Samenvatting arbeid en bevalling

-
108 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - arbeid en bevalling

  • 1.1 CTG

  • Waar staat de term CTG voor?
    Cardio (hartactiviteit) Toco (maternele contracties) Grafie (schrijven)
  • Wat is het doel/reden voor het maken van een CTG?
    Het beoordelen van de foetale conditie tijdens de zwangerschap en arbeid (hypoxie)
  • Met welk hulpmiddel is aanbevolen om periodiek (intermitterende) auscultaties te doen?
    Met een doptone of Pinard stethoscoop.
  • Cardiotocografie moet worden overwogen in geval van klinische redenen (complicaties) of als vrouw hier zelf om vraagt
    meestal ook als er te weinig personeel is.
  • Normale hartfrequentie gedurende de zwangerschap:
    • deze stijgt progressief in het begin van de zwangerschap 
      • 110 bmp op 5-6 weken
      • 170 bmp op 9-10 weken
    • nadien volgt een daling
      • 155 bmp op 20 weken
      • 140 bmp op 30 weken
      • 135 bmp à term
  • Waar staat BPM voor?
    Beats per minute
  • Het foetale hart signaleert eerder zuurstof te kort (hypoxie) dan het adulte hart.
  • Het autonome zenuwstelsel en hersenactiviteit hebben te maken met het CTG.
  • Wat bestuderen we op het CTG?
    • Hartfrequentie
    • registratie van de baarmoeder contracties
    • duur en de kwaliteit van de registratie
    • variabiliteit 
    • acceleraties
    • deceleraties 
  • De basishartfrequentie is het gemiddelde van de registratie en bereken je over een periode van 10 minuten. Uitsluiting van acceleraties en deceleraties 
    normaal = 110-150 sl/min (nieuwe richtlijn tot 160 sl/min)
    tachycardie >150 sl/min (nieuwe richtlijnen î)
    bradycardie <110 sl/min
  • Een CTG moet 30 min aangesloten zijn ander is er geen duidelijk beeld van de foetus. (kan niet in 10 min)
  • De variabiliteit is van slag tot slag (variatie -> schommeling) je kan hier bij 2 lijnen trekken 1 boven en 1 onder hier tussen is de variabiliteit (bandbreedte). Dit moet wel worden gemeten in een stabiel stukje CTG. Het kan ook veranderen in de loop van de tijd (slaap - actief, slaap niet langer dan 40 min. -> stress door arbeid of venacava-syndroom). Geen acceleraties en deceleraties mee tellen.
    normaal = 5-25 sl/min
    verlaagd = <5 sl/min
    saltatoor patroon >25 sl/min
  • Acceleraties is een intermitterende stijging van de hartfrequentie 15 slagen hoger en 15 sec lang. Geeft aan dat de baby goed beweegt en actief is. Minimaal 2 keer per 30 minuten.
  • Deceleraties is een intermitterende daling in het hartfrequentie 15 slagen lager en 15 sec lang. Er zijn 2 soorten deceleraties uniform en variabel.
  • Uniforme deceleratie heeft een afgerond patroon, de vorm is gelijk en reken je aan de hand van de contracties. 
    • vroeg = dat de start van de deceleratie voor de contractie begint, dit komt door contractie druk
    • laat = eerst contractie en dan deceleratie dit komt door zuurstof gebrek. 
  • Variabele deceleraties is een snel verlies van slagen (diep dal) patroon kan variëren. 
    < 60 sec = ongecompliceerd
    > 60 sec = gecompliceerd
  • Langdurige deceleraties 
    < 80 sl/min
    > 2 min

    < 100 sl/min
    > 3 min
  • Voor de registratie van de contracties kijk je naar:
    • de frequentie
    • de duur
    • de intensiteit (niet zichtbaar op CTG -> voelbaar manueel)
    • de basale tonus (terug naar 0-punt, bij med geven) 
  • Een hartritme tussen de 100 en 110 BPM kan normaal zijn in een postterme zwangerschap.
  • 1.2 psychologische veranderingen tijdens de arbeid

  • Een opname in het ziekenhuis heeft blije en negatieve ervaringen de opname leidt tot controle verlies en kan veel stress met zich meebrengen.
  • De relatie met het ziekenhuispersoneel bij een opname voor de bevalling leidt tot duidelijke sociale omschreven rollen (zorgvrager - zorggever).
  • Er is veelvoorkomend angst bij vrouwen die in arbeid zijn:

    • voor arbeid,bevalling, postnatale periode
    • door gebrek aan kennis rond de procedures, regels en terminologie 
    • door gebrek aan informatie 
  • Een ziekenhuis is een vreemde plek waar de vrouw zich psychologisch en sociaal moet aanpassen;
    • er is minder privacy
    • regels die worden opgelegd
    • beperkte activiteiten
  • Verschillende patiënten:
    • gemakkelijk: passief, meewerkend, niet klagen
    • middelmatig
    • moeilijk: emotioneel, afhankelijk, klagen, niet meewerken 
  • Conformeren = een verandering in iemands gedrag als gevolg van de reële of ingebeelde invloeden van andere

    de vrouw heeft veel pijn en gevoel van controle verlies, hierdoor is de vrouw erg kwetsbaar voor externe invloeden. Het is prettig om meegaande patiënten te hebben, maar niet goed voor de vrouw.
  • Informationele sociale invloed = de invloed van anderen (hulpverleners) die ervoor zorgt dat wij ons conformeren omdat we hen als bron van informatie gebruiken die een leidraad kan vormen voor ons gedrag.
  • Mensen conformeren zich omdat we denken dat de manier waarop andere een onduidelijke situatie interpreteren juister is dan je eigen. (hun strategie zal ons helpen)
    Ook onzekerheid over hoe we moeten denken en reageren. Gebrek aan kennis en de behoefte om te weten wat juist is. 
  • Vrouwen zijn geneigd om de vroedvrouw te volgen, ze bevindt zich in een vreemde situatie en gaat er vanuit dat de vroedvrouw meer weet.
  • Gevolgen van conformeren:

    • innerlijke acceptatie; als mensen zich conformeren aan het gedrag van anderen omdat ze echt geloven dat deze mensen gelijk hebben.
    • openlijke acceptatie: zich openlijk conformeren aan de groep zonder dat men noodzakelijkerwijs gelooft in wat de groep zegt of doet.
  • Wanneer conformeren mensen zich aan informationele sociale invloeden?
    • Onduidelijke situatie (niet zeker bent van je mening)
    • crisismoment (handelen moet snel gebeuren waardoor er geen tijd is om na te denken)
    • anderen zijn de deskundigen 
  • De druk van conformeren kan weerstaan worden door:
    • vragen stellen
    • vertrouwen op jezelf
    • zelfstandig opzoek gaan naar meer informatie
  • Wat is de lamaz: psyche-profilactische aanpak?
    Aanpakken om psychische problemen tijdens de zwangerschap en bevalling bij de vrouw te voorkomen door de vader/partner erbij te hebben voor ondersteuning.
  • De belangrijkste redenen voor de aanwezigheid van de partner bij de bevalling zijn:
    • band met de pasgeborene te creëren
    • kwaliteit van de relatie te versterken
    • psychische en emotionele hulp
    • medicalisering te verminderen
  • Vaders zijn beter in het herkennen van hun pasgeboren, hebben meer vertrouwen in het vast nemen, hechten zich gemakkelijker en bij complicaties nemen zij de zorg snel over.
  • Deelname van de vader bij de bevalling heeft een positieven invloed op de perceptie van de moeder over haar moederrol en familiesfeer.
  • Praktisch en emotioneel effect van vaders die bij de bevalling zijn:
    • duur van de arbeid zou dalen (kortere duur bevalling)
    • verminderd de kas op complicaties en medicalisering
    • kan veel steun bieden (beschermfactor tegen depressieve gevoelens achteraf)
  • Voor de moeders is de bevalling ook het einde van de zwangerschap, het afscheid nemen van de baby in de buik.
  • De eerste pijn in de arbeid helpt de moeder der werkelijkheid onder ogen te zien:
    • angst voor het geboorteproces
    • vrouw moet van hoofd naar buik gaan 
    • herinnering aan oude pijnen (eerdere bevallingen)

    naarmate de pijn vordert kan de vrouw schrikken van de intensiteit van de pijn, verzetten tegen de pijn kan leiden tot het stilvallen van het proces.
  • Onbewuste spanningen of verdriet houden het bevalling proces tegen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Beschrijf de ligging van een onvolledige stuitligging
Hierbij liggen de voetjes van de foetus langs zijn romp opgeslagen (ong 70%).
Beschrijf de ligging van een volledige stuitligging
Hierbij liggen de voetjes van de foetus naast de stuit in het bekken van de moeder
Benoem de houdingen van een hoofdligging
  • Achterhoofdsligging - A
  • kruinligging - K
  • voorhoofdligging - V 
  • aangezichtsligging - Aa
wat is een Caput succedaneum?
Een geboortegezwel, deze verdwijnt binnen de 24 uur
Waar kijk je naar voor de geur van et vruchtwater?
  • Zoetige geur
  • slechtriekende geur
  • soms moeilijk te ruiken
  • urine?
Waar kijk je naar voor de kleur van het vrucht water?
Groen/meconiaal
rood
roodbruin
geel
Wat betekend vibi?
Vast in bekken ingang (het grootste deel van het hoofd is niet meer te voelen en er is geen horizontaal ballottement meer mogelijk)
Wat betekend Bibi?
Bewegelijk in bekkeningang (de grootste afmeting van het hoofd is nog juist te voelen, het hoofd balloteert moeilijk)
Wat betekend bbbi?
Beweegelijk boven bekken ingang ( je kan de hele ronding van het hoofd betasten en er is vlot horizontaal ballonent mogelijk)
Wat zijn tegen indicaties van de handgrepen van Leopold?
Preterme contractie
bloedverlies
tijden een wee (uitzondering controle contracties)