Summary Wetenschapsoriëntatie

256 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Wetenschapsoriëntatie

  • 1 Hoe komt wetenschappelijke kennis tot stand?

  • Wat is kennis?
    Kennis is het persoonlijk vermogen om juist te handelen. Het is een product van informatie, ervaring, vaardigheden en attitude waarover een persoon op een bepaald moment beschikt.
  • Waarmee begint elke zoektocht naar nieuwe kennis?
    Bij verwondering; er gebeurt iets wat vragen oproept. Vervolgens gaat de persoon in kwestie op zoek naar antwoorden.
  • Waardoor zijn we van een middelmatige positie in de voedselketen naar de top opgeklommen?
    Onze intelligentie lijkt een grote rol gespeeld te hebben waardoor de moderne mens als enige menssoort is overgebleven. Onze relatief grote hersenen maken het mogelijk om complexe structuren op te zetten die helpen te overleven. Dat we aan de top geklommen zijn heeft ons wellicht overmoedig gemaakt. We stellen zonder al onze hulpmiddelen weinig voor in de natuurlijke orde.
  • Wat is het gevolg van de stormachtige ontwikkeling van de mens de laatste 12.000 jaar?
    - Idee gegeven dat we tot alles in staat zijn. 
    - We denken niet meer aan grenzen, maar aan grenzen verleggen.
  • Waardoor wordt ons denken constant beïnvloed?
    Door onze omgeving, emoties, wensen, religie en cultuur. Hierdoor kent onze geest ernstige beperkingen.
  • 1.1 Prehistorie

  • Op welke manier deden de eerste mensen (al dan niet bewust) al aan wetenschap? (8)
    - In de strijd tegen elementen leerde de mens gereedschappen te ontwikkelen, vuur te maken en te gebruiken, ontwikkelde hij jachttechnieken en vond het landbouw opnieuw uit.
    - Daarnaast vermoeden we dat magie of godsverering werden gebruikt om de jacht succesvol te laten verlopen.
    - Ook werden allerlei technieken ontwikkeld om het weer te beïnvloeden, de vruchtbaarheid van man en vrouw te bevorderen en de toekomst te voorspellen.
  • Aan welke zeven voorwaarden moet (minimaal) worden voldaan om aan wetenschap te kunnen doen?
    - Algemeen gezegd: hoog ontwikkelingspeil.
    - Enkele kenmerken daarvan: specialisatie en integratie van volkeren.
    - Verder: taal, schrift, getallenstelsel, regels voor meten etc.
  • Onze taalvaardigheid is vermoedelijk al zo'n 70.000 jaar geleden ontstaan. Door een genetische verandering (mutatie) die effect had op de werking van onze hersenen zijn we in staat gesteld ongelooflijk flexibel om te gaan met taal. Hierdoor kunnen we praten over zowel concrete als abstracte zaken. We zijn zelfs in staat over dingen te praten die niet bestaan.
  • Waar zorgde de ontwikkeling van de landbouw (9000 - 6000 v. Chr.) voor?
    Een groot deel van de voorwaarden om aan wetenschap te kunnen doen.
  • Wat is een belangrijk gevolg van de ontwikkeling van de landbouw (9000 - 6000 v.Chr.)? En waar leidde dat gevolg naar?
    Het ontstaan van de voedseloverschotten, wat zorgde voor bevolkingsgroei. Daardoor werd een sedentair (op één plek leven) bestaan mogelijk.
  • Waar zorgde betere landbouwmethodes voor?
    Het maakte een deel van de mensen overbodig voor de voedselproductie en zorgden voor meer voedseloverschotten, waardoor specialisatie mogelijk werd. De mens kon in grotere groepen gaan samenleven, waardoor het noodzakelijk werd algemene regels op te stellen en vast te leggen, wat leidde tot het uitvinden van het schrift rond 3000 v.Chr.
  • Wat is collective learning?
    Binnen een samenleving leren mensen van elkaar waarbij kennis telkens wordt doorgegeven.
  • Waar is wetenschap vooral het product van?
    Collective learning.
  • Wat bevordert het wetenschappelijk proces?
    Contact met andere groepen mensen.
  • 1.2 De oudheid (3000 v.Chr. - 500 A.D.)

  • Rond 3000 v. Chr. ontstonden de eerste 'beschavingen' zoals de Soemerische beschaving in het Midden-Oosten, de Egyptische en iets later de Griekse.
  • Wat zijn de drie (cruciale) overeenkomsten tussen de eerste beschavingen?
    Er was sprake van:
    - Landbouw.
    - Specialisatie in ambachten en handel.
  • Wat is het verschil tussen het gevolg van handel en van concurrentie?
    - Handel stimuleerde uitwisseling van ideeën.
    - Concurrentie stimuleerde innovatie.
  • Door de stimulaties van handel en concurrentie namen technische en wetenschappelijke kennis versneld toe.
  • Hoe maakten de Soemeriërs een begin aan de wetenschap?
    Met de ontwikkeling van rekenkunde, sterrenkunde, plantkunde en geneeskunde, wat mogelijk werd gemaakt door overvloedige oogsten, de veelheid aan mensen bij elkaar en de uitvinding van het schrift.
  • Wat zijn drie kenmerken van de Egyptenaren?
    - Ze waren meesters in sterrenkunde en wiskunde. De principes pasten ze toe bij de bouw van de piramides
    - De waterstanden van de Nijl werden bijgehouden om te voorspellen of de jaarlijkse overstroming groot genoeg en niet te groot zou zijn; men wilde zekerheid krijgen of de oogst voldoende zou zijn.
    - De overstromingen verklaarden zij aan de hand van de goden, dus er nog geen sprake van 'echt' wetenschappelijk denken. Daarbij pasten ze wiskundige principes los van elkaar toe, zonder ze met elkaar in verband te brengen.
  • Waarom werd in het Oude Griekenland de eerste 'echte' vorm van wetenschappelijk denken aangetroffen?
    - Hier werd voor het eerst gezocht naar algemene wetten, er werd naar kennis gestreefd omwille van het weten, door op de wereld gericht te denken.
    - De resultaten werden in het openbaar besproken.
  • Hoe komt het dat de eerste 'echte' vorm van wetenschappelijk denken in het Oude Griekenland ontstond?
    De verklaring hiervoor ligt bij de bijzondere geografische plaats van het Oude Griekenland: in het midden, tussen onder- en sterk ontwikkelde volkeren. Handel met al deze partijen bracht de Grieken in contact met andere culturen waardoor er in het Oude Griekenland een vrij grote acceptatie ontstond voor andere gebruiken en ideeën. Daarbij werd kennis overgenomen, bijvoorbeeld van de Feniciërs, waar op voort werd geborduurd.
  • Waarom werd in Milete een basis gelegd voor het ontstaan van wetenschap (rond 600 v.Chr.)? Welke wetenschappelijke stroming ontstond in deze stad?
    - Dat juist deze plaats zo belangrijk werd is gemakkelijk te verklaren vanuit de belangrijke positie die zij innam in de handel.
    - De wetenschappelijke stroming die ontstond in deze stad staat ook wel bekend als de Miletische school.
  • Welke vijf dingen zijn er te vertellen over Thales?
    - Hij was een belangrijke denker binnen de Miletische school.
    - Hij zag natuurverschijnselen voor wat ze waren, in plaats van kwade voortekenen, gezonden door de goden.
    - Door zich af te vragen waardoor bepaalde fenomenen ontstaan, stond hij aan de basis van het ontwikkelen van wetenschappelijk denken. Het antwoord werd niet langer gezocht in godsdienst of goden, maar in de natuur zelf.
    - Door eerst een hypothese op te stellen en vervolgens met waarnemingen deze te toetsen, beweerde hij tot kennis te komen.
    - Hij bewees de waarde van deze methode door correct te voorspellen wanneer er een zonsverduistering zou plaatsvinden. Hij deed dit in 585 voor Christus. Observatie had geleerd dat zonsverduisteringen ca. elke 19 jaar plaatsvonden. De verklaring voor deze cyclus heeft hij echter nooit doorgrond.
  • Hoewel hij een belangrijke inspirator was voor verder onderzoek, wordt Thales niet als de vader van de wetenschap gezien; die eer
    is weggelegd voor Pythagoras.
  • Wat is een verschil tussen Thales en Pythagoras?
    In tegenstelling tot Thales, was Pythagoras van mening dat zintuigelijke waarnemingen niet tot kennis konden leiden.
  • Welke twee dingen zijn er te vertellen over Pythagoras?
    - Hij was ervan overtuigd dat de hele wereldorde, de ‘kosmos’, op getalsmatige verhoudingen berust. Dat duidt op wetmatigheden die via de wiskunde ontdekt kunnen worden.
    - Het draaide bij Pythagoras om “zuiver denken”. Daarvoor was waarneming niet nodig, meende hij. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat intuïtie superieur was ten opzichte van observatie.
  • Welke vijf dingen zijn er te vertellen over Hippocrates?
    - Hij leek in zijn werkwijze vooral op Thales.
    - Door te zoeken naar oorzaken van ziekten legde hij de basis voor de medische wetenschap.
    - Hij koppelde geneeskunde los van religie. Hierin was hij de bekendste die volgens deze methode werkte.
    - Hippocrates ging empirisch te werk: kennis was het product van ervaringen. Door een veelvoud aan patiënten te onderzoeken en te behandelen ontwikkelde hij manieren om in een vroeg stadium ziektebeelden te herkennen, het verloop te voorspellen en daarmee verspreiding van ziekten te voorkomen.
    - Hij zei dat er vier soorten lichaamssappen waren: bloed, slijm, geel en zwart gal. Een verstoring van de balans tussen deze sappen, zou een veelvoud aan ziekten kunnen veroorzaken. Deze misvatting is lang blijven hangen en heeft op zijn beurt verdere medische ontwikkelingen tegengehouden. Zijn misvatting betreffende de lichaamssappen is pas 2000 (!) jaar later rechtgezet.
  • Welke vier dingen zijn er te vertellen over Plato?
    - Hij was een van de meest invloedrijke denkers uit de Oudheid.
    - Hij was leerling van Socrates en leermeester van Aristoteles.
    - Plato’s werk was voornamelijk van filosofische aard. In zijn zoektocht naar de betekenis van het begrip “waarheid” maakte hij gebruik van de dialectische methode. Door vraag en antwoord trachtte hij zijn theorieën vorm te geven.
    - Op deze manier kwam hij ook op zijn beroemde “allegorie van de grot”. Hierin maakte hij onderscheid tussen de werkelijkheid en wat de mens daarvan meekrijgt. Wat wij zien is eigenlijk niet echt, maar de echte wereld is te vinden in de geest. Hiermee legde hij de basis voor het idealisme. Dit werk is zowel wetenschapsfilosofisch als maatschappijkritisch van groot belang.
  • Welke drie dingen zijn er te vertellen over Aristoteles?
    - Hij keerde zich af van Plato door het idealisme te verwerpen.
    - In plaats van te filosoferen over de ideale vorm was Aristoteles gericht op de wetenschapspraktijk.
    - Hij formuleerde de eerste regels betreffende causaliteitObservaties van de natuur, moesten leiden tot begrip over de oorzaken van natuurlijke processen. Aan elk proces ligt volgens Aristoteles een premisse ten grondslag: als dit, dan dat.
  • De geschiedwetenschap maakte ook een sterke ontwikkeling door in het Oude Griekenland.
  • Welke twee dingen zijn er te vertellen over Homerus?
    - Verhalen van Homerus: de Ilias en de Odyssee
    - Hij is volgens hedendaagse opvatting geen echte historicus, omdat hij niet deed aan bronnenkritiek en de goden een grote rol spelen in beide verhalen.
  • Welke drie dingen zijn er te vertellen over Herodotes?
    - Hij voldoet wel aan de eisen die bij een “echte” historicus horen. Hoewel hij niet deed aan hedendaagse bronnenkritiek en soms zelf als lichtgelovig was, kan Herodotes worden gezien als de eerste historicus.
    - Hij richtte zich op “hoe het werkelijk geweest was”. Om daar achter te komen, diende er gedegen onderzoek (historiai) gedaan te worden. Het was van groot belang dat er gezocht werd naar feiten en dat er kritisch werd omgegaan met het gebruik van bronnen.
    - In zijn werken besteedde Herodotes ook aandacht aan de aardrijkskunde en cultuur.
  • Door wie is het eerste moderne, wetenschappelijke geschiedwerk geschreven?
    Door Thucydides (455 - 396 v. Chr.).
  • Welke zes dingen zijn er te vertellen over Thucydides?
    - Met zijn werk brak hij volledig met zijn voorganger Herodotes, wie hij overigens erg waardeerde om zijn stijl. Het doel van Thucydides was om het verleden te bestuderen zodat het een leidraad kon vormen voor toekomstige generaties.
    - Daartoe moest de waarheid gevonden worden. Goden, legenden, ‘van horen-zeggen’ en propaganda speelden geen rol in zijn historische werken.
    - Hij ging zorgvuldig en objectief om met zijn bronnen.
    - Als hooggeplaatste Athener had hij toegang tot alle lagen van de bevolking. Dat heeft hem in staat gesteld zo veel mogelijk waardevolle informatie te verzamelen voor zijn belangrijkste werk: De Peloponnesische oorlog.
    - Als eerste historicus maakte hij principieel onderscheid tussen oorzaken en aanleiding.
    - Daarnaast ging hij in op de achterliggende motieven van de betrokken partijen.
  • Wanneer werden wetenschap en filosofie gescheiden?
    Aanvankelijk gingen wetenschap en filosofie samen. Vanaf ca. 300 v. Chr. zien we dat deze twee zaken gescheiden worden.
  • Waar vond vooral specialisatie op alle vakgebieden plaats? (Wat was tussen 300 voor Chr. en 600 na Chr. hét kenniscentrum van de wereld?)
    Er vond specialisatie plaats op alle vakgebieden. Dit was vooral het geval in Alexandrië, toen de belangrijkste stad van Egypte. Farao Ptolemaeus I stichtte een museum met bibliotheek. Hier werd op grote schaal aan wetenschapsbeoefening gedaan. Er werd gestreefd om alle wetenschappelijke geschriften in bezit te krijgen. Hierdoor was Alexandrië tussen 300 voor Chr. en 600 na Chr. hét kenniscentrum van de wereld. Door oorlogen en religieuze fanatici (moslims en christenen) is in de eeuwen daarna echter veel kennis verloren gegaan.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat voor soort levensopvatting wordt met de Romantiek bedoeld?
Met Romantiek werd een levensopvatting bedoeld die verder ging dan literatuur of politiek; ook filosofie en natuurwetenschappen, muziek en schilderkunst werden hierdoor beïnvloed.
Aan welke zwakte lijdt het verificatiebeginsel?
Het verificatieprincipe lijdt aan de zwakte dat denkbare feiten die niet geverifieerd kunnen worden als onwaar worden beschouwd terwijl ze toch juist (kunnen) zijn.
Welk principe had Kuhn bedacht?
Het incommensurabiliteitsprincipe: geen sprake van een discussie, maar van twee langs elkaar lopende monologen.
Welk soort geloof/denkwijze/werkwijze had Kuhn? (4)
- Kennis en wetenschap kunnen onmogelijk een lineaire ontwikkeling doormaken. 
- Paradigma: een algemeen geaccepteerd beeld hoe wetenschap gevoerd moet worden, welke methodes gehanteerd worden en wat de heersende normen en waarden zijn. 
- Paradigmawisseling: paradigma kan lang stand houden; pas wanneer de uitdagingen niet meer binnen de heersende theorieën kunnen worden aangepakt en een andere theorie voorhanden is, zal er spraken zijn van een wisseling. 
- Paradigmata kunnen onmogelijk vergeleken worden. Theorieën worden enkel begrepen vanuit de betekenis van de gebruikte woorden. Andere theorieën betekent tegelijkertijd een andere betekenis van de gebruikte woorden. Vertalen is zinloos.
In welke tijd leefde Kuhn?
De Moderne Tijd: vanaf 1900.
Welk soort geloof/denkwijze/werkwijze hadden Duhem en Quine? (4)
- Het is niet mogelijk dat hypothesen geïsoleerd onderworpen worden aan verificatie of falsificatie. 
- Experimenten op zich kunnen nooit de werkelijkheid laten zien, laat staan of we die werkelijkheid correct kunnen beschrijven, doordat onze taal ontoereikend is of verkeerd wordt gebruikt.  
- De wetenschapper gaat uit van een aantal aannames, die helemaal niet hoeven kloppen. Een experiment kan om een veelvoud van redenen een fout resultaat opleveren. 
- Om tot waardevolle uitspraken te kunnen komen, zal er gebruik gemaakt moeten worden van conventies.
In welke tijd leefden Duhem en Quine?
De Moderne Tijd: vanaf 1900.
Welk principe had Karl Popper bedacht?
Falsificatieprincipe: bewijzen dat je theorie niet waar is.
Welk soort geloof/denkwijze/werkwijze had Karl Popper? (6)
- Kennisgroei kan niet plaatsvinden via inductie, maar via deductie.
- Om tot een sluitende methode te komen, moest opnieuw vastgesteld worden wanneer uitspraken wetenschappelijk zijn en wanneer niet.
- Wetenschap moet open staan voor kritiek.
- Theorieën kunnen het best getest worden door experimenten en observaties of door deductief en systematisch te kijken naar mogelijkheid of de theorie verworpen dient te worden. Daarom: cruciale tests.
- Waarnemingen kunnen niet als waardevol beschouwd worden omdat onze waarnemingen bij voorbaat gekleurd zijn. 
- Waarneming krijgt betekenis door theorie (deductief).
In welke tijd leefde Karl Popper?
De Moderne Tijd: vanaf 1900.