Summary Webapplicaties: de serverkant werkboek

-
ISBN-10 903581875X ISBN-13 9789035818750
214 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Webapplicaties: de serverkant werkboek". The author(s) of the book is/are H J Sint. The ISBN of the book is 9789035818750 or 903581875X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Webapplicaties: de serverkant werkboek

  • 1 Internetprotocollen: de basis

  • De TCP/IP architectuur kunt beschrijven en globaal kunt aangeven wat de functie is van elke laag
    Applicatielaag (Internettoepassingen, bijvoorbeeld HTTP, FTP, DNS, RTP)
    Transportlaag (voorzite in de message transport service tussne de applicaties op de remote systemen, TCP/UDP. TCP zorgt voor een foutvrije transmissie)
    Internetlaag (communicatie tussen de systemen regelen, Internetprotocol, ICMP werkt op deze laag)
    Netwerk interface laag (communicatie met het fysieke netwerk)
  • Kunt omschrijven wat RFC's zijn en een paar voorbeelden kunt noemen van wat in de RFC's is beschreven
    RFC(Request for Comments)-documenten zijn documenten die de protocollen en andere aspecten van het internet beschrijven.
    Bijvoorbeeld RFC 793: TCP (Transmission Control Protocol)
    De RFC-documenten komen tot stand door een discussie- en publicatieproces dat wordt georganiseerd door de RFC Editor. Ze worden uiteindelijk als standaard bekrachtigd door de Internet Engineering Task Force (IETF)
  • Kunt zoeken in de bibliotheken van RFC's
    facs.org/rfcs
  • Kunt aangeven wat client-server communicatie inhoudt
    De server wacht op requests van clients om een request te processen.
    De server is permanent beschikbaar en is reactief
    Een client is bij gelegenheid actief en neemt het initiatief tot communicatie met de server
    Voorbeelden: emial, www, NFS, FTP, Telnet, SSH
  • De dienst Ping kunt omschrijven en in een DOS-venster kunt gebruiken
    Ping= een internetdienst die in staat stelt om te testen of een host bereikbaar is via een internetadres (IP-adres) of een hostnaam
    werkt op de internetlaag
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: Telnet
    Telnet - Een netwerkprotocol dat het mogelijk maakt om op afstand in te loggen op een machine en die via een opdrachtregel te besturen. De computer waarop de Telnetclient uitgevoerd wordt fungeerd dan als terminal van de server
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven:SMTP
    Simple Mail Transfer Protocol
    Standaard voor het versturen van e-mail over het internet.
    Bij SMTP gaat het initiatief steeds uit van de verzender (pushing/uploading). De ontvanger moest daarom elk moment klaar staan om het bericht te ontvangen. Het bericht wordt door de provider bewaard om totdat de ontvanger verbinding maakt met het internet en het bericht ophald. Dit gebeurd met een protocol POP3 of IMAP
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven:POP
    Post Office Protocol
    Protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: IMAP
    Internet Message Access Protocol
    Protocol voor het synchroniseren van e-mail
    Latere uitbreiding van IMAP is het IMAP Idle-commando, waardoor push e-mail mogelijk is (nieuwe mail wordt meteen zichtbaar op de client en niet pas nadat de client het besluit op te halen
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: message forum
    Een online services waarbij gebruikers messages op een elektronisch bulletin board kunnen zetten en lezen wat anderen hierop gezet hebben
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: chat
    IM= Instant Messaging
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: SSH
    Secure Shell
    SSH vervangt oude protocollen zoals telnet, door een beveiligbare variant hiervan
    bekende programma's zijn PuTTY, WinSCP, Fsecure en SecureCRT
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven: FTP
    File transfer protocol
    Was 1 van de eerste applicatieprotocollen op het ARPANET
    Een protocol dat de uitwisseling van bestanden tussen computers vergemakkelijkt. Het standaardiseert een aantal handelingen die tussen besturingssystemen vaak verschillen
  • De volgende internetdienst globaal kunt omschrijven:HTTP
    Hypertext Transfer Protocol
    protocol voor de communicatie tussen webclient (meestal een webbrowser) en een webserver
    In HTTP is vatsgelegd welke vragen (requests) en client aan een server kan stellen en welke antwoorden (responses) een webserver daarop terug kan geven. Elke vraag bevat een URL die naar een webcomponent of een statisch object zoals een webpagina of plaatje verwijst
  • Kunt uitleggen wat MIME type is
    MIME= Multipurpose Internet Mail Extension
    MIME voorziet in een uniform mechanisme om het tekst deel van een bericht te onderscheiden van niet ASCII tekst, zoals bijvoorbeeld mp3, jpg, etc.
    De MIME-specificatie is voorgesteld in 1992 om te zorgen dat niet-ASCII-bestanden via e-mail konden worden verstuurd
  • Kunt uitleggen wat een veilige verbinding is
    Een internetverbinding waarover de data versleuteld wordt verstuurd
  • Kunt beschrijven wat het internet is en globaal de geschiedenis van het internet kunt schetsen
    In 1989 (in CERN) Tim Berners-Lee presenteerde een computer netwerk om research kennis en resources te delen. Dit systeem noemen we nu het worldwide web
    TCP/IP is ontwikkeld in 1980. Deze zijn ontwikkeld om het ARPANET te maken
    Het internet is een netwerk van computernetwerken
    het worldwide web is de verzameling van documenten en de afspraken (protocollen) om ze aan te bieden en te verbinden
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven: host
    Elk apparaat dat een volledige tweewegcommunicatie kan uitvoeren met een ander apparaat op het internet. Elk apparaat dat een ip-adres krijgt/heeft
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven: internetadres
    Met een internetadres kan men bedoelen een ipadres of een URL
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  hostnaam
    Een label toegewezen aan een specifieke server of pc binnen een computernetwerk
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  local host
    De eigen computer heeft als hostnaam localhost en als internetadres 127.0.0.1
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  poort
    Een nummer dat in het TCP/IP protocol naast het IP-adres wordt gebruikt. Het poortnummer wordt door het ontvangen systeem gebruikt om te bepalen voor welk programma de gegevens zijn bestemd. Iedere computer heeft 65536 (2^16) poorten waarop verbindingen gemaakt kunnen worden
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  stateful
    Een stateful protocol is een protocol die de interne status van de server nodig heeft
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  UDP
    User Datagram Protocol
    UDP is een onbetrouwbaar protocol die op de transportlaag van de TCP/IP architectuur opereert. Het wordt toegepast bij services waarbij het minder erg is dat gegevens verloren gaan, zoals bij telefonie, videoconferencing. Indien TCP gebruikt wordt ontstaat een hapering totdat een missend pakketje alsnog correct wordt ontvangen
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:
    Een netwerkpunt dat dienst doet als toegang tot een ander netwerk. Geeft aan welk adres de computer mag gebruiken als hij naar een bestemming moet die niet in het lokale netwerk ligt.
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  encryption
    Het proces van het coderen (versleutelen) van gegevens op basis van een bepaald algoritme
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  SSH
    Secure Shell
    SSH vervangt oude protocollen zoals telnet, door een beveiligbare variant hiervan
  • De betekenis van het volgende begrip kunt geven:  public key/private key
    Bij asymetrische cryptografie (zoals RSA) wordt gebruik gemaakt van 2 aparte sleutels: 1 voor het vercijferen of te ondertekenen en de 2e om het weer te decoderen of de identiteit van de afzender te verifiëren.
    versleuteling -



    Iedereen die aan jou een bericht wil sturen kan jou publieke sleutel gebruiken om het bericht te versleutelen en alleen jij kan met je prive sleutel het bericht lezen.




    ondertekening -
    Een bericht voorzien van een controlegetal dat afhankelijk is van de inhoud (bijvoorbeeld dmv hashen (MD5-sum of een SHA). Door nu dat controlegetal met je prive-sleutel te vercijferen en het resultaat mee te sturen (dit is de digitale handtekening), geef je iedereen de mogelijkheid om met jou publieke sleutel het controlegetal te ontcijferen. Door opnieuw zelf een controlegetal op dezelfde manier van de inhoud te bepalen en het resultaat te vergelijken met de ontcijferde waarde, weet men zeker dat het bericht van jou afkomstig is, en dat de inhoud van het bericht niet is aangepast
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Omschrijf het MVC-patroon
Het MVC-patroon bestaat uit:
- een Model: bevat de business objects (java classes)
- een View: bestaat uit html pagina's en JSPs.
- een Controller: bevat de logica en vraagt data op via het model. Dit wordt met servlets gedaan.
Beschrijf de model-2 architectuur
Model 2 applicatie is gebaseerd op het MVC design pattern. De browser stuurt requests naar de Controller, welke daarop het Model raadpleegt. De view geeft de content weer welke afkomstig is van de controller.
Beschrijf de model-1 architectuur
In Model 1, a request is made to a JSP or servlet and then that JSP or servlet handles all responsibilities for the request, including processing the request, validating data, handling the business logic, and generating a response. The Model 1 architecture is commonly used in smaller, simple task applications due to its ease of development.
Wat is het risico van het gebruik van attributen in een servlet-klasse?
..
Hoe kun je gegevens naar een logfile schrijven en waar staat deze logfile?
..
Hoe kun je gegevens naar de console van Tomcat schrijven?
..
Wat is het verschil tussen statische en dynamische webpagina's?
Een dynamische webpagina verandert gebaseerd op de parameters die gestuurd zijn vanaf de client.
Een dynamische webpagina is een HTML document die gegenereerd is door een web applicatie.
Welke softwarecomponenten zijn nodig om een webapplicatie in Java te laten draaien?
Client - Browser
Server - Webserver, Servlet/JSP engine en Database server
Hoe komt een dynamische webpagina tot stand?
De client doet een HTTP request naar een webserver en de webserver geeft de HTML file in de HTTP response terug
Wat is de betekenis van de term servlet?
Een servlet is een Java-programma dat draait op een server en dat als antwoord een HTTP-request een HTML-pagina genereert.