Summary Werkboek

-
263 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Werkboek

  • 1.1 Privaatrecht en publiekrecht

  • Welke relativeringen kunnen op het onderscheid tussen privaat- en publiekrecht worden aangebracht?
    1. de overheid kan zowel in een publiek- als een privaatrechtelijke kwaliteit optreden (uitzondering op: de subjecten die een rol spelen).
    2. er zijn tal van wettelijke regels die ingrijpen in privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen waarbij niet het privébelang maar het algemeen belang vooropstaat (uitzondering op: het belang dat gediend wordt).
  • Welke criteria zijn er om het onderscheid tussen privaatrecht en publiekrecht aan te duiden?
    1. de subjecten die een rol spelen (burgers onderling vs. overheid en één of meer burgers).
    2. het belang dat gediend wordt (belangen afzonderlijke burgers vs. algemeen belang).
    3. de wijze van handhaving van regels (de betrokken individuen vs. de overheid).
  • 1.2 Materieel privaatrecht

  • Welke regels behoren tot het materiële en welke tot het formele privaatrecht?
    • materiële privaatrecht: regels die aan de personen rechten en plichten toekennen.
    • formele privaatrecht: regels hoe iemand, wiens recht geschonden is, zich tot de rechter kan wenden en hoe een rechterlijk vonnis ten uitvoer kan worden gelegd.
  • Materieel privaatrecht: regels die aan de personen rechten en plichten toekennen. Betrekking op inhoud van het recht. Deze regels zijn terug te vinden in het BW en afzonderlijke wetten zoals de Faillissementswet, Auteurswet, Wetboek van Koophandel (deze wordt in fasen ondergebracht in het BW).
  • 1.3 Formeel privaatrecht

  • Waar zijn de geschreven regels van het formele privaatrecht te vinden?
    • Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
    • Wet op de Rechterlijke organisatie (RO).
    • Faillissementswet, Wet op de rechtsbijstand, Advocatenwet etc.
  • Formeel privaatrecht (burgerlijk procesrecht): hoe het materiële recht te verwezenlijken. Regels hoe iemand, wiens recht geschonden is, zich tot de rechter kan wenden en hoe een rechterlijk vonnis ten uitvoer kan worden gelegd. Bv. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO), diverse andere wetten zoals Faillissementswet, Wet op de rechtsbijstand, Advocatenwet.
  • 1.4 Personen- en familierecht en erfrecht

  • Wat houdt het personen- en familierecht in en waar zijn de regels ervan te vinden?
    • personenrecht (in enge zin): regels omtrent o.a. rechtsbevoegdheid, handelingsbekwaamheid, het recht op naam van een natuurlijk persoon, regels over bloed- en aanverwantschap, geboorte en overlijden en adoptie.
    • familierecht: regelt de betrekkingen die voortkomen uit het familie- en gezinsverband.
    • het personen- en familierecht is te vinden in Boek 1 BW. 
  • 2 Een inleiding in het vermogensrecht

  • Vermogensrecht (materiële privaatrecht): de regels inzake de op geld waardeerbare rechten en plichten. Ieder mens heeft vermogensrechten.
  • 2.1 Ontstaansgeschiedenis, indeling en systematiek van het BW

  • Hoe is de indeling van het BW en welke systematiek ligt daaraan ten grondslag?

    Personenrecht

    • Boek 1: Personen- en familierecht
    • Boek 2: Rechtspersonenrecht

    Vermogensrecht

    1. Algemeen deel

    • Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen
    • Boek 4 Erfrecht

    2. Bijzonder deel

    • Boek 5: Zakelijke rechten
    • Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
    • Boek 7: Bijzondere overeenkomsten
    • Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer
    • Boek 9: Rechten op voortbrengselen van de geest

    Aan de indeling liggen twee hoofdprincipes ten grondslag:

    1. het onderscheid personenrecht en vermogensrecht
    2. binnen het vermogensrecht het onderscheid in een algemeen en een bijzonder deel


  • 2.2 Objectief recht en subjectief recht

  • Wat is een rechtsfeit?
    een feit dat rechtsgevolg heeft, oftewel een feit dat voor het recht van belang is.
  • objectief recht = positief recht = geldend recht: een geheel van rechtsregels dat in een bepaalde samenleving op een bepaald tijdstip van kracht is. (art. 1:114 bepalingen over huwelijkse voorwaarden)

    Subjectief recht = een door het objectief recht verleende bevoegdheid. Is gekoppeld aan de bevoegdheid welke een gerechtigde heeft tegenover een bepaalde persoon, groep van personen of instelling.
    Ieder subjectief recht moet direct of indirect aan het objectief recht zijn ontleend. (art. 3:201 Vruchtgebruik).
    Het subjectieve recht ontstaat door een rechtsfeit.



    Niet rechtsfeit: een feit dat geen rechtsgevolg heeft, bv. het om de buurt brengen van kinderen naar school.

    Rechtsfeit: een feit dat rechtsgevolg heeft, een feit dat voor het recht van belang is, bv. sluiten van een koopovereenkomst. Onder te verdelen in 2 categorieën:
    ·Bloot rechtsfeit: het rechtsgevolg treedt in zonder menselijk handelen (meerderjarig worden, geboorte)
    ·Handelingen van rechtssubjecten:
    oRechtshandeling: een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden dat ook door het handelend subject wordt beoogd, bv. schenking
    oFeitelijk handelen: een handeling van een rechtssubject waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden, ongeacht of dit rechtsgevolg door het handelend subject is beoogd, bv. onrechtmatige daad.

    2 Categorieën rechtsregels:
    ·Regels van regelend (aanvullend/dispositief) recht: regels die door de wetgever zijn opgesteld om in bepaalde situaties te gelden, voor zover niets anders is geregeld.
    ·Regels van dwingend recht: regels die door de wetgever zijn opgesteld en waarvan niet mag worden afgeweken.
  • Wat is een subjectief recht?
    een door het objectieve recht verleende bevoegdheid.
  • Wat is objectief recht?
    het geheel van rechtsregels (de geschreven en ongeschreven rechtsregels) die in een bepaalde samenleving gelden (positief recht).
  • Wat is een niet-rechtsfeit?
    een feit dat geen rechtsgevolg heeft (afspraak om iemands kind uit school te halen).
  • Wat is een bloot rechtsfeit?
    een feit waarbij het rechtsgevolg intreedt, zonder dat daarvoor enig actief menselijk handelen nodig is (geboorte of 18 worden).
  • Wat is een rechtshandeling?
    een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden dat ook door het handelend subject wordt beoogd (het doen van een schenking).
  • Wat is feitelijk handelen?
    een handeling van een rechtssubject waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden, ongeacht of dit rechtsgevolg door het handelend subject is beoogd (onrechtmatige daad).
  • Wat zijn regels van aanvullend (regelend of dispositief) recht?
    regels door de wetgever opgesteld om in bepaalde situaties te gelden, voorzover niets anders is geregeld en waarvan kan worden afgeweken.
  • Wat zijn regels van dwingend recht?
    regels door de wetgever opgesteld waarvan niet mag worden afgeweken.
  • Wat is het criterium voor het onderscheid tussen een regel van aanvullend recht en van dwingend recht?
    of er van de door de wetgever opgestelde regels mag worden afgeweken (aanvullend recht) of niet (dwingend recht).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar kunnen we vinden of er een schadevergoedingsverplichting bestaat en waar kunnen we vinden welke inhoud en omvang een schadevergoedingsverbintenis heeft?
In art. 6:74 BW (wanprestatie) en art. 6:162 e.v. BW (onrechtmatige daad). 
Aan de hand wat daar is geregeld wordt bepaald welke inhoud en omvang deze schadevergoedingsverbintenis heeft conform art. 6:95 e.v. BW.
Wat is de inhoud van het Renteneurose-arrest?

De feiten

Agent Gibbs slaat zonder aanleiding tijdens de jaarlijkse carnavalsoptocht Henderson met zijn wapenstok op het hoofd. Henderson houdt hier lichaamlijke en psychische klachten aan over. Omdat Henderson een speciale persoonlijkheidsstructuur heeft blijt hij Gibbs om schadevergoeding vragen, dit wordt ook wel renteneurose genoemd. Gibbs stelt dat hij geen schadevergoeding hoeft te betalen omdat de neurose schade gedeeltelijk is veroorzaakt door de neurose van Henderson.


Rechtsvraag

Kan de renteneurose van Henderson aan Gibbs worden toegerekend?


Overweging

De Hoge Raad overwoog dat indien het om een onrechtmatige daad die bestaat uit het toebrengen van het letsel, de gevolgen van een persoonlijke predispositie van het slachtoffer aan de dader toegerekend dienen te worden, ook al liggen die gevolgen niet in de lijn der verwachtingen. Dit kan anders zijn indien het slachtoffer niet aan zijn schadebeperkingsplicht voldoet, indien het slachtoffer dus niet alles doet wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om te herstellen. Gibbs moet de schade van Henderson dus betalen, omdat de predispositie aan hem toegerekend kan worden.


Rechtsregel

De gevolgen van een predispositie van een slachtoffer kunnen aan de dader worden toegerekend indien het om een onrechtmatige daad gaat waar letsel bij toegebracht is, ook al liggen die gevolgen niet in de lijn der verwachtingen.

Wat is de inhoud van het arrest Amercentrale?

De feiten

Op het terrein van de elektriciteitscentrale (Amercentrale) bevindt zich een tank voor opslag van stookolie. De tank ligt aan de rivier de Amer. Doordat de tank openklapt komt een groot gedeelte van de olie in de Amer. De olie verspreidt zich niet alleen over de Amer en haar oevers, ook naar via de Amer met haar in verbinding staande havens, vaarten en kreken. Tussen de PNEM, eigenaar van de tank, en haar verzekeringsmaatschappij bestaat onder andere verschil van mening over de vraag of de schade zoals derden die geleden hebben in voldoende causaal verband staat met het scheuren van de tank.


Rechtsvraag

Bestaat er voldoende causaal verband tussen de schade zoals derden die geleden hebben en het scheuren van de tank?


Overweging

Het Hof en de Hoge Raad gaan er beide vanuit dat er voldoende causaal verband bestaat tussen de geleden schade en het scheuren van de tank.
Het Hof is er kennelijk van uitgegaan, dat de tank is geconstrueerd door het aan elkaar lassen van metalen platen. Door op de grondslag hiervan te oordelen dat de tank moet worden aangemerkt als een gebouw in de zin van art. 1405 BW, heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste opvatting van dit artikel, omdat in die vaststelling ligt besloten dat de onderhavige constructie een bouwsel was dat naar aard en inrichting bestemd was om duurzaam ter plaatse te blijven, waarbij niet van belang is of technisch de mogelijkheid zou hebben bestaan om het te verplaatsen. De uit art. 1405 voortvloeiende aansprakelijkheid moet worden beperkt tot die vormen van schade welke als typische gevolgen van de instorting van het desbetreffende gebouw kunnen worden beschouwd en mitsdien behoren tot het normale voor een eigenaar aan een dergelijke gebeurtenis verbonden risico. Olieverontreiniging van water en land behoort echter tot de typische gevolgen die van de instorting van een olietank zijn te verwachten (BW art. 1405).


Rechtsregel

Voor de beantwoording van de vraag hoever de aansprakelijkheid van de eigenaar gaat voor de gevolgen van de gehele of gedeeltelijke instorting van een gebouw ingevolge art. 1405, enerzijds moet worden bedacht dat de tekst van het artikel geen beperking tot bepaalde gevolgen inhoudt en dat ook de strekking van het artikel eerder voor een ruime dan voor een enge opvatting aangaande de omvang van de aansprakelijkheid van de eigenaar pleit; dat die aansprakelijkheid immers geacht moet worden zijn grond te vinden in de omstandigheid dat, indien door verzuim van onderhoud of door een gebrek in de bouwing of inrichting van een gebouw een instorting ontstaat waardoor schade aan derden wordt toegebracht, het veelal voor die derden moeilijk zo niet ondoenlijk zal zijn om degene op te sporen die voor het verzuim of het gebrek de schuld draagt; dat het artikel derhalve tot doel heeft om te voorkomen dat de benadeelden als gevolg van bedoelde moeilijkheid van schadevergoeding verstoken zouden blijven, en daarom de eigenaar aanwijst als degeen tegen wie de benadeelden in ieder geval hun desbetreffende vorderingen kunnen richten;
dat aan de andere kant het voor ons recht uitzonderlijk karakter van deze aansprakelijkheid, verbonden aan het in eigendom hebben van een bouwwerk, voor zonder schuld veroorzaakte schade grond geeft voor die aansprakelijkheid een nauwer verband tussen de schade en de gebeurtenis die daartoe de aanleiding gaf — de gehele of gedeeltelijke instorting van een gebouw — te verlangen dan bij toepassing van art. 1401 (art. 6:162 BW) kan worden geeist;
dat inachtneming van beide gezichtspunten leidt tot de conclusie dat, al kan de enge opvatting waarop het hier besproken onderdeel van het middel berust, niet worden aanvaard, niettemin de uit art. 1405 voortvloeiende aansprakelijkheid moet worden beperkt tot die vormen van schade welke als typische gevolgen van de instorting van het desbetreffende gebouw kunnen worden beschouwd en mitsdien behoren tot het normale voor een eigenaar aan een dergelijke gebeurtenis verbonden risico;

Wat is de inhoud van het arrest Pos-Van den Bosch?

De feiten

Van den Bosch pacht sinds 1954 een stuk weiland van Gerrit Brouwer. In het pachtcontract is een clausule opgenomen waarin staat dat als Brouwer en al zijn bij hem inwonende zussen overlijden, Van Den Bosch het exclusieve recht heeft om de grond en de boerderij te kopen. Gerrit en al zijn zussen overlijden op een zus, Neeltje Brouwer, na. Neeltje heeft een achterneef, Pos, die haar vermogen beheert. In 1963 schenkt Neeltje, daartoe aangezet door Pos, de boerderij aan Pos. Pos aanvaard de schenking wetende dat Van den Bosch krachtens de clausule het exclusieve recht heeft om de grond en de boerderij te kopen. Als Neeltje in 1964 overlijdt wil Van den Bosch de grond en de boederij kopen. Hij merkt echter dat Pos het huis van Neeltje geschonken heeft gekregen. Pos weigert om mee te werken aan een overdracht van het huis aan Van den Bosch. Van den Bosch doet een beroep op onrechtmatige daad.


Rechtsvraag

Kan Van den Bosch een geslaagd beroep op onrechtmatige daad doen?


Overweging

Het hof overwoog dat de wanprestatie van Neeltje, zij had de grond en de boerderij immers niet aan Pos mogen schenking krachtens de clausule, aan Pos toe te rekenen was. Hij wist immers dat hij een grote invloed op Neeltje had en bleef aandringen tot hij in het bezit van de grond en de boerderij was. Pos begaat derhalve een onrechtmatige daad ten opzichte van Van den Bosch. Van den Bosch slaagt derhalve in zijn beroep op onrechtmatige daad. Het profiteren van een wanprestatie is in principe geen onrechtmatige daad, tenzij zoals in casu de omstandigheden zich hiertoe lenen. De Hoge Raad overwoog dat de redenering van het hof juist was. Pos wist van de koopoptie, Pos had een vertrouwenspositie bij Neeltje en hij moet zich bewust zijn geweest van het nadeel voor Van den Bosch. De Hoge Raad overwoog verder dat er onder bepaalde omstandigheden ook schadevergoeding in een andere vorm dan in de vorm van geld mogelijk is. In casu werd bepaald dat de boerderij en het stuk grond tegen betaling van de geschatte waarde moesten worden overdragen.


Rechtsregel

Het handelen met iemand terwijl men weet, dat deze door het handelen een overeenkomst met een ander schendt is in beginsel niet onrechtmatig jegens die ander. Dit kan echter anders zijn indien er bepaalde omstandigheden zijn de dit handelen onrechtmatig maken.


Relevante artikelen

Art. 6:103 BW:
Schadevergoeding wordt voldaan in geld. Nochthans kan de rechter op vordering van de benadeelde schadevergoeding in andere vorm dan betaling van een geldsom toekennen. Wordt niet binnen redelijke termijn aan een zodanige uitspraak voldaan, dan herkrijgt de benadeelde zijn bevoegdheid om schadevergoeding in geld te verlangen.

Art. 6:162 BW:
Lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

Welke factoren kunnen van invloed zijn op de omvang van de schadevergoedingsverplichting?
  • Bij de bepaling van het causaal verband moet rekening worden gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de aard van de schade (art. 6:98 BW)

Vuistregels:

  • Het vereiste van causaal verband wordt eerder aangenomen bij schuldaansprakelijkheid dan bij risicoaansprakelijkheid.
  • Schade door dood of verwonding wordt eerder toegerekend dan zaakschade. Vermogensverlies eerder dan winstderving.
  • Verkeers- en veiligheidsnormen gesteld ter voorkoming van ongevallen rechtvaardigen een ruimere toerekening van dood- en letselschade. Letsel- en overlijdensschade worden ruim toegerekend --> adagium dat de dader het slachtoffer heeft te nemen zoals hij het aantreft. 
Welke vormen van schadevergoeding kennen we?
Schadevergoeding in geld en in natura (art. 6:103 BW).
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
vermogensschade en ander nadeel (art. 6:95 BW).
Wanneer zijn ouders (mede)aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van hun kinderen? 
Bij kinderen van veertien tot zestien jaar:
Indien de schade aan een derde is toegebracht door een fout van een kind in de leeftijdscategorie 14 tot 16 en aan de ouder een verwijt kan worden gemaakt dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet (art. 6:169 lid 2 BW).
Wanneer zijn ouders aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van hun kinderen? 
Bij kinderen beneden de veertien jaar:
Het moet gaan om een schade die is toegebracht door een als doen te beschouwen gedraging van een kind beneden de veertien jaar (art. 6:169 lid 2 BW). 
Wat is de inhoud van het Kelderluikarrest

De feiten

Een medewerker van een frisdrankfabrikant heeft in de doorgang naar het toilet van een café een kelderluik geopend om hier flessen in te kunnen leggen. Het geopende kelderluik valt in de omgeving van het café niet goed op waardoor personen die naar het toilet lopen hier geen aandacht aan besteden. Deze gevaarlijke situatie heeft direct een ongelukkige wending, doordat een man op weg naar het toilet in het kelderluik viel en daarbij ernstige verwondingen opliep.



Rechtsvraag

Is er in casu sprake van een onrechtmatige daad door de medewerker jegens de man?



Overweging

De Hoge Raad overwoog dat er aan de hand van vier criteria moest worden gekeken of er sprake was van een onrechtmatige daad. 

Deze vier criteria zijn:
• Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste onopletendheid en voorzichtigheid worden geacht?
• Hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen staan?
• Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
• Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

De mate van onrechtmatigheid kan dan worden beoordeeld aan de kans op het ongeval, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.
In casu is er derhalve sprake van een onrechtmatige daad, de man moest echter wel voor de helft van de schade opdraaien.



Rechtsregel

In dit arrest zijn de criteria bepaald die moeten worden nagelopen bij de beoordeling of er sprake is van een gevaarzettende situatie en daarmee een onrechtmatige daad.