Samenvatting Anatomie en fysiologie

-
ISBN-10 9043024325 ISBN-13 9789043024327
1994 Flashcards en notities
743 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Anatomie en fysiologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Frederic H Martini & Edwin F Bartholomew van William C Ober, beeldcoördinator , Nederlandse Hans Isselée, Irmgard Poelaert het Engels Josephine E Bruijn. Het ISBN van dit boek is 9789043024327 of 9043024325. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Anatomie en fysiologie

  • 1 Inleiding tot de anatomie en fysiologie

  • Leerdoelen van hoofdstuk 1 Inleiding in de anatomie en fysiologie
    - basale functies van levende organismen beschrijven
    - relatie tussen anatomie en fysiologie verklaren en verschillende specialisaties benoemen
    - organisatieniveaus in levende organismen herkennen
    - elf orgaanstelsels en onderdelen van elk stelsel herkennen
    - begrip homeostase
    - negatieve en positieve terugkoppeling van homeostase
    - doorsneden, lichaamsdelen en onderlinge positie adhv anatomische termen beschrijven
    - lichaamsholten en onderverdeling kennen
  • uh78yh

  • Wat zijn de gemeenschappelijke functies van alle leven wezens?

    Reactievermogen, groei, voortplanting, beweging en stofwisseling

  • Wat zijn de gemeenschappelijke fucties van alle levende wezens?

    Reactievermogen, groei, voortplanting, beweging en stofwisseling

  • ADL

    activiteiten dagelijks leven

  • Wat voor ligging heeft een baby tijdens de bevalling?
    Het hoofdje ligt met het gezichtje naar de anus
  • In ons lichaam zijn alle cellen verschillend maar beginnen ze in eerste instantie allemaal hetzelfde, hoe noemen we het proces als het een eigen functie krijgt?
    differentiatie
    • Reactievermogen: ook wel prikkelbaarheid genoemd. Oganismen kunnen zich aan hun omgeving aanpassen, bijvoorbeeld een dikkere vacht of het vertrekken naar en warmer klimaat, dit heet aanpassingsvermogen.
    • Groei: organismen nemen in omvang toe door de deling van cellen. Eencellige organismen groeien doordat de cel groter wordt, en complexe organismen doordat het aantal cellen toeneemt.
    • Voortplanting: organismen planten zich voort en brengen volgende generaties voort.
    • Beweging: kan inwendig (transport voedingsstoffen en bloed) of uitwendig (voortbeweging door de omgeving)
    • stofwisseling: organismen zijn afhankelijk van complexe chemische reacties om energie te leveren die nodig is voor het reactievermogen, groei, voortplanting en beweging.
  • Welke basale functies verrichten alle levende wezens

    Reactievermogen, groei, voortplanting, beweging, stofwisseling

  • anatomie

    studie van de structuur van het menselijk lichaam 

  • Je cellen zijn de bouwstenen van ons lichaam, we hebben miljarden cellen in ons lichaam. Maar hoeveel verschillende soorten celtypes hebben we nou in ons lichaam?
    200
  • Prikkelbaarheid --> het reageren op veranderingen in de onmiddellijke omgeving

    Aanpassingsvermogen --> aanpassingen die organismen doen nav de aanpassingen in de omgeving

     

    Eencellige organismen groeien doordat een cel groter word, complexere organismen groeien doordat het aantal cellen toe neemt. Bij meercellige organismen specialiseren afzonderlijke cellen zich. Dit heet differentiatie.


     

    Stofwisseling (metabolisme) --> alle chemische reacties in het lichaam

  • Hoe heet het als in meercellige organismen cellen zich specialiseren?

    differentiatie

  • anatomische terminologie 

    bepaald wereldwijd

    ned. thermen licht afwijkend van het engels

  • Histologen onderscheiden vier type weefsel, welke zijn dat?
    1. epitheel 2. bindweefsel 3. spierweefsel 4. zenuwweefsel
  • inferior                     -> naar beneden

    superior                   -> naar boven 

    cardinaal                  -> naar hoofd toe

    caudaal                    -> naar ondere

    lateraal                    -> naar buitenzijde

    mediaal                    -> naar binnen zijde

    proximaal                 -> naar centrum

    distaal                      -> naar uiteinde

    dorsaal of posterior

    ventraal of anterior 

    thorax                       -> borstkast

    abdomen                   -> buik

    pelvis                        -> van navel tot geslachtorgaan

    perineum                   -> midden tussen benen en geslachtsorgaan

    axale regio                -> van hoofd tot midden tss benen en geslacht.

    synartrose                -> onbewegelijk

    amfiatrosen              -> beperkt bewegelijk

    diatrose                    -> bewegelijk

     

  • Wat is stofwisseling (Metabolisme)Stofwisseling 

    Alle chemische reacties in het lichaam

  • Wat wordt er onder stofwisseling (metabolisme) verstaan?

    Alle chemische reacties in het lichaam.

  • wat is histologie?
    het bestuderen van weefsels
  • Wat is respiratie?

    het vervoer en het verbruik van zuurstof door cellen

  • Wat is respiratie?

    het vervoer en verbruik van zuurstof door de cellen

  • anatomische positie

    lichaam recht, naar voren gericht, hanpalmen naar buiten gericht en voeten langs elkaar

  • Belangrijk! weefsels zijn groepen cellen en extra cellulaire stoffen die een specifieke maar beperkte reeks functies vervullen.
  • Bij stofwisselingsreacties ontstaan vaak onnodige of mogelijk schadelijke afvalstoffen die via het proces van uitscheiding (excretie) uit het lichaam dienen te worden verwijderd. 

  • Bij stofwisselingsreacties ontstaan vaak onnodige of mogelijk schadelijke afvalstoffen die via het proces van uitscheiding (excretie) uit het lichaam moeten worden verwijderd.

  • neurologie

    zenuwstelsel 

  • Bij stofwisselingsreacties ontstaan vaak onnodige of mogelijk schadelijke afvalstoffen die via het proces van uitscheiding (excretie) uit het lichaam moeten worden verwijderd.
  • waaruit bestaat het epitheel?
    Het epitheel bestaat uit lagen cellen die in-of uitwendige oppervlakken bekleden en uit klieren
  • organismen groter dan een millimeter halen geen voedingsstoffen direct uit hun omgeving op deze moeten eerst verwerkt worden (spijsvertering). Voedingstoffen worden afgebroken tot eenvoudiger stoffen die gemakkelijk kunnen worden getransporteerd en opgenomen. 

     

    Respiratie en uitscheiding zijn ook complexer. Mensen hebben gespecialiseerde structuren voor gaswisseling (longen) en voor uitscheiding (nieren). 

     

    Afzonderlijke cellen reizen niet door het lichaam voor voedingsstoffen/zuurstof etc maar communiceren via de bloedsomloop (bloedcirculatie)

  • ostiologie

    leer van de beenderen

  • wat zijn klieren?
    klieren bestaan uit cellen die producten afscheiden. (denk bijv. aan zweetklieren als je gaat sporten enz.)
  • Op welke wijze zijn vitale functies zoals groei, reactievermogen, voortplanting en beweging afhankelijk van de stofwisseling?

    Onder stofwisseling worden alle chemische reacties verstaan in het lichaam. Organismen maken gebruik van complexe chemische reacties om de energie te leveren die nodig is voor reactievermogen, groei voortplanting en beweging.

  • atriologie

    leer van de gewrichten

  • Het epitheel heeft veel functies in ons lichaam , wat zijn de 5 belangrijkste kenmerken van het epitheel?
    1. de cellen liggen dicht opeengepakt
    2. ze hebben een vrij (apicaal) oppervlak dat aan de omgeving, of aan een inwendig compartiment of inwendige transportbuis is blootgesteld.
    3. ze zijn via het basaal membraan met het onderliggende bindweefsel verbonden
    4. de afwezigheid van bloedvaten. 
    5. voortdurende vervanging of regeneratie van epitheel cellen die beschadigd raken of verloren gaan aan het blootgestelde oppervlak
  • myologie

    leer van de spieren

  • het epitheel kenmerkt zich door de afwezigheid van bloedcellen. Maar hoe komen ze dan aan voedingsstoffen? Nou vanwege hun avasculaire structuur. ( wat letterlijk betekent zonder vaten) moeten  ze hun voedingsstoffen vanuit andere naastgelegen weefsels opnemen via het aangrenzende oppervlak of via hun uitwendige oppervlak.
  • hoe werken de bewegingen en waar vind dit plaats

    • in vlakken
    • in assen 
    • vind plaats in gewrichten
  • gewrichtspartners

    plaats waar botstructuur samen komen

  • hyalien kraakbeen

    doorschijnend geelig, wat de borst samen houd in het midden

  • elastisch kraakbeen

    neusvleugels, oor

  • fibrus kraakbeen 

    vloeistof tuss beenderen

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Noem twee type steunweefsel?
1. kraakbeen
2. beenweefsek
Welke twee vloeibare bindweefsel met ene duidelijke te onderscheiden cellen in een vloeibare matrix?
bloed en lymfe
Welke 3 type cellen zitten er het bloedplasma?
  • rode bloedcellen --> vervoeren zuurstof in het bloed
  • witte bloedcellen --> beschermen ons tegen ziekteverwekkers, dat doen ze in het immuunsysteem.
  • bloedplaatjes --> spelen een rol bij de bloedstolling
Je hebt dikke en dunne huid, zo zitten erop je voeten en handpalmen 5 lagen en de rest van je lichaam 4 lagen. De dikke huis bestaat uit 5 lagen, welke vijf lagen zijn dat van binnen naar uitwendige oppervlak?
kiemlaag --> stratum spinosum --> stratium granulosum --> stratum lucidum --> de hoornlaag
De huid is een orgaan dat bestaat uit uitwendig epitheel en de epidermis ( opperhuid). Onder het epidermis bevindt zich bindweefsel genaamd de dermis ( lederhuid). Andere onderdelen van de huis zijn de nagels, haren en exocriene klieren. dit noemen we de accesoire structuren. nu weten we de opbouw van de huis. Ook heeft de huid 5 algemene functies, welke zijn dat?
  1. bescherming
  2. temperatuurregeling
  3. vorming en opslag van voedingsstoffen
  4. zintuiglijke gewaarwording
  5. uitscheiding en afscheiding
Bloed bestaat uit verschillende onderdelen die allemaal hun eigen taak hebben, welke drie componenten zitten er in het bloed?
  • plasma
  • bloedcellen
  • celfragmenten
Bloed is een gespecialiseerde type bindweefsel dat bestaat uit cellen die ronddrijven in een vloeibare matrix. Maar welke 5 functies heeft bloed in ons lichaam?
  • Transport van opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten van de stofwisseling.
  • stabilisering van de pH en de ionensamenstelling van de interstiele vloeistof in het gehele lichaam.
  • beperkt het vloeistofverlies bij verwondingen
  • verdedigt ons tegen gifstoffen en ziekteverwekkers
  • zorgt ervoor dat ons lichaamstemperatuur constant blijft
Onze gedachteprocessen zijn mogelijk door de communicatie tussen de neuronen die communiceren door elektrische gebeurtenissen die invloed hebben op hun plasmamembraan. De neuroglia voert verschillende soorten taken uit, welke taken zijn dat?
  1. de neuroglia biedt fysieke ondersteuning voor het zenuwweefsel
  2. zorgt dat de chemische samenstelling van de neurale lichaamsvloeistoffen op peil blijft
  3. voert de voedingsstoffen af naar de de neuronen
  4. verdedigt het zenuwweefsel tegen infectie
Waarom worden zowel skeletspieren als axonen ook wel vezels genoemd?
Zoals we geleerd hebben zijn skeletspieren erg lang en hebben ze een celkern. Deze eigenschappen hebben axonen ook.
De vorige vraag hebben we gekeken naar de drie gedeelte waar een neuron uit bestaat. Nu gaan we kijken waar een axon eindigt en wat de functie daarvan is?
Een axon eindigt in een synapsknop of axonuiteinde, het neutron staat hier in contact met andere cellen.