Samenvatting Basisboek Bedrijfseconomie

-
ISBN-13 9789001797881
1696 Flashcards en notities
599 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Basisboek Bedrijfseconomie
  • P De Boer, M P Brouwers & W Koetzier
  • 9789001797881
  • 2011

Samenvatting - Basisboek Bedrijfseconomie

  • 1 Ondernemingen en hun functie in de economie

  • wat is een onderneming

    een naar winststrevende productieorganisatie

  • Wat betekend het begrip aanmerkelijkbelanghouder?

    Belastingplichtige die ten minste 5% van het aandelenkapitaal van een nv of bv bezit; van hem wordt inkomstenbelasting geheven in box 2.

  • In welke vier hoofdgroepen zijn ondernemingsactiviteiten onderverdeeld?
    Landbouw en extractie, industrie, handel en dienstverlening
  • Wat is een onderneming?
    Een naar winst strevende productieorganisatie
  • Wat is een onderneming?
    Een naar winst strevende productieorganisatie.
  • Wat is een onderneming?
    Een naar winst strevende productieorganisatie
  • Waarvan is de winst van een ondernemingsproces afhankelijk?
    efficiency en effectiviteit
  • Wat is een aanmerkelijkbelanghouder?
    Een aandeelhouder die ten  minste 5% van het aandeelvermogen bezit
  • Wie ben jij?
    Nooit gezien
  • Wat is Economie?

    •de wetenschap die het economisch handelen van
    de mens bestudeert
  • Aan welke vier kwaliteitskenmerken moet een jaarrekening voldoen?
    1) Begrijpelijkheid
    2) Relevantie
    3) Betrouwbaarheid
    4) Vergelijkbaarheid
  • hoe heet ik
    mats
  • Bedrijfseconomie
    Economie voor bedrijven
  • Wat is het grootste verschil tussen management accounting en financial accounting?
    Management accounting is interne verslaggeving en financial accounting is externe verslaggeving.
  • Noem 2 verschillende rechtsvormen
    NV en BV
  • hoe oud ben je 
    17
  • Omschrijf algemene economie.
    De algemene econonomie bestudeert de relaties tussen consumenten en producenten en tussen de producenten onderling.
  • hoe bereken je de netto contante waarde?
    NCW is cashflow/1+rente tot e macht jaar)
  • Wat is een onderneming?
    Een onderneming is een naar winst strevende productieorganisatie.
  • wat is een onderneming
    een naar winststervende productorganisatie
  • wat is vreemd vermogen?
    geld ter beschikking gesteld door schuldeisers
  • wat is stukproductie?
    ' maatwerk' elk product is afgestemd op de specifieke wensen van de klant. er is sprake van productie op bestelling
  • Wat is een onderneming?
    een productie-organisatie die naar winst streeft
  • een productieorganisatie is een samenwerkingsverband tussen de productiefactoren arbeid en kapitaal

  • Wat betekend het begrip algemene economie?

    Deelwetenschap van de economie die zich bezighoudt met de relaties tussen producenten en consumenten en tussen producenten onderling

  • Wat is een onderneming?
    Een naar winst strevende productieorganisatie.
  • Wat is het verschil tussen algemene economie en bedrijfseconomie?
    De algemene economie bestudeert de relaties tussen consumenten en producenten, de bedrijfseconomie richt zich op het economisch handelen van productieorganisaties.
  • Wie ben jij?
    Nooit gezien
  • Wat is  micro-economie

    = relaties binnen één bepaalde markt, gedrag van
    individuele consumenten en bedrijven (economie in het klein dus!)
  • Omschrijf bedrijfseconomie.
    De bedrijfseconomie richt zich op het economisch handelen binnen de productieorganisaties, niet alleen productie van fysieke goederen, maar ook de handel en het verlenen van diensten.
  • Eigen vermogen 
    Geld ter beschikking gesteld door eigenaren van de onderneming. Is voor onbepaalde tijd ter beschikking. 
  • wat is massaproductie?
    1 soort product wordt in grote hoeveelheden gemaakt. er kan geen rekening gehouden worden met de specifieke wensen van klanten
  • Wat zijn de gevolgen van inflatie?
    -Koopkracht daalt
    -Bestedingen dalen (consumptie, export en investeringen) à productie daalt
    -Reële rente is laag à kapitaalintensief produceren (werkloosheid stijgt)
    -Bevoordeling schuldenaars en mensen met een geïndexeerd inkomen;
    -Benadeling schuldeisers en mensen met een vast inkomen
    -Inflatie versterkt zichzelf
  • inflatie is de stijging van cons. prijs index.
  • Efficiëntie is doelmatig en op de juiste manier
  • Wat betekend het begrip bedrijfseconomie?

    Deelwetenschap van de economie die zich bezighoudt met het economisch handelen binnen bedrijven.

  • Verschil micro- en macro-economie

    Micro-economie is behoort tot de theorie zoals hoe komt de prijs van dit product op de markt. Bij macro-economie gaat het om zaken waaraan je weinig kunt veranderen zoals inflatie en rente.
  • macro-economie

    •= relaties op nationaal en internationaal niveau
  • Leg het verschil uit tussen efficiency en effectiviteit.
    Onder efficiency wordt de doelmatigheid van het productieproces verstaan en  onder effectiviteit wordt de doelgerichtheid van het productieproces verstaan, of te wel de mate waarin het eindproduct geschikt is om te voldoen aan de eisen van de afnemer.
  • Vreemd vermogen
    Geld ter beschikking gesteld door schuldeisers. Het is tijdelijk vermogen. Er worden afspraken gemaakt over de terugbetaling en eventuele rente. 
  • wat is  serie-stukproductie?
    Klant krijgt zijn individuele product, maar kosten worden bespaard door componenten in grote getallen in te kopen
  • effectiviteit is doeltreffend en het juiste doen
  • Wat betekend het begrip bedrijfskolom?

    De reeks ondernemingen die elkaar in de bewerking van een product opvolgen.

  • In welke twee markten handelt een productieorganisatie?
    De inkoopmarkt en verkoopmarkt.
  • Wat is een onderneming?
    Een productie organisatie die naar winst streeft.
  • Wat is welvaart?
    Van zo veel mogelijk goederen en diensten voorzien, voor zo weinig mogelijk opoffering van middelen.
  • Maak een stroomschema van efficiency en effectiviteit
    input - transformatieproces - output  - doelrealisatie
                         efficiency                                  effectiviteit
                           kostprijs                               verkoopopbrengst
  • Netto contante waarde
    De contante waarde van alle cashflows. Inclusief het oorspronkelijke investeringsbedrag. 
  • wat is serie-massaproductie?
    er worden modellen van het standaardproduct geproduceerd. zoals kristalsuiker, maar ook suikerklontjes
  • Wat betekend het begrip bedrijfstak?

    De gezamenlijke ondernemingen in een schakel van de bedrijfskolom.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Basisboek Bedrijfseconomie
  • P de Boer
  • of
  • 9th

Samenvatting - Basisboek Bedrijfseconomie

  • 3 Investering en financiering

  • Wat is activa?
    Productiemiddelen van een bedrijf
  • Wat zijn vaste activa?
    bewijzen gedurende lagere tijd (meer dan 1 jaar) hun diensten aan de onderneming
  • Wat is vlottende activa?
    Ontstaan en gaan teniet binnen een jaar
  • Wat is Eigen vermogen?
    Is ter beschikking gesteld door de eigenaren van de onderneming. Bijvoorbeeld spaargeld of door stortingen van aandeelhouders ter verkrijging van nieuwe aandelen.
    In principe voor onbepaalde tijd, maar kan ook uitbetaald worden
  • Wat is vreemd vermogen?
    Ter beschikking gesteld door schuldeisers. Dit is tijdelijk vermogen met afspraken over terugbetaling
  • Wat is passiva?
    Investeringen
  • Wat is een resultatenrekening?
    opbrengsten en of kosten-confrontatie voor een bepaalde periode
  • Wat is lineaire afschrijving?
    Elk jaar hetzelfde bedrag afschrijven
  • Wat is Degressieve afschrijving?
    afschrijvingen zijn in de beginjaren hoger dan in de latere jaren
  • Wat is Sum-of-the-years-digitmethode?
    Wegingsfactor per jaar. Jaar 1 hoog wegingsfactor, per jaar lager
  • Wat is boekwaardemethode?
    vast percentage van de boekwaarde afschrijven.
  • Wat is de boekwaarde?
    Waarde na aftrek van afschrijvingen die in eerdere jaren gepleegd zijn.
  • 3.3 Winst vs kasmutaties

  • Wat is afschrijven?
    Waardevermindering van je productiemiddel. Dit wordt geschat.
  • Voorbeeld Afschrijven Machine
    aanschafwaarde: 400.000
    levensduur: 5 jaar
    Restwaarde: 40. 000

    totale afschrijving: 400.000 - 40.000 = 360.000
    jaarlijkse afschrijving: 360.000 / 5 = 72.000
  • Voorzieningen
    balanspost die gevormd dienst te worden om mogelijke toekomstige verplichtingen te voldoen die zijn ontstaan door de bedrijfsvoering afgelopen jaren. voorziening is gebaseerd op schatting

    Voorziening = kostenpost op de RR + gaat van het EV/winst af!!!
  • 4 Hoofdstuk 8

  • Wat betekend ABC?
    Activity based costing
  • 6.2 Debiteurenbeheer

  • Debiteuren
    leverancierskrediet uitgegeven door de onderneming. (jij krijgt nog geld van hen)
  • 6.3 Liquiditeitsbeheer

  • Liquidemiddelen (LM)
    (kas, bank) dit wordt gebruikt om betalingen mee te voldoen. 
    Een onderneming dient voldoende over LM te beschikken om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Wel is het zo dat LM niks opleveren.

    Je kan een rekeningcourant aanvragen, waarmee je rood kunt staan 
  • 3 motieven lm
    1. transactiemotief: continuiteit te waarborgen
    2. voorzorgmotief: zekerheid in bouwen voor onvoorziene kosten/uitgaven
    3. speculatiemotief: extra om te profiteren van prijsveranderingen
  • Liquiditeitsbegroting
    overzicht van de verwachte uitgaven en ontvangsten voor de komende periode.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Basisboek bedrijfseconomie
  • P de Boer, M P Brouwers, W Koetzier
  • of
  • 9th
  • 2011

Samenvatting - Basisboek bedrijfseconomie

  • 1 Ondernemingen en hun functie in de economie


  • Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.

    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.
  • 1.1 Consumenten en Producenten


  • Algemene economie: bestudeert de relaties tussen consumenten en producenten én tussen de producenten onderling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende soorten:

    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.

    Bedrijfseconomie: richt zich op het economisch handelen binnen de productieorganisaties (ondernemingen).

    Productieorganisatie: brengt productiemiddelen bij elkaar die vervolgens worden omgezet in producten. Samenwerking tussen productiefactoren arbeid en kapitaal.

    Productiemiddelen: Grondstoffen, duurzame productiemiddelen, arbeid

    Duurzame productiemiddelen: kunnen gedurende langere tijd hun diensten aan de onderneming bewijzen (gebouwen, machines etc.)

    Het productieproces:

    Afbeelding pagina 17.

    De omvang van de winst wordt beïnvloed door efficiency en effectiviteit.

    Efficiency: De doelmatigheid van het productieproces. Beïnvloed de kostprijs.

    Effectiviteit: De doelgerichtheid van het productieproces. Beïnvloed de omzet.

    Figuur 1.2

    Mission statement: een verklaring waarin staat welke doelen de onderneming zichzelf stelt.

    Behalve winst is ook continuïteit een belangrijk streven van een onderneming, echter is het maken van winst vaak een vereiste voor de continuïteit.

  • Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.
    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.

  • Vraag: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de productiefactoren arbeid en kapitaal. Noem 2 voorbeelden van de productiefactor kapitaal.
    Grondstoffen, duurzame productiemiddelen (machines, gebouwen etc.)
  • Wat is het verschil tussen efficiency en effectiviteit?
    Efficiency beïnvloed de kostprijs van een product of dienst en effectiviteit beïnvloed de omzet van een product of dienst.
  • 1.2 Profit –en non-profit organisaties


  • Non-profit organisaties:

    - Overheidssector: levert collectieve goederen en diensten die vaak niet door ondernemingen geleverd kunnen worden. Sommige voorzieningen kunnen echter wel door ondernemingen geleverd worden (bijvoorbeeld privéscholen)

    - Particuliere non-profitinstellingen: verenigingen, fondsenwervende instellingen etc.

    Privatisering: Taken die voorheen werden uitgevoerd door de overheid, worden nu uitgevoerd door ondernemingen (die winst willen maken).

    Verschillen tussen profit en non-profitorganisaties:

    - Non-profitorganisaties zijn onlosmakelijk verbonden met hun doel en kunnen niet overschakelen op een ander doel om financieel economische redenen.

    - Non-profitorganisaties zijn niet economisch zelfstandig en zijn afhankelijk van donaties, contributies, subsidies etc.

    - Non-profitorganisaties drukken effectiviteit niet uit in geld maar in realisering van hun doel.


    Non-profitorganisaties zijn wel onderworpen aan financiële rapportage maar het behalen van winst is niet het primaire doel.
  • Noem 3 verschillen tussen profit en non-profitorganisaties.

    -          Non-profitorganisaties zijn onlosmakelijk verbonden met hun doel en kunnen niet overschakelen op een ander doel om financieel economische redenen.

    -          Non-profitorganisaties zijn niet economisch zelfstandig en zijn afhankelijk van donaties, contributies, subsidies etc.

    -          Non-profitorganisaties beoordelen effectiviteit niet uit in geld maar in realisering van hun doel.

  • Waarom werkt het marktmechanisme vaak niet in de voorziening van collectieve goederen en diensten? Welk mechanisme wordt hiervoor in de plaats gebruikt?
    consumenten kunnen vaak niet een stukje van een collectieve voorziening kopen voor individueel gebruik. Het budgetmechanisme houdt in dat burgers een gedwongen bijdrage (belasting) afstaan waardoor een collectief budget ter beschikking komt waarmee de productie van een collectieve voorziening gefinancierd kan worden.
  • 1.3 Ondernemingsactiviteiten


  • Er zijn 4 globale soorten ondernemingsactiviteiten:

    1. Landbouw en extractie: deze ondernemingen maken gebruik van de rijkdommen van de natuur. Alhoewel deze rijkdommen relatief weinig kosten, zijn de duurzame productiemiddelen wel zeer belangrijk (landbouwgrond voor de agrariër en vergunningen voor extractieve bedrijven).

    2. Industrie: industriële ondernemingen creëren een fysiek product dat vóór de productie nog niet in die vorm bestond. 
    Er zijn 4 soorten productie:

    - Massaproductie: het maken van één soort product in grote hoeveelheden. Dit is een standaardproduct dat op voorraad gemaakt word voor de markt.

    - Stukproductie: het leveren van maatwerk bestemd voor één bepaalde klant dat op bestelling wordt gemaakt.

    - Serie-stukproductie: de klant krijgt zijn eigen product maar er worden kosten bespaard door componenten van het product in grotere aantallen te produceren.

    - Serie-massaproductie: productie van varianten van het standaardproduct.

    3. Handel: handelsonderneming produceren geen nieuwe producten maar profiteren van de ongelijkheid tussen productie en consumptie (grootte, samenstelling, tijdstip en plaats van productie en consumptie). 
    Er zijn 2 soorten handelsondernemingen:

    - Groothandel: deze koopt in bij de fabrikant en verdeeld de ingekochte partijen over de detailhandel

    - Detailhandel: levert direct aan de consument

    4. Dienstverlening: deze ondernemingen verrichten prestaties voor hun klanten zonder een concreet goed te vervaardigen (horeca, banken, transport etc.). Arbeidskosten zijn hier vaak de belangrijkste kostenpost.
  • Noem de 4 verschillende globale categorieën van ondernemersactiviteiten
    1. Landbouw en extractie
    2. Industrie
    3. Handel
    4. Dienstverlening
  • Wanneer is er sprake van serie-massaproductie?
    wanneer er sprake is van productie van varianten van het standaardproduct
  • In de verschillende ondernemingen ligt de nadruk op verschillende kostenposten. In welk soort onderneming is de kostenpost arbeid het grootst?

    In de dienstverlening omdat dit vaak een “peoples business” is waar arbeid de voornaamste waarde toevoeging is.
  • Wat is het verschil tussen massa –en stukproductie?

    - Massaproductie: het maken van één soort product in grote hoeveelheden. Dit is een standaardproduct dat op voorraad gemaakt word voor de markt.

    - Stukproductie: het leveren van maatwerk bestemd voor één bepaalde klant dat op bestelling wordt gemaakt.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 4:

  • Basisboek bedrijfseconomie
  • P De Boer, M P Brouwers & W Koetzier
  • of
  • 2011

Samenvatting - Basisboek bedrijfseconomie

  • 1 (W1) Ondernemingen en hun functie in de economie

  • Hoe kan je een onderneming omschrijven?
    Als een naar winst strevende productieorganisatie
  • welke selectiemethoden zijn er ?
    NCW, GBR, Terugverdienperiode, interne rentabiliteit. 

  • Wat wordt verstaan onder het begrip ‘integrale kostprijs’

    a.       De vaste en variabele kosten per eenheid product

  • Geef een omschrijving van het begrip onderneming.
    Een onderneming is een naar winst strevende productieorganisatie.
  • Wat verstaan we onder de vermogenskostenvoet ?
    gewogen gemiddelde tussen eigen vermogen en vreemd vermogen

  • Wat is het doel van het systeem van ‘direct costing’

    a.       Het nemen van beslissingen op korte termijn


  • wat verstaan we onder het contant maken van geldstromen ?
    waar toekennen aan cashflows
  • Hoe bereken je de kostprijs?
    vaste plus variabele kosten
  • wat is een converteerbare obligatielening ?

    . Een converteerbare obligatielening is een lening die na verloop van tijd, gedurende een onder bepaalde voorwaarden kan worden omgewisseld in aandelen van het betrokken bedrijf.

          


  • Bij een eenmanszaak is sprake van aansprakelijkheid van de eigenaar. Wat is de betekenis daarvan?

    a.       De eigenaar is zowel met zijn ingebrachte vermogen als met zijn privévermogen aansprakelijk voor de gehele schuld aan een handelscrediteur.

  • Welke interesttafel gebruik je bij de Samengestelde interst ?
    "grote" S 
  • Welke persoon begeeft zich sterk op het vlak van financiering
    treasurer
  • Welk persoon begeeft zich sterk op het vlak van management accounting
    controller
  • Met welk(e) vakgebied(en) hang het vak belastingrecht het meest samen?

    financial accounting
  • Wat wordt verstaan onder de activa van een onderneming?

    de bezittingen
  • Theo Jansen is eigenaar van reclamebureau ‘de Roos’. Hij lost 25.000 af van een hypothecaire lening op zijn bedrijfspand. Deze aflossing valt onder:

    uitgaven
  • Waarom wordt vreemd vermogen risicomijdend genoemd?

    a.       Met de verschaffers van vreemd vermogen worden van tevoren afspraken gemaakt over aflossing en een vaste rentebetaling.

  • Hoe worden de vlottende activa ingedeeld?

    a.       In voorraden, debiteuren en liquide middelen.

  • Een mobiele telefoon wordt verkocht voor 100. De variabele kosten zijn 25 per stuk. Het percentage dekkingsbijdrage van dit product is:

    a.       75%

  • Als de productieomvang in een periode toeneemt, zullen in elk geval:

    a.       de totale variabele kosten toenemen

  • De break-evenomzet van een boekhandel bedraagt 750.000 per jaar. De brutowinstmarge, in procenten van de omzet is 40%. Onder brutowinst wordt hier verstaan de omzet minus de inkoopkosten van de omzet. Wat zijn de jaarlijkse vaste kosten van deze boekhandel?

    300.000(0,4 keer 750.000)
  • Welk onderdeel zal een mission statement normaliter niet  bevatten?

    a.       De winst die naar verwachting volgend jaar behaald zal worden.

  • Auto’s staan op de balans onder:

    vaste activa
  • Een van de financiële ratio’s is de quick-ratio. De quick-ratio is een kengetal voor de berekening van:

    a.       De liquiditeit

  • Onder solvabiliteit wordt verstaan: de mate waarin een onderneming in geval van liquidatie kan voldoen aan de financiële verplichtingen jegens de verschaffers van:


    a.       het totaal vreemde vermogen
  • In 2009 betaalde de heer De Jager 10.000 rente over de hypothecaire lening op zijn bedrijfspand. Ook lost hij 30.000 af. Wat zijn de kosten over 2009 van deze transacties?

    10.000
  • Op 1 januari 2008 bedraagt het eigen vermogen van het bedrijf ‘Streetmusic’ 800.000. Over het boekjaar 2008 wordt een winst behaald van 60.000. Het eigen vermogen per 31 december 2008 bedraagt dan:

    860.000
  • Reclamebureau ‘Juanita’ start op 1 januari 2009 met zijn activiteiten. Voor het pand wordt een brandverzekering afgesloten, waarvoor eind december 2008 de premie van

    8.000 voor 3 jaar vooruitbetaald wordt. Waar zal de post ‘vooruitbetaalde bedragen’ te zien zijn?

    a

    a.       Op de debetzijde van de balans
  • Wie is bij de NV verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken?

    de directie
  • Wat wordt verstaan onder het begrip ‘directe kosten’?

    a.       Kosten die een rechtstreeks verband hebben met de producten

  • Wat is de meest verregaande vorm van samenwerking?

    fusie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Worden bij een bv/nv stortingen voorkomend uit het verkopen van aandelen wel meegenomen als winst en het uitkeren van dividend als kosten?
Nee ook deze stortingen komen niet op de resultatenrekening, het is namelijk toegenomen eigenvermogen maar niet doormiddel van de bedrijfsactiviteiten zelf, anders zou doormiddel van stortingen van de aandeelhouders sprake zijn van creative accounting
Wat betekend de term kruissubsidiëring?
Het mogelijk maken van lage prijzen voor producten in een concurrerende markt via hoge prijzen in een niet-concurrerende markt.
Wat is het gevolg van het onjuist berekenen van de kostprijs van een product?
Wanneer de kostprijs niet goed berekend is kan dat directe invloed hebben op de winstgevendheid van een onderneming
Kosten kunnen we opdelen in vaste en variabele kosten maar ook in directe en indirecte kosten, wat is het verschil tussen deze twee laatstgenoemde?
Directe kosten zijn rechtstreeks toewijsbaar naar het product, indirecte kosten zijn niet rechtstreeks toewijsbaar aan een product.
Wat moet er na worden gegaan om de kostprijs van een product/dienst te bepalen?
De hoeveelheidkosten die in een bepaalde periode gemaakt zijn en wat de omvang van de productie is.
Ook kan met de break-evenanalyse de veiligheidsmarge worden berekend, wat geeft deze aan?
De veiligheidsmarge geeft het percentage aan waarmee de afzet maximaal mag afnemen om niet onder het break-evenpunt te komen
Bij het doen van een break-evenanalyse liggen een aantal veronderstellingen ten grondslag, wat gebeurt er als deze veronderstellingen zich niet voordoen in een situatie?
- Als niet-lineariteit van kosten en opbrengsten zich voordoet zullen we 2 break-evenpunten zijn, deze zijn alleen op een wiskundige manier uit te rekenen.
- Als een onderneming meer dan één soort product verkoopt moet er om toch een break-evenomzet te kunnen bepalen sprake zijn van een procentuele dekkingsbijdrage die voor alle productenhet zelfde is
- als de productie niet gelijk is aan de afzet, bv. door voorraad vorming kan gebriukt gemaakt worden van direct costing
Bij het doen van een break-evenanalyse liggen een aantal veronderstellingen ten grondslag, welke zijn dat?
- lineariteit van kosten en opbrengsten
- onderneming verkoopt één soort product
- productie=afzet
Met een break-evenanalyse kan meer duidelijkheid geven dan alleen het break even point, wat kan hierdoor nog meer bekeken worden? noem 3 voorbeelden:
- welke gevolgen heeft het wijzigen van de verkoopprijs?
- wat is de invloed van de toename van vaste kosten?
- hoe groot moet de afzet zijn om een bepaalde winst te realiseren?
Break-evenpunt is die afzet waarbij de totale dekkingsbijdrage precies groot genoeg is om de totale vaste kosten te kunnen dekken, hoe berekenen we dit punt?
BEA = vaste kosten/(verkoopprijs-variabele kosten per eenheid)