Summary wekboek 1 materieel strafrecht

-
749 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - wekboek 1 materieel strafrecht

  • 1 Strafuitsluitingsgrond

  • wetgever heeft werking strafbepalingen uit boek I en II op verschillende manieren uitgebreid. hoe?
    poging, voorbereiding, deelneming
  • 1.1 algemene plaats van de strafuitsluitingsgronden in het strafrechtsysteem

  • wat is vereist om tot strafbaarheid van een dader te komen?
    dat alle bestanddelen ( de in de strafbepaling opgenomen strafbaarheidsvoorwaarden) bewezen worden
  • wanneer is een gedraging pas strafbaar?
    als deze wederrechtelijk is en aan de dader is te verwijten
  • zijn wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid altijd opgenomen in de strafbepaling?
    nee
  • moet er altijd aan wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid worden voldaan? ook als deze niet in strafbepaling zijn opgenomen?
    ja
  • in beginsel gaat wetgever ervan uit dat gedrag dat voldoet aan een delictomschrijving in beginsel wederrechtelijk en verwijtbaar is. Wat geldt voor dit vermoeden?
    Weerlegbaar rechtsvermoeden
  • wat wordt uitspraak indien niet voldaan is aan het wederrechtelijk zijn?
    niet strafbaar=> ontslag van rechtsvervolging
  • in de wet zijn gronden vermeld die het rechtsvermoeden dat door vervullen van de delictomschrijving de wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid vaststaan, konden weerleggen. Hoe heten deze gronden?
    strafuitsluitingsgronden
  • waarin worden strafuitsluitingsgronden in praktijk onderverdeeld?
    rechtvaardigheidsgronden (geschreven)
    ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (ongeschreven rechtv grond)
    schulduitsluitingsgronden (geschreven)
    afwezigheid van alle schuld (avas ongeschreven schulduitsluitingsgrond)
  • wat houdt de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond in?
    dat de gedraging niet wederrechtelijk is=> is toegestaan zo te handelen
  • wat houdt aanwezigheid van schulduitsluitingsgrond in?
    de gedraging blijft wederrechtelijk, maar wordt gelet op omstandigheden waaronder gedraging is verricht de verdachte geen strafrechtelijk verwijt gemaakt.
  • wetgever van 1886 beschreef globaal bepaalde situaties, waarbij rechter vrijheid kreeg om ondanks een delictomschrijving was vervuld, geen straf op te leggen. Er werd niet gerept over onderscheid tussen rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden
  • welk onderscheid hanteerde de wetgever 1886 voor situaties om ondanks voldoen delictomschrijving geen straf op te leggen?
    inwendige en uitwendige oorzaken van ontoerekenbaarheid
  • wat werd tot inwendige oorzaken gerekend?
    de jonge leeftijd van de daders, bij wie onderscheid tussen goed en kwaad niet voldoende ontwikkeld was, en de ziekelijke stoornis van geestesvermogens bij plegers van strafbare feiten.
  • wat werd tot uitwendige oorzaken gerekend?
    de overige strafuitsluitingsgronden, van buiten de persoon gelegen oorzaken van ontoerekenbaarheid: overmacht, noodweer(exces), wettelijk voorschrift en (on)bevoegd gegevens ambtelijk beval.
  • was de onderscheiding tussen inwendige en uitwendige oorzaken in wet terug te vinden?
    nee
  • 1.1.2 Algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden

  • van welke tweedeling ging de strafwetgever van 1886 uit bij het formuleren van de stafuitsluitingsgronden?
    algemene & bijzondere strafutisluitingsgronden
  • waarvoor gelden algemene strafuitsluitingsgronden?
    voor het gehele strafrecht (art 91 Sr)
  • waar vinden we algemene strafuitsluitingsgronden?
    in 1e boek van WvSr
  • waarvoor gelden bijzondere strafuitsluitingsgronden?
    slechts ten aanzien van één bepaling of een aantal bepalingen.
  • waar vinden we bijzondere strafuitsluitingsgronden?
    in WvSr en in bijzondere wetten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke nuance brengt HR aan in arrest Emmense bromfietser (1961) tav feit-begrip?
in dit arrest maakt HR voor eerst onderscheid tussen feit-begrip in art 55 en in art 68. Tot dit arrest hadden beiden feit-begrippen dezelfde betekenis.
In arrest zegt HR dat de twee ten laste gelegde strafbare feiten weliswaar een verschillende strekking hebben, maar dat er sprake is van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid vd gedragingen en de samenhang in het handelen en het verwijt vd dader dat art 68 Sr zich ertegen verzet dat de verdachte ook nog wordt vervolgd voor het andere feit.
Het komt er dus op neer dat wel meerdaadse samenloop (art 57) kan worden aangenomen (immers verschillende strekking) maar dat de verdachte niet tweemaal (na elkaar) kan worden vervolgd ter zake van de twee feiten (art 68 Sr). Deze invulling is door HR steeds herhaald.
welke redenen geeft HR in arrest 'Oude kijk in 't Jatstraat'voor de nieuw invulling van het begrip feit?
-HR stelt dat de feiten los van elkaar kunnen worden gedacht.
-ellk feit op zichzelf een zelfstandige overtreding van verschillend karakter oplevert
- het ene feit niet in andere opgaat
-gelijktijdig niet wezenlijk is
-het ene feit niet kan worden beschouwd als een omstandigheid waaronder het andere feit zich voordoet. Het kan onafhankelijk vh 2e feit worden geconstateerde
waarom was het arrest 'Oude kijk in 't Jatstraat"(1932) een doorbraak mbt uitleg vh feit-begrip?
voor dit arrest wed feit in 55 als 68 Sr beschouwd als feitelijke gedraging, een feitelijk gebeuren. Voor deinvulling van het begrip feit in beide artikelen werd gekeken naar de gedraging en niet naar het ten laste gelegde. Dit werd in bovenstaand arrest genuanceerd. Gesteld werd dat sprake was van twee strafbare feiten, waar eerder zou zijn geoordeeld dat het ging om één feitelijk gebeuren en dus ook om één feit in de zin van de artt 55 en 68 Sr.
welk standpunt heeft Europese Hof van Justitie vd EG ingenomen tav feit-begrip obv art 54 Schengen Uitvoeringsovereenkomst?
Hof geeft aan dat het criterium voor de duiding van art 54 SUO moet zijn dat er geen tweede keer vervolgd mag worden indien het gaat om een geheel van feiten dat onlosmakelijk met elkaar verbonden is, ongeacht de juridische kwalificatie van deze feiten of het beschermde belang.
hoe dient feit begrip in zin art 68 Sr na 1961 te worden uitgelegd?
ruimer dan van 55. Een duidelijk criterium waaraan getoetst kan worden of sprake is van hetzelfde of verschillende feiten in de zin van deze bepalingen is niet te geven. Wel wordt uit jurprud duidelijk dat, naast de strekking van de onderscheiden strafbepalingen waaronder een gedraging is te kwalificeren is, ook de mate van samenhang hiertussen en het (onderliggende) verwijt dat de verdachte ten aanzien van deze strafbare feiten gemaakt kan worden een rol spelen. Dit dwingt tot casuïstische benadering
wat is bij uitleg feit begrip in de samenloopbepalingen van art 55 ev Sr doorslaggevend (na 1961)?
de juridische strekking van de bepalingen is doorslaggeven om te bepalen of sprake is van één of meerdere feiten.
welke vraag blijft na Emmense Bromfietser arrest?
onder welke omstandigheden gesproken kan worden van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van de gedragingen en de wezenlijke samenhang in handelen en in de schuld vd dader.
Antwoord blijkt niet eenduidig uit jurprud
wat besloot HR in Emmense Bromfietser arrest?
dat de gepleegde strafbare feiten (26 WvW en 453 Sr) juridisch wel zeer kunnen worden onderscheiden maar in casu zo verweven waren met elkaar en algen zo in elkaars verlengde, zowel tav de gelijktijdigheid als tav het verwijt dat gemaakt kon worden, dat ze als één feit in de zin van art 68 Sr dienden te worden opgevat. Ook in latere arresten werd dit cirerium bij uitleg 68 toegepast.
wat was een eerste teken dat HR onderschied ging maken in uitleg vh feit begrip in art 55-1 Sr en 68 Sr?
Bleek uit Emmense bromfietser arrest
leg herziening uit
betreft in de kern heropening van een oude zaak. Bovendien strekt de herziening ertoe dwalingen, in voordeel vd veroordeelde te herstellen.