Summary wonen

-
123 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - wonen

  • 1 wonen

  • Industrialisatie
    in de negentiende eeuw verhuisde veel mensen naar de stad opzoek naar werk
  • woningwet
    in deze wet staan regels voor het bouwen van woningen
  • woningaanbod
    als je een huis wilt kopen
  • schets
    een grove tekening van iets
  • plattegrond
    dat is een nauwkeurige tekening
  • tekening op schaal
    de schaal geeft aan hoeveel keer kleiner de tekening is dan de werkelijkheid
  • huishouden
    een groep mensen die met elkaar samenwoont
  • opruimen en schoonmaken
    dan moet je regelmatig doen in de kamers van je huis
  • allesreiniger
    een schoonmaakmiddel dat geschikt is voor vrijwel alle plekken in huis
  • symbolen

    waarschuwen je voor gevaren die horen bij het schoonmaakmiddel
  • explosief
    explosief
  • licht ontvlambaar
    licht ontvlambaar
  • giftig
    giftig
  • irriterend
    irriterend
  • bijtend
    bijtend
  • milieu
    een natuurlijk of biologisch afbreekbaar schoonmaakmiddel is beter voor het milieu
  • binnenklimaat
    wordt bepaald door alle stoffen en organismen die in de lucht aanwezig zijn en door factoren als de temperatuur en de luchtvochtigheid
  • allergisch
    betekent dat je overgevoelig bent voor bepaalde stoffen
  • ventileren
    veel probleem in het binnenklimaat kun je dan voorkomen
  • ongedierte
    ongewenste huisdieren
  • huisstofmijt
    een kleine spinachtige
  • anti allergeen
    betekent dat het je helpt als je overgevoelig bent voor huisstofmijt
  • kakkerlakken
    zijn grote insecten
  • muizen en ratten
    zijn alleseters
  • vlooien
    zijn insecten
  • nutsvoorzieningen
    • gas
    • water
    • elecktriciteit
  • meterkast
    daar komen de kabels en leidingen het huis binnen
  • verbruiksmeter
    dit is een meetinstrument dat met hoeveel elektriciteit, water en gas in de woning wordt verbruikt
  • kilowattuurmeter
    meet het elektriciteitverbruik
  • watermeter
    het waterverbruik
  • gasmeter
    het gasverbruik
  • hoofdkraan of hoofdschakelaar
    tussen de hoofdleiding die de meterkast inkomt en het meetinstrument zit een hoofdkraan of hoofdschakelaar hiermee kun je de voorziening in een keer afsluiten
  • hoofdafvoer
    via de hoofdafvoer komt het afvalwater in het riool terecht
  • elektrische stroom
    elektriciteit kan alleen maar stromen in een gesloten stroomkring
  • stroomkring
    dit bestaat uit:
    • een spanningsbron ( batterij )
    • snoertje
    • schakelaar
    • een lampje
  • stroomkring 2
    andere stroomkring
  • geleiders
    alle metalen zijn geleiders, maar het ene metaal is een betere geleider dan het andere metaal
  • isolatoren
    dat zijn stoffen die een elektrische stroom niet of slecht doorlaten
  • kortsluiting
    dan loopt de elektrische stroom door een verkeerde weg
  • overbelasting
    dan staan er te veel elektrische apparaten tegelijk aan
  • groepenkast
    daar splitst de leiding zich in enkele groepen
  • zekering
    dat kan bij een te grote belasting doorslaan alle apparaten van de groep vallen dan direct uit
  • smeltveiligheid
    in deze zekering zit dunne smeltdraad
  • automatische zekeringen
    zo'n zekering lijkt op een schakelaar, zodra de hoeveelheid stroom te groot wordt, schakelt de zekering uit
  • aardlekschakelaar
    dat haalt de stroom van alle grepen af
  • schok
    dat krijg je als je rechtstreeks in contact komt met elektriciteit
  • erkend vakman
    die mag alleen het elektriciteit aanleggen
  • keurmerk
    daaraan kunt je zien of een apparaat veilig is
  • eenheidsprijs
    hoeveel je moet betalen bepaalt hoeveel je hebt verbruikt het heeft ook te maken met de prijs die je moet betalen per verbruikte eenheid een ander woord voor deze prijs is eenheidsprijs
  • zuinige apparaten
    verspillen zo min mogelijk energie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

klussen
doe het zelven je maakt iets zelf
deugdelijk product
dat het product moet voldoen aan de eisen
ruiltermijn
op een kassabon staat vaak hoelang je nog hebt om te ruilen
kassabon
bewijs dat je meteen betaald hebt er staat ook op wat je hebt gekocht
bestelbon
bewijs dat je het eens bent met de verkoper
koopovereenkomst
als je het eens bent met de verkoper
consument
iemand die iets koopt
kleedgeld
geld dat je per maand krijgt voor kleding
begroten
je kunt uitrekenen hoelang het duurt voordat je de benodige bedrag bij elkaar hebt
begroting
je maakt een overzicht van inkomsten en uitgaven