Summary zelf

-
346 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "zelf". The author(s) of the book is/are x. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - zelf

  • 1 hoofdstuk 1 woordjes

  • in/im
    in / in de
  • Flugzeug
    vliegtuig
  • Entschuldigung
    pardon, excuseer
  • Sie
    U
  • wir
    wij/we
  • der Platz
    de plaats (plein)
  • und
    en
  • ja
    ja
  • ein (m) / eine (v)
    een
  • einem / einen
    een
  • bitte
    alstublieft
  • guten Tag / Morgen
    goededag/morgen
  • gute Nacht
    goedenacht
  • guten Abend
    goedenavond
  • (wir) sind
    (wij) zijn
  • mein / meine
    mijn / mijn
  • der Name
    de naam
  • leider
    helaas
  • nicht
    niet
  • ich
    ik
  • (ich) bin
    (ik) ben
  • fliegen / fliege
    vliegen / vlieg
  • nach (+3 NV)
    naar
  • auch
    ook
  • aber
    maar
  • aus
    uit
  • (ich) war / (wir) waren
    ik was / wij waren
  • Mai
    mei
  • der, die, das, den, dem
    de, het
  • die Stadt
    de stad
  • sehr (schön)
    zeer/heel mooi
  • schön
    mooi / knap
  • für
    voor
  • die Firma
    de firma, het bedrijf
  • was ?
    wat ?
  • machen / mache
    maken, doen / maak, doe
  • arbeiten / arbeite
    werken / werk
  • bei
    bij
  • die Frau
    mevrouw / vrouw
  • wo ?
    waar ?
  • das Reisebüro
    het reisburo
  • jetzt
    nu
  • besser
    beter
  • drei
    3 / drie
  • das Jahr/ die Jahren
    het jaar / de jaren
  • jährlich
    jaarlijks/ elk jaar
  • wie ?
    hoe ?
  • Ihr, Ihre, Ihrem, Ihren
    u / uw
  • gut
    goed
  • langweilig
    saai / vervelend
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

hoe wordt de -I- uitgesproken in het Duits?
De -I-wordt uitgesproken als 'ie'
Hoe spreek je de -U- uit in het Duits?
De U wordt uitgesproken als -oe-: gut :goet / juni : joenie. / und : oent
Hoe spreek je de -Z- uit in het Duits?
De Z wordt uitgesproken als 'ts' zwei zeg 'tswai' / platz :plats / dezember :deetsember
Hoe spreek je de -W- uit in Duitse woorden?
Hetzelfde als in het Nederlands, wie , wo, was
Hoe spreek je de -v- uit in duitse woorden?
Als de F: viel zeg 'fiel' / vier zeg 'fier'
Hoe spreek je de -s- uit in het Duits?
Als de -z- : sie - zeg 'zie' / sind zeg 'zient' / september seg 'zeptember'
Hoe spreek je de -j- uit in het Duits
Hetzelfde als in het Nederlands:juni, jawohl
hoe spreek je -au- uit in het Duits?
Hetzelfde als in het Nederlands; Haus, Frau, auch
Hoe spreek je -ie- uit in duitse woorden
Hetzelfde als in het Nederlands, sie, vier, wie
Hoe spreek je -ei- uit in duitse woorden?
Als ai bijv klein- zeg klain. Drei- zeg drai nein- zeg nain