Samenvatting Algemene Economie

-
146 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Algemene Economie

  • 1 Macro-economie

  • Waarin verschilt een gesloten economie van een open economie?
    In een gesloten economie wordt geen rekening gehouden met het buitenland.
  • Hoe noem je een gesloten economie
    Autarkie (zelfvoorzienend)
  • Welke 5 sectoren zijn er te onderscheiden in een moderne economische kringloop?
    1. gezinshuishoudingen
    2. bedrijven (productiehuishoudingen)
    3. de overheid
    4. het buitenland
    5. de financiele instellingen
  • Geef de formule voor het verdiend inkomen van de productiehuishoudingen (Yph)
    Yph= C + Ib + Io + (E-M) = waarde nationaal product
  • Wat is een andere manier om de geldstromen binnen een volkshuishouding weer te geven? CBS gebruikt deze.
    Aan de hand van nationale rekeningen. De inkomsten en uitgaven worden dan per sector berekend. De volgende 4 sectoren worden daarbij onderscheiden:
    1. de bedrijven
    2. gezinnen
    3. overheid
    4. buitenland
  • Welke taken heeft het CPB?
    - Nationaal budget --> prognoses per geldstroom
    - Adviseert overheid middels Centraal economisch plan (CEP). De macro-economische verkenning (MEV) is een voorlopige CEP en wordt op Prinsjesdag gepresenteerd.
  • Het economische kringloopproces valt uiteen in de volgende deelprocessen (4)
    1. proces van productie en inkomensvorming (toegevoegde waarde)
    2. proces van inkomensverdeling
    3. proces van inkomensherverdeling over de sectoren
    4. proces van inkomensbesteding per
  • Ad 1) geef de formule BBP
    BBP = C + I + (E-M)

    Dit betreft de bruto toegevoegde waarde.
    Houden we ook rekening met de afschrijvingen dan hebben we het netto nationaal product
  • ad1) wat is het verschil tussen de nominale en reele groei?
    Nominaal is gemeten in EUR en reeel gemeten in volume (dwz gecorrigeerd voor prijsstijgingen). Dit betreft de economische groei van de nationale economie.
  • ad 1) Hoe wordt de toegevoegde waarde van de overheid bepaald?
    Overheidsproductie is gelijk aan betaalde ambtenarensalarissen.
  • ad2) bij de inkomensverdeling (bepaling van het bruto primair inkomen) wordt het BBP toegerekend aan de sectoren obv de verdeling in:
    - Indirecte belastingen
    - Beloningen productiefactoren
  • ad 2) wat wordt verstaan onder de primaire inkomens:
    - loon
    - huur
    - pacht
    - rente
    - winst
  • ad 2) wat wordt verstaan onder secundaire inkomens (of overdrachtsinkomens) ?
    Inkomens waar geen prestatie tegenover staat, zoals uitkering, studietoelagen, etc.
  • Formule bruto nationaal inkomen
    bni = bbp - saldo primaire inkomens uit het buitenland
  • ad2) De beloning voor de productiefactoren hoeft niet gelijk te zijn aan de betaalde prijzen. Dit wordt veroorzaakt door van toepassing zijnde belastingen en subsidies.

    We kunnen derhalve  de toegevoegde waarde op 2 manieren weergeven. Welke?
    Tegen factorkosten en tegen marktprijzen.
    Bij de waardering tegen marktprijzen wordt rekening gehouden met belastingen.

    Kortom: tegen factorkosten - belastingen = tegen marktprijzen.
  • adc) bepalingen van het beschikbaar inkomen.

    Formule bruto primair nationaal inkomen (bbni)
    bbni = inkomen - directe belastingen - sociale premies + sociale uitkeringen + saldo overige inkomensoverdrachten

    --> dit kan uiteindelijk worden besteed aan goederen en diensten
  • ad4) Geef de 4 nationale bestedingen?
    1. consumptie van de gezinshuishoudingen
    2. investeringen van de bedrijven
    3. bestedingen van de overheid
    - overheidsconsumptie
    - overheidsinvesteringen
    4. export
  • ad4) waaruit bestaan de investeringen van bedrijven?
    1 vervangingsinvesteringen (is gelijk aan afschrijvingen)
    2 uitbreidingsinvesteringen
    3 vergroting voorraden

    --> de bruto investeringen minus de afschrijvingen vormen de netto investeringen, deze bestaan uit 2 en 3
  • bbp tegen factorkosten
    saldo primaire inkomsten buitenland
    =
    bnp tegen factorkosten
    + belastingen - subsidies
    =
    bnp tegen marktprijzen
    - afschrijvingen bedrijven en overheid
    =
    nnp tegen marktprijzen
    =
    nni tegen marktprijzen
  • het nnp ofwel het nni wordt genoemd als conjunctuurindicator. Welke zijn er nog meer (5)
    1. productie van de verwerkende industrie
    2. particuliere consumptie
    3. investeringen vaste activa
    4. de uitvoer
    5. de werkloosheid
  • Onder het sociaal economisch beleid worden alle maatregelen verstaan die de overheid neemt om de economie te stimuleren. de SER heeft hiertoe in de jaren '50 5 doelstellingen opgesteld. Tegenwoordig wordt hieraan de 6e toegevoegd. Noem ze:
    1 volledige werkgelegenheid
    2 stabiele prijzen
    3 evenwichtige betalingsbalans
    4 evenwichtige economische groei
    5 verantwoorde verdeling van de welvaart

    6 gezond mlieu
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat wordt verstaan onder de interventiepunten?
de schommelmarge aan weerszijden van de pariteit van een koers.

--> in geval van het bereiken van een interventiepunt door (bijv toenemende vraag) trad de overheid op als koper of verkoper
Noem 3 kenmerken van de gouden standaard
- de waarde van de geldeenheid wordt gelijkgesteld aan een bepaalde hoeveelheid goud van een bepaald gehalte
- de Centrale bank koopt en verkoopt goud met een overeenkomstige prijs
- de centrale bank houdt een bepaalde gouddekking aan

--> in de jaren 20 en 30 werd deze volledig afgeschaft
Mbt de wisselkoersvorming kunnen we de volgende geldstelsels of wisselkoerssystemen onderscheiden:
a. vrij zwevende wisselkoersen
b. vaste wisselkoersen
c. stabiele koersen (binnen een bandbreedte)
d. beheerst zwevende koersen (ook bandbreedte, maar geen verplichting in te grijpen door centrale bank)
Welke 4 partijen zien we op de valutatermijnmarkt?
1. importeurs en exporteurs
2. speculanten
3. interestarbitrageanten
4. central banken
Wat is interestarbitrage?
Het trachten voordeel te halen uit gelijktijdige renteverschillen op twee geografisch gescheiden geldmarkten.
Wat verstaan we onder arbitrage
het afsluiten van 2 transacties op geografisch gescheiden markten met het doel te profiteren van het prijsverschil.

--> directe arbitrage is enkel valuta die wettig betaalmiddel zijn
--> indirect ook niet wettig betaalmiddelen (met tussenkomst andere valuta)
Wat houdt een valutaoptiecontract in?
Dit geeft de houder het recht om voor een vastgestelde datum tegen een bepaalde hoeveelheid van een valuta te kopen (call optie) of te verkopen (putoptie) tegen een vooraf vastgestelde wisselkoers (uitoefenprijs)

--> hiervoor wordt optiepremie betaald


--> op dit moment wordt er op de Amsterdamse optiebeurs gehandeld in SUD en Britse Ponden valutaopties.
Hoe werkt hedging (valutatermijntransactie)?
als er schulden of vorderingen zijn in een andere valuta, kan je dit afdekken door een tegengestelde transactie af te sluiten en hiermee het termijn risico op de markt af te wentelen.
Welke mogelijkheden zijn er om koersrisico te ontlopen dan wel af te dekken? (6)
1. contante verkopen
2. in euro (Eigen valuta) factureren
3. in dezelfde valuta eenzelfde bedrag lenen
4. een termijntransactie afsluiten
5. valuta optiecontract sluiten
6. koersrisico verzekering sluiten
Een onderneming zal zich zo goed mogelijk wapenen tegen koersrisico's. Hoe noemen we dit?
- valutamanagement, valutabeheer, valutarisicobeheer