Samenvatting Anatomie en fysiologie mbo niveau 4

-
ISBN-10 9006921912 ISBN-13 9789006921915
1246 Flashcards en notities
75 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Anatomie en fysiologie mbo niveau 4". De auteur(s) van het boek is/zijn Agnes van Straaten Huygen, Ludo Grégoire, Rogier Trompert Tertius Redactie organisatie Rogier Trompert. Het ISBN van dit boek is 9789006921915 of 9006921912. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Anatomie en fysiologie mbo niveau 4

  • 1.1 Geslachtskenmerken

  • Wat is het doel van voortplanting?
    Het voortbestaan van de menselijke soort
  • Wat zijn primaire geslachtskenmerken?
    Kenmerken die al bij de geboorte aanwezig zijn. Hierdoor weet je meteen of de pasgeboren baby een meisje of jongetje is.
  • Wat zijn secundaire geslachtskenmerken?
    Kenmerken die tijdens de groei onder invloed van geslachtshormonen tot ontwikkeling komen.
  • De vijf primaire geslachtskenmerken bij de vrouw zijn?
    1. Eierstokken
    2. Eileiders
    3. Baarmoeder
    4. Vagina 
    5. Vulva
  • De vijf primaire geslachtskenmerken bij de man zijn?
    1. Penis
    2. Zaadballen
    3. Bijballen
    4. Zaadleiders
    5. Prostaat
  • De geslachtshormonen worden vanaf ............... van de puberteit geproduceerd.
    De geslachtshormonen worden vanaf het begin van de puberteit geproduceerd.
  • Tot de secundaire geslachtskenmerken van de vrouw behoren? (noem er 6)
    1. Het volgroeid zijn van de eierstokken, de baarmoeder en de vulva
    2. De menstruele cyclus
    3. De borsten
    4. De beharing onder de oksels en in de schaamstreek.
    5. Verbreding van de bekken
    6. Toename van onderhuids vet op bepaalde plaatsen, zoals bij de heupen en de bovenbenen.
  • Wat zijn de vier secundaire geslachtskenmerken van de man?
    1. Het volgroeid zijn van de zaadballen, bijballen en de penis.
    2. Stemverlaging, baard in de keel
    3. Beharing van het lichaam.
    4. Zwaardere botten en meer spierweefsel dan bij de vrouw.
  • 1.2 Vrouwelijke geslachtsorganen

  • De vrouwelijke geslachtsorganen liggen?
    Zowel uitwendig als inwendig
  • De inwendige geslachtsorganen bevinden zich in het kleine bekken bij de vrouw. Welke 4 zijn dit?
    -De eierstokken
    -De eileider
    -De baarmoeder
    -De vagina
  • Waar liggen de uitwendige geslachtsorganen van de vrouw?
    In de schaamstreek
  • De twee eierstokken, ook wel ...(1).... genoemd, liggen links en rechts tegen de rand van het .....(2)....., direct onder het ....(3)..... 
    Daarom worden ze .....(4)..... genoemd.
    1. Ovaria
    2. Kleine bekken
    3. Bekkeningang
    4. Gonaden (vrouwelijke geslachtsklieren)
  • Een eifollikel is een ......
    Blaasjemet daarin een nog onrijpe eicel
  • Het vrijkomen van de eicel wordt de .......... genoemd.
    Eisprong (ovulatie)
  • De follikelcellen van een rijpende eifollikel produceren het vrouwelijk geslachtshormoon...................
    Oestrogeen
  • Functies van het Oestrogeen zijn. Noem er 3. 
    1. Het bevorderen van de secundaire geslachtskenmerken van de vrouw
    2. Het handhaven van de secundaire geslachtskenmerken van de vrouw
    3. Heeft invloed op de voortplantingcyclus.
  • De rijpe eifollikel die op het punt staat een eicel af te geven, is een met ....(1).... geworden en heet nu het .....(2).... Nadat het .....(2).... de eicel heeft afgegeven verandert hij in een .....(3)..... Vanaf dit moment wordt het ...(4).... genoemd.
    1. Vocht gevuld blaasje
    2. Graafse follikel
    3. Gele korrelige massa
    4. Geel lichaam (corpus luteum)
  • Progesteron speelt een belangrijke rol bij de instandhouding van de zwagerschap, als de net vrijgelaten eicel bevrucht zou worden. 
  • Als de eicel niet bevrucht wordt, vergaat het gele lichaam en wordt er in volgende voortplantingscyclus een nieuwe eifollikel rijp.
  • Uit welk spierweefsel bestaat de eileider grotendeels?
    Gladspierweefsel
  • Wat is de baarmoeder?
    Een gespierd orgaan in het midden van de kleine bekken. 
  • De baarmoeder ligt voor de endeldarm en gedeeltelijk op de urineblaas. Het brede koepelvormige deel boven de uitmondingen van de eileiders wordt de fundus van de baarmoeder genoemd. 
  • Hoe heet de baarmoeder ook wel?
    Cervix
  • De Cervix steekt uit in de vagina, dit heet de portio. De holte in de baarmoeder wordt de baarmoederholte genoemd (ook wel cavum uteri).
    De holte in de baarmoederhals noem je het cervixkanaal. 
    Het cervixkanaal verbindt de baarmoeder holte met de vagina.
    De opening van de cervix naar de vagina heet de baarmoedermond.
  • Van binnen is de baarmoeder wand bedekt met het 
    baarmoederslijmvlies
  • De baarmoeder is van binnen bedekt met het baarmoederslijmvlies. Dit is een dunne, goed doorbloede bindweefsellaag, bedekt met trilhaarepitheel met veel slijmkliercellen. De rest van de baarmoederwand bestaat uit gladde spieren.
  • De vagina vormt een verbinding tussen de?
    Baarmoeder en de buitenwereld
  • De wand van de vagina bestaat van binnen naar buiten uit een laag slijmvlies van meercellig plaveiselepitheel, een gladde spierlaag en een laag elstisch bindweefsel. De slijmvlieslaag is in een dwarse richting geplooid.
  • Wat doen de Doderlein-bacillen in de vagina?
    Dat zijn bacterien die in de vagina melkzuur afscheiden om zo microoragnistemen te doden.
  • De uitwendige geslachtsorganen liggen in de schaamstreek. Dit gebied wordt de vulva genoemd. De uitwendige geslachtsorganen bestaan uit:
    twee grote schaamlippen, de venusheuvel, twee kleine schaamlippen, het voorhof en de kittelaar.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn de associatieve schorsgebieden:
-medeverantwoordelijk voor de integratie van verschillende sensorische informatie die tegelijk binnenkomen.
-Deze gewaarwordingen komen via afzonderlijke axonen binnen en worden met elkaar geassocieerd en geïntegreerd 
-Ook ook gecompliceerde motorische en sensorische informatie worden geïntegreerd
Wat is secundaire sensorische schors?
Met de secundaire sensorische schors interpreteer je de nieuwe sensorische informatie en associeer je deze met eerdere gewaarwordingen uit je geheugen.

Bijvoorbeeld:
Je kunt met de secundaire sensorische schors kun je vaststellen of een aanraking fijn is of niet, of het temperatuur goed is of niet enz
Spraakcentrum van Broca?
-in het SMS, voor de centrale winding, vlak boven de laterale groeve
-geeft patronen voor de juiste besturing van de spieren die bij spraak betrokken zijn
-bevindt zich in een van de hersenhelften
Wat is het secundaire motorische schors(premotorische gebied)?
-groot schorsgebied in de voorhoofdskwab voor de PMS
-geeft aan de PMS instructies voor de bewegingen
-zenuwcellen die actief zijn bij de coördinatie van ingewikkelde bewegingen en aangeleerde bewegingen
-veel spieren worden tegelijkertijd aangestuurd 
-bijvoorbeeld lezen, schrijven, pianospelen enz
Wat is het motorische mannetje = homunculus?
Een afbeelding van de lichaamsdelen op de overeenkomstige delen van het motorische schors
Wat is motorische somatotopie? en leg uit.
Dat is plaatsbepaling. 
De skeletspieren hebben elk hun eigen plek in het motorische schors.
Wat is de primaire motorische schors?
-Het schorsgebied van de Precentrale winding
-in beide helften rekt het zich uit tot de laterale groeve tot bijna aan de hersenbalk.
-piramidevormige cellichamen die de skeletspieren aansturen
-regelen de bewuste bewegingen (= animale motoriek) van het skeletspier
-Axonen vormen de piramidebanen

Ter hoogte van de verlengde merg kruisen de piramidebanen uit  linker hersenhelft de piramidebanen uit de rechter hersenhelft elkaar.
Hierdoor stuurt de rechter hersenhelft linker lichaamshelft en andersom.
Wat is een motorische schorsgebied?
Dat zijn schorsgebieden die een functie hebben bij het motoriek van het lichaam.
Op grond van hun functie worden ze gedeeld in 2 groepen:
1) primaire motorische schors  
2) secundaire motorische schors
De witte stof van de grote hersenen bevindt zich in de binnenkant van de geplooide hersenschors.Noem de 3 witte stof banen en leg uit?
1)Associatiebanen
-Verbindingen tussen de schorsgebieden in een hersenhelft
-Schorsgebieden kunnen met elkaar informatie uitwisselen
-Deze banen kruisen de mediaan niet

2)Commissuren
-Kruisen de mediaan wel
-Verbindingen tussen beide helften zorgen ervoor dat er informatie uit gewisseld kan worden.
-Een belangrijke commissuur is: hersenbalk= corpus callusum


3)Opstijgende en afstijgende banen   : Deze banen verbinden de grote hersenen met de lagergelegen delen van het centrale zenuwstelsel. Liggen ook tussen verschillende delen van de hersenen in korte vorm zoals grote en kleine hersenen- grote hersenen en hersenstam

*opstijgende banen:
-Vanuit het ruggenmerg zijn het sensibele axonen
-maken een tussenstop in de tussen hersenen-
-eindigen in de Postcentrale winding
*afdalende banen:
-Bevatten motorische axonen
-er zijn 2 typen afdalende banen :
piramidebanen en extrapiramidale banen
Wat ligt er dieper in de grote hersenen en noem 2 soorten vreemde namen hiervan?
Dieper in de hersenen liggen wat grotere zenuwknopen=
basale ganglia.
1) staartkern (nucleus caudatus)
2) lensvormigekern (nucleus lentiformis)