoe zijn deze te omschrijven en welke thema's/focus volgen hieruit?
    • Culturele repertoires= een min of meer samenhangend geheel van begrippen, redeneringen, waarden en mentale vaardigheden, dat in een bepaald gebied en in een bepaalde tijd aanwezig is en dus door mensen toegeeigend kan worden. 

    Een belangrijk thema is de verschuiving tussen drie hoofdrepertoires: traditioneel, kerkelijk en wetenschappelijk. 
    • Culturele praktijken= sociale beddingen waardoor de cultuur stroomt. 
    Het gaat hier vooral om de organisaties van cultuuroverdracht en de plaatsen waar dat plaatsvond.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom was de Gouden Standaard voor de Eerste Wereldoorlog een oorzaak van grote economische bloei en groei, terwijl het in het Interbellum een zwakke indruk maakt?
De gouden standaard kan alleen gunstig functioneren in een klimaat van internatioanle steun én in een politiek bestel waarin monetarie politiek zich niets van de mening van de kiezer hoeft aan te trekken. dat was onmogeijk geworden door het algemeen kiesrecht. maar ook de internationale onderlinge steun was weggevallen.
De rol van de adel in het leger was eerst groot, maar werd kleiner. Waardoor kwam dit?
bureaucratisering, professionalisering en democratisering.
De staat trok meer taken naar zich toe dan in de 18e een vroege 19e eeuw, toen belastingheffing en defensie de belangrijkste werkterreinen waren geweest. In veel landen groeide ook de activiteit van gemeenten. De nieuwe fase wordt gekenmerkt door twee processen. Welke?
  1. centralisatie. Dit veranderde de verhouding van de burger tot de staat. De verbetering van middelen van verkeer en communicatie verstekte het vermogen van de centrale overheid om tot in alle uithoekenvan het land haar gezag te doen gelden. De centrale overheid werd belangrijker ten opzichte van de lokale en regionale overheden. (vroeger was de adel lokaal belangrijker). 
  2. specialisatie. Dit begon op het terrein van defensie en ordehandhaving. De invloed op het buitenlands beleid was uiteindelijk beperkt. Eerst waren butenlandse politiek en defensie het domein van de adel, daarna bleven ze nog land in handen van de koning en zijn kabinet. Overheersende rol van de adel stond haaks op het burgerlijke ideaal van meritocratie. Democratisering was een ongelijk proces. 
In de tweede helft van de 19e eeuw kwam het staatsvormingsproces in een nieuwe fase. Sociale politiek zorgde voor uitbreiding van staatszaken. Wat waren andere oorzaken?
  • staten speelden een grote rol in de aanleg van infrastructuur voor transport en communicatie (wegen, kanalen, soms spoorwegen). 
  • staat ging een groot deel van de zorg en het onderwijs op zich nemen. 
Van welke vier factoren hangt het moment van invoering van sociale politiek af?
  1. demografische transitie (fondsen schoten tekort)
  2. sociaal onderzoek (kon stimulerend werken)
  3. oorlogsvoorbereidingen (er werd meer van de geëist, dus moest de medewerking van de burger met sociale maatregelen gekocht worden)
  4. uitbreiding van het kiesrecht (de mening van de arbeiders werd belangrijk ook voor andere partijen dan de sociaal-democratisch, ze konden sociale politiek gebruiken daarvoor om mensen (arbeiders) op zich te laten stemmen)
Sociale voorzieningen zijn er in twee vormen, welke?
Universele systemen, die gelden voor iedere burger, bijvoorbeeld een basispensioen voor iedereen. 
Gerichte systemen, die gelden niet voor iedereen, maar voor mensen die premies hebben betaald of hen die kunnen aantonen recht te hebben op de voorziening.
Er werd een sociaal vangnet gespannen, de staat ging meer taken op zich nemen en zich meer bemoeien met het leven van de burgers in de periode 1850-1914. Op welke gebieden gebeurde dit?
De staat had al invloed op belasting en defensie. In de periode 1850-1914 kreeg de staat meer invloed op het leven van zijn burgers op de volgende gebieden.1 Gezondheid
2 Sociale ordening (beperking van vrouwen- en kinderarbeid; arbeidsvoorwaarden; leerplicht etc.
3 Het werk leven, dus pensioen (pensioenpolitiek en op de achtergrond arbeidsmarktpolitiek)
4 Sociale voorzieningen
5 Ordehandhaving. 
Wat waren de drie instrumenten die door het gezag ingezet konden worden om het socialistische gevaar te bestrijden in de tweede helft van de 19e eeuw?
  1. repressie
  2. sociale politiek
  3. vaderlandse gevoelens. 

Contramobilisatie om te zorgen dat de arbeiders zich niet bij het socialisme aansloten en ze te mobiliseren voor een andere soort politiek. Dit leidde tot verzuilingsprocessen. 
Socialistische bewegingen en feministische bewegingen hadden andere ideeën over de opbouw van de samenleving en de staat dan de heren in regering en parlement. Dit leidde tot meningsverschillen die vaak samenvielen met belangentegenstellingen. Welke twee landen zijn hier een voorbeeld van?
De Verenigde Staten. Noorden industrie wilde invoerrechten fabrikaten verhogen om de eigen industrie te beschermen, maar het zuiden wilde die fabrikaten juist goedkoop kunnen kopen en wilden liever een losser federatief verband en hun eigen zaken regelen. Lincon, Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865. Slavernij werd afgeschaft. Voortaan bepaalden de industrieel-kapitalistische ontwikkelingsmogelijkheden de politiek van de Verenigde Staten. 
Duitland. Bismarck wilde de nieuwe staat en het gezag van de keizer en regering goed verankeren. Daarom voerde hij de Kulturkampf in. De trouw aan de nationale keizer moest sterker zijn dan de trouw aan de internationale paus. Hij gebruikte repressie tegen de socialisten an anarchisten om de staatseenheid te redden.
De verhoudingen in de samenleving werden ter discussie gesteld door de arbeidersbewegingen en de feministirsche bewegingen. Het werk en openbare leven was een mannendomein. Waar komen de principes van het feminisme uit voort?
Uit de Verlichting en de Franse Revolutie.