Samenvatting Aardrijkskunde is overal

-
ISBN-10 9075142757 ISBN-13 9789075142754
137 Flashcards en notities
25 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Aardrijkskunde is overal". De auteur(s) van het boek is/zijn onder van Jan Karel Verheij, Henk Notté als hebben aan dit boek meegewerkt Roger Baltus. Het ISBN van dit boek is 9789075142754 of 9075142757. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Aardrijkskunde is overal

  • 1 Waar gaat het in aardrijkskunde om?

  • Welke 4 schaalniveaus hanteren we als we kijken naar de manier waarop kinderen naar de wereld kijken?
    1. de (eigen) omgeving
    2. Nederland
    3. Europa
    4. de wereld (buiten Europa)
  • kerndoelen voor het domein ruimte

    47. De leerlingen leren de ruimtelijk inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen en buitenland, vanuit de perspectieven: landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. Daarbij wordt aandacht besteed aan twee lidstaten van de europese unie en twee landen die in 2004 lid werden: de VS en een land in Azië, Afrika en Zuid- Amerika.

    48 Kinderen leren over de maatregelen die in Nederland genomen worden/werden om bewoning van door water bedreigde gebieden mogelijk te maken.

    49 De leerlingen leren over mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergte en rivieren.

    50. De leerlingen leren omgaan met kaart en atlas, beheersen de basistopografie van Nederland, Europa en de rest van de wereld en ontwikkelen een eigentijdse geografisch wereldbeeld.

  • Wat wordt bedoeld met inzoomen en uitzoomen?
    Kinderen moeten hun blik uitzoomen vanuit hun eigen omgeving naar de rest van de wereld. Vervolgens moeten ze weer inzoomen omdat ze binnen dat gebied weer moeten kijken. (bv. uitzoomen naar Europa, inzoomen op toerisme in west-europa)
  • Inzoomen en uitzoomen.

    ongemerkt kijken kinderen naar de wereld op verschillende schaal niveaus. Ze zoomen uit vanuit de omgeving waar ze zich bevinden, thuis if op vakantie, naar Nederland, het vakantieland, naar Europa of naar de rest van de wereld. Zo leren ze vier schaalniveaus hanteren:

    1. de (eigen) omgeving

    2. Nederland

    3. Europa

    4. De wereld.

    Kinderen leren uitzoomen waarbij ze van hun eigen woonomgeving naar het groter geheel van de wereld of delen daarvan gaan. Op ieder schaal niveau moeten ze weer inzoomen omdat dingen zich altijd ergens afspelen.

    Stel je wil weten waar de tropische bossen op aarde liggen en wat dat zijn. Dan ga je eerst uitzoomen naar de aarde als geheel, je kunt dan zien waar tropische bossen zich bevinden. Maar om te weten te komen wat een tropisch bos eigenlijk is moet je weer inzoomen. Dan zijn we terug bij het begin, het ontdekken van de wereld begint altijd klein. Het begint met dingen die je opvallen als je ergens bent of als je ergens langskomt. Je kijkt er als het ware door een vergrootglas naar. Je neemt waar en omdat het om een close-up gaat, zie je details van het landschap, de natuur en de mensen die er wonen. Je kunt benoemen in welk opzicht het landschap een natuurlandschap is. Je ziet relief, gesteente, de bodem, landschapsvormen, de begroeiing(flora) en de dieren die er leven (fauna). Je merkt wat voor een weer het is, of de zon schijnt, of het regent of het waait en hoe hard. Je ziet het dagelijks leven van de mensen die er wonen in zijn veelzijdigheid.

  • Waarvoor worden de 4 schaalniveaus gebruikt?
    deze vormen een denkkader dat de kinderen geleidelijk aan in hun hoofd moeten krijgen. het vormt een belangrijke kapstok voor de ontwikkeling van het ruimtelijk denken
  • denkkader de vier schaalniveaus

    De vierschaalniveuas vormen samen een denkkader, die de kinderen geleidelijk in hun hoofd moeten krijgen. Het vormt een belangrijk geheel voor de ontwikkeling van hun ruimtelijk denken. Door regelmatig in en uit te zoomen krijgen ze inzicht in de volgende abstracte begrippen:

    - ligging

    in coördinaten: wat is de absolute ligging

    relevante liggen: wat is de ligging ten opzichte van andere gebieden.

    - afstand

    absolute afstand: hoe groot is de afstand ik km

    relevante afstand: hoe groot is de afstand in tijd en moeite

    - relatie/bereikbaarheid

    wat verbind ons met..

    waaraan kun je dat zien?

    hoe kom je er?

    - grootte/schaal

    wat is de lengte/oppervlak

    wat is de schaal?

    - tijd

    hebben mensen er altijd op deze manier geleefd?

    zag het landschap er vroeger net zo uit?

    waar lag het centrum van de wereld (macht)

    hoeveel mensen woonden er toen?

    waar woonden de mensen vooral

     

  • Door regelmatig in en uit te zoomen krijgen de kinderen inzicht in de volgende begrippen:
    • ligging; wat is de absolute ligging (coördinaten), wat is de ligging ten opzichte van andere gebieden (relatieve ligging)?
    • afstand; hoe groot is een afstand in km (absolute afstand), hoe groot is de afstand in moeite (relatieve afstand)
    • relatie/ bereikbaarheid; wat verbind ons met.., waaraan kan je dat zien, hoe komt je er?
    • grootte/ schaal; wat is de lengte/ oppervlakte, wat is de schaal?
    • tijd; hebben mensen altijd op deze manier geleefd, zag het landschap er vroeger net zo uit?
  • schaalniveau 1: (eigen) omgeving

    Hoe ziet Rotterdam er tegenwoordig uit? Je kunt samen met de kinderen op een plattegrond van nu kijken of je kunt herkennen waar het beign van Rotterdam ligt. Ook kun je kijken of je het riviertje de Rotte nog kunt herkennen. Hoeveel groter is Rotterdam geworden sinds er buiten de wallen  huizen en wijken zijn bijgebouwd. Welke wijken zijn dat? hoe heten die wijken en waarom? Vertellen de namen iets over de geschiedenis. Welk soort huizen staan er? IS er een eenheid in de straatnamen? Waar doen de inwoners hun boodschappen? Laak kinderen uitrekenen hoe groot de afstanden waren voor mensen in de 13e en 14e eeuw en hoe groot die afstanden nu zijn. Hoever is het van Tuindorp naar Blijdorp? Hoelang duurt het als je gaat wandelen?  Dit kun je ook met je eigen omgeving doen.

    Voor alle activiteiten die in de Rotterdamse haven gedaan moeten worden is er veel ruimte nodig. En die is schaars. Rotterdam werkt daarom aan de realisatie van Maasvlakte 2. In 2006 is de aanleg begonnen en in 2012 moeten de eerste containers er worden overgeslagen. Het gebied wordt 1500 hectare bestemd voor de overslag van containers, de chemische sector en de distributie. De overige 500 hectare gaat dienstdoen als natuurgebied.

  • Wat is een educatie?
    de thematisering van een in de samenleving breed gedragen maatschappelijk onderwerp. deze kunnen worden opgevat als een vorm van kritiek aan het huidige onderwijs; er moet iets veranderen
  • Uitzoomen naar schaalniveau 2: Nederland

    De Rotterdamse haven is een van de motoren in de nederlandse economie, het levert veel werkgelegenheid op en draagt bij aan het BNP bruto nationaal product. Samen met de luchthaven Schiphol vormt de Rotterdamse haven de kern van het Nederlanse mainportbeleid. Ieder jaar komen er 30.000 zeeschepen binnen. Er wordt verwacht dat dat er in 2020 46.000 zullen zijn. De goederen worden naar andere delen van Nederland vervoerd, over water, het spoor, de weg en pijpliedingen. Consumenten kopen het in de supermarkt, bij de benzine pomp, in de elektronica winkel in kledingzaken. Producten die worden overgeslagen zijn te verdelen in droog massagoed (granen, ijzererts, schroot, kolen, nat massagoed (ruwe olie, olieproducten) en stukgoed (textiel, speelgoed, elektrische apparaten). Bij de overslag van stukgoed is een stijging te zien, maar de overslag van droog en nat massagoed groeit maar matig. Men verwacht dat de haven in 2020 veranderd is in een container haven in plaats van een olie haven.

    De aangevoerde containers worden in een van de distributie centra in het Rotterdamse haven en industriegebied opengemaakt. De inhoud wordt opgeslagen, bewerkt en vervolgens verder gedistribueerd. Ook daar zit de komende jaren groei in, voor bepaalde typen bedrijven in Rotterdam een uitstekende locatie. Andere bedrijven geven de voorkeur aan een ander distributiecentrum in het achterland. Maar ook bij die bedrijven wordt de locatie veelal bepaald door de ligging en de afstand ten opzichte van de haven.  

  • Welke maatschappelijke trends kunnen we in Nederland onderscheiden?
    • economisch
    • politiek
    • cultureel
    • natuur/ milieu
  • uitzoomen naar schaalniveau 3: Europa

    Door het gewicht van de goederenoverslag is Rotterdam de belangrijkste haven van Europa. Veel goederen uit alle delen va de wereld komen het eerst aan in Rotterdam. Vanuit daar worden ze verder door Europa vervoerd, over land en water. De Europese Unie en het vrije verkeer van goederen, diensten en geld tussen landen in de Eu hebben een positief effect gehad op goederen vervoer. De schepen worden steeds groter en kunnen daardoor in steeds minder havens in Europa terecht. Rotterdam is nummer een. De haven is gemakkelijk te bereiken dankzij de diepe waterwegen 24 m, de afwezigheid van sluizen en de goede faciliteiten en infrastructuur. Onder andere door dit alles is Mainpoort Rotterdam een ideale uitvalbasisvoor de europese markt. Vanuit Rotterdam zijn alle belangrijke industriele en economische centra in West-Europa gemakkelijk te bereiken. Afhankelijk van de gewenste snelhied, het volume en de prijs kunnen bedrijven voor het soort doorvoer kiezen die past bij hun wensen.

    Een uitgebreid wegennet strekt zich uit over heel Europa. Veel goederen worden per vrachtwagen vervoerd naar de plaats van bestemming. Met een vrachtwagen kom je snel en gemakkelijk van deur tot deur. Maat het vervoer van goederen over de weg heeft twee nadelen: filevorming en milieubelasting. Om hier iets aan te doen worden bedrijven gestimuleerd meer goederen per trein, met binnenvaartschepen of via pijpleidingen te vervoeren.

    Het spoorwegennetwerk verbindt plaatsen in heel Europa met elkaar. Treinen zijn snel en kunnen veel goederen in keer vervoeren. Hierdoor hoeven er minder vrachtwagens de weg op. Zo wordt het milieu minder belast. Behalve de gewone goederen treinen rijden er vanuit Rotterdam ook shuttletreinen. Die rijden volgens een vaste dienstregeling in een keer naar de plaats van bestemming. De Betuweroute, een spoorlijn die alleen bestemd is voor goederen treinen.

    Binnenvaartschepen vervoeren goederen over rivieren en kanalen. Vervoer over water is schoon, veilig en geluidsarm. De verwachting is dar het transport per binnenvaartschip toe zal nemen.

    In Rotterdam wordt veel lading uit grote zeeschepen overgeslagen in kustvaarders. Zij zorgen voor zeetransport naar andere havens in Spanje, Engeland en Scandinavië, zij zijn namelijk niet toegankelijk voor grote schepen.

    Ten slotte begint Rotterdamse haven een pijpleidingnet voor het vervoer van olie naar raffinaderijen. De helft van de ruwe olie wordt onbewerkt doorgevoerd naar raffinaderijen in Duitsland en België.

    Met de kinderen kun je uitzoomen naar de grote waterverbindingen in Europa: Rijn, Maas en Schelde. Volg samen de loop van de rivieren. Waar ontspringen ze en waar gaan ze heen? Bespreek de begrippen bovenloop, benedenloop, stroomgebieden en waterscheiding. Welke rivieren behoren tot het stroomgebied van de Rijn? Welke andere rivieren zijn er in Europa. Kijk samen met de kinderen in detail naar Donau. Waar ontspringt die en waar mondt hij uit? Door welke landen stroomt hij? De monding van Donau vormt een delta. Is die te vergelijken met de monding van de Rijn en Maas? Zijn er andere rivieren ineuropa die ook een deltamonding hebben? Horen steden die aan de Donau liggen ook bij het achterland van Rotterdam?

  • Waarom zijn trends belangrijk voor het onderwijs?
    voor de leerkracht zijn trends belangrijk om inzicht te krijgen op wat er in de samenleving gebeurt en veranderd. Trends maken duidelijk waar educaties vandaan komen en laten zien welke er nog te verwachten zijn.
  • uitzoomen naar schaalniveau 4: De wereld

    De Rotterdamse haven is een van de belangrijkste knooppunten van de wereldwijde goederenvervoerslijnen. Alleen Shanghai en Singapore zijn groter maar vormen geen directe concurrentie voor Rotterdam omdat ze een ander achterland bedienen. De haven is opgenomen in lijndiensten van ongeveer 500 rederijen, die regelmatige diensten onderhouden met ongeveer 1000 andere havens in de wereld. Voor minerale olieproducten is Rotterdam op dit moment het mondiale centrum met Rusland en het Midden Oosten als vleugels.
  • Voegt een trend of educatie een heel nieuw onderwerp aan het onderwijs toe?
    Nee. meestal gaat het om een onderwerp dat al aanwezig is binnen het ojw onderwijs. een trend kan de behandeling van zo'n onderwerp wel een extra dimensie geven 
  • Inzoomen op Japan

    Op het schaalniveau van de wereld kunnen we in de atlas naar thematische kaarten kijken die de buitenlandse handel van Nederland en Europa in beeld brengen. Dan valt de grote uitvoer vanuit Japan naar Nederland en Europa op. Daarom zoomen we in op Japan.  Als we dit langzaam doen vb: google Earth dan zien we Oost-Azië geleidelijk in beeld komenm. We zien China,  Noord en zuid Korea Taiwan en Japan. We zien duidelijk dat Japan bestaat uit een hoofdeiland Honshu, en drie kleinere eilanden Hokkaido in het noorden en SHikoku en Kyushu in het zuiden. Op het laatste eiland ligt de miljoenenstad Nagasaki en daar willen we een detail, een close-up van zien. Op die close-up zien we een aantal traditionele Japanse huizen, ingeklemd tussen een kanaal, flats een straat met vier rijbanen vol auto's en een lightrailtrace. De tien huizen vormen een vormalig eilandje Decima.

    Decima is van oorsprong van de moderne Japanse handel, met al die producten en allerhande apparatuur voor audio, video, ICT en van bekende merken die naar de Rotterdamse haven verscheept worden en vanuit daar verder gedistribueerd worden. Op Decima werd de basis voor moderne wetenschap, cultuur en kunst in Japan geintroduceerd worden.

  • Welke educaties onderscheiden we?
    • ontwikkelingseducatie
    • natuur- en milieu educatie
    • vredeseducatie
    • Europa- educatie
    • cultureel erfgoed educatie
    • mobiliteitseducatie
    • natuurlijk erfgoed educatie
    • communicatie en informatie educatie
  • schaalniveaus

    De vier schaalniveaus vormen samen een denkklader, kinderen moeten dit geleidelijk aan in hun hoofd krijgen. Door regelmatig in en uit te zoomen krijgen ze grip op de volgende begrippen:

    ligging

    - wat is de absolute ligging in coördinaten

    - wat is de ligging ten opzichte van andere gebieden?

    afstand

    - hoe groot is de afstand in kilometers?

    - hoe groot is de afstand in tijd en moeite?

    relatie bereikbaarheid.

    - wat verbindt ons met?

    - waaraan kun je dat zien?

    - hoe kom je er?

    grootte schaal

    - wat is de lengte/ oppervlakte?

    - wat is de schaal?

    Tijd

    - hebben mensen er altijd op deze manier geleefd?

    - zag het landschap er vroeger net zo uit?

    - waar lag het centrum van de wereld (macht)

    - Hoeveel mensen woonden er toen?

    - waar woonden de mensen vooral?

  • Welke verschillende vormen van omgevingsonderwijs onderscheiden we?
    1. eigen omgeving- in de school; voornamelijk jonge kind
    2. eigen omgeving - buiten de school; ook voor oudere kind
  • Aardrijkskundige vragen stellen

    Bij aardrijkskunde kijk je op een bijzondere manier naar de wereld. Oog voor gebouwen, wegen en andere verschijnselen, de spreiding ervan en de samenhang met andere verschijnselen. Je kunt de elementen bestuderen door de juiste vragen te stellen. De vragen zijn te verdelen in vier categorieën: waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen. Het stellen van vragen uit deze categorieën noemen we ook de geografische vierslag.
  • Wat wordt bedoeld met "living geography?

    Tijdens elke ak les is er aandacht voor drie met elkaar samenhangende elementen:

    1. plaats; het gebied dat wordt bestudeerd
    2. inhoud; het thema dat aangesneden wordt, bv. natuurlijk landschap
    3. vaardigheden; geografische vaardigheden waarmee de kinderen deze elementen bestuderen, bv. kaartlezen, inzoomen, Multi-perspectivisch kijken, enz.

    de balans tussen deze drie moet elke les in evenwicht zijn, anders dan leidt dit tot een niet vruchtbare les.

  • waarnemen

    Wat zie ik? Waar zie ik dat? Hoe ziet dat eruit?
  • Wat is de geografische vierslag?
    • waarderen
    • herkennen en toepassen
    • verklaren
    • waarnemen en beschrijven
  • Herkennen

    Heb ik dat al eens ergens anders gezien? Zie ik dit wel vaker? Waar?
  • Wat is muti-perspectivisch kijken?
    • economische bril
    • sociale bril
    • politieke bril
    • culturele bril
    • natuurlijke bril
    • historische bril
  • Verklaren

    Hoe komt het? Waarom daar? Waarom op die manier?
  • Wat zijn de verschillende informatiebronnen bij aardrijkskunde?
    • omgeving
    • beelden
    • kaarten
    • teksten
  • Waarderen

    Wat vind ik ervan? Wat vinden anderen ervan? Kan het ook anders? Hoe dan?
  • Van welke factoren is het afhankelijk of je didactische werkvorm goed is?
    • de verschillen tussen de leerlingen
    • de motivatie van de leerlingen
    • de doelstelling die je wil bereiken
  • voorbeeld lesvoorbereiding geografischevierslag
    maak ter voorbereiding een aantal foto's vanuit verschillende perspectieven. Gebruik foto's die duidelijk naar een bepaald perspectief verwijzen, maar die ook vanuit andere invalshoeken te benaderen zijn. Een foto vanuit het world trade center kun je bespreken vanuit de economische invalshoek, maar ook vanuit de culturele invalshoek. In het laatste geval kijk je meer naar de bouwstijl of de personen die er werken. Een kerk hoort bij het culturele perspectief maar kan ook besproken worden vanuit het politieke perspectief: wie beslist waar kerken worden neer gezet. De fotos moeten groot worden afgedrukt.
  • Welke verschillende didactische werkvormen onderscheiden we bij aardrijkskunde?
    • verhalend ontwerp
    • samenwerken
    • foto's
    • boeken en films
    • werkstuk
    • onderzoek
  • Material kan op verschillende manieren gebruikt worden

    - de leerkracht heeft bij elke foto van te voren materiaal verzameld. De kinderen raadplegen de bronnen om antwoord op hun vragen te vinden.

    - de leerlingen gaan zowel binnen als buiten de school zelf op zoek naar informatie over de verschijnselen op de foto. Deze variant bied meer mogelijkheden, mits er voldoende hulp aanwezig is om de veiligheid te garanderen.

    Bij beide varianten formuleren de kinderen van te voren hun vragen bij de detailfoto. De leerkracht heeft gezegd hoe de kinderen de resultaten moeten presenteren.

  • Hoe is een les met een verhalend ontwerp opgebouwd?
    • verhaallijn uitwerken
    • sleutelvragen stellen; geeft richting aan de activiteiten van de kinderen
    • activiteiten; dingen die je gaat doen om de sleutelvragen te beantwoorden
    • middelen; heb je nodig bij de activiteiten
  • Uitvoering voorbeeld markt

    Elke week is er een markt op de gefotografeerde plaats. Het is een goede plek om het economische en culturele perspectief te illustreren. De termen zijn erg abstract en voor kinderen niet belangrijk.

    Het gaat om de invulling van de perspectieven aan de hand van de gestelde vragen. Het is denkbaar dat een groepje kinderen een bezoek brengt aan de markt om een aantal vragen beantwoord te krijgen:

    Waar komen de mensen vandaan?

    Hoe zijn ze hier gekomen?

    Wat is er op de markt allemaal te koop?

    Wat heeft dat te maken met de mensen die er wekelijks hun inkopen doen?

    Weer in de klas werken de kinderen de gegevens verder uit. Als bijvoorbeeld bekend is waar de mensen vandaan komen, kan gezocht worden naar informatie over hun gewoonten, hun leefwijze, hun waarden en normen, hun kleding, hun religie en dergelijke.  

  • Welke twee vormen van samenwerken zijn er?
    • werken in tweetallen; makkelijker
    • samenwerken in een grotere groep; complexer
  • voorbeeld world trade center

    De grote groene glazen toren van het World Trade Center verrees in 1985. De traptreden naar de ingang vertellen dat er vroeger een dijk heeft gelegen. Allerlei ineterssante vragen voor kinderen zijn denkbaar:

    - wat gebeurt er met zo'n gebouw?

    - waarom moet het zo groot zijn?

    - waarom staat het op die plek?

    Misschien mogen de kinderen onder begeleiding naar boven met de lift en genieten van het uitzicht.

  • Welke vragen kan je stellen bij een les waar een foto centraal staat?
    • Waarnemen en beschrijven; bekijken en benoemen
    • tellen/ schatten; wat zijn de aantallen op de foto, hoogte, diepte, schaal, enz
    • beschrijven; interpreteren van de verschijnselen op de foto
    • herkennen; vergelijken van de elementen op de foto met hun eigen omgeving
    • verklaren;

    - lokaliseren, waar kan de foto gemaakt zijn afgaande op de eerdere informatie

    - interpreteren: zinvolle verbanden leggen tussen de verschijnselen.

    - complementeren: informatie door middel van kijkvragen uit de foto halen. Leerkracht geeft aanvullende informatie

    • waarderen: beoordelen en verifiëren (= aanvullende info opzoeken).
  • Presentatie

    De kinderen kunnen de resultaten van hun onderzoek op verschillende manieren presenteren: in een spreekbeurt, een werkstuk of een tentoonstelling.
  • Welk stappenplan kan je hanteren bij het werken met de werkvorm werkstuk?
    1. onderwerp kiezen
    2. vragen stellen
    3. informatie zoeken en ordenen
    4. het werkstuk schrijven
  • Multiperspectivisch kijken

    Vier verschillende invalshoeken. Dat noemen we multiperspectivisch kijken. Kinderen leren zich oriënteren in de wereld. Maar de wereld in omvangrijk en ingewikkeld  
  • Welk stappenplan kan je gebruiken als je werkt met onderzoek?
    1. oriëntatie
    2. vraagstelling
    3. hypothese
    4. plan van aanpak
    5. gegevens verzamelen
    6. informatie verwerken
    7. conclusie trekken
    8. beoordelen
    9. presenteren
  • economisch perspectief

    Hoe houden mensen zich in leven en waar bestaan ze van? Wat verdienen ze? Waar geven ze hun geld aan uit?
  • welke soorten onderzoeksvragen zijn er bij het doen van onderzoek?
    • beschrijvings- en herkenningsvragen
    • verklaringsvragen
    • waarderingsvragen
  • Politiek perspectief

    Hoe is de macht verdeeld en hoe gaan mensen om met macht, bestuur, regels, geboden en verboden?

  • Welke leerlijnen zijn er te onderscheiden bij het gebruiken van regionale beeldvormers?
    • leerlijn 1: van eenvoudig naar complex

    - van eigen omgeving naar onbekende omgeving

    - van close-ups met weinig details naar overzichtskaarten en foto's met veel informatie

    - van concrete kaartthema's naar abstracte kaartthema's

    - van concrete kaartsymbolen naar abstracte kaartsymbolen

    - van weinig symbolen naar veel symbolen

    - van klein afgebeeld gebied naar omvangrijk gebied

    • leerlijn 2: van beschrijven naar gebruiken

    - beschrijven en gebruiken zijn vaardigheden die elkaar aanvullen. Van het verkennen bij een tastbare ruimte in groep 1 naar het verkennen van een atlas in groep 8.

  • Cultureel perspectief

    Hoe geven mensen zin aan hun bestaan? Wat vinden ze belangrijk? Hoe staan ze tegenover waarden en normen, kunst, techniek, feesten, rituelen en religie?
  • Welke stappen moeten kinderen gaan doorlopen als ze werken met een kaart?
    1. de kaarttitel bekijken
    2. het perspectief
    3. de windrichting
    4. de kaartschaal
    5. de kaartsymbolen
    6. het vakkenstelsel
  • Natuurlijk perspectief

    Hoe ziet de natuur eruit? Waar vinden we in de stad nog natuur? Hoe gaan mensen daarmee om? Hoe gingen mensen vroeger met natuur om?
  • De perspectieven

    De perspectieven maken het mogelijk de verschijnselen op de aarde zo evenwichtig mogelijk te benaderen.

    De verschijnselen hebben altijd een tijdsaspect en een ruimtelijk aspect.

  • Geografische grondhoudingen

    On the move

    de kinderen krijgen de opdracht na de vakantie een foto mee te nemen van hun vakantiebestemming. De kinderen plakken de fotos op grote vellen papier rondom de kaarten van Nederland, Europa en de wereld. Elk kind trekt een lijn van zijn of haar foto naar de juiste plaats op de kaart. Zo ontstaat er uiteindelijk een kaart met lijnen en stippen.

    Met behulp van de fotos en kaarten gaan de kinderen verder aan de slag. Er zijn verschillende mogelijkheden:

    Mogelijkheid 1:

    Ieder kind bespreekt zijn foto via de geografische vierslag. Ze stellen zichzelf de volgende vragen

    - wat zie ik? Hoe ziet het eruit?

    - heb ik dat al ergens eerder gezien?

    - hoe komt het? Waarom daar?

    - wat vind ik ervan? Hoe kan het ook anders?

    Vervolgens komt het multiperspectivisch kijken aan bod en worden de volgende vragen gesteld.

    - waar leven de mensen van?

    - hoe leven de mensen met elkaar samen?

    - Wie is de baas en waar kun je dat aan zien?

    - hoe uiten de mensen zich afzonderlijk en als groep?

    - wat vinden ze belangrijk?

    - hoe ziet de natuur eruit?

    - Hoe gaan de mensen daarmee om>

    De kinderen vinden de antwoorden op verschillende manieren.

    - eigen belevenissen: het gaat om hun favoriete vakantie foto's, dus ze weten er al het nodige van af.

    - ze brengen folders, tijdschriften of boeken mee van huis.

    - ze zoeken informatie in het documentatie centrum.

    In de nabespreking wijs je erop dat voor het verklaren en in het waarderen de geografische grondhouding en het mulitperspectivisch kijken belangrijk is. Antwoorden vanuit verschillende invalshoeken geven een genuanceerdere kijk op de werkelijkheid.

     

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe begint ruimtelijke oriëntatie bij kleuters?
Ontwikkeling van ruimtelijke oriëntatie begint bij het eigen lichaam. Dat is logisch, want mensen zijn van nature egocentrisch. Daarom is het gemakkelijker relatie te leggen tussen element en jezelf dan tussen twee elementen buiten jezelf. 
Wat is de opbouw van het onderwijs in ruimtelijke oriëntatie?
-Van bekende eigen omgeving naar onbekend vreemd gebied
-Van close-ups met weinig details naar overzichtsfoto’s en kaarten met               veel informatie
-Van concreet kaartthema naar abstract kaartthema
-Van concrete kaartsymbolen naar abstracte kaartsymbolen
-Van weinig symbolen naar veel symbolen
-Van klein afgebeeld gebied naar omvangrijk gebied
Wat zijn de inzichten die van belang zijn voor een goed kaartbegrip?
-Tastbare ruimte kan als een kaart worden getekend
-Concrete verschijnselen kun je als symbool weergeven
-Verschijnselen kun je op verschillende schaalniveaus bekijken
-Leerling met kaartbegrip kan zich orienteren op kaart zoals hij dat ook               in werkelijke ruimte kan. Hij kan voorstellen hoe het landschap dat op               kaart is afgebeeld er in werkelijkheid uitziet.
Hoe creëer je een waardevolle omgeving voor onderzoek?
-Materiaal in klas te laten zien
-Actualiteit in je lessen betrekken
-Eigen omgeving in je onderwijs betrekken
Welke 2 factoren zijn van groot belang bij het stimuleren van het onderzoek?
  1. De rol van de leerkracht
  2. De rol van de leeromgeving
Wat is de waarde van onderzoek doen?
-Leerlingen leren door onderzoek op bepaalde manier denken
-Vragen die beantwoord moeten worden, zijn veelal afkomstig van                       kinderen zelf
-Voor onderzoek moeten leerlingen vaak school uit
-Onderzoek doen stimuleert integratie van vakken. Relaties met                           taalonderwijs en rekenen duidelijk zichtbaar
-Kinderen leren door onderzoek diverse technische vaardigheden
-Uitvoeren van onderzoek stimuleert sociale vaardigheden
-Doen van gezamenlijk onderzoek geeft kinderen mogelijkheid om taak             op zicht te nemen waar ze goed in zijn of waar hun interesse ligt
-Ook vervolgonderwijs moeten kinderen onderzoek doen
Welke vormen van onderzoeksmethoden kun je gebruiken?
-Interviewen
-Enqueteren
-Experimenteren
-Observeren, tellen, meten, berekenen
-Bronnen raadplegen
Je geeft eenvoudige argumenten en kinderen denken actief mee en maken een eigen afweging. Met wat voor soort vragen heb je hier te maken?
Waarderingsvragen
Met wat voor soort vragen ben je bezig met verklaringsvragen?
Vragen die te maken hebben met oorzaak en gevolg.
Welke soort vragen gebruik je bij het toepassen van de geografische vierslag?
Beschrijvings- en herkenningsvragen