Summary Zorgpad GGZ

-
117 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Zorgpad GGZ

  • 3 Psychofarmacologie

  • Wat is het farmacotherapeutisch Kompas?
    Het Farmacotherapeutisch Kompas is een belangrijke bron met informatie over geregistreerde medicijnen in Nederland.

  • Veel gebruikte medicatie in de psychiatrie, de terminologie
    Begrip: Allergische reactie
    Uitleg : Een allergische reactie is een overmatige reactie van het immuunsysteem tegen stoffen die van nature niet in het (menselijk) lichaam voorkomen. Begrip: Agonist
    Uitleg: Een signaalmolecuul dat bij binding aan een receptor een biologisch proces activeert. Begrip: Antagonist
    Uitleg: Een signaalmolecuul dat bij binding aan een receptor een biologisch proces verhindert. Begrip: Appliceren: Uitleg: Aanbrengen. Begrip: Bijwerking
    Uitleg: Ongewenste reactie van het lichaam op een geneesmiddel. Begrip: Bloedspiegel
    Uitleg: De maat voor de concentratie van een bepaalde stof (medicijn) in het bloed. Begrip: Comorbiditeit
    Uitleg: Het Tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een zorgvrager. Dit gebeurt over het algemeen met het gelijktijdig hebben van lichamelijke, geestelijke en vaak daaropvolgende sociale problemen bij een persoon. Begrip: contra-indicatie
    Uitleg: Reden of omstandigheid om een geneesmiddel of behandeling niet te starten.
    Begrip: Farmacokinetiek
    Uitleg: Alles wat te maken heeft met de werking van een geneesmiddel in het lichaam, zoals absorptie, verdeling en uitscheiding.
    Begrip: Gewenning.

    Uitleg: Een steeds grotere hoeveelheid van bepaalde stoffen nodig hebben om het gewenste effect te bereiken.
    Begrip: Halfwaardetijd
    Uitleg: Tijd waarin de concentratie van een lichaamsvreemde stof in een lichaam tot de helft van de oorspronkelijke waarde afneemt. ( Heeft met de stofwisseling en met stapeling te maken).
  • Wat is de letterlijke vertaling van neurotransmitters?
    Zenuw -overbrengers.
  • welke neurotransmitters hebben een belangrijke rol bij het ontstaan van psychische klachten of psychiatrische ziekten?
    Serotonine, noradrenaline en dopamine.
  • Neurotransmitters (letterlijk zenuw-overbrengers) reguleren onder andere onze stemmingen, emoties, eetlust, slaap en onze reactie op pijn. Neurotransmitters worden door de ene zenuw doorgegeven aan de volgende tegenoverliggende zenuw. Tussen deze twee zenuwen zit een kleine ruimte, een spleet die de synaps genoemd wordt. Deze ruimte is belangrijk. Wanneer alle zenuwen aan elkaar vast zouden zitten, zouden er namelijk voortdurend signalen worden afgegeven zonder dat deze zouden worden afgeremd. Om een signaal over te brengen moet een zenuw eerst een neurotransmitter afscheiden, die via die synapsspleet naar de andere zenuw beweegt.
  • Bij de beschrijving van psychofarmaca wordt doorgaans de volgende indeling toegepast:
    • hypnotica (middelen bij slaapstoornissen en slapeloosheid), anxiolytica (angstdempende middelen), sedativa (kalmerende middelen)
    • antipsychotica
    • stemmingsstabilisatoren
    • antidepressiva
    • psychostimulantia, zoals ADHD-medicatie
    Daarbuiten zijn ook nog twee groepen te onderscheiden die de werking van de hersenen beïnvloeden:
    • middelen die ingezet worden bij de behandeling van afhankelijkheid
    • pijnstillers
  • Waar wordt hypnotica voor ingezet?
    Middelen tegen slaapstoornissen.
  • Waar wordt Anxiolytica voor ingezet?
    Middelen tegen angststoornissen.
  • Waar wordt sedativa voor ingezet?
    Dit zijn kalmerende middelen.
  • Hoe werken Anxiolytica?
    Anxiolytica werken kalmerend doordat de werking van het centrale zenuwstelsel gedempt wordt. Ze helpen daardoor soms ook als slaapmiddel. Ze worden ook wel tranquillizers genoemd. Anxiolytica behoren tot de groep van benzodiazepinen. De effecten van benzodiazepinen worden veroorzaakt doordat de benzo's de zogenaamde GABA-A-receptoren beinvloeden. GABA is een neurotransmitter die overal in de hersenen voorkomt en de activiteit van andere neuronen remt. Deze remming wordt door benzo's extra gestimuleerd.
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de werking van benzo's?
    De belangrijkste kenmerken van de werking van benzo’s zijn:
    • sederend oftewel kalmerend
    • hypnotisch oftewel slaapbevorderend
    • anxiolytisch oftewel angstverminderend
    • spierverslappend
    • anticonvulsief oftewel werkend tegen epileptische aanvallen
  • Wat zijn de indicaties waar benzo's voor worden voorgeschreven?
    Benzo’s worden vaak voorgeschreven aan zorgvragers die met angst of spanning reageren op ingrijpende gebeurtenissen. Een zorgvrager zal hier veel baat bij hebben, wanneer hij bijvoorbeeld als gevolg van een traumatische gebeurtenis slaapproblemen heeft gekregen of allerlei lichamelijke klachten heeft ontwikkeld door spanning.
    Wanneer angst langer aanhoudt dan de tijd die nodig is voor aanpassing aan de angstuitlokkende gebeurtenis of situatie, of als de angst zo intens is dat het normale functioneren wordt belemmerd zonder dat de eventuele aanleiding dit rechtvaardigt, kan men spreken van een angststoornis. In dit geval kan (tijdelijk) angstmedicatie ingezet worden, ook wanneer dergelijke angsten de slaap ernstig belemmeren.
  • Andere indicaties waarvoor benzodiazepinen worden voorgeschreven
    • slaapstoornis: veroorzaakt door angst en stress en enkel wanneer de slaapstoornis het functioneren overdag ernstig belemmert;
    • depressie: voor aanvulling bij de behandeling met antidepressiva in de eerste weken, omdat de antidepressieve werking dan nog niet merkbaar is.
  • Wat betekent Katatonie?
    verstarring als gevolg van ontregeling van het motorisch systeem. Katatonie kan voorkomen bij psychiatrische stoornissen en het gebruik van antipsychotica
  • Wat zijn spierspasmen?
    Onwillekeurige samenstrekkingen van de spieren.
  • Wanneer worden benzodiazepinen nog meer (kortdurend) voorgeschreven?
    benzodiazepinen worden soms voorgeschreven bij ontwenningsverschijnselen van alcohol, ter voorkoming van onthoudingsinsulten. In dit geval worden de middelen maar voor een korte duur (zes tot tien dagen) ingezet in verband met het gevaar van het ontwikkelen van nieuwe afhankelijkheden.
  • Hoe worden angststoornissen aangepakt?
    Voor de aanpak van angststoornissen zijn er wat werkzaamheid betreft geen grote verschillen gebleken tussen de niet-medicamenteuze en de medicamenteuze behandeling (of de combinatie van beide). Daarom is de voorkeur van de zorgvrager doorslaggevend. Verder spelen een eventueel aanwezige depressie als comorbiditeit en andere complicaties een rol bij de keuze voor wel of geen medicatie.
    Bij depressie als comorbiditeit gaat in het algemeen de voorkeur uit naar een antidepressivum.
    Bij paniekstoornis is de ernst een belangrijke keuzefactor. Bij paniekstoornis gecompliceerd door agorafobie geeft de combinatie van cognitieve gedragstherapie met anxiolytica op den duur een beter resultaat dan alleen medicamenteuze behandeling.
  • Kortwerkende hypnotica: Noem de stofnaam, merknaam en toedieningsvorm

    Stofnaam: Temazepam. Merknaam: Normison Toediening Capsule/tablet
    Stofnaam: Zolpidem. Merknaam: Stilnoct. Toediening: Tablet
    Stofnaam: Zoplicon. Merknaam Stilnoct. Toediening: Tablet
    Stofnaam: Midazolam. Merknaam Dormicom of Midazolam. Toediening: Injectie/Infuus en bij Midazolam Tablet/injectie/infuus.
  • Wat zijn kortwerkende hypnotica?
    Kortwerkende middelen noemen we ook wel inslapers, slaapmiddelen of hypnotica. Ze zijn snel uitgewerkt (binnen drie tot vier uur) en ze veroorzaken daags erna nauwelijks tot geen restklachten.
  • Wat zijn langwerkende anxiolytica?
    Langwerkende middelen noemen we ook wel doorslapers, angstremmers of anxiolytica. De anxiolytische werking treedt snel in, binnen enkele uren, en houdt lang aan. (circa zeven tot tien uur). Men kan daardoor 's morgens nog wel eens suf zijn.

  • Noem voorbeelden van langwerkende middelen (anxionytica) stofnaam, merknaam en toedieningsvorm:

    Stofnaam: Buspiron Merknaam Buspar. Toediening tablet
    Stofnaam Clobazom Merknaam Frisium. Toedining tablet
    Stofnaam Oxazepam. Merknaam Seresta, toediening Tablet
    Stofnaam Nitrazepam Merknaam Modagon toediening tablet.

  • Middelen met een overlappende werking worden zowel bij angst- als bij slaapstoornissen ingezet. Voorbeelden van deze middelen zijn:

    Diazepam, die wordt toegediend per injectie, rectiole of tablet.
    Lorazepam, merknaam Temesta toegediend via injectie of tablet.
  • Medicatie via rectiole toedienen. Wat betekent dit?

    Rectiole

    Flexibele ballon waarmee door er in te knijpen, vloeibare geneesmiddelen in de endeldarm kunnen worden gespoten
  • Wat zijn de bijwerkingen en risico's van benzodiazepinen?

    Benzo's hebben niet heel veel bijwerkingen, maar sommige bijwerkingen kunnen wel ernstig zijn. Belangrijke nadelige bijwerkingen hebben te maken met de sederende werking en het risico op het ontwikkelen van afhankelijkheid.
    Bijwerkingen
    • sufheid en slaperigheid
    • afname spierkracht, spierzwakte
    • dubbel zien
    • geheugenstoornissen, geheugenverlies
    • depressie
    • soort zorgeloosheid, waardoor men de neiging heeft zaken te onderschatten
    • soms: traag denken, concentratiestoornissen, desoriëntatie, verwardheid
    Door deze bijwerkingen lopen benzogebruikers onder andere kans op botbreuken door toegenomen risico op ongevallen.
  • WAt zijn de risico's op van het gebruik van Benzodiazepinen?
    Andere risico’s hebben te maken met de verslavende werking van benzodiazepinen. Langdurig gebruik kan afhankelijkheid veroorzaken, met alle gevolgen van dien. Het is voor veel gebruikers lastig om langdurig gebruik te staken. Dit lukt vaak niet zonder zorgvuldige begeleiding. Benzodiazepinen moeten altijd langzaam afgebouwd worden. Wanneer ze abrupt worden gestopt, kan de zorgvrager last krijgen van epileptische insulten. Langdurig gebruik van benzo’s is geen adequate behandeling. Een slaapstoornis wordt in principe niet langer dan twee weken behandeld met een hypnoticum. Anxiolytica worden meestal niet langer dan zes weken voorgeschreven. Er is een grote groep zorgvragers die gedurende lange tijd naar tevredenheid benzo’s gebruikt. Om hen ertoe te bewegen te stoppen met benzo’s, is het belangrijk om goede voorlichting te geven over de nadelen van langdurig gebruik en hen aan te moedigen om op eigen kracht te stoppen. Het geleidelijk verminderen van de dosis vermindert de kans op ontwenningsverschijnselen en onthoudingsverschijnselen zoals:
    • angst en spanning
    • slaapproblemen
    • hoofdpijn
    • misselijkheid
    • geheugenverlies
  • Wat zijn de contra-indicaties van hypnotica en anxiolytica?
    Contra-indicaties van hypnotica en anxiolytica De belangrijkste contra-indicaties van hypnotica en anxiolytica zijn:
    • ademhalingsproblemen. Benzodiazepinen kunnen de ademhaling remmen;
    • ernstige leverinsufficiëntie. Een slecht werkende lever breekt verschillende stoffen in het lichaam onvoldoende af. Daardoor kunnen er toxiden in het lichaam gaan circuleren die een hersenaandoening kunnen veroorzaken;
    • myasthenia gravis (spierziekte);
    • overgevoeligheid voor benzodiazepinen;
    • slaapapneusyndroom;
    • ademhalingsdepressie.
  • De interacties met andere middelen als je benzodiazepinen gebruikt?
    Interactie met andere middelen Het gecombineerd gebruiken van benzo’s met andere middelen kan diverse effecten hebben. De combinatie met alcohol/drugs en antipsychotica, antidepressiva, opioïden (opiaatachtige pijnstillers), anti-epileptica, anaesthetica en sedatieve antihistaminica kan de werking en de bijwerkingen versterken. Verder kan bij gelijktijdig gebruik van opioïden de euforie en daarmee het risico van afhankelijkheid toenemen. Stoffen die bepaalde leverenzymen remmen (zoals hiv-proteaseremmers, grapefruitsap, cimetidine) kunnen de werking van sommige benzodiazepineagonisten versterken. Orale anticonceptiva remmen metabolisering en kunnen hierdoor de concentratie van sommige benzodiazepinen verhogen.
  • Wat zijn antipsychotica?
    Antipsychotica vormen een groep geneesmiddelen die als voornaamste doel hebben de symptomen van een psychose tegen te gaan. Een psychose is een psychiatrisch toestandsbeeld, waarbij de patiënt het normale contact met de alledaagse werkelijkheid gedeeltelijk kwijt is.
  • Wat zijn antipsychotica?
    Antipsychotica vormen een groep geneesmiddelen die als voornaamste doel hebben de symptomen van een psychose tegen te gaan. Een psychose is een psychiatrisch toestandsbeeld, waarbij de patiënt het normale contact met de alledaagse werkelijkheid gedeeltelijk kwijt is.
  • Wat is een psychose?
    Een psychose ontstaat onder invloed van een te veel of te weinig voorkomen van bepaalde stoffen en neurotransmitters in de hersenen. Dit kan samenhangen met een heftige gebeurtenis of met gebruik van drugs of alcohol. Vaak is het een gevolg van een psychiatrisch ziektebeeld, zoals schizofrenie.
    Bij een psychose spreekt men van positieve en negatieve symptomen. Positieve symptomen zijn symptomen die bij mensen zonder psychose niet voorkomen, zoals hallucinaties, wanen en verwardheid. Onder negatieve symptomen valt gedrag dat ook bij mensen zonder psychose wel voorkomt, zoals een verstoord dag-nachtritme, gebrek aan energie of weinig spreken.
    Antipsychotica zijn voornamelijk gericht op de aanpak van de positieve symptomen. Deze medicijnen hebben een gunstige invloed op bepaalde denkstoornissen, hallucinaties en sociale afzijdigheid. Het gebruik ervan betekent voor veel zorgvragers dat ze minder lang of helemaal niet meer hoeven te worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
  • WAt is de werking van antipsychotica?
    Antipsychotica reguleren de overactiviteit van de neurotransmitter dopamine en hebben een remmende, gunstige invloed op psychosen. De meeste antipsychotica zijn dopamine-antagonisten, dat wil zeggen dat ze de opname van (te veel) dopamine blokkeren. Daarnaast blokkeren ze ook in enige mate de receptoren voor serotonine. Het is nog niet precies bekend hoe het antipsychotisch effect van deze middelen tot stand komt. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat een dopamineblokkade alleen niet altijd voldoende is voor een bevredigend antipsychotisch effect en zeker niet bij schizofrenie. Ook beïnvloeding van andere stoffen in de hersenen is van belang voor een positief effect. Het belangrijkste effect is het verminderen of zelfs verdwijnen van de positieve symptomen van een psychose en preventie van een recidief psychose. Antipsychotica kunnen ook, direct of indirect, een effect hebben op de zogenaamde negatieve symptomen (spraakarmoede, apathie en initiatiefverlies).
    Andere beoogde effecten kunnen zijn:
    • demping van angst en agitatie
    • sufheid en slaperigheid
    • afname van vijandigheid en agressie
  • Wat zijn de indicaties voor antispychotica?
    Antipsychotica worden gebruikt voor de behandeling van psychosen ongeacht de oorzaak. Zo worden ze toegepast bij de psychosen die worden gezien bij schizofrenie, maar ook bij manische patiënten die psychotisch zijn of bij een psychotische depressie. Daarnaast worden antipsychotica vaak voorgeschreven aan zorgvragers die verward zijn of – in heel lage doseringen – bij onrustige, oudere zorgvragers met dementie.
  • WAt is het extrapiramidaal systeem?
    Letterlijk betekent extrapiramidaal systeem: alle hersendelen buiten de piramidebaan. De piramidebaan is de route waarlangs vanuit de motorische hersenschors opdracht wordt gegeven om spieren te activeren, zodat een geplande beweging daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
    Toen men ontdekte dat prikkeling van andere hersendelen dan de piramidebaan ook tot beweging kon leiden, noemde men die gebieden het extrapiramidale systeem. Die term is niet anatomisch gedefinieerd. In de praktijk bedoelt men met het extrapiramidale systeem de basale ganglia: diep in de hersenen gelegen kernen die een rol spelen bij de motoriek. In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, werken piramidebaan en extrapiramidale systeem niet onafhankelijk van elkaar, maar er bestaat een zeer intensieve samenwerking tussen deze gebieden. Stoornissen in de functie van het extrapiramidale systeem, oftewel de basale ganglia, kunnen ziekten als de ziekte van Parkinson, de ziekte van Huntington, het syndroom van Gilles de la Tourette, dystonia musculorum deformans, of symptomen als rigiditeit, bradykinesie (traagheid), tremor, chorea, athetose, tics of dystonie veroorzaken.
  • WAt wordt bedoelt met extrapiramidale bijwerkingen?
    Extrapiramidale symptomen: Verschijnselen die optreden bij een verstoring van de structuur of functie van bepaalde delen van het centrale zenuwstelsel, zoals de basale kernen, rode kern, substantia nigra, behorende tot het extrapiramidaal systeem. Het betreft een bewegingsstoornis als gevolg van een verstoorde aansturing van de skeletspieren.
    Een ernstige vorm zijn bewegingsstoornissen die na langdurig gebruik van psycho-actieve medicatie onstaan en niet altijd verdwijnen wanneer de medicatie gestopt wordt.
    De belangrijkste symptomen zijn:
    • Onnatuurlijk aandoende bewegingen zoals spiertrekkingen in het gezicht (rollende ogen, spiertrekkingen van de tong);
    • krampachtige strekkingen van het lichaam;
    • spierstijfheid;
    • Moeizaam op gang komen na stilstaan of stilzitten;
    • Juist niet in staat zijn langdurig sti te gaan zitten of staan;
    • trillende vingers en handen;
    • Maskerachtige uitdrukkingen van het gezicht.
  • Indeling van antispsychotica
    Er zijn veel antipsychotica ontwikkeld. Elk middel heeft specifieke eigenschappen. Het ene middel werkt krachtiger dan het andere middel en er zijn middelen die naast de antipsychotische werking ook kalmerend werken.
    Antipsychotica worden op grond van het risico tot het veroorzaken van extrapiramidale bijwerkingen ingedeeld in twee categorieën:
    1. klassieke antipsychotica, zoals chloorpromazine, haloperidol, broomperidol. Deze worden vooral toegepast bij psychosen en manie;
    2. atypische antipsychotica, zoals risperidon, quetiapine, olanzapine, clozapine. Deze worden met name ingezet bij schizofrenie en psychotische en manische symptonen van een schizoaffectieve stoornis.
    Bij gebruik van de atypische nieuwe antipsychotica is het risico op extrapiramidale bijwerkingen veel kleiner dan bij gebruik van de klassieke antipsychotica. Wel kennen deze antipsychotica weer andere bijwerkingen. De keuze voor een type moet dus altijd weloverwogen genomen worden.
    Welk middel een zorgvrager met een psychose het best kan gebruiken, hangt af van de aard van de psychose, de manier waarop hij met het medicijngebruik omgaat en bij welk middel hij het minst last heeft van bijwerkingen. Je ziet vaak dat er bij psychotische zorgvragers een heleboel verschillende soorten medicatie worden uitgeprobeerd, voordat het beste middel is gevonden.
  • Bijwerkingen en risico's van antipsychotica
    Een groot nadeel van de antipsychotica zijn de vaak zeer vervelende bijwerkingen. Sufheid en duizeligheid komen vaak voor, evenals motorische stoornissen, zoals trillen, stijfheid, onwillekeurige bewegingen of een verminderde beweeglijkheid, speekselvloed en erectiestoornissen. Dat kan veel ongemakken in de ADL veroorzaken.
    Naast deze bijwerkingen komen de volgende twee groepen bijwerkingen voor: metabool syndroom en extrapiramidale bijwerkingen.
  • Wat betekent het metabool syndroom?
    Het metabool syndroom is een combinatie van vier frequent voorkomende aandoeningen. Deze aandoeningen zijn:
    1. hoge bloeddruk
    2. diabetes
    3. verhoogd cholesterol
    4. overgewicht
    Proteïnurine, verhoogde eiwitafscheiding in de urine, is een vijfde afwijking die vaak hiermee gepaard gaat.
    Als ten minste drie van de vier genoemde aandoeningen zijn aangetoond, wordt van metabool syndroom gesproken. Om de kans op het metabool syndroom te verkleinen is het geven van voorlichting over het belang van beweging en het controleren van vitale lichaamsfuncties van groot belang.
  • Leg de term extrapiramidale verschijnselen uit.
    Extrapiramidale verschijnselen Door het gebruik van antipsychotica ontstaan verstoringen in het diep in de hersenen gelegen extrapiramidaal systeem. De bewegingsstoornissen die hier het gevolg van zijn, noemen we extrapiramidale verschijnselen. Ze behoren tot de meestvoorkomende en meest hinderlijke bijwerkingen van antipsychotica.
    De belangrijkste symptomen van extrapiramidale verschijnselen zijn:
    • aanhoudende kramp of samentrekking van de spieren;
    • acathisie (niet stil kunnen zitten, loopdwang);
    • parkinsonisme (stramheid, vertraagd bewegen, trillen);
    • tardieve dyskinesie. Dit zijn bewegingsstoornissen, moeilijk te onderdrukken onwillekeurige bewegingen. Die kunnen zich over het hele lichaam voordoen, maar de meest en snelst voorkomende zijn de dyskinesieën van het gezicht, met name van de mond. Bewegingen die gemaakt worden, zijn bijvoorbeeld het voortdurend ronddraaien van de tong, het uitsteken van de tong, het uitstulpen van de tong in de wang (bonbonwang), smakbewegingen en kauwbewegingen van de kaken. De dyskinesieën verergeren bij stress, verminderen door sedatie en zijn afwezig tijdens de slaap. Zorgvragers kunnen de bewegingen actief onderdrukken, maar meestal slechts gedurende korte tijd.
    Deze bijwerkingen zijn voor de zorgvrager hinderlijk en kunnen zeer beangstigend zijn. Zorgvragers die psychotisch zijn, zijn daarom soms moeilijk te motiveren om de medicijnen te gebruiken, vooral bij een paranoïde waan of depersonalisatie. Gebrek aan therapietrouw kan daardoor vaak een probleem zijn bij de behandeling van een psychose.
    Wanneer er tabletten worden voorgeschreven, moet de zorgvrager bereid zijn om ze elke dag in te nemen.
  • WAt is een depotpreparaat?
    Depotpreparaten zijn injecties, bestemd voor de onderhoudsbehandeling. Hierbij wordt er antipsychoticum toegediend met een vertraagde afgifte dat gedurende langere tijd werkzaam is (circa twee tot vier weken). Depotpreparaten worden veelal bij een langdurige therapie ingezet (voornamelijk bij schizofrene aandoeningen). Voor zorgvragers met problemen met therapietrouw kan het een oplossing zijn. Wel moet de dosering eerst goed vastgesteld zijn op basis van orale inname gedurende enkele weken. Er zijn ook depots in tabletvorm. Een voorbeeld daarvan is Semap. De therapietrouw is van groot belang. Hogere therapietrouw kan terugval voorkomen en opnames verminderen.
  • WAt kun je doen als je twijfelt aan therapietrouw?
    Bij twijfel over de therapietrouw (bijvoorbeeld bij terugval of een recidief van de psychose) kan dit eventueel door een bloedspiegelbepaling worden bevestigd. Onder de schizofrene zorgvragers is therapietrouw problematisch, mede door een gering ziektebesef. Er wordt vaak gekozen voor depotpreparaten vanuit de verwachting dat deze de therapietrouw verhogen.
    Behalve depotinjecties kunnen antipsychotica ook via gewone injecties toegediend worden. Gewone injecties (meestal met haloperidol) worden vooral toegediend in acute situaties (agitatie, psychose), mede voor het sederende effect. De injecties werken kortdurend; het antipsychotische effect treedt pas na twee weken in.
  • Medicijnen tegen de bijwerkingen Om de bijwerkingen van antipsychotica te bestrijden kan de dosering worden aangepast of voor een ander middel worden gekozen. Naast antipsychotica worden ook vaak middelen gegeven die de bijwerkingen verminderen. Een veelgebruikt medicijn tegen de bijwerkingen van antipsychotica is biperideen (Akineton®). Biperideen is een medicijn dat ook gebruikt wordt bij de ziekte van Parkinson.
    Het komt voor dat de bijwerkingen van een medicijn blijven bestaan, ook na het stopzetten van de medicatie. Als dat laatste het geval is, worden de symptomen of bijwerkingen irreversibel genoemd.
    Toxiciteit en overdosering Bij overdosering van antipsychotica kunnen de bijwerkingen in ernstigere mate optreden. Overdosering van antipsychotica kan leiden tot ernstige extrapiramidale symptomen, zoals parkinsonisme (verstijfde motoriek en trillen), acute dystonie (verkrampte spieren) en acathisie (bewegingsonrust, loopdwang). Een ander gevolg van overdosering is het optreden van ernstige anticholinerge verschijnselen. Deze verschijnselen, veroorzaakt door de blokkade van cholinerge receptoren, zijn bijvoorbeeld een droge mond, obstipatie, een snelle hartslag, transpireren, vergrote pupillen, wazig zien enzovoort.
  • Wat betekent het Maligne neurolepticasyndroom? (MNS)
    Het maligne neurolepticasyndroom (MNS) is een zeldzaam voorkomende, levensbedreigende reactie op antipsychotische medicatie. Het lijkt een vorm van extrapiramidale bijwerking te zijn. De meest kenmerkende symptomen zijn: hoge koorts, hevig transpireren, ernstige spierstijfheid en verkramping. Vaak gaan deze gepaard met een versnelde hartslag/ademhaling, kwijlen, trillen en insulten. MNS kan zich op elk moment tijdens het gebruik van de medicijnen ontwikkelen, maar in de meeste gevallen gebeurt dit in de eerste week. De medicatie moet onmiddellijk gestaakt worden. Bij hervatting wordt geadviseerd een antipsychoticum uit een andere groep voor te schrijven.
  • Wat zijn de contra-indicaties van antipsychotica?
    Er zijn verschillende contra-indicaties van antipsychotica. De belangrijkste worden hier beschreven.
    Algemeen Bij ernstige organische cerebrale stoornissen (bijvoorbeeld epilepsie of de ziekte van Parkinson) en spastische verlammingen moet een goede afweging worden gemaakt tussen de gevolgen van het achterwege laten van therapie tegenover verergering van symptomen of bijwerkingen.
    Als de nieren en lever niet goed meer functioneren, worden deze medicijnen onvoldoende afgebroken en stapelen ze zich op in het lichaam, waardoor de ernstige bijwerkingen verergeren.
    Zwangerschap/lactatie Er lijkt voor het ongeboren kind een risico op cardiovasculaire complicaties en afwijkingen van het centrale zenuwstelsel. Het is aan te raden medicatie tijdens de vierde tot en met tiende week van de zwangerschap te voorkomen. Indien medicatie onvermijdelijk is, is haloperidol of olanzapine eerste keus; geen depotpreparaat. Borstvoeding wordt ontraden.
    Interacties met andere middelen Gelijktijdig gebruik van antihistaminica, antidepressiva, anxiolytica, benzodiazepinen, barbituraten (ouderwetse slaapmiddelen), analgetica, opioïden of alcohol versterkt de hypno-sederende (slaapverwekkende en kalmerende) en/of anticholinerge werking (remming van de overdracht van neurotransmitters) van antipsychotica. Het samen gebruiken van lithium, anticholinerge antiparkinsonmiddelen, antidepressiva, anti-emetica met dopamine-antagonistische werking (bepaalde middelen tegen misselijkheid en braken waaronder metoclopramide) of andere antipsychotica vergroot de kans op het ontstaan van tardieve dyskinesie. Een combinatie van clozapine met benzodiazepinen kan leiden tot (bloed)circulatiestoornissen met ademdepressie en/of (hart)stilstand. Met het oog op deze interacties moet men bij gecombineerd gebruik van antipsychotica met andere psychofarmaca zeer terughoudend zijn.

  • Antidepressiva:
    Antidepressiva zijn, zoals de naam al zegt, middelen tegen depressies. Van antidepressiva wordt aangenomen dat ze de opname van de neurotransmitters serotonine of noradrenaline reguleren. Ze worden gegeven aan zorgvragers die depressief zijn. Deze medicijnen verbeteren de stemming en vormen na slaap- en kalmeringsmiddelen de meest voorgeschreven psychofarmaca. Antidepressiva onderdrukken symptomen, maar doen niets aan de oorzaak van de angsten of depressie. Naast een medicamenteuze behandeling zijn volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie ondersteunende gesprekken en/of psychotherapie altijd een onderdeel van de behandeling. Sommige zorgvragers zullen na verloop van de tijd de antidepressiva afbouwen, andere blijven de middelen jarenlang gebruiken.
    Vaak worden zorgvragers die depressief zijn, eclectisch behandeld. Dat wil zeggen dat er naast de medicatie aandacht wordt besteed aan de mogelijke factoren die het ontstaan van de depressie hebben bevorderd. Achteraf is niet altijd met zekerheid vast te stellen of de medicijnen, de aandacht voor de problemen van de zorgvrager of de combinatie van beide geholpen heeft om de depressieve klachten te verminderen. Depressieve zorgvragers zijn meestal wel gemotiveerd om medicijnen te gebruiken, omdat ze zich soms zo wanhopig en ellendig voelen dat ze alles wat hen kan helpen om zich beter te voelen met beide handen aangrijpen.
    Antidepressiva worden tegenwoordig ook gebruikt om zorgvragers met angststoornissen te behandelen. Deze medicamenteuze behandeling dient ter ondersteuning van de gedragstherapeutische behandeling. De medicatie heeft dan geen antidepressieve werking, maar dempt de angstgevoelens die door de gedragstherapeutische behandeling kunnen verergeren. Zonder medicatie kan de angst zo groot worden dat een gedragstherapeutische behandeling onmogelijk is.
    Ook hier zie je weer een voorbeeld van een eclectische behandeling.
  • Wat wordt bedoelt met de biologische behandelmethode?
    Met biologisch wordt bedoelt dat het we het lichaam proberen te beinvloeden. Ergens in het lichaam zit een storing/stagnatie wat niet goed werkt. Het komt van binnenuit.

  •  Er zijn diverse biologische behandelmethoden.

    Elektroconvulsietherapie (ECT). Alleen geschikt voor zorgvragers die niet op antidepressiva reageren. De behandeling is aan strenge voorwaarden gebonden. De behandeling vindt alleen plaats in gespecialiseerde behandelcentra.
    De verpleegkundige ondersteuning bestaat uit uitleg geven. Ook gaat het om een heftige behandeling die veel angst kan oproepen.



    Een andere biologische behandelmethode is slaapdeprivatie. Om de stemming te verbeteren moet de zorgvrager twee of drie keer per week een nacht opblijven. De verpleegkundige ondersteuning hierin is om afleiding te bieden en motiveren om door te zetten.
    PSychofarmaca valt ook onder de biologische behandelmethode.

    Er zijn verschillende groepen psychofarmaca.
    de antipsychotica
    de antidepressiva
    de lithiummedicatie
    benzodiazepinen en de psychostimulantia.

    De verpleegkundige ondersteuning bestaat uit

    alert zijn op bijwerkingen
    bijwerkingen rapporteren aan de behandelend arts.

    De zorgvrager motiveren om de medicatie te blijven gebruiken.
    Bij benzodiazepinen aandacht besteden aan de verslavende werking
    de zorgvrager helpen om anders met angst en spanning om te gaan.
  • WAt is cognitieve gedragstherapie?

    Wat is cognitieve gedragstherapie?

    Cognitieve therapie

    Ongewenst gedrag wordt afgeleerd en gewenst gedrag aangeleerd.

    Cognitie = het denken >>> het denken en voelen beinvloeden. Zodat je gevoel verandert en je gedrag verandert.

    Ook cognitieve therapie is gebaseerd op de leertheorie. Cognitief therapeuten gaan ervan uit dat psychiatrische problemen worden veroorzaakt door foutieve veronderstellingen en interpretaties. Vaak zijn deze niet realistisch.
    Bij cognitieve therapie moet de zorgvrager steeds nagaan wat zijn gedachten zijn, welke gevoelens hij daarbij heeft en welk gedrag daaruit volgt. Een voorbeeld hiervan is een zorgvrager die meent dat hij alleen gelukkig kan zijn als hij met iedereen die hij kent een diepgaand emotioneel contact heeft (gedachte). Als dit in de praktijk niet haalbaar blijkt, voelt de zorgvrager zich gefrustreerd en somber (gevoelens). Omdat hij denkt dat hij in sociaal opzicht een mislukkeling is, durft hij niet op mensen af te stappen en leeft hij tegen wil en dank een teruggetrokken bestaan (gedrag). In een cognitieve therapie kan deze zorgvrager realistischer gedachten (cognities) formuleren over zijn contacten met anderen, bijvoorbeeld de gedachte: Ik kan nooit met iedereen die ik ken een diepgaande emotionele band onderhouden, dat kan ik slechts met een aantal mensen uit mijn directe omgeving. Door deze gedachte kan het voor de zorgvrager makkelijker worden om zich onder de mensen te begeven (gedrag) en krijgt het gefrustreerde gevoel minder snel een kans (gevoelens). Op die manier kunnen de klachten verdwijnen.

    Cognitieve herstructurering

    Misschien kun je de principes van de cognitieve therapie ook op gebeurtenissen uit je eigen leven toepassen. Stel dat je slecht tegen sigarettenrook kunt, maar denkt dat je een vervelende zeur bent als je aan mensen vraagt of ze in jouw bijzijn niet willen roken. Hierdoor zal het moeilijk zijn om voor jezelf op te komen. Dat is echter een stuk makkelijker als je denkt: Ik zorg goed voor mezelf, dat vind ik belangrijk, dus kan ik dit best van mensen vragen.
    Cognitieve herstructurering wordt ook toegepast om de gevolgen die zorgvragers door schuldgevoelens ondervinden, weg te nemen. Bijvoorbeeld bij de nabestaanden van iemand die zelfmoord heeft gepleegd. Zij voelen zich vaak schuldig, omdat ze denken dat ze de zelfmoord hadden kunnen voorkomen. Zij kunnen door cognitieve herstructurering de gedachte: Hij was psychisch ziek, in de plaats zetten van de gedachte: Ik had het kunnen voorkomen. De eerste gedachte maakt het verlies niet minder erg, maar mogelijk wel draaglijker.

    Als de zorgvrager de methode goed onder knie heeft, kan hij deze op allerlei situaties toepassen, zonder dat hij direct de ondersteuning van de therapeut nodig heeft. Een cognitieve therapie duurt vaak veel minder lang dan een psychodynamische therapie.

  • Wat is systematische desensitatie? Waarbij gebruik je deze methode?
    ystematische (stap voor stap) desensitisatie (ongevoelig maken) 
    Systematische desensitisatie wordt vaak gebruikt bij angst- en dwangklachten. De zorgvrager moet een oplopende reeks van situaties bedenken waarin hij angstig is.
    De zorgvrager oefent elke stap. De bedoeling is dat hij steeds de situaties waarin hij angstig wordt, weet te overwinnen. Hij stelt zichzelf aan steeds angstwekkender omstandigheden bloot. Dit heet exposure. Geleidelijk aan worden de angstgevoelens minder in de specifieke situatie.
    Belangrijk is dat de zorgvrager blijft oefenen. De verleiding is groot om de situaties waarin de zorgvrager angstig wordt, opnieuw te gaan vermijden. Het effect van de therapie is dan snel verdwenen.
  • Waar staat de afkorting EMDR voor?

    Eye MovementDesensitizationandReprocessing
  • Noem de kenmerken van iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis


    Borderline-persoonlijkheidsstoornis

    Er zijn in de psychiatrie verschillende opvattingen over de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Het lijkt een populaire diagnose te zijn, die vaak wordt gegeven aan zorgvragers met wie moeilijk afspraken te maken zijn, die een moeilijke persoonlijkheid hebben en die veel geduld vragen. Bekende psychiaters geven aan dat voorzichtigheid is geboden in het hanteren van de diagnose ‘borderline’. Borderline betekent letterlijk ‘grens’. Zorgvragers met deze stoornis kenmerken zich door een grote instabiliteit. Hierbij schieten ze tussen twee uitersten heen en weer. Deze wisselwerking heeft betrekking op verschillende gebieden, namelijk:

    • cognitieve functies:

    • een heel positief zelfbeeld afgewisseld met een heel negatief zelfbeeld


    • affectieve functies:

    • van heel opgewekt tot zwaar depressief
    • labiele stemming

    • conatieve functies:

    • volledig opgaan in persoonlijke relaties, van idealisering tot volledige afwijzing van anderen


    • impulsiviteit

    Zorgvragers met een borderline-persoonlijkheidsstoornis zijn onvoorspelbaar in hun emoties en stemming. Het ene moment zijn ze opgewekt en het volgende heel depressief. In het laatste geval is de kans op zelfdoding reëel. Impulsiviteit is ook een van de kenmerken van de borderline-persoonlijkheidsstoornis.
    Ook in relaties zijn zorgvragers met een borderline-persoonlijkheidsstoornis instabiel. Ze kunnen iemand het ene moment idealiseren en het volgende moment volledig afwijzen. Veel zorgvragers met een borderline-persoonlijkheidsstoornis hebben zelf een grote angst om afgewezen te worden. Door anderen eerst af te wijzen, voorkomen ze dat een ander hen laat vallen. Het zelfbeeld van zorgvragers met een borderline-persoonlijkheidsstoornis kan nogal wisselen. Het kan heel positief zijn, maar ze kunnen ook heel negatief over zichzelf denken. Vaak komt hier een enorme woede bij kijken. Deze woede kunnen ze op een ander richten, maar richten ze ook op zichzelf. In combinatie met een laag zelfbeeld leidt dit soms tot automutilatie en (pogingen tot) zelfdoding.
    Bij zorgvragers met een depersonalisatiestoornis hebben we gezien dat automutilatie gericht was op het herkrijgen van contact met zichzelf. Bij zorgvragers met een borderline-persoonlijkheidsstoornis is het ook vaak gericht op zelfvernietiging. Het komt voort uit een op zichzelf gerichte haat of het is een vorm van zichzelf in het hier en nu houden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.