Samenvatting anatomie en fysiologie k1

262 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - anatomie en fysiologie k1

  • 1 voet

  • De spieren in de voet worden gevormd door twee lagen. Welke twee?
    Dorsum pedis
    planta pedis

  • Voetrug(dorsum pedis)
    • Fascia dorsalis pedis
    • Extensor hallucus longus en brevis
    • Extensor digitorum longus en brevis
    • Peroneus tertius
    • 1e interosseus
    • Dorsale aponeurose
  •  Plantair
    4 verschillende lagen
    • Fascia plantaris → midden apneurosis plantaris
    ➔ Tuber calcanei
    ➔ Ligg. Plantaria MP
    ➔ Vezels naar huid → trekvast
    • Lig. Metatarsale transversus superficiale
    • Hielkussen
  • De extensoren hullucus en digitorum zijn onderdeel van de plantaire pedis
    Onjuist het is de dorsale pedis
  • 1e
    spierlaag • Abductor digiti minimi
    • Flexor digitorum brevis (= insertie flexor
    digitorum superficialis hand)
    • Abductor hallucis
    2e
    spierlaag • Quadratus plantae
    • Lumbricali
    • Flexor hallucis longus
    • Flexor digitorum longus
    • Tibialis posterior
    • Tibialis anterior
    3e
    spierlaag • Flexor hallucis brevis
    Sesambeentjes
    • Adductor hallucis
    • Flexor digiti minimi
    4e
    spierlaag(deze spierlaag houdt de tenen bij
    elkaar)
    • Interossei
    Plantare (3) (zorgt voor sluiten
    Dorsale (4) (zorgt voor spreiden) Gerangschikt rond 2e teen • Peroneus longus • Tibialis poterior • Sesambeentjes
  • De voetbogen bestaan uit drie steunpunten, welke?
    Calcaneus
    mt1
    mt5
  • Welke van de voetbogen is voor weke delen
    Laterale voetboog
  • Welke spieren zijn actief bij de ondersteuning van de bogen?
     • Tibialis anterior
    • Tibialis posterior
    • Fibularis longus
    • Flexor hallucis longus
  •  Bewegingsassen
    • Zijn verschillende tussen mensen, verschilt per voet en kan per leeftijd anders zijn.
    • Interindividuele (ook intra- ) variatie
    • Leeftijdsvariatie
    • Tijdens bewegingen → enige verplaatsing → momentane rotatieassen (→ verandering
    vrijheidsgraden)
    • Bewegingen zijn veelal gecombineerde bewegingen rondom de doverse assen
    • Bewegingen zijn veelal bewegingen in de gehele voet
    Bovenste spronggewricht: plantair/dorsaal flexie
    Onderste spronggewricht: pro-/supinatie
    Onderste spronggewricht: talus: geen musculaire verbindingen, longitudinale rotatie as
  • Wat is inversie
    Het naar binnen keren van de voetzool
  •  Gewrichten in de voet
    • Art. intertarsales:
    • Art. tarsometatarsales
    • Art. intermetatarsales
    • Art. metatarsophalangeae
    Gewricht van Chopart
    • Schuine as voor dorsaal- en plantair flexie middenvoet
    • Longitudinale rotatie as voor inversie en eversie middenvoet
    Gewricht van lisfranc
    • Geringe dorsaalflexie
    • Ca 15 graden plantairflexie
    • Grote samenhang met aangrenzende botten
    • Voornamelijke translatoire bewegingscomponent
    • 2e
    straal mest ‘opgesloten’ → relatieve stijfheid
  • Wat is de functie van de apopneurose?
    Schok absorpsie
    stijver maken van de voet bij hardlopen of klimmen
    spaansa windas mechanisme
  • Welke voet wortelbenen zitten in de mediale rij
    Talus
    naviculare cuneiforme
  • Welke vorm gewricht is het trochlea tali
    Zadel
  • Wat is de functie van het retinaculum
    Pesen vathouden op het bot
  • Welke spieren zitten in de mediale-plantaire peesschede van het onderbeen
    Flexor hallucis longus
    flexor digitorum longus
  • De extensor digitorum longus zit in de laterale peesschede
    Onjuist, hier zitten de fibularis peroneus longus en breves
  • Welke spieren zitten in het eerste compartiment (cruris ant) van het onderbeen
    Tibialis anterior
    extensor digitorum
    extensor hallucis
    fibularis peroneus tertius
  • Ook de arteria, vena tibialis anterior en de n fibularis behoren tot het eerste compartiment
    Juist

  • 2. Compartimentum cruris laterale
    M. fibularis (peroneus)  longus
    M. fibularis (peroneus)  brevis
    welke art/vena en nervus horen hier ook bij
    Fubilaris peroneus
    n. Fibularis peroneus superfiscalis

  • 3. Compartimentum cruris posterius
        pars profunda
    M. flexor digitorum longus
    M. tibialis posterior
    M. flexor hallucis longus

    Arteria en vena tibialis posterior
    Arteria en vena fibularis
    N. tibialis

  • 3. Compartimentum cruris posterius
        pars profunda
    M. flexor digitorum longus
    M. tibialis posterior
    M. flexor hallucis longus

    Arteria en vena tibialis posterior
    Arteria en vena fibularis
    N. tibialis
  • De flexor hallucis longus hoort tot de 2de spierlaag terwijl de flexor allucis brevis tot de 3de spierlaag behoort
    Juist
  • Welke spier loopt bobenlangs door het treklusje van de tenen
    Extensor digitorum longus
  • V saphena parva gaat langs de ventraal mediale malleolus
    Onjuist, dit is de dorsaal ventrale malleolus. De v saphena magne is vantraal

  • N. fibularis (peroneus)  communis 
    N. fibularis (peroneus)  profundus
    N. fibularis (peroneus)  superficialis
    N. tibilalis 
  • Sensibele gebieden 
  • De a tibialis anterior en n peroneus profundes liggen naast elkaar
    Juist
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

De n medianus loopt niet door de capale tunnel 
Onjuist
Het retinaculom flexorum is mediaal os pisiforme en hamatum en lateraal van 
Os scaphoideum en trapezium
Lig. Carpi palmare en Retinaculum flexorum word ook wel dak van de carpale tunnel genoemd en is distaal gelegen in het polsgewricht
Juist
Het tabatiere anatomiqeu ligt tussen
Ext pullucis brevis en longus
In de pols is er meer radiaalobductie als unairabductie
Onjuist,

Palmairflexie: 80° - 85°
Dorsaalflexie: 45° - 65° (85°)
Radiaalabductie: 15° - 30°
Ulnairabductie: 30° - 50°

(Pro/supinatie zijn ‘geen’ polsbewegingen)
De proximale rij bestaat in de pols uitProximale rij carpus: os scaphoideum, os lunatum, os triquetrum + os pisiforme (‘sesambeen’)
Juist
De distale rij in de pols bestaat uit:Distale rij carpus: os os trapezium, os trapezoideum, os capitatum en os hamatum
Juist
Welk lig loopt tussen os triquetum en os scaphoideum
Lig arcuatum dorsale en lig intercarpale
Welke van de intercararpale rijen is immobiel
Distale rij
Welk ligament loopt van os styloideus naar os triquetum en of pisiforme
Ulnaire collaterale