Summary Wie is de homo sapiens?

-
473 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Wie is de homo sapiens?". The author(s) of the book is/are Carolyn Declerck. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Wie is de homo sapiens?

  • 1 Het gedrag van de homo sapiens

  • Wat is psychologie?

    De studie van het gedrag en de factoren die dat gedrag beïnvloeden (= omgevingsfactoren & 'psyche':neurale activiteit)

  • Wat zijn de 3 belangrijkste eigenschappen vd homo sapiens?

    Sociaal, intelligent & ecologische voetafdruk

  • Gedrag is sowiezo observeerbaar, maar de drijfveer voor dat gedrag niet. Wat zijn de 2 hoofdoorzaken die het gedrag bepalen?

    1. een drijfveer: 'waarom doe ik iets' 

    2. contextuele invloeden/voorkeuren: 'wanneer doe ik iets'

  • Het observeerbaar gedrag is is het gevolg van de combinatie van de gebeurtenissen id omgeving & de psychische processen die hierdoor worden veroorzaakt ih lichaam.

  • Geef een paar verschillende gezichten vd homo sapiens

    - homo ludens: spelend karakter met dieren & belang aan cultuur

    - homo economicus: strategische berekende mens & eigenbelang heerst

    - homo sociologicus / homo universalis: normbesef, sociale behoeften & efficiëntie

  • Stephen Pinker: 'a social beast occupying a cognitive niche'. Een studie van het gedrag hangt samen met de:

    1. ecologie vd soort (niche)

    2. evolutionaire geschiedenis van dat soort

    3. studie vd hersenen

  • 1.1 Een beetje geschiedenis

  • Filosofische vragen = bron van gedragswetenschappen. Geef een paar vbn

    Wie zijn we en vanwaar komen we? Zijn we goed of slecht? Waar komen onze gedachten vandaan?

  • 1.1.1 De aard vd mens

  • Wat bedoelt Adam Smith met 'mensen dienen de gemeenschap door gewoon hun eigen belang na te streven' ?

    Hebzucht = feit. We eten geen brood omdat de bakker brood wil bakken, maar omdat hij het wil verkopen om zo geld te verdienen. Mensen handelen uit eigenbelang.

  • Wat betekent rationele keuzetheorie?

    Onze handelingen = gevolg van rationele afweging van alternatieven & we kiezen voor de keuze met het maximale nut.

  • Wat is utilitarisme?

    Ethische stroming waarbij deugdelijkheid & welzijn worden afgemeten door rationaliteit & algemeen nut.

  • Waarom zouden onze informatieverwerkingssystemen geen rationele beslissingen kunnen maken?

    * vaak bevooroordeeld

    * emoties spelen mee

    * mensen waarderen hun naasten

    * mensen zijn altruïstisch (=onbaatzuchtig)

  • Darwin (The descent of man) : morele normen verschillen overal maar heeft veel weg van een instinct -> maakt samen leven mogelijk.

  • Rousseau: mens zachtaardig geboren en kan pas later slecht worden door rijk, arm, macht, ...

  • 1.1.2 Empirisme vs rationalisme

  • Wat is het verschil tussen rationalisme & empirisme?

    Rationalisme = voorstander van denken & logica (theorievorming)

    Empirisme = enkel kennis opdoen door ervaring en observatie (data verzamelen)

  • Geef het verband tussen Descartes & rationalisme

    • rede en reflectie = belangrijk
    • zintuigen foppen ons
    • alleen eigen denken staat vast: ik denk dus ik ben
    • lichaam en hersenen werken mechanistich
    • hersenen staan in voor logisch redeneren dmv prikkels
  • Geef het verband tussen Locke & empirisme

    • mensen geboren als tabula rasa / schone lei
    • kennis ontstaat door observaties & ervaring
  • Wat was de bevinding van Immanuel Kant ivm empirisme <-> rationalisme?

    Kennis begint met observaties maar vloeit er niet uit voort. We integreren ervaring met voorkennis -> realiteit

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een algoritme? Waarom gebruiken we heuristieken?
= serie bedenkingen (als..dan..) die keer op keer worden uitgevoerd

voortdurend herhaald totdat hersenen beslissen dat antwoord voldoende accuraat is

-> alle mogelijke P's beschouwen, en zien of er voor elke P een Q is en voor elke niet Q geen P !

! werkgeheugen = te beperkt om algoritme menigmaal na elkaar uit te voeren

=> toepassen van heuristieken:

algoritmes: strategische manier van denken = gereglementeerd infoverwerkingsysteem

heuristieken: heuristisch quasi-automatisch infoverwerkingsysteem
Historisch overzicht van i-testen: Spearman. Licht toe
Intelligentie = g-factor (general abilities) & s-factor (specific abilities)

g-factor overkoepelt alle andere factoren: 1 factor die prestaties op alle vlakken van intelligentie beinvloedt

1) functionele beeldstudies bevestigen deels het bestaan v/e algemene factor voor intelligentie
-> in frontaalkwabben van hersenen (bij werkgeheugen)
-> hoge werkgeheugencapaciteit correleert sterk met bijna alle metingen van intelligentie

2) perceptuele reactietijd (hoe vlug je stimuli herkent bij uitvoeren mentaal gerichte opdrachten)
-> snelle reactietijd = hoge g

1) en 2) = mogelijke basis voor g

hoge g-score = capaciteit om snel in te spelen op veranderingen in uitdagende werksituaties (voorspeller schoolresultaten & succes)

hoe complexere taak = hoe groter nood aan redeneervermogen = hoe belangrijker g !

vaardigheden van oerouders = weinig door g beinvloed: geen complexe problemen
-> g = geen adaptatie; niet noodzakelijk product van natuurlijke MAAR samenhang van vermogens die id huidige school- en werkomgevingen voordeel bieden
Moraal vormt geen eenheid, maar mens beschikt over meerdere moralen. Natuurlijke selectie vormde hiervoor 5 morele systemen: (HEGRS + B)
A. HECHTINGSMORAAL = stuurt relaties met anderen -> verbonden dmv                                             empathie & imitatie

B. GEWELDSMORAAL = tov h.moraal: vroeger in levensgevaarlijke situaties                                        geleefd -> geweld verdrijft angst voor vijanden

C. REINIGINGSMORAAL = goed & kwaad -> reinheid & besmetting

D. SAMENWERKINGSMORAAL = handel & verenigingen in gemeenschap

= instinctieve moralen: verplichten ons dingen te doen die oké zijn

E. BEGINSELMORAAL = oplossing voor nadelen waar andere moralen mee kampen -> rechtvaardigt gedrag obv morele beginselen (vrijheid, waarheid, gelijkheid)

= cognitief element / rationeel : bepaald gedrag wel of niet aanvaardbaar verklaren
Conditionering kan tot appetitief/aversief gedrag zorgen. Licht toe met vb: hond van Pavlov
* appetitief gedrag: speeksel = toenadering: klaar voor beloning
  • bv; reclame: vrouw (OS) -> aantrekking (OR)
  • merk (CS) -> aantrekking merk (CR)

* aversief gedrag: behoedt zich voor straf/negatief gevolg
  • bv; man over brug: griezelverhalen (OS) -> angst (OR)
  • brug (CS) -> angst (CR)
Wanneer komen vertekende zelfbeschrijvingen voor?
Als proefpersonen vragen invullen met sociaal wenselijke antwoorden ipv zeggen wat ze echt denken/voelen
Vb experimenteel onderzoek: Baumeister: hypothese1: sociale uitsluiting zorgt voor slechte gevolgen voor intelligentie want behoefte aan sociaal contact; of hypothese 2. uitsluiting heeft geen negatief effect. Hoe is dit onderzoek tewerk gegaan?
onhankelijke variabele = uitgesloten zijn
afhankelijke variabele = invloed op intelligentie

-> proefpersonen willekeurig in controle- & experimentele groepen ingedeeld
-> aan experimentele groep: 'later eenzaam zijn'; aan controlegroep: 'later omringd'

(controlegroep: later ongeluk gaan hebben)

Besluit: score in groep met uitsluiting LAGER < score in groep zonder uitsluiting --> hypothese 1 bevestigd.
Hoe zijn cultuur & persoonlijkheid met elkaar verbonden volgens Zimbardo?
CULTUUR = die aspecten vd samenleving door alle leden gedeeld & ermee vertrouwd; doorgegeven aan de volgende generatie

PERSOONLIJKHEID = unieke combinaties van trekken waarmee individuen zich onderscheiden
Alle pers.theorieen & het begrip persoonlijkheid = ontwikkeld in westerse cultuur -> individualistisch getint & gericht op individ. verschillen dan gelijkenissen. Volgens Triandis ligt het grote verschil tss culturen in de dimensie individualisme - collectivisme
collectivistische culturen: nadruk op belang familie & sociale groep -> invloed op ontwikkeling gedragspatronen & persoonlijkheid

individualistische culturen: zelfconcept centraal

boedhisme: niet streven nr zelfactualisatie maar naar dissociatie tss bewustzijn & sensaties en herinneringen
Wat is het persoon-situatie debat?
discussie over invloed van omgevingskenmerken vs persoonlijkheidskenmerken op gedrag

Mishel en Soda: kennis over situatie = even belangrijk als kennis over persoonlijkheid

gedrag = uitkomst van interactie tss situatie, pers. interpretatie vd situatie & persoonlijkheid

~ persoonlijkheid = meeste invloed op gedrag bij zwakke/ ambigue situatie

~ persoonlijkheid = minste invloed op gedrag bij eenduidige / sterk bepalende met sterke gedragsaanwijzigingen - situatie
Persoonlijkheid voorspelt algemene disposities, geen specifieke responsies:
de correlatiecoeff. gemeten tss persoonlijkheid met vragenlijsten & gedragsmatige testen anderzijds = lager dan verwacht

bv: we weten dat intelligente mensen goed scoren op examens, maar we weten niet hun precieze antwoord op elke vraag