Samenvatting AWR en voorheffingen

-
16 Flashcards en notities
0 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - AWR en voorheffingen

  • 1 Algemene Wet Rijksbelastingen

  • Welke hoofdstuk is dit?
    Hoofdstuk 1 van de AWR
  • 1.1 Belastingen

  • Waar moet de oorsprong van een belasting staan vastgelegd? Welke lichamen mogen belasting heffing?
    Volgens de grondwet moet elke belasting zijn vastgelegd in een wet.

    De lichamen die belasting mogen heffing: Het Rijk, de provincie, de gemeente en de waterschappen.
  • Welke 4 rijksbelastingen bestaan er?
    1. Directe belastingen, dit gaat via een aangiftebiljet
    2. Indirecte belastingen, alles wat niet direct is, vooral OB
    3. Accijnzen, extra belasting op een bijzonder verbruik.
    4. Rechten, bv. overdrachtsbelasting, assurantiebelasting, successierecht.
  • Welke alternatieve indeling is er voor belastingen en welke is dit?
    Dit is op basis van welke grond de belasting wordt bepaald.

    1. Persoonlijke belastingen, regels die afhankelijk zijn van bepaalde persoonlijke omstandigheden. zoals: gehuwd, kinderen, etc.

    2. Zakelijke belastingen, er wordt geen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden maar op basis van een object/zaak.

    3. Verkeersbelastingen. Goederenverkeer en rechtsverkeer

    4.Verteringsbelastingen of verbruiksbelastingen
  • 1.2 Belastingrecht

  • In welke 2 rechten kan de fiscale wetgeving worden ingedeeld?
    1. De formele wet, dit zijn de spelregels, Wie mag wat, wat mag niet en hoe mag het?

    2. De materiele wet, dit zijn de inhoudelijke regels, dus alle wetten. Dit gaat over Wie moet wanneer, waarover en hoeveel betalen.
  • Hoe is de belastingdienst grotendeels opgedeeld en wat er gaat er veranderen?
    NU:
    1. DG - directeur generaal Belastingdienst
    2. 12 beleidsteams, waaronder douane, belastingregio's (13 regio's), opsportingsteams, telefoon, applicatie, toeslagen, Ietc.

    Straks:
    1. Indeling in 4 segmenten: 1. Administratie, 2. Particulieren, 3. mkb, 4. MGO en ZGO
    2. MKB wordt ingedeeld in: Starter, ZZP zonder personeel en MKB met personeel
  • Hoe komt een wet tot stand? En welke oplossing heeft het rijk om niet voor elke aanpassing dit hele proces te doorlopen?
    4 stappen:
    1. Indienen wet
    2. Akkoord 2e kamer
    3. Akkoord 1e kamer
    4. Ondertekening staatshoofd

    Een manier om niet elke keer de wet aan te passen is om delegatiebepalingen toe te voegen, het rijk dan de bevoegdheid krijgen om verschillende dingen en criteria toe te passen:
    1. Uitvoeringsbeschikkingen
    2. Uitvoeringsbesluiten
    3. Uitvoeringsregelinen
  • Welke rechtsregels zijn voor een burger van toepassing?
    1. Wetten
    2. Verdragen
    3. Delegatiebepalingen (uitvoeringsbeschikkingen, uitvoeringsbesluiten en uitvoeringsregelingen)
    4. Resoluties, dit een beperking van de toepassing van een bepaling. Deze worden als voorschrift uitgegeven door het ministerie van financieren. De BD past dit te als ware het een rechtsregel.
    5. Jurisprudentie.
  • Hoe is een wet normaal gesproken opgebouwd?
    1. Omschrijving
    2. Bepaling belastingsubject
    3. Bepaling belastingobject
    4. Tarief
    5. Delegatiebepalingen (uitvoeringsbesluiten, uitvoeringsbeschikkingen, uitoveringsregelingen)
  • 1.3 Algemene Wet Rijksbelastingen

  • Onder welk overkoepelend recht valt de belastingrecht?
    Dit valt onder de bestuurswet, dus --> Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). In de wet worden voor bepalingen van het BR vooral verwezen naar de AWR.q
  • De AWR is van toepassing op de meeste heffingswetten, wat staat o.m. in deze wet? Welke wet regelt nog meer regels voor heffingswetten?
    De andere wet is: Algemene Wet Douane en Accijnzen (AWDA)

    Dit staat o.m. in de AWR:
    1. Woonplaats
    2. Geregistreerd partnerschap
    3. Heffingsmethoden
    4. Belastingaanslag
    5. Aanslagbelasting
    6. Aangiftebelasting
    7. Navorderingsaanslag
    8. Naheffingsaanslag
    9. Rechtsmiddelen
    10. Vertegenwoordiging
    11. Informatieve verplichtingen
    12. Bijzondere onderwerpen
    13. Bestuurlijke boeten.
  • Wat is de woonplaats van een natuurlijk persoon volgens de AWR? Art. 4 AWR
    De plaats van een persoon is afhankelijk van de omstandigheden.

    In de praktijk: Waar liggen de belangen van een persoon? Woning, gezin, land. 

    In de praktijk: Waar is de leiding van een bedrijf? 

    AWR – Algemene bepalingen (art. 1 t/m 5e)
  • Welke 3 fictieve woonplaatsbepalingen zijn er? Art. 4 AWR
    1. De bemanning en boten die een thuishaven hebben in NL zijn binnenlands belastingplichtigen

    2. Degenen die metterwoon Nederland hebben verlaten maar binnen een jaar weer metterwoon terugkomen zijn onderbroken in NL gebleven

    3. Personen die in diplomatieke of consulaire dienstbetrekking in het buitenland werken zijn binnenlands belastingplichtige, incl. de partner en kinderen die grotendeels door hem of haar worden onderhouden.

    AWR – Algemene bepalingen (art. 1 t/m 5e)
  • Wat zegt de AWR over het geregistreerd partnerschap? Art. 2 lid 6 AWR
    Dit is exact gelijk aan het huwelijk. 

    AWR – Algemene bepalingen (art. 1 t/m 5e)
  • Wie is verantwoordelijk voor de heffing van een aanslag en wie is verantwoordelijk voor de invordering?
    De belastinginspecteur is hier verantwoordelijk voor. De invordering ligt bij de ontvangen van de aanslag.
  • Wat is het verschil tussen de materiële aanslag en formele aanslag?
    De materiële aanslag is de aanslag die het totaal is van alle financiële feiten. De formele aanslag is de aanslag die de belastinginspecteur oplegt.

    Als de formele aanslag hoger is kan de belastingplichtige in bezwaar gaan en als deze lager is dan kan de inspecteur een navorderingsaanslag starten.
  • Welke 2 methoden zijn er voor de heffing van de aanslag en waarom is dit  relevant? art. 6 AWR
    1. Heffing d.m.v. betaling op aangifte
    1a. Voldoeningsbelasting: belastingsplichtige stelt vast wat hij moet voldoen (=omzetbelasting)
    1b. Afdrachtsbelasting, belastingplichtige stelt vast hoeveel hij moet afdragen (= loonbelasting, dividendbelasting)

    2. Heffing d.m.v. aanslag. 

    AWR – Algemene bepalingen (art. 1 t/m 5e)
  • Hoe zit het met de termijn voor het doen van de aangifte?
    Aanslagbelastingen:
    IB: Binnen 3 maanden na afloop jaar, uitstel: 8 maanden
    VPB: Binnen 5 maanden na afloop jaar, uitstel 10 maanden

    Aangiftebelastingen:
    Tijdvakbelastingen: 1 maand naar tijdvak (maand/kwartaal/jaar)
    Tijdstipbelastingen: 1 maand na tijdstip (ontvangst dividend)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.