Samenvatting basis medische vakken

-
416 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "basis medische vakken". De auteur(s) van het boek is/zijn civas. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - basis medische vakken

  • 21.1 algemeen

  • 4  functies van het zenuwstelsel:


    • Coördinatiefunctie. (bv. spierbewegingen, zoals het aanspannen van de spier en het verslappen van de  antagonistische spier) of bij het spreken moeten de stembanden worden gespannen, terwijl lucht uit longen moet worden geblazen;


    • Het regelen en besturen van levensbelangrijke orgaanfuncties (zenuwstelsel draagt zorg voor een adequaat functioneren van vitale organen als de longen, hart en nieren). Coördinatie van de orgaansystemen en de homeostase (bv.  constant houden van bloeddruk);

    • Het tot stand brengen en coördineren van het contact met de buitenwereld. Het betreft zowel het waarnemen alwel de reactie op de (fysieke en psychische= emoties) waarneming;

    • Coördinatie van psychische functies. Alle eigenschappen van een mens die niet vallen onder de voorgaande punten, zoals bewustzijn, denken, voelen, herinneren, willen, emoties etc. 
  • Wat is een prikkel?
    Elke verandering van een status quo die het organisme kan waarnemen.
  • Wat is een zenuwprikkel?
    De voortgeleiding van de veranderde gedifferentieerde cellen naar andere delen van het zenuwstelsel
  • Wat zijn receptoren?
    De gedifferentieerde cellen die prikkels kunnen ontvangen
  • Welke 2 receptoren zijn er?
    Exteroreceptoren en interoreceptoren
  • Wat doen de exteroreceptoren?
    Deze vangen de veranderingen van buitenaf op. 
  • Wat doen de interoreceptoren?
    Deze registreren de veranderingen van binnenuit. 
  • Noem voorbeelden exteroreceptoren?
    Ogen, het gehoororgaan, het smaak-reukorgaan en de zintuigen van de huid die tast, druk, warmte en koude registreren. 
  • Welke 2 interoreceptoren ken je?
    Enteroreceptoren en proprioreceptoren
  • Waar vind je de enteroreceptoren?
    In de organen.
  •  Wat is de functie van de enteroreceptoren?
     Zij registreren de actuele toestand van het orgaan. 
  • Waar liggen o.a. de enteroreceptoren?
    In de darmwand, in de bloedvaten en in de longen.
  •  Waar liggen de proprioreceptoren?
    In de spieren, pezen en kapsels van gewrichten.
  • Wat is de functie van de proprioreceptoren?
    Zij registreren de stand van een lichaamsdeel, de bewegingen en de tensie van bijv. de pezen. 
  • Hoe vindt de voortgeleiding van zenuwprikkels plaats.
    Via zenuwvezels.
  • Welke zenuwvezels zijn er?
    aanvoerende en afvoerende vezels.
  • Welke aanvoerende vezels zijn er?
    Afferente of sensibele banen.
  • Welke afvoerende vezels zijn er?
    efferente of motorische banen. 
  • 21.2.1 anatomische indeling

  • Welke 2 zenuwstelsels zijn er?
    Centrale en perifere zenuwstelsel.
  • Waar ligt het centrale zenuwstelsel?
    het ligt opgesloten in een benige omhulling, schedel en wervelkolom.
  • Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?
    Ruggenmerg, hersenstam, kleine hersenen en grote hersenen. 
  • Wat is het perifere zenuwstelsel?
    Alle delen van het zenuwstelsel buiten het centrale zenuwstelsel.
  • Geef een voorbeeld van het perifere zenuwstelsel?
    De zenuwvezels.
  • Welk zenuwstelsel ken je nog meer?
    Het autonome zenuwstelsel.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.