Summary wft schadeverzekeringen voor particulieren

-
520 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - wft schadeverzekeringen voor particulieren

  • 1.1 mondelinge communicatie

  • 1. Welke feiten naast de harde feiten zijn van belang om een passend advies te kunnen geven?
    De zachte feiten ( emotie ) bijv met vragen als wat doet het met u wanneer u na pensionering uw huis moet verkopen, omdat u de hypotheeklasten van de woning met uw pensioeninkomen niet kunt betalen?
  • Via welke 2 feiten uit de vragenlijsten leer je je klanten kennen
    Harde feiten ( ratio ) en zachte feiten ( emotie )
  • Uit welke 3 onderdelen bestaat een gesprek?
    Kop, romp en staart
  • 2. Hoe ziet de structuur eruit van een prettig gesprek?

    Kop: opening van een gesprek, over koetjes en kalfjes, doel, hoe lang het gesprek duurt en de verwachtingen van beide kanten.
    romp: daadwerkelijke reden van het gesprek, veel vragen worden gesteld, doornemen van papieren.
    staart: samenvatting van het gesprek en is er nog een gesprek nodig?
  • 3. Wat houdt AVG in?
    Dat is de algemene verordening gegevensbescherming. In heel de europese unie geld dezelfde privacywetgeving. Ook wel bekend als de engelse naam: general data protection regulation.
  • Waar bestaat een goed lopend gesprek uit?

    A. Luisteren
    B. Samenvatten
    C. Doorvragen

  • Uit welke 6 stappen kun je een gesprek onderscheiden?

    A. Een goede voorbereiding op het gesprek is het halve werk.
    B. Een duidelijke, open vraag aan het begin van het gesprek brengt het gesprek op gang.
    C. Wees stil als de ander aan het woord is.
    D. Stel meer vragen zolang het voor jou nog niet duidelijk is.
    E. Vat af en toe samen om zo te checken of het voor jou duidelijk is.
    F. Vraag ook af en toe naar de reactie van de ander zo weet je of het inderdaad goed is wat je zegt.
  • 3. Wat doet u als u een vraag hebt gesteld en luistert?
    Belangstelling tonen, u laat iemand uitpraten en zijn verhaal doen en u kijkt de klant aan. Door af en toe kleine woorden zoals oké uit te spreken of te hummen en te knikken met uw hoofd.
  • Wat zijn de 6 tips bij het goed luisteren in een gesprek?

    A. Wees stil en rustig
    B. Heb een open houding
    C. Laat de klant uitpraten
    D. Jaag de klant niet op
    E. Kijk de klant aan.
    F. Knik of zeg soms hum, zodat de klant weet dat je naar hem of haar luistert.
  • Wat is er nog meer belangrijk in een gesprek?
    Tussendoor ook samen vatten in eigen woorden wat er tot nu toe is besproken. Vooral ook aan het einde. Zo weet jij of je de klant goed begrepen hebt en de klant weet hij/zij goed begrepen is.
  • 5. Wat is de reden dat u moet oppassen met de waarom vraag?
    Dit komt vaak kinderachtig of belerend over bij de ander. Ook kan het het namelijk als verwijtend of aanvallend kan worden opgevat en dat kan het gesprek verstoren.
  • Welke soorten vragen zijn er die je kan gebruiken met doorvragen?

    A. Open of gesloten vragen
    B. Stelvragen
    C. Kadervragen
    D. Focusvragen
    E. Suggestieve vragen
    F. Retorische vragen
  • Geef voorbeelden van de verschillende soorten vragen.

    A. Met open vragen nodig je de klant uit om zijn verhaal te doen open vragen beginnen de meeste tijd met wie, wat, waar, wanneer en hoe. Bij gesloten vragen kan de klant alleen maar met ja of nee antwoorden.
    B. Deze stelvraag begint met stel dat. De fantasie wordt opgewekt.
    C. Aan de hand van kadervragen kan je nog preciezere informatie krijgen. De mogelijke antwoorden zijn al in de vraag verwerkt.
    D. Met Focusvragen laat u de klant nadenken en inleven in een bepaalde situatie.
    E. Suggestieve vraag is een gesloten vraag. Bijvoorbeeld hebt u het warm?
    F. Op een retorische vraag verwacht u geen antwoord.je wilt vanavond zeker geen spruitjes.
  • 1.8 schriftelijke communicatie

  • 7. Noem 3 aandachtspunten van een rapport:

    A. Het doel van het rapport.
    B. Gebruik van vaktermen.
    C. Tutoyeren of niet?

  • Welke 2 soorten software gebruik je het meest om een advies te geven?

    A. Adviessoftware: deze is bedoeld om een adviesrapport te produceren.
    B. Berekeningssoftware: deze software wordt gebruikt om verschillende berekeningen mee te maken. Zoals premieberekeningen en hypotheken
  • 8. Welke rol speelt adviessoftware in het financieel adviesproces?
    Adviessoftware is bedoeld om een adviesrapport te produceren.
  • 9. Wat verstaat de wet op het financieel toezicht ( wft ) met integriteit?
    Wordt ermee bedoelt dat u uw advieswerkzaamheden adequaat en zorgvuldig uitoefent, met inachtneming van uw verantwoordelijkheden en de geldende regels.
  • Welke 3 onderdelen verstaat de wft onder integriteit?

    A. Persoonlijke integriteit van bestuurders/ondernemers en medewerkers.
    B. Organisatorische integriteit van het kantoor ( denkt u aan interne procedures en controles.
    C. Relationele integriteit, dit houdt in dat u als adviseur de klant voldoende dient te kennen en verplicht bent de Wwft na te leven.
  • Noem 3 regels wat integriteit betekent in de praktijk:

    A. U gaat zorgvuldig om met persoonlijke of gevoelige informatie.
    B. Als u een fout hebt gemaakt neemt u zelf contact op met de klant om de schade te beperken.
    C. U geeft aan wanneer er iets va u gevraagd of verwacht wordt dat naar uw oordeel niet integer zou zijn.
  • 10. Welke 4 fraude indicatoren kent u met betrekking tot bemiddeling in consumptief krediet?

    A. Klant levert in 1 keer een compleet dossier aan en dringt aan op spoed.
    B. Meermalen BKR getoetst in korte tijd.
    C. Op loonstrook staat dat er uitbetaald wordt per kas.
    D. Inkomen komt hoog over in combinatie met leeftijd/opleiding/beroep/werkervaring.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

9. Wat verstaan we onder diefstal en inbraak:

Inbraak: dit is het doormiddel van geweld verbreken van afsluiten om toegang te krijgen tot de woning.
diefstal: wederrechtelijk toe-eigenen van zaken die aan een ander toebehoren.
Wat is subrogatie?
Als het overeengekomen is tussen verzekeringnemer en verzekeraar, kan de verzekeringsmaatschappij binnen de grenzen van de verzekeringsovereenkomst of de verzekeringswet aan diegene die verantwoordelijk is voor de schade terugbetaling vragen van de uitgaven die door de verzekeringsmaatschappij werd gedaan.
23. Op welke manieren kun je de waarde van het verzekerde object bepalen:

A. Premier-risque: de verzekeraar vergoedt de schade tot de verzekerde som, ook al is de waarde van het verzekerde groter dan de verzekerde som.

B. De open polis: dit is zonder waardeafspraak vooraf. Dit is een polis waarin niet de waarde van het object wordt vermeld maar wel een verzekerde som.
C. Partijentaxatie: beide partijen spreken af dat de verzekerde som gelijk is aan de waarde van het te verzekeren object.
D. Deskundigentaxatie: voor de voortaxatie wordt een deskundige ingeschakeld. in het taxatierapport wordt de werkelijke waarde van het verzekerde object vastgelegd.
E. Rectificatiebepaling: dit heeft betrekking op het corrigeren van een schade-uitkering. Wanneer het verzekerd bedrag tot stand gekomen is op basis van vaste taxatie.
19. Wat is de juridische definitie van een sommenverzekering?
Een sommenverzekering is de verzekering waarbij het onverschillig is of en hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed.
18. Wat is de juridische definitie van een verzekering?
Verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot van premies jegens haar wederpartij, de verzekeringsnemer, verbindt tot het doen van een of meer uitkeringen.
16. Wat is een en bloc clausule?
Een en bloc clausule is een premieherzienings- of aanpassingsclausule. Op grond hiervan heeft de verzekeraar het recht om de premie en/of de voorwaarden van bepaalde groepen verzekeringen dus geldend voor alle in die groepen lopende polissen, te wijzigen.
13. Welke stappen worden er gezet voordat de verzekering tot stand komt?

A. De vraag van de klant om een aanvraag te doen van een verzekering.
B. Een voorlopige dekking tot het wel of niet accepteren van de aanvraag.
C. Acceptatie.
D. De overeenstemming van de verzekeraar en de verzekeringnemer om samen een contract, de verzekering, te willen aangaan.
E. De opmaak van de polis.
F. De financiële afwikkeling.
Wat is een pool?
Een pool is een samenwerkingsverband tussen verzekeringsmaatschappijen met als doel gezamenlijk risico's te spreiden en de schade te dragen.
11. Voor welke producten geldt het provisieverbod wel of niet?
wel:
A. Uitvaart verzekeringen
B. Bankspaarproducten
C. Levensverzekeringen
D. Deelnemingen in beleggingsfonds
E. Betalingsbeschermers
F. Hypotheken
G. Individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
H. Overlijdensrisicoverzekeringen.
niet:
1. Schadeverzekeringen
2. Consumptief krediet
Welke 3 bemiddelaars zijn er volgens de wft?

A. Een verbonden bemiddelaar: heeft zelf geen vergunning en werkt onder de vergunning van de aanbieder.
B. Een gebonden bemiddelaar: deze bemiddelaar heeft een eigen vergunning en is een zelfstandig bedrijf. Alleen heeft wel afdwingbare contractuele verplichtingen ten opzichte van een aanbieder.
C. Een ongebonden bemiddelaar: 2 verschillende ongebonden bemiddelaars. 1: die op basis van objectieve analyse werkt. Deze bemiddelaar vergelijkt alle producten op de gehele markt.
2: de ander werkt op basis van selectieve analyse. Deze bemiddelaar vergelijkt de producten van een beperkt aantal aanbieders.