Samenvatting Alles

-
238 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Alles

  • 1 Alles

  • Wat is de 'impressio renalis'?
    Een deuk in de lever, wat komt door de nier. 
  • Wat is de naam voor het vlies dat een glijvlak creëert tussen structuren door vochtproductie?
    Sereus vlies
  • Transversale doorsnede: onderaanzicht of bovenaanzicht?
    Onderaanzicht
  • Latijn voor 'gewricht'?
    junctura
  • 3 soorten juncturae (gewrichten) ?
    1 = junctura fibrosa : bindweefsel --> syndesmose (tibia en fibula), sutura
    2 = junctura cartilaginea : kraakbeen --> discus intervertebralis
    3 = junctuurs synovialis/articulatio : ruimte + synovia --> schouder, knie
  • 2 onderdelen van het gewrichtskapsel van een synoviaal gewricht:
    1 = membrana fibrosa (buitenste laag) --> stevigheid
    2 = membrana synovialis (binnenste laag) --> produceert synovia
  • Je kunt op twee plekken ligamenten hebben bij een synoviaal gewricht:
    1 = capsulair
    2 = extra-capsulair
  • 2 structuren die zorgen dat kop en kom van synoviaal gewricht wel goed op elkaar passen als deze discongruent zijn:
    1 = discus (cirkel)
    2 = meniscus (halve maan)
  • 3 soorten synoviale gewrichten (op basis van  vorm):
    1 = Scharniergewricht : 1 as (deze kan in de lengte of dwars zijn, dus dwarsscharniergewrichten of lengtescharniergewrichten)

    2 = Condyloid/zadel gewricht : 2 assen. 
    3 = Kogelgewricht : 3 assen (anatomisch kogelgewricht als deze een kop en een kom heeft, functioneel kogelgewricht als deze functioneert als kogelgewricht maar er niet  zo uit ziet)
  • Hoe heten de meest beweeglijke gewrichten van de duim en de vingers? Wat voor soort synoviaal gewricht is het?
    Duim = art. carpametacarpalis --> zadelgewricht
    Vingers = art. metacarpophalangealis --> condyloide gewricht  
  • Spieren hebben 2 aanhechtingsplaatsen. Hoe worden deze genoemd en op basis waarvan?
    Origo = dichts bij de romp
    Insertie = verst van de romp
  • Hoe wordt het genoemd als een spier één, twee of meer dan twee gewrichten in in beweging brengen?
    Monoarticulair, bi-articulair of polyarticulair
  • Structuren van de schoudergordel:
    Clavicula & scapula
  • Schoudergewricht: hoe heet het en waartussen zit het?
    Art. humerii (art. glenohumeralis) --> humerus en scapula
  • 3 gewrichten schouderregio:
    1 =  art. sternoclavicularis
    2 = art. acromioclavicularis
    3 = art. humeri/art. glenohumeralis
  • Welk gewricht verbindt de schoudergordel met de romp?
    art. sternoclavicularis
  • Wat voor soort synoviaal gewricht is Art. Sternoclavicularis?
    Functioneel kogelgewricht (3 assig)
  • Waarom is het art. acromioclavicularis niet erg beweeglijk?
    Ligamenten (acromioclaviculaire ligament &  Coracoclaviculair ligament 
  • Bewegingen schoudergordel = bewegingen scapula. 3 soorten:
    1 = elevatie & depressie
    2 = protractie & retractie
    3 = laterorotatie & mediorotatie !! denk aan angelus inferior
  • De vorm van art. humeri is niet erg stabiel? Beschrijf
    Grote kop, kleine kom, slap en wijd kapsel
  • Wat zorgt voor de stabiliteit van het schoudergewricht?
    Spieren
  • Scapulohumerale ritme
    De arm kan abductie eigenlijk maar tot 90 graden, maar door laterorotatie van de scapula kan het verder tot 180. Samenwerking van de gewrichten in de schouder dus
  • De twee taken van de onderste extremiteit?
    1 = zet het lichaam in beweging
    2 = draagt het lichaamsgewicht
  • Zwaartepunt?
    S2
  • Heupgewricht: mediaal of lateraal gericht?
    Lateraal
  • Hoek tussen hals en corpus van het femur?
    125 graden
  • Hoek tussen femur en tibia?
    174 graden
  • Bekkengordel: onderdelen?
    2 x os coxae
    1 x os sacrum
  • Os coxae: 3 onderdelen?
    Wat voor structuur zit er tussen de onderdelen?
    Wanneer verbeent deze structuur?
    Waar komen de onderdelen samen?
    1 =  os ilium (darmbeen)
    2 = os ischii (zitbeen)
    3 = os pubis (schaambeen)

    Tussen deze onderdelen zit kraakbeen (junctura cartilagenia).

    Dit kraakbeen verbeent in de puberteit.

    In de kom: het acetabulum.
  • Gewrichten in de bekkengordel?
    1 x symphysis pubica (kraakbeen) tussen de twee ossa pubica
    2 x SI-gewricht (synoviaal) = sacroiliacaal gewricht tussen het sacrum en het os ilium
  • Het SI-gewricht is synoviaal, maar toch niet veel bewegingsvrijheid. Drie redenen hiervoor:
    1 = sterke kapsels en ligamenten
    2 = de kop en kom (acetabulum) hebben een reliëf-achtige structuur die precies op elkaar past --> weinig beweging en schuiving
    3 = het gewricht heeft sterk de neiging te fibroseren waardoor het een junctuurs fibrosis wordt dat weinig beweeglijk is. 
  • Wat voor veranderingen in de gewrichten van de bekkengordel tijdens de zwangerschap en waar staat dit van onder invloed?
    Dit staat onder invloed van hormonen. 

    Kapsels en bindweefsel van SI-gewricht wordt hierdoor slapper --> meer ruimte. 
    De symphysis pubica neemt water op waardoor het bekken ook ruimer wordt. 
  • Wat verdeeld het bekken in pelvis major en pelvis minor?
    Bekkeningang
  • Wat voor structuren zitten er in het pelvis major & minor?
    major : darmen
    minor : bekkenorganen (blaas, interne genitalien, endeldarm)
  • Cavitas pelvis: in pelvis major of minor?
    Minor
  • Twee functies van de bekkenbodem (diafragma pelvis)?
    1. Steun geven voor de bekkenorganen (verzakking voorkomen)
    2. Druk in abdomen opvangen als deze verhoogt door aanspanning
  • Er loopt een ligament tussen kom (acetabulum) en kop (femur) van het heupgewricht. Wat is de functie?
    Er zit een bloedvat in bij kinderen, dat voor een voedende functie zorgt voor de ontwikkeling van de kop van het femur. Soms is op latere leeftijd dit bloedvat weg, soms nog aanwezig, erg variabel. Dus: geen biomechanische functie, maar een voedende. 
  • Redenen waarom het kniegewricht erg kwetsbaar is:
    1. Het ligt erg oppervlakkig
    2. Het moet veel gewicht dragen
  • Wat voor soort synoviaal gewricht is de knie?
    Een dwarsscharnier (dus bewegingen: flexie en extensie, met een heel klein beetje rotatie).
  • Gewrichtsonderdelen:
    2 femurcondylen
    2 tibia plateau's
  • Waarom zitten er in de knie menisci?
    De femurcondylen zijn heel rond, de tibiaplateaus heel plat --> discongruentie. 
  • Verschil tussen de mediale en laterale menisci? Gevolg:
    Verschil: de mediale menisci is groter dan de laterale en heeft de meeste bevestigingspunten. 

    Gevolg: de mediale meniscus is hierdoor kwetsbaarder, want minder beweeglijkheid = sneller scheuren. 
  • Wat speelt een grotere rol in het kniegewricht? Interne stabiliteit (door het gewricht en botten zelf) of externe stabiliteit (door spieren en ligamenten)
    Externe stabiliteit (vooral spieren)
  • Wat zijn de vier banden in het kniegewricht
    1 = lig. collaterale tibiale (mediaal)
    2 = lig. colalterale fibulare (lateraal)
    3 = lig. cruciatum anterius
    4 = lig. cruciatum posterius
  • Twee functies van de collaterale banden?
    1 = ze houden femur en tibia goed bij elkaar 
    2 = ze voorkomen add en abductie
  • Functie van de kruisbanden?
    Bij flexie en extensie de tibia en femur goed gepositioneerd houden zodat het femur niet van de tibia afrolt. 
  • Wat is het schuifladefenomeen?
    Het te ver naar voor of naar achter kunnen trekken van het onderbeen bij een gescheurde kruisband. De patiënt ligt hierbij met de knieën opgetrokken. Anterior gescheurd: onderbeen kan heel ver naar voren. Posterior gescheurd: onderbeen kan heel ver naar achteren. 
  • Wanneer zijn alle banden aangespannen en is er dus de meeste stabiliteit in het kniegewricht?
    Bij extensie (stand)
  • Wat is slotrotatie?
    Fysiologische rotatie die optreedt om het contact oppervlak (tussen tibia en femur) zo groot mogelijk te maken, WANT hoe groter, hoe stabieler. De mediale condyl van het femur is groter dan de laterale en zal dus niet in volledig contact met de tibia staan, als de laterale dit wel staat.
     
    DUS
     
    Bij vrij onderbeen --> daarom zal de tibia bij maximale extensie (dus maximale stabiliteit nodig) wat meer over deze mediale condyl draaien. Dit is een exorotatie --> mediale zijde van tibia omhoog gedraaid.
     
    Bij stand (geen vrij onderbeen) --> femur endorotatie dankzij de bewegingsmogelijkheden in het heupgewricht à endorotatie is meer mediaal contact met tibia --> groter oppervlak. 
  • Functie van de patella:
    Het optimaliseren van de trekrichting van de kniepees (afkomend van de m. quadriceps).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is de 'impressio renalis'?
4
Wat is de naam voor het vlies dat een glijvlak creëert tussen structuren door vochtproductie?
4
Transversale doorsnede: onderaanzicht of bovenaanzicht?
4
Latijn voor 'gewricht'?
4
Pagina 1 van 60