Samenvatting Anatomie en fysiologie van de mens HC. 1

-
350 Flashcards en notities
43 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Anatomie en fysiologie van de mens HC. 1". De auteur(s) van het boek is/zijn Gregoire, Huijgen. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Anatomie en fysiologie van de mens HC. 1

  • 1 Terreinverkenning

  • Bouw van een cel (12)
    Celmembraan - lysosoom - mitochondrium - nucleus - nucleoplasma - kernporie - nucleolus - endoplasmatisch recticulum - centrosoom - cytoplasma - golgicomplex
  • Waar houdt anatomie zich mee bezig?
    De bouw van het lichaam
  • 1.2 Anatomie + fysiologie = functionele anatomie

  • Wat betekent anatomie?
    De anatomie houdt zich bezig met bouw van het menselijk lichaam (door o.a. ontleding en onderzoek).
  • Wat betekent fysiologie?
    Het meten van de functies van het levende lichaam, zoals bloeddruk, samenstelling van urine en hersenactiviteit.
  • 1.2.1 Functionele anatomie

  • Wat betekent functionele anatomie?
    Functionele anatomie behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie met de lichaamsfuncties.
  • Waarom worden anatomie en fysiologie vaak als een vakgebied gezien?
    Bouw en functie zijn dynamische variabelen, die elkaar beinvloeden en zeer nauw samenhangen. Je kunt beide grootheden wel van elkaar onderscheiden, maar nooit van elkaar scheiden.
  • Vorm en bouw zijn bepalend voor de functiemogelijkheden. Andersom heeft de functie van een orgaan ook invloed op de bouw ervan, maar het is niet zo dat de functie de vorm bepaalt.
  • 1.2.2 Onderzoeksmethoden

  • Wat is inspectie?
    Bij inspectie observeer je systematisch de buitenkant van het lichaam. 
    • Hoe is de kleur van de huid? 
    • Zijn er putjes of knobbels? 
    • Staat de persoon recht? 
    • Hoe beweegt de persoon zich?
  • Wat is palpatie?
    Bij palpatie tast je met de handen en vingers het lichaamsoppervlak op zo'n manier af dat je iets te weten komt over dieper gelegen structuren. 
    • Zijn er verhardingen in het weefsel te voelen?
    • Zijn de spieren slap of juist gespannen?
    • Heeft de lever normale afmetingen
    • Is de frequentie van de hartslag normaal?
  • Wat is percussie?
    Bij percussie klop je aan de buitenkant op een deel van het lichaam om uit de hoogte van de toon een indruk te krijgen over de toestand van het onderliggende weefsel.
    • Is het hart vergroot?
    • Hoe ontplooien de longen zich tijdens de ademhaling?
  • Wat is auscultatie?
    Bij auscultatie luister je met een stethoscoop naar geluiden die door het lichaam geproduceerd worden.
    • Welke tonen produceert het hart?
    • Hoe actief zijn de darmen?
    • Hoe stroomt de lucht door de longen tijdens het ademen?
  • Welke niet technologische lichamelijke onderzoeken zijn er?
    • inspectie
    • palpatie
    • percussie
    • auscultatie
  • Ook moderne technologie biedt veel mogelijkheden om onderzoek te doen naar bouw en functie van het menselijk lichaam. Welke onderzoeken zijn dat?
    • Rontgenapparaat (rontgenstraling);
    • Computertomografie (CT);
    • Magnetic resonance imaging (MRI);
    • Echografie of echoscopie;
    • Doppleronderzoek;
    • (laboratoriumonderzoek).
  • Hoe kan er d.m.v. rontgenstraling opnames gemaakt worden van de botten in het lichaam?
    Doordat de kalhoudende botten de straling niet absorberen, in tegenstelling tot de omringende zachtere weefsels. Op een rontgenfoto lichten de botten daarom wit op.
  • Bij computertomografie (CT) wordt ook gebruik gemaakt van rontgenstraling. Hierbij kunnen ook zachtere weefsels zichtbaar worden gemaakt, hoe kan dat?
    Doordat de computer de verschillen waarin weefsels straling absorberen versterkt, zodat er een afbeelding van gemaakt kan worden.
  • Wat is het verschil tussen een rontgenfoto en een CT-scan?
    Terwijl een rontgenfoto een soort skeletportret is, wordt bij een CT-scan een doorsnede gemaakt van het totale lichaamsdeel. Hierop zijn de meeste typen weefsels herkenbaar.
  • Wat houdt een magnetic resonance imaging (MRI) in?
    • Bij MRI ligt de te onderzoeken persoon in een tunnel die een zeer sterke magneet bevat, waarmee de waterstofatoomkernen in het lichaam gemagnetiseerd worden. 
    • Deze kernen gaan zich als magneetjes gedragen en draaien ten opzichte van de grote magneet in een bepaalde richting. Tegelijkertijd worden vanuit de MRI-tunnel radiogolven uitgezonden waardoor de waterstofatoomkernen gaan meetrillen (resoneren). 
    • Zodra de radiogolven gestopt worden, geven de waterstofatoomkernen de trillingsenergie af als signalen. De computer kan deze signalen omrekenen in doorsneden, die bepaalde eigenschappen van de structuren en weefsels weergeven. Lucht en weefsels die weinig of geen water bevatten, bijv. botweefsels, geven geen signaal af en zien er op de MRI-scan zwart uit.
  • Wat houdt een echografie of echoscopie in?
    Echografie of echoscopie is beeldvormend onderzoek met behulp van ultragluidstrillingen. Hierbij worden via een sonde hoogfrequente geluidsgolven het lichaam ingezonden. De golven worden door de organen en weefselstructuren weerkaatst en vervolgens geregistreerd. De computer zet de weerkaatste golven om in beeld.
  • Wat houdt een doppleronderzoek in?
    Bij doppleronderzoek wordt ook gebruik gemaakt van hoogfrequente geluidsgolven. Hiermee kunnen vooral de stroomrichting en stroomsnelheid van het bloed in de bloedvaten worden geregistreerd.
  • Wat houdt endoscopie in?
    Endoscopie is de verzamelnaam voor alle onderzoeken waarbij gebruik gemaakt wordt van een optische sonde. Dit is een flexibele staaf, voorzien van een minicamera. Met deze sonde, de endoscoop, kunnen vrijwel alle holle organen en de grote gewrichten van binnen worden bekeken.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waar houdt anatomie zich mee bezig?
De bouw van het lichaam
Bouw van een cel (12)
Celmembraan - lysosoom - mitochondrium - nucleus - nucleoplasma - kernporie - nucleolus - endoplasmatisch recticulum - centrosoom - cytoplasma - golgicomplex
Wat betekent extraperitoneaal en welke organen zijn extraperitoneaal gelegen?
  • Extraperitoneaal betekent buiten het buikvlies gelegen
  • Alle retro-, sub- en preperitoneale organen zijn extraperitoneaal gelegen.
Wat betekent preperitoneaal en welke organen zijn preperitoneaal gelegen?
  • Preperitoneaal betekent voor het peritoneum gelegen
  • De gevulde urineblaas ligt preperitoneaal.
Wat betekent subperitoneaal en welke organen liggen subperitoneaal?
  • Subperitoneaal betekent onder het peritoneum gelegen.
  • De endeldarm, lege urineblaas, baarmoederhals, vagina en prostaat zijn subperitoneaal gelegen.
Wat betekent retroperitoneaal en welke organen liggen retroperitoneaal?
  • Retroperitoneaal betekent achter het peritoneum gelegen
  • De nieren, twaalfvingerige darm, alvleesklier, blindedarm, aorta, onderste holle ader en een deel van de dikke darm zijn retroperitoneaal gelegen.
Wat betekent intraperitoneaal en welke organen liggen intraperitoneaal?
  • Intraperitoneaal betekent volledig omgeven door het peritoneum
  • De maag, lever, galblaas, galwegen, milt, baarmoeder en delen van de dunne en dike darm zijn intraperitoneaal gelegen.
Het peritoneum (buikvlies) heeft een gecompliceerd verloop, hoezo?
Het peritoneum parietale (buitenblad) is vergroeid met de buikwand en het peritoneum viscerale (binnenblad) omhult de inwendige organen. Enkele organen of delen daarvan liggen buiten het peritoneum.
De sereuze vliezen en bijbehorende holten rondom bepaalde organen hebben een eigen naam. Voorbeelden?
  • De vliezen rond het hart worden samen het pericard (hartzakje) genoemd.
  • De holte tussen binnen- en buitenblad heet pericardholte.
  • De sereuze vliezen rond de longen heten pleura (longvliezen), die de pleuraholte omgeven Het parietale blad van de pleura is vergroeid met de binnenkant van de borstkas en het pleura parietalis (borstvlies). Het viscerale blad is vergroeid met de buitenkant van de longen en wordt pleura visceralis (longvlies) genoemd.
Wat is de hilum?
De hilum is de plaats waar het viscerale blad overgaat in het parietale blad. Via het hilum verlopen de bloedvaten, lymfevaten en zenuwen van en naar het omsloten orgaan.