Summary Zes psychologische stromingen en een client

-
ISBN-10 9024402468 ISBN-13 9789024402465
790 Flashcards & Notes
58 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Zes psychologische stromingen en een client
  • Alie Weerman
  • 9789024402465 or 9024402468

Summary - Zes psychologische stromingen en een client

  • 1 Verschillende visies op dezelfde problematiek

  • Wat is overdracht?
    Het herhalen van vroegere gedragspatronen en problemen bij personen die daar niets mee te maken hebben.
  • Welke benaderingen zijn er?
    • De psychodynamische
    • De cliëntgerichte
    • De cognitief-gedragstherapeutische
    • De systeemtheoretische
    • De lichaamsgerichte
    • De oplossingsgerichte
  • Taart van Lambert:
    40 % veranderingen in factoren buiten de therapie > therapeut geen invloed
    30% Algemene therapiefactoren > wat alle therapieën gemeen hebben
    15% Placebo-effecten > Je denkt dat de therapie werkt (zit tussen de oren)
    15% specifieke technieken
  • Taart van Narcross
    45% Onverklaarbaar
    25% Patiënt > iemand praat beter over zijn gevoel dan de ander
    10% therapeutische relatie > Hangt af van de band tussen cliënt-therapeut
    8% Behandelmethode
    7% Kenmerken psychotherapeut > hoe de therapeut zich naar de cliënt opstelt
    5% interactie tussen therapiefactoren 
  • 1.1 theorie van Freud

  • wat is een conversiestoornis?

    patiënten die bijvoorbeeld doof zijn zonder dat daar een lichamelijke verklaring voor is. de patiënten blokkeren zichzelf om onbegrijpelijke redenen.

  • Vier modellen:

    • Het driftmodel,  legt het accent op verdrongen problemen uit de kindertijd die terug te voeren zijn op seksuele en agressieve driften.
    • Het objectrelatiemodel, de eerste relaties in de vroege kindertijd en op de manier waarop deze relaties een deel van onszelf zijn geworden.
    • Het zelfpsychologisch, waarbij de aandacht uitgaat naar tekorten uit de kindertijd. (leiden tot een zwakke identiteit)
    • Het interactioneel model, problematische conflicten tussen mensen.
  • Het driftmodel

    Mensen worden voortgedreven door seksuele en agressieve driften.

    • Seksuele driften (libido), een positieve drift die is gericht op het genieten. Als ons dat niet lukt ervaren we spanning.
    • Agressieve drift, een destructieve (iets kapot maken) drift die is gericht op de dood. Iedereen wordt voortgedreven door zowel een levens- als een doodsdrift.

    Driften zijn blinde, aangeboren, biologische krachten. Daarom worden ze het 'es' genoemd.

    Als we onze behoeften te vaak verwaarlozen raken we gefrustreerd, ziek of gestoord.

    id(es): de driften (b.v. lust, voeding, seksualiteit)

    super ego: geweten, ideaalbeeld

    ego 'het ik': moet ontwikkeld worden door het kind --> compromis tussen id en super-ego.

    zwak ego: mensen die niet de baas zijn over zijn id of super-ego.

     

  • Ontwikkelingsfase es, ego, super-ego

    • Orale fase (babytijd): bevrediging van de driften gericht op het ontvangen via de mond. Als je als baby te weinig hebt ontvangen zoek je later die bevrediging en kalmte die je in je babytijd nooit hebt gehad.
    • Anale fase (peutertijd): in deze fase krijgt het kind zijn eigen wil en leert zijn ontlasting onder controle houden. Het ego ontwikkelt zich doordat het kind evenwicht moet zoeken tussen wat hij wil en wat de ouders willen.
    • Fallische fase (kleutertijd): het geslachtsverschil staat centraal. Kinderen kunnen in deze fase ook jaloers worden op de band die hun ouders hebben en proberen er dan tussen te 'wurmen'.
    • Latentiefase (schoolleeftijd): in deze fase is wat meer rust waardoor het kind zich kan richten op de buitenwereld en leeftijdsgenoten.
    • Genitale fase (puberteit): driften en conflicten worden onder invloed van hormonen weer actief. Als alles goed gaat rijpt iemand dan uit tot een volwassen persoon die volwassen relaties aan kan gaan.

     

  • wat is een zwak ego?

    mensen die niet de baas zijn over zijn id(es) of super-ego

  • 1.2 Verschillende visies gedemonstreed

  • Biologische benadering
    Wordt gezocht naar de rol die biologische processen uitvoeren op de psychische klacht
  • Wat is het biopsychosociaal model?
    Hierbij kijkt men naar een probleem vanuit de interactie tussen biologische, psychische en sociale aspecten. Welk gewicht hebben de verschillende factoren bij de manier waarop een stoornis zich ontwikkelt?
  • Wat voor doel heeft systeemtherapie ?
    biedt hulp bij omgaan of inzetten van het sociale systeem
  • Placebo-effecten
    Je denkt dat de therapie werkt, dus gaat beter (zit tussen je oren)
  • Wat voor doel heeft oplossingsgerichte therapie?
    Coachen in uitbreiden van dingen die goed gaan.
  • Wat biedt de humanistische psychologie?
    Empathie, onvoorwaardelijke acceptatie, echt contact
  • Wat is een biologische benadering?
    Wordt gezocht naar de rol die biologische processen uitvoeren op de psychische klacht
  • Wat doet een cognitieve gedragstherapeut?
    Helpt bij het aanpakken van negatieve denkschema's en gedragspatronen. Leert nieuw gedrag aan.
  • Wat zijn het placebo-effecten?
    Je denkt dat de therapie werkt, dus gaat beter (zit tussen je oren)
  • Psychodynamische therapieën
    onbewuste of onhanteerbare gevoelens uit verleden worden opgespoord
  • Doel systeemtherapie 
    biedt hulp bij omgaan of inzetten van het sociale systeem
  • Doel oplossingsgerichte therapie
    Coachen in uitbreiden van dingen die goed gaan.
  • Wat zijn psychodynamische therapieën?
    onbewuste of onhanteerbare gevoelens uit verleden worden opgespoord
  • Wat is een ontwikkelingscomponent?
    het gaat in op de manier waarop iemand zich in de loop van zijn leven heeft ontwikkelt. Hierbij is sprake va een samenspel van biologische rijping, omgevingsinvloeden en iemand innerlijk. Een mens moet begrepen worden vanuit zijn levensloop, zijn geschiedenis.
  • Wat is een neurobiologische component?
    verwijst naar onze genetische aanleg die zich in wisselwerking met de omgeving ontvouwt.
  • Wat is een affectieve component?
    het wordt gevormd door onze gevoelens en emoties en de manier waarop we hiermee om hebben leren gaan. Het gaat hierbij ook om de vraag hoe goed je je gevoelens kent en of je erover kunt praten en in hoeverre je heftige emoties kunt reguleren.
  • Wat is een cognitieve component?
    Bestaat uit denkprocessen en alles wat daarmee samenhangt, zoals het functioneren van ons geheugen, waarneming en aandacht. Het gaat hierbij om zowel de inhoud van de cognitieve processen als de manier waarop deze verlopen. Veel cognitieve processen verlopen onbewust.
  • Wat is een gedragscomponent?
    het heeft te maken met de manier waarop we ons gedragen en hoe we dat geleerd hebben.
  • Wat is een interpersoonlijke component?
    verwijst naar de manier waarop we omgaan met anderen, met relaties en met scheidingen. Dit heeft onder andere te maken met de eerste relaties in ons leven en de vraag in hoeverre we ons toen veilig hebben gevoeld en voldoende aandacht hebben gehad.
  • Wat is een systemische component?
    verwijst naar de sociale systemen waarin we leven of waarin we zijn opgegroeid, zoals het gezin, de familie en het sociale netwerk.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Zes psychologische stromingen en een client
  • alie weerman
  • or
  • 1st

Summary - Zes psychologische stromingen en een client

  • 1 psychodynamische benaderingen

  • welke 2 technieken gebruikt Freud:
    Hypnose en vrije associatie
  • welke 2 driften omschrijft Freud
    levensdrift en doodsdrift
  • wat zijn de uitgaanspunten van Freud
    onderbewuste bewust maken en niets gebeurt voor niets
  • wat is je ES
    dit zijn je driften 
  • wat is je ego
    dit is je belans tussen je driften en je geweten
  • wat is je superego
    je geweten, je waarden en normen
  • wanneer ontstaan er neurosen en fobieën:
    Als het superego het ego gaat overheersen
  • welke 5 ontwikkelingsfase omschrijft freud
    1. orale fase
    2. anale fase
    3. Fallische fase
    4. Latentie fase
    5. genitale fase
  • Bij welke fase behoort dwangmatige gedrag
    Bij de anale fase. Tijdens de peuterpuberteit.
  • wat is het oedipuscomplex?
    jongens willen met hun moeder trouwen en gaan hun vader haten. later als ze zien dat dit niet werkt gaan ze hun vader imiteren om zo hun moeder te winnen.
  • wat is penisnijd?
    meisje willen de vrijheid van de vader. Als dit niet lukt gaan ze hun moeder imiteren om het voor elkaar te krijgen
  • wat is reactieformatie?
    ongewenste informatie of ervaringen worden omgedraaid alsof het prettige informatie is
  • wat is isolering?
    angsten worden niet toegelaten. Je gaat een bepaalde tijd en plaats vaststellen
  • Wat is verdringing?
    angsten worden onderdrukt en zijn alleen nog maar in ons onderbewuste aanwezig
  • Wat is intellectualisering?
    Door het omschrijven van angsten blijven ze op afstand
  • Wat is projectie?
    ongewenste gevoelens van jezelf draag je over op een ander
  • Wat is sublimatie?
    de energie van ongewenste driften omzetten in een positieve actie.
  • Wat is verplaatsing?
    emoties die veroorzaakt worden door een onaantastbare persoon worden afgereageerd op een andere persoon of situatie.
  • Wat is splitsing?
    iets of iemand is helemaal goed of helemaal slecht.
  • Wat is Rationalisering?
    slecht gedrag ompraten tot goed gedrag
  • Wat is Regressie?
    terugvallen in een behoefte van de vorige fase.
  • Wat is Fixatie?
    geobserdeerd blijven wat er gebeurt is in de vorige fase
  • wat is het verschil tussen overdrachten tegen overdracht?
    overdracht roept de therapeut bij de cliënt iets op.
    tegen overdracht dan roept de cliënt iets bij de therapeut op
  • wat is de houding van de therapeut:
    Je bent een neutraal projectiescherm en houd afstand.
    Je zoekt naar verbanden en verklaringen.
    De therapie is erg tijdrovend
  • waaraan besteed het object-relatie model aandacht?
    Hoe is je beeld gevormd van belangrijke anderen 
  • Wanneer is de theorie van het object-relatie model ontstaan
    naar de hechtingsonderzoeken bij baby
  • wat benadrukken mahler en Klein
    het ontwikkelen van een eigen ik ervaringen
  • wat is scheidingsangst?
    leren dat mama er niet altijd is. Maar wel weer terug komt
  • Wat benadrukt Winnicott?
    Door de perfecte mama krijgen angstgevoelens een plaats
  • Wat benadrukken Kohut en stern
    een sterke zelf kom door goede spiegelende relatie van de primaire verzorgers
  • Carl Gustav Jung omschreef het collectieve onderbewuste wat is dit:
    Dit houdt in dat mensen een onbewust idee hebben van bepaalde archetypen
  • welke archetypen kennen we:
    Moeder, dood en kracht
  • Waar zorgen de archetypen voor:
    Voor een schaduwpersoonlijkheid
  • wat is de schaduwpersoonlijkheid:
    deze treedt op in de middelbare schoolleeftijd en zal enige tegenstrijdige persoonskenmerken die in het onderbewust leven beleven.
  • Waar is de narratieve benadering opgericht:
    een acceptabel levensverhaal creëren voor de cliënt
  • Welke ontwikkelingsfase heeft erikson?
    baby - basisvertrouwen
    peuter- zelfcontrole
    kleuter- doelgericht
    schoolleeftijd- leergierigheid
    puber- bewuste keuzes maken
    jong volwassenheid- liefde volle relaties
    volwassenheid- zorg
    ouderen- wijsheid
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.