Summary Wegwijs in de successiewet / 2013

-
ISBN-10 9012390192 ISBN-13 9789012390194
175 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Wegwijs in de successiewet / 2013 ". The author(s) of the book is/are F Sonneveldt. The ISBN of the book is 9789012390194 or 9012390192. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Wegwijs in de successiewet / 2013

  • 1 inleiding

  • beknopte overzicht over de geschiedenis en inrichting vd SW

  • 1.1 korte historische schets

  • Reeds in het oude Egypte id 7e eeuw vChr bij overgang onr.gd en daarna bij vererving van onr.gd

    Later bij de Romeinen NLSheffingen onder Keizer Augustus bij Romeinse burgers.

    Feodale stelsel in NL voor vererving door de leenman van in leen gegeven onr.gd.

    Republiek van de 7 Verenigde NL wordt voor overgang van onr.zk belasting geheven

  • 1.2 civielrechtelijke benadering

  • Door de gehanteerde begrippen zoals erfopvolging, schenking, verdeling etc. heeft de SW een sterk civielrlijke inslag.

    In tegenstelling tot de wet IB en Wet VpB die zeer economisch gericht zijn.

  • 2 het belastbaar feit

  • De aard van de NL heffingen ogv overlijden en schenking wordt behandeld.

    2 soorten belastingheffing ter zake: erf- en schenkbelasting

    uitwerking van begrip ingezetene en moment ontstaan belastingschuld

    waardebepaling behandeld

  • 2.1 aard van de heffing

  • De belasting wordt geheven van de verkrijger (is zgnd verkrijgersbelasting). Het betreft de waarde van iedere afzonderlijke verkrijging ogv erfrecht of schenking door een individu.

    Er is verschil met Ango-Amerikaanse jurisdicties waar op federaal niveau estate tax wordt geheven id VS en inheritance tax ih VK (een zogeheten boedelbelasting)

  • 2.2 algemeen

  • Erfbelasting

    verkrijging door iemand ogv erfrecht door overlijden persoon die ttv overlijden (fictief) in NL woonde.

    verkrijgingen door erfgnm, legataris, lastbevoordeelde.

    Om te voorkomen dat Erfl contracten maakt met 3en waardoor geen erfbelasting verschuldigd is over de verkrijgingen na overlijden van erfl. zijn fictiebepalingen (art. 6 t/m 17a en ee (sub 12, tweede volzin) SW voor dit soort situaties opgenomen.

     

     

  •  

    Schenkbelasting

    verkrijging krachtens gift (art. 7:186 lid 2 BW) van persoon die ttvd gift (fictief) in NL woonde, voor zover art 13 SW nvt is.

    voldoening a/e natuurlijke verbintenis is ook een schenking (6:3 BW), muv art 33 (sub 12) SW waardoor vrijgesteld.

    bevoordeling agv verwerping door erfgnm/legataris is geen schenking.

    bevoordeling agv het afzien vd LL v/e WV van de NLS (art. 4:18 BW) is geen schenking.

  • 2.3 ingezetene

  • Als erflater/schenker ttv overlijden/schenking niet in NL woonde dan zijn door verkrijger geen erf- of schenkbelasting verschuldigd.

    omschrijving begrip NL in art. 2 (3, sub d, 3) AWR: het Europees deel v/h koninkrijk NL (NL en BES eilanden: art 2 (3, sub d, 2) AWR). BES is Bonaire, Eustatius en Saba (art. 2 (3, sub d , 4) AWR).

    Echter art. 1 (1) SW verwijst naar NL waardoor de heffing van erf- en schenkbelasting alleen voor het in Europa gelegen deel vh koninkrijk geldt.

  • art 4 AWR bepaald waar iemand woont. Dit wordt beoordeeld door de feitelijke omstandigheden. Een natuurlijk persoon heeft hier zijn woonplaats als hij met NL een duurzame persoonlijke betrekking heeft. Nl is dan het middelpunt van zijn levensbelangen. Een inschrijving ih bevolkingsregister maakt niet uit en dient slechts als aanwijzing. Wel waar hij werkt, waar hij na zijn vakantie terugkeert en waar zijn gezin verblijft.

  • de fiscale woonplaats van natuurlijke personen is hetzelfde als het civielrechtelijke woonplaatsbegrip van art. 1:10 BW.

    Uitzondering hierop voor de personen in art. 1:12 BW zoals minderjaringen, curandi, pers tbv wie een mentorschap is ingesteld. Civielrechtelijk hebben ze een afgeleide woonplaats die de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, de curator en de mentor. Fiscaalrechtelijk hebben zij echter een woonplaats ogv art. 4 AWR.

    De vestigingsplaats v/e lichaam is waar de leiding vh lichaam zich bevindt. Dit alles is van belang voor art. 2 (3) SW.

     

  • Art 2 lid 1 SW

    woonplaats voor buiten NL verblijvende natuurlijke personen in dienst van de Staat der NL worden in NL geacht te wonen wanneer ze de NL nationaliteit hebben.

     

    Art. 3 lid 1 SW

    regelt de woonplaats van NL die uit NL zijn vertrokken (anti-ontgaansbepaling) en binnen 10 jaar overlijden of een schenking doen.  Indien ze de NL nationaliteit bezaten ttvh overlijden/de schenking worden ze geacht in NL te wonen zodat erf- en schenkbelasting verschuldigd is. De tienjaarstermijn is een heffing ogv nationaliteit (ook bij meedere nationaliteiten).

    Het tegengaan van belastingvlucht is de belangrijkste r.vaardiging hiervoor.

     

    Bepalend is het moment waarop een NLr NL metterwoon heeft verlaten (= emigratie). Bij remigratie van een NLr is art. 1 SW weer op hem van toepassing.

     

    Als schenking gedaan door een echtgenoot uit het gemeenschappelijk vermogen en 1 van hen is NLr dan is de schenking gedaan door de schenker en zijn eega (art. 26 lid 1 SW jo r lid 1 SW). De schenking is dan geheel belast en niet afhankelijk van andere omstandigheden.

    De schenking door de NL eega wordt voor de helft vd totale schenking belast met schenkbelasting (art. 3 lid 1 jo 12 SW). De 180-dg regeling voor overlijden wordt bij een erflater die AgvG is gehuwd, slechts van toepassing op de helft vd schenking. art. 28 SW is een uitzondering hierop aangezien de toepassing van art. 3 lid 1 SW plaatsvindt na de samentelling van art. 28 SW.

     

     

  • Mbt de strijdigheid van de 10jrs termijn met VD bepalingen bestaat jurisprudentie waarin het discriminatieverbod is getoetst aan:.

    art. 26 IVBPR (het gelijkheidsbeginsel)

    in het arrest BNB 1992/258 waren de NL erflater en zijn eega naar de VS geemigreerd in 1983 waar erflater in 1986 overleed en geen erfbelasting id VS werd geheven. Het koninkrijk van NL is van mening dat indien de overledene bij zijn overlijden staatsburger v.e. v/d staten was, die staat vermogen mag belasten. De eega van de erflater verweert dat de 10jrs termijn buiten toepassing dient te blijven ivm verboden discriminatie ex art. 26 IVBPR. Volgens de HR faalt dit omdat de bijzondere band tussen een staat en zijn onderdanen een objectieve en redelijke r.vaardiging vormt voor het verschil in heffing van successierecht.

     

    art. 14 EVRM

    In het Derby-arrest van de EHRM werd beslist dat het EVRM ook in belastingzaken discriminatie verbiedt.

     

    Ook op Europeesrechtelijk niveau is reeds geconcludeerd dat de 10jrstermijn niet in strijd is met het EG-VD.

     

     

     

     

     

  • Art. 3 lid 2 SW

    Van toepassing op de schenkbelasting. nationaliteitseis geldt hier niet.

    de uitvoerbaarheid is moeilijk aangezien de in het buitenland wonende verkrijgers niet altijd op de hoogte hoeven te zijn van deze bepalingen.

  • werking van art. 2 en 3 SW kan leiden tot dubbele belastingheffing. Ter voorkoming van dubbele heffing heeft NL met een aantal landen VD gesloten

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is dat?

Een combi van vrg-testament en huw.vwd. I/d huw.vwd wordt tavd gezamenlijke eigendom een wederkerig VB opgenomen, dat bij het overlijden van 1 v/d eega's het VM v/d andere eega a/d NLS zal verblijven. Tot de NLS behoort een schuld wegens overbedeling a/d LL ter grootte v/d waarde van zijn aandeel i/d gemeenschap.

Is art 10 SW v.t.?

Ja HR op 19 juni 2009 beslist dat obvd wettekst het v.t. is. Daarnaast kan de erfbelasting betaald bij 1e overlijden niet worden verrekend met erfbelasting verschuldigd bij 2e overlijden.

Wat is het resultaat v/d uwb?

LL verkrijgt alleen het vrgb over het gehele VM dat bij het overlijden v/d 1st stervende aanwezig was. Hierdoor wordt niets v/h VM v/d 1st stervende nagelaten, waardoor geen erfbelasting verschuldigd is.

wat is een turbotestament?

een bijzondere vorm van vrg-testament waarin LL het vrgb verkrijgt v/d NLS onder last de bl.eigendom van zijn aandeel i.d. huw.goed.gemeenschap i.d NLS te brengen. kk worden benoemd tot erfgnm.

Wat hield/houdt de waardeaangroei v/d vorderingen v/d kkk na overlijden kk (ouder kkk) in?

tot 1 jan 2010 hield het in dat het niet met erfbelasting werd belast, omdat men toen aannam dat art. 10 SW nvt was. Maar nav arrest HR 19 juni 2009 werd bepaald dat de aanvaarding v/e legaat en de uitvoering v/e last moeten worden aangemerkt als r.h. ex art. 10 SW. Gevolg is dat vwb het ik-opa-testament bij het 2e overlijden geen besparing erfbelasting meer is.

wat bepaalt de uwb nog meer?

de hoogte v/d last wordt zodanig vastgesteld dat erfbelasting over de top v/d verkrijging door kkk niet meer zal bedragen dan de erfbelasting over de top v/d verkrijging door het kind. Opa kan bij het opstellen bereiken dat bij overlijden opa een relatief gering erfbelasting voordeel wordt behaald.

Wat houdt dit in?

Opa benoemt zijn kind tot enig erfgenaam onder de last aan diens kk (kkk opa) een bedrag schuldig te erkennen, dat opeisbaar is bij overlijden kk (van opa) of indien kk is gehuwd bij overlijden LL.

 

Kk is a/z kk geen rente verschuldigd over het schuldig erkende bedrag waardoor het kk het fictieve vrgb heeft hierover en kkk slechts worden belast voor de contante waarde (bl.eigendom) van hun vordering.

 

 

Wat valt onder afstand v/h recht?

Zowel afstand om niet als afstand onder bezwarende titel.

wat is het kenmerk en de ratio voor toepassing van art. 10 SW?

Het moet gaan om een verkrijger die hoort bij de besmette groep (lid 4 sub a). De ratio is dat erflater tot a/z overlijden het genotsrecht uitoefende tenzij afstand is gedaan ivm het naderend of te verwachten overlijden. Het genot dat binnen 180 dg vóór overlijden is gedaan, moet gelijk worden gesteld met het genot dat ttv het overlijden nog bestaat.

Wat is een schenking op papier?

Bij nots akte erkennen ouders a/d kk bedragen schuldig met bepaling dat bedragen pas opeisbaar zullen zijn bij hun overlijden. Of bij vertrek ouders naar bejaardentehuis en kan zo belasting worden bespaard omdat de omvang v/d openvallende NLS kan worden verkleind. In de NLS zitten b/h overlijden de schulden v/d a/d kk schuldig erkende bedragen.