Summary Werkboek Goederenrecht

-
267 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Werkboek Goederenrecht". The author(s) of the book is/are OU. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Werkboek Goederenrecht

  • 1 Inleiding in het goederenrecht

  • Wat is een kenmerk van het eigendomsrecht?

    Dat het bij iemand hoort (subjectief recht).

  • Welk onderscheid kan men maken tussen subjectieve vermogensrechten?

    • Absoluut subjectief recht (eigendomsrecht)
    • Relatief subjectief recht (vordering)

    Maar ook:

    • Subjectieve vermogensrechten
    • Andere subjectieve rechten
  • Wat verstaat men onder vermogen?

    Alle aan een rechtssubject toekomende vermogensrechten, maar ook de schulden kunnen er in worden betrokken.

    Zodoende komt men op de omschrijving van een geheel van meestal op geld waardeerbare rechten en plichten, die op een gegeven moment aan 1 persoon (rechtssubject) toekomen.

  • Wat kan tegenover het rechtssubject worden gesteld?

    Het rechtsobject (voorwerp); het goed ex art. 3:1 BW

  • Wat is het verschil tussen een goed en een zaak?

    Goederen zijn vermogensbestanddelen en een zaak is een stoffelijk voorwerp (art. 3:2 BW)

  • In welke 3 betekenissen wordt het woord vermogen gebruikt?

    • het geheel van meestal in geld waardeerbare rechten en plichten, die op een gegeven ogenblik aan 1 persoon toekomen.
    • gezamenlijke vermogensrechten die aan iemand toekomen, zonder schulden
    • het verschil tussen de activa en de passiva van het vermogen in ruime zin.
  • Waarop heeft het goederenrecht betrekking?

    Op de rechtsverhouding tussen een rechtssubject en een rechtsobject.

  • Wat is een absoluut recht? 

    Een recht dat men tegenover iedereen kan handhaven.

  • Wat is een relatief recht?

    Een recht dat uitsluiten t.o.v. 1 of meer bepaalde personen kan worden gehandhaafd; het relatieve recht is een vorderingsrecht.

  • Waaruit vloeit een vorderingsrecht voort?

    Altijd uit een verbintenis.

  • Wat wordt bedoeld met vermogensrecht in ruime zin?

    Hierbij doelt men op alle vermogensrechtelijke wetsbepalingen die voor het gehele NL vermogensrecht van belang zijn. Boek 3 t/m 8 BW en enkele bepalingen uit andere wetten.

  • Wat is een afhankelijk recht?

    Een recht dat aan een ander recht zodanig is verbonden dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan (art. 3:7 BW).

  • Kan de overdraagbaarheid van een vermogensrecht worden beperkt?

    Ja, dat kan. Een vorderingsrecht is in beginsel altijd overdraagbaar, maar dit kan d.m.v. een beding (tussen partijen) worden uitgesloten (art. 3:83, lid 2 BW)

  • Wat wordt verstaan onder vermogensrecht in enge zin?

    Een door het objectieve recht aan een bepaald rechtssubject toegekende bevoegdheid in de vermogensrechtelijke sfeer. (art. 3:6 BW)

  • Wat wordt verstaan onder titel van overdracht?

    Dat is het rechtsfeit dat tot overdracht verplicht of deze rechtvaardigt (kan dus ook onrechtm. daad zijn).

  • Wat is de kern van het arrest Pos/Van den Bosch?

    Een persoonlijk recht van Van den Bosch (koopoptie) wordt zodanig opgerekt ten opzichte van Pos dat dit persoonlijk recht derdenwerking krijgt.

    De Hoge Raad concludeerde dat de overeengekomen koopoptie geldig was en dat Pos onrechtmatig had gehandeld jegens Van den Bosch door de schenking te aanvaarden.

    Als relevant voor het onrechtmatigheidsoordeel merkte de Hoge Raad aan: 

    (a) Pos kende de optie; 

    (b) Hij moet zich bewust zijn geweest van het aanmerkelijk nadeel dat Van den Bosch zou lijden, indien het hem onmogelijk zou worden gemaakt van de optie gebruik te maken; 

    (c) Pos had een bijzondere vertrouwenspositie ten opzichte van de 86-jarige Neeltje en kon invloed op haar uitoefenen.

    Het handelen met iemand terwijl men weet, dat deze door dit handelen een door hem met een ander gesloten overeenkomst schendt, is op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Bijkomende omstandigheden kunnen echter dit handelen onrechtmatig doen zijn. De Hoge Raad heeft in zijn hiervoor aangehaalde rechtspraak over dubbele verkoop de volgende gedragingen van derden, als in strijd met de zorgvuldigheid die een derde in het maatschappelijk verkeer jegens een ander betaamt, onrechtmatig geoordeeld:

    het door een derde aanvaarden van een schenking van een onroerend goed waarbij deze gebruik maakt van zijn bijzondere vertrouwenspositie ten opzichte van de schenkster en de invloed die hij op haar kan uitoefenen, terwijl deze derde ermee bekend is dat deze schenkster aan een ander een koopoptie heeft verleend waaruit een recht van koop op dat onroerend goed voortvloeit, en hij zich bewust moet zijn van het aanmerkelijk nadeel (het wegvallen van een redelijkerwijs te verwachten voordeel) dat deze ander zou lijden indien het hem onmogelijk zou worden gemaakt om van deze koopoptie gebruik te maken.

  • Wat wordt bedoeld met de relativering van het absolute recht en de verzakelijking van het relatieve recht?

    Dat het goederen- en verbintenissenrecht naar elkaar toegroeien.

  • Wat is een subjectief recht?

    Een recht of bevoegdheid welke door het objectieve recht aan een rechtssubject is toegekend.

  • Waaruit blijkt het tweeledig karakter van het eigendomsrecht?

    Enerzijds de subject-object-relatie. (rechtsband eigenaar en object van eigendom)

    Anderzijds de subject-subject-relatie. (respect van het eigendom door derden)

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

VGC - SEACO?

X

Houten Schouw?

x

Broedeieren?

Wat zijn ‘kosten tot behoud’ (art. 3:284, lid 1 BW)? Uitsluitend de kosten die de schuldeiser

heeft gemaakt om de zaak in fysieke zin voor tenietgaan te behoeden. Onderhoudskosten vallen

daar niet onder.

Arrest Wuinters - Kantoor van de toekomst

Om een retentierecht op een zaak aan een derde met een jonger (persoonlijk) recht te kunnen

tegenwerpen is vereist dat het retentierecht voor die derde voldoende kenbaar is (art. 3:291 BW).

Denk aan de huurder van een complex waarop het retentierecht van de aannemer rust. De

huurder vorderde schadevergoeding toen de aannemer hem niet toeliet; de HR wees dat af. Het

toelaten van de huurder kan immers leiden tot het tenietgaan van het retentierecht; de

schuldenaar kán langs deze weg weer de macht over de zaak (her)krijgen. De retentor

(aannemer) heeft daarom een te respecteren belang op grond waarvan hij de huurder de

ingebruikname van het gebouw mag beletten – zelfs als de huurder daarvan nadeel ondervindt

Arrest Derksen - Rabobank?

Een retentor kan zijn retentierecht inroepen tegen derden met een oude recht, indien zijn

vordering voortspruit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot

de zaak aan te gaan, of hij geen reden had om aan de bevoegdheid van de schuldenaar te

twijfelen (art. 3:291, lid 2 BW). Om de te beoordelen of de schuldenaar bevoegd was de

overeenkomst aan te gaan, moet worden bezien of de schuldenaar deze bevoegdheid had

krachtens zijn rechtsverhouding met de ouder gerechtigde aan wie het retentierecht wordt

tegengeworpen.

Welk onderscheid kan men maken tussen voorrechten?

Algemene en bijzondere. 

Een algemeen voorrecht berust op alle goederen in een bepaald vermogen. Het bijzonder voorrecht rust op een bepaald goed.

Noem een uitzonderingen op het paritas creditorum.

Pandhouder en hypotheekhouder hebben voorrang bij de verdeling van de executie-opbrengst boven andere schuldeisers. Ook voorrechten of rechten die voortvloeien uit een 'andere in de wet aangegeven grond' zijn uitzonderingen. 

Wat betekent paritas creditorum?

Het beginsel dat alle schuldeisers onderling een gelijk recht (rang) hebben om naar evenredigheid van ieders vordering uit de executie-opbrengst van de goederen van de schuldenaar te worden voldaan.

Arrest Deutsche Hypothekenbank?

In dit arrest had de bank een overeenkomst gesloten met de failliet op basis waarvan zij het recht had om (delen van) het aan haar verhypothekeerd onroerend goed te slopen. 

 

De curator wilde niet aan deze overeenkomst meewerken, omdat de sloop nadelige fiscale consequenties voor de boedel had. De Hoge Raad stelde de curator in het gelijk en oordeelde dat de curator niet gedwongen kan worden tot het verrichten van voor de boedel nadelige prestaties, zoals in dit geval het slopen van het onroerend goed.

Arrest Pirouette?

Huurbeding na executie. Indien de hypotheekhouder de bevoegdheid om een beroep op het

huurbeding te doen overlaat aan de koper, kan uitsluitend de eigenaar geworden veilingkoper

een beroep op het onverbindend zijn van een in strijd met het huurbeding gesloten huurovereenkomst

doen en ontruiming vorderen. Iemand die ter veiling alleen maar een huis koopt, en dit

niet geleverd krijgt, is dus geen eigenaar en kan zich niet beroepen op het huurbeding. Wordt het

huis direct doorverkocht aan een tweede koper, dan kan deze daar nooit een beroep op doen, ook

al wordt hij eigenaar.