Samenvatting Basic Legal English

-
ISBN-13 9789066754089
258 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Basic Legal English". De auteur(s) van het boek is/zijn Dr P J van der Voort. Het ISBN van dit boek is 9789066754089. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Basic Legal English

  • 6.1 zo maak je de gewone verleden tijd

  • Zo maak je de verleden tijd
    Je zet ed achter het werkwoord
    in ontkennende en vragende zinnen gebruik je did
  • I work (verleden tijd)
    I worked
  • You work (verledentijd)
    You worked
  • She/ he/ it work (verledentijd)
    She/ he/ it worked
  • We work (verledentijd)
    We worked
  • I work (ontkennend)
    I did not work
  • You work (ontkennend)
    You did not work
  • She/ he/ it work (ontekkend)
    She/ he/ it did not work
  • We work (ontkennend)
    We did not work
  • You work (ontkennend)
    you did not work
  • They work (ontkennend)
    They did not work
  • I work (vragend)
    Did I work?
  • You work (vragend)
    Did you work?
  • She/ he/ it work (vragend)
    Did she/ he/ it work?
  • We work (vragend)
    Did we work?
  • They work (vragend)
    Did they work?
  • 6.2 zo gebruik je de gewone verleden tijd

  • Zo gebruik je de gewone verledentijd
    Je moet altijd de verleden tijd gebruiken als er in de zin een aanduiding van verleden tijd staat.
    Als er geen aanduiding van verleden tijd staat, kun je de verleden tijd of de voltooide tijd (have/ has) gebruiken.
  • Ze vroegen een uitkering aan.
    She applied for a benefit.
  • Wanneer heb je een uitkering aangevraagd?
    When did you apply for a benefit?
  • Ik heb hem vorige week aangevraagd.
    I applied for it last week.
  • Ze heeft een uitkering aan gevraagd.
    She has applied for a benefit.
  • 6.3 duurvorm in de verleden tijd

  • Zo maak je de duurvorm in de verleden tijd:
    was/ were + werkwoord + ing vorm
  • I work (duurvorm)
    I was working
  • You work (duurvorm)
    You were working
  • She/ he/ it work (duurvorm)
    She/ he/ it was working
  • We work (duurvorm)
    We were working 
  • They work (duurvorm)
    They were working
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Gedaald (twee woorden)
Drop, fall
Werklozen (twee woorden)
Unemployed people, jobless people 
Erg druk
Be very busy
In hoger beroep
On appeal
Helaas
Unfortunately
Huurtoeslag
Housing benefit
Ingevuld
Fill in
Belastingaangifte
Tax return
Scheidingsprocedure
Divorce action
Land van herkomst
Country of origin